Stormloop

Toen hij na afloop de kleedkamerdeur achter zich had dichtgetrokken, kwam er juist een vrouw die nog moest finishen de baan oplopen. ´Die is flink lang bezig geweest´, dacht hij. Hij keek haar na en herkende haar toen pas als de loopster die hij na ruim 7 km had bijgehaald en was voorbijgestoken. Het serieus zware deel van deze loop was op dat moment al begonnen. Tot ongeveer 6,5 km had hij vooral met de wind in de rug gerend. Net na het tweede veerooster, waar hij voorzichtig overheen was gegaan, kwam de bocht naar links en het open stuk dat de flink harde wind schuin van links vol over het pad voelde gaan. Op dat deel kon hij de gang van tussen de 10,5 en 11 km per uur nog redelijk handhaven.

Maar nadat hij de vrouw had overlopen en de route andermaal scherp naar links ging, kwam hij recht tegen de wind in te rennen. Dat drukte zijn snelheid direct en het kostte hem flink moeite om tegen de hevige luchtstroom op te tornen. Zijn looptechniek ging als vanzelf over van hiellanding naar voorvoetlanding, simpelweg omdat het hem alleen nog maar mogelijk was om kleine pasjes te maken. En hij kon, of liever gezegd, hij moest als het ware tegen de wind in voorover hangen om nog enigszins vooruit te komen. Het gaf hem het gevoel dat hij meer stilstond dan vooruitkwam. Een grote man in een rood shirt, die hij eerder, zonder veel moeite voorbijgestreefd was, kwam nu weer langs hem heen. Het lukte deze loper, ondanks zijn lengte, dus beter om snelheid vast te houden. Hij zag op zijn gps-horloge dat zijn snelheid op een gegeven moment was gezakt naar 8,2 per uur en hij had daar vrede mee. Want hij was net op de helft van het parcours en hij wilde hier niet al zijn krachten verspillen. Had hij met wind van opzij of mee kilometertijden van tussen de 5:26 en 5:44 gelopen, nu noteerde hij op de 8ste km ineens een tijd van 6:25 en op 9de km zelfs een van 7:14 minuten. Zo langzaam was hij, voor zover hij zich kon herinneren, nog nooit geweest bij een trimloop. Een toepasselijke naam had hij al bedacht voor deze aflevering van de Twiskemolenloop: ‘Stormloop’. Niet omdat het storm liep met deelnemende renners, het was juist erg rustig op de paden van Het Twiske, maar vanwege die ongenadig harde luchtverplaatsing. Het was officieel ‘maar’ windkracht 5 of 6. Hoe moest het hollen hier wel niet zijn met 8 Beaufort of meer ?!?

Parcours van de 16,1 km
Parcours van de 16,1 km, met de windrichting (rode pijlen)

Erg blij was hij dan ook om na 9,5 km weer de beschutting van een beboomd gedeelte te bereiken. Zijn oren zaten half dicht van het loeien om zijn hoofd en het duurde even voor dat gevoel verdween. Nu werd hij weer af en toe vooruit geduwd in plaats van constant tegengehouden. Omdat hij het parcours goed kende, wist hij dat hij het merendeel van de komende 3 km kon genieten van dat steuntje in de rug. Hij liep ten tweeden male in op de renner met het rode shirt en kon hem definitief achter zich laten toen de man bij de drankpost na 10 km stopte om bij te tanken. Zijn kilometertijden gingen terug naar normale waarden: 5:44, 5:34, 5:32, 5:30 en met de straffe wind in de rug had hij bij tijd en wijle het idee bijna vooruit te vliegen.

Zo was het in het eerste deel van de tocht ook geweest. Zodra de beschutting van de laatste rij huizen was weggevallen en er na nog geen kilometer rechtsaf het Luyendijkje op werd gedraaid, kregen de deelnemers die storm in de rug. Op het water van de aangrenzende Zuidwestplas stonden golven met witte schuimkoppen en de wieken van de Twiskemolen draaiden als gekken in het rond. Dat was dus zeker niet onprettig hollen. De voorfietser, met in zijn kielzog de rapste mannen van de 10 km, kwam al na 2,5 km voorbij. Maar het ging slechts om een drietal snelheidsduivels. Ook daarna kwamen er maar mondjesmaat renners over hem heen. Het viel hem op dat die snelle renners aan de achterzijde allemaal vol met roodbruine spetters zaten. Die hadden ze natuurlijk opgelopen direct na de start tijdens de anderhalve ronde op de doornatte gravelbaan. Hij vroeg zich af of hij er van achteren net zo uitzag. Ook het water van de Stootersplas was bedekt met schuimkoppen. Ineens moest hij denken aan

een lange ballade van Gordon Lightfoot over het op 10 november 1975 met man en muis vergaan van een met ijzererts geladen vrachtschip op Lake Superior in Noord-Amerika. Nu is het natuurlijk onzinnig om een plasje van pak-hem-beet 1 bij 1,3 km in een Noord-Hollandse polder, te vergelijken met het grootste zoetwatermeer ter wereld, met een oppervlakte van 82000 vierkante kilometer. Maar als die windkracht 5 of 6 hier al zulke golven kon voortbrengen, dan zou een heuse novemberstorm op ‘Gitche Gumee’, zoals de indianen het Bovenmeer noemen, zeker huizenhoge watermassa’s voortbrengen. Met wel eens catastrofale gevolgen voor schepen en hun bemanningen, zoals blijkt uit dit verhaal. Het geluid van de golven die tegen de kant sloegen toen hij er vlak langsliep, deden hem sterk denken aan het lied van de branding op het strand. Rende dus hij, voor zijn gevoel, zomaar heel even aan zee. Een van zijn grootste nog openstaande wensen op hardloopgebied. Aan de rechterkant op het pad lopend, werd hij er bijna vanaf en het gras in geblazen. Dus zocht hij maar snel de andere kant van het asfalt aan de waterkant op.

Vanaf de start was het trouwens droog geweest en dat deed hem deugd, want in de auto op weg naar Landsmeer en wandelend naar de atletiekbaan had hij al fikse plensbuien ondergaan en waren zijn kleren redelijk nat geworden. Bij AC Waterland had hij daarom snel zijn seizoenskaart en startnummer afgehaald en was hij direct aansluitend de kleedkamer ingegaan. Er moest echter wel opgewarmd worden, dus na de bekende plichtplegingen en het eten van een banaan, ging hij toch maar naar buiten. Rond 11:00 uur werden alle lopers verzocht zich op de baan te verzamelen. Om een loper die tijdens de jubileumeditie door een hartstilstand was getroffen en daags daarna overleden, en om de slachtoffers van de aanslagen in Parijs te herdenken, werd er een minuut stilte in acht genomen. Gevolgd door een lang aanhoudend applaus. Dit alles om de nabestaanden van de overleden renner een hart onder de riem te steken. Een indrukwekkend moment. Een team van clubgenoten en wat familieleden en aanverwanten zouden als eerbetoon aan de overledene gezamenlijk de 10 km-loop volbrengen.

Hij wist dat er zo rond het 13 km-punt een einde zou komen aan de rugwind. Ook keek hij meermalen naar de lucht in het westen, die donkerder leek te worden. ’s Morgens had hij op Buienradar een voorspelling gezien die het tot ongeveer 12:45 uur droog zou laten blijven. Vanwege de herdenking vooraf had de start 5 minuten later plaatsgevonden en hij bedacht dat die radarbeelden op internet vaak wel aardig klopten, maar lang niet altijd exact, Door de wind en omdat de temperatuur relatief hoog was, waren zijn kleren allang weer opgedroogd. En hij had zijn pet in de hand omdat die op zijn hoofd te warm zat. Toen de wind van opzij tegen hem aan blies, moest hij echter snel het hoofddeksel weer terugplaatsen en de lichte renjas van zijn middel losknopen. Een paar druppels werden namelijk ineens gevolgd door slagregens. Als linkshandige stak hij steevast eerst zijn linkerarm in de mouw en zo ook nu. Maar omdat de wind van rechts kwam en het kledingstuk naar links blies, lukte het hem eenvoudigweg niet om zijn rechterarm in de andere mouw te krijgen. Daarom haalde hij de jas maar weer van zijn linkerarm af en begon opnieuw, nu vanaf de rechterzijde. Nog kostte het hem een hele tijd en veel moeite om het kledingstuk helemaal aan te trekken en de rits te sluiten. Een lange man en een korte vrouw, die hij een groot gedeelte van de loop voor zich had gezien maar waar hij niet dichter bij kon komen, raakten nu definitief voor hem uit het zicht.

Intussen was hij alweer behoorlijk natgeregend. Dat werd nog een stukje erger toen het pad naar rechts afboog en hij wederom vol tegen de wind in moest. Een natte knokpartij volgde. Een duidelijk jongere renner voor hem, was van ellende maar gaan wandelen. Dat overwoog hij een onderdeel van een seconde ook te doen. Want wandelen zou niet veel langzamer gaan dan tegen deze wind in proberen te rennen. Maar hoe langer hij erover zou doen de finish te bereiken, hoe natter hij werd. Dus ploeterde hij toch maar voort. Na een haakse bocht naar links, waarin de wandelende loper ruimte voor hem maakte, kwamen wind en regen schuin van rechts. Hij zette de klep van zijn pet iets die kant op, kneep zijn rechteroog toe en keek vlak voor zich naar de grond om de harde regendruppels zoveel als mogelijk uit zijn gezicht en ogen te houden. Hij bevond zich korte tijd in een erg klein wereldje en had opnieuw het gevoel dat hij nauwelijks vooruitkwam. Zijn schoenen stonden nu ook vol met water en de broek met waterdichte stof aan de voorkant hielp niet omdat alle nattigheid meer van opzij kwam. Twee jonge meisjes, die hem vanuit de tegengestelde richting wandelend passeerden, leken weinig last te hebben van het natuurgeweld. Op het heuveltje ter linkerzijde reden mountainbikers moeizaam hun rondjes. Op dit stuk stond normaliter altijd wel een fotograaf om mooie plaatjes te schieten. Het verbaasde hem niet dat er nu in geen velden of wegen een te bekennen was. Een eindje voor hem bevond zich een jong uitziende vrouwelijke renner, die hij steeds dichter naderde. Hij kon haar echter niet achterhalen omdat zij bij de spitsing rechtsaf ging voor nog eens een rondje van 7 km, een halve marathonster dus. Hoewel hij gepland had deze afstand die dag ook te hollen, was hij nu absoluut niet jaloers op haar en maar juist al te blij dat hij linksaf richting eindstreep om de 10 Engelse mijlen te volbrengen. En vooral ook om naar de droge kleedkamer te kunnen gaan. Het was niet verbazingwekkend dat zijn kilometertijden op de 14 en 14 km weer waren afgezakt naar 6:09 en 6:22.

Bij de splitsing stonden twee jonge vrijwilligsters aan te moedigen alsof het het mooiste weer van de wereld was. Hij bedankte ze, zoals hij zoveel als mogelijk de andere wegwijzers, via een opgestoken duim of een salueerbeweging, had proberen duidelijk te maken dat hij hun onbaatzuchtige inzet zeer waardeerde. In de bocht die volgde, kwamen er ineens drie kwiek lopende mannen langs hem heen. De achterste renner droeg zijn renschoenen alsof het instappers waren, met de platgetrapte achterkanten onder zijn hielen. Zijn snelheid leed er zo te zien niet onder, want hij hield zijn twee kompanen zonder al te veel moeite bij. Op het zeer winderige punt dicht bij de molen stond nu niemand, maar hij wist na 12 keer onderhand wel dat hij linksaf naar de beschutting van de woonwijk en naar de meet moest. De in plastic verpakte vrijwilligster op de tochthoek bij de toegang tot het sportpark stond er nog wel, net als anderhalf uur eerder. Ook zij verdiende een dikke pluim voor haar bijdrage aan het mogelijk maken van deze stormloop. Het was nu zowaar vrijwel opgehouden met regenen. Nog één renner kwam op het pad voor de huizen over hem heen en daarna wist hij tot na de eindstreep de opstomende vervolgers achter zich te houden. Zijn eindtijd van 1:33:29 uur was weliswaar de langzaamste die hij hier op deze afstand ooit had laten noteren maar altijd nog een ruime minuut sneller dan zijn Dam tot Damtijd van anderhalve maand eerder. Een verschil waarmee de zwaarte van dat grootste sportevenement ter wereld voor hem maar weer eens geïllustreerd werd.

In de warme en vochtige mannenkleedkamer deelden meerdere aanwezigen in verschillende bewoordingen met elkaar dezelfde conclusie: dat hebben wij toch maar mooi volbracht. Zo voelde hij het ook en naarmate de dagen verstreken, werd dat gevoel alleen maar sterker. Het idee de strijd met de elementen gewonnen te hebben, was een besef om voor langere tijd te koesteren. En die halve marathon kwam weer bij hem bovendrijven. Als hij onder deze weersomstandigheden 10 EM kon verhapstukken, moesten 5 kilometers erbij toch ook mogelijk zijn, als het weer wat beter zou zijn. Hij zou toch maar eens goed naar de weersvoorspellingen kijken op 6 december aanstaande. En dan op het laatste moment beslissen of hij de langste afstand nu wel zou kiezen.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

2 gedachten over “Stormloop

Voeg uw reactie toe

  1. Pingback: Rondje Mokum |

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports

%d bloggers liken dit: