Nog nooit eerder meegemaakt

Nadat ik naar huis was teruggekeerd en een uitgebreide lunch (inclusief een bloemenvaas koffie) naar binnen had gewerkt ben ik een stukje gaan wandelen omdat mijn beenspieren aangaven dat ze nog wat uitloopbeweging nodig hadden. Dit heb ik nog nooit eerder gedaan, maar ik had ook nog nooit eerder pijnlijke beenspieren gehad direct na een loop. Wellicht was deze pijn te wijten aan het feit dat ik met moeite rennend de eindstreep had gehaald. En dat ik niet mijn normale uitwandelrondjes over de baan kon maken omdat er kort nadat ik gefinisht was een flinke plensbui uit de lucht kwam vallen. Het is dus toch niet altijd mooi weer in Het Twiske ondanks dat ik dat regelmatig beweer in mijn blogs.

En als we het dan toch hebben over zaken die ik hier nog nooit eerder was tegengekomen. Het was voor het eerst dat de regen met bakken uit de hemel kwam toen ik door de straten van Landsmeer naar de atletiekbaan van AC Waterland reed. Daarom was er de voor mij nieuwe aanblik van de half onder water staande gravelbaan. Blijkbaar is er geen drainage aanwezig of kon deze het vele nat niet meer verwerken. Ook had ik nog nooit zo lang getwijfeld over welke afstand ik zou gaan lopen. In mijn planning had ik al geruime tijd de 10EM staan, maar door de onduidelijke weersituatie (zou er wel of geen sneeuw liggen, zou het glad zijn in de polder?) en het feit dat ik een training had moeten overslaan door verkoudheidsverschijnselen de week ervoor, wist ik het niet meer zo zeker.

Modderlopen?
Modderlopen? (foto: Jan Bakker)

Nog nooit eerder heb ik de neiging gehad (zelfs tot twee keer toe) om een stukje te gaan wandelen tijdens de loop omdat ik het gevoel had dat het bijna niet meer ging. Er waren ook nog nooit zo weinig vrouwelijke lopers om mij te inspireren tijdens mijn rondgang door Het Twiske. Het was tevens de eerste keer dat ik een eindje door de berm heb moeten rennen vanwege een stuk met aangevroren sneeuw op het pad. En dat ik met een ommetje om een van de voetbalvelden ben teruggelopen naar de auto omdat ik toen al het idee had dat ik niet voldoende had uitgewandeld.

Mijn vermoeden dat het deze keer rustiger zou zijn dan anders door het mindere weer kwam niet uit. Op het pad naar de baan over het verder verlaten sportpark was het voor mijn gevoel al erg druk met renners en er lagen veel regenplassen. Die drukte was in de kleedkamer zeker ook aanwezig maar dat zal ongetwijfeld door de regen en de lage temperatuur gekomen zijn. Ik had ‘s-morgens op Looptijden nog even gekeken naar de gegevens van de vorige keer (mijn pr-tijd), niet specifiek met het doel om voor een nieuwe recordpoging te gaan maar gewoon voor de zekerheid. Wie weet zou het wel net zo lekker gaan als bij de vorige keer. Toen was de kogel eindelijk door de kerk, ik ging zoals gepland de 16,1 km lopen. Ik had tenslotte maar één training gemist en ik was ondanks keelklachten niet ziek geworden, dus mijn conditie kon niet in één keer enorm gekelderd zijn. Een verkeerde vooronderstelling, zou al spoedig blijken.

Gelukkig was het al ruim voor 11 uur droog geworden en liet het zonnetje zich zelfs heel even zien. Ik was Looptijdenvriend Jan Bakker al snel tegen het lijf gelopen en had kort voor de start ook nog even met hem van gedachten gewisseld. Hij schoot wat plaatjes van mij en dat kwam goed uit want ondanks de batterij aan fotografen die op de baan en op de route aanwezig was, heb ik mijzelf maar één keer kunnen terugvinden tussen al die foto’s. Ik ben, net als alle andere renners stampend door de plassen, weggegaan met een snelheid van net onder de 12 per uur en ben al vlug bewust teruggezakt naar 11,6. De eerste kilometers gingen best soepel en in redelijke tijden. Het was droog, de temperatuur was prima en er stond gelukkig ook nauwelijks een voelbare wind. Vrij ideale omstandigheden derhalve. Wel kwamen de eerste 10 km-lopers, die traditiegetrouw 5 minuten later van start waren gegaan, al heel snel, na ongeveer 2,5 km, langs. De vorige keren kwamen ze toch een stukje verderop. Zoals gezegd was er voor mij deze keer weinig broodnodige inspiratie van hardlopende vrouwen. Bij de Stootersplas, die er mooi als altijd en deze keer rustig bijlag, kwam een dame even naast mij lopen maar zij was al spoedig weer vertrokken. Kort voor de splitsing van de 10 en de 16,1 km zat er een volgende, zwaar ademende, vrouw achter mij. Zij liep mij snel voorbij. Ik bleef nog korte tijd aan het elastiek hangen en probeerde in haar spoor te blijven maar moest al spoedig bakzeil halen. Wel zag ik haar, net als andere lopers die mij voorbijgestoken waren, nog wel lange tijd voor mij maar wel  steeds verder op mij uitlopen.

Zelfs bij somber winterweer is Het Twiske mooi
Zelfs bij somber winterweer is Het Twiske mooi (foto: Jan Bakker)

Het leuke aan vaker dezelfde loop doen, is dat je iedere keer wel iets nieuws ontdekt. Zo zag ik nu voor het eerst bewust, exact op het 7 km-punt, een lange en vrij brede sloot die zich naar het noorden in de richting van Purmerend uitstrekte. Achteromkijkend, nadat ik de bocht naar het lange stuk in zuidwestelijke richting was omgegaan, zag ik een groepje een eind achter mij lopen. Mijn vermoeden was dat zij mij wel zouden bijhalen, dit gebeurde echter sneller dan ik kon bevroeden, namelijk al bij het 12 km-punt, ter hoogte van het bruggetje voor de wei met mijn vrienden/ vriendinnen de hooglanders. Pas na 8 km had ik Anton, de oude veelloper, bijgehaald. Deze keer heb ik even een paar woorden met hem gewisseld en hem succes gewenst voor het vervolg van zijn 21,1 km. Daarna haalde ik een vrouw (21,1 loopster) in en ben ik haar, als laatste van die dag, voorbijgegaan. Hierna, terug in een bebost gedeelte aan de achterkant van de Stootersplas, stuitte ik op het eerste plekje met bevroren sneeuw op het pad. Hier was nog wel, zij het rustig aan, overheen te rennen.

Na de drinkpost iets voorbij de 10 km heb ik nog een halve marathonloper achterhaald. Deze man liep continu met zijn armen hangend langs zijn lichaam, een vermoeiende manier van lopen, lijkt mij. Hij klampte aan en begon tegen mij te praten wat wel gezellig was na 10 km solo-ren. De goede man liep hier voor het eerst de halve en ik gaf hem wat aanwijzingen over het ietwat onoverzichtelijke stuk van het parcours ter plekke. Je moet daar terug over een eerder gelopen pad en als je geen andere renners voor je ziet, kan het zomaar gebeuren dat je verkeerd loopt.  Na ongeveer 11,5 km was daar ineens een heel glad, ijzig stukje waar het verstandiger was om in de berm te gaan lopen. Ik deed dat tenminste al snel, mijn tijdelijke kompaan bleef stug over het be-ijsde stuk lopen en kwam er zowaar nog heelhuids overheen ook. Het was wel keurig van de organisatie dat zij daar een baanwachter hadden gepositioneerd die ons adviseerde om door het gras te gaan.

Wij liepen dus een aantal km’s samen op, maar bij 12,5 km moest ik hem laten gaan, hoewel hij helemaal niet zo snel ging. Toen kwamen bij mij de eerste neigingen tot wandelen. Mijn uursnelheid was vanaf de 8ste kilometer steeds een beetje verder teruggevallen en het lopen ging allesbehalve soepel meer. Ik had het idee dat een stukje in gewone pas lopen de soepelheid misschien weer terug zou brengen. Langs de Ringvaart heb ik toch maar het tempo een tikje verhoogd, want onder de 10 per uur lopen is natuurlijk geen niveau voor een trimloop. Ik liep korte tijd weer ietwat in op mijn voormalige kompaan, maar had echter grote moeite om die hogere snelheid langere tijd vol te houden.

Harken
Harken (foto: Jeroen Otten, JenT Fotografie)

Bij de boerderij, na exact 14 km, kwam een oude bekende van de Wallenloop in Naarden voorbij. Hij moedigde mij tijdens het passeren luidkeels aan. Ook de vrijwilliger bij de volgende kruising stak mij een hart onder de riem. Beide aansporingen kon ik goed gebruiken en ik zette wederom aan, zo goed en zo kwaad als het ging. Ik zag de vaste fotograaf klaarstaan op de bekende plek, net voor de splitsing 16,1/ 21,1 km, en deed mijn pet af opdat ik duidelijker op de foto zou komen te staan. Ik was echter glad vergeten dat ik mijn zonnebril op mijn hoofd had staan bovenop mijn pet. De bril viel dus met een klap op de grond, waardoor ik abrupt moest stoppen om het voor mij belangrijke stukje plastic op te rapen. Tegen een paar jonge meisjes die net op dat moment voorbij kwamen lopen zei ik: “stom van mij hè?”. Zij konden niet anders dan het met “ja” beamen. Weg was mijn hernieuwde “tempoversnelling”, weg was de laatste kans om mijn tijdelijke metgezel van daarvoor nog even bij te halen juist voor de splitsing die mij naar de meet zou brengen en hem naar het laatste stuk van ruim 7 km. Bij die tweesprong vroeg een achteropkomende loper welke afstand ik liep, zodat hij wist of wij dezelfde kant op gingen en wij niet in botsing zouden komen. Ik was bewust al aan de linkerkant gaan lopen omdat ik linksaf moest. Dat kon ik met heel hese stem met moeite tegen hem zeggen (ik raak wel eens vaker mijn stem kwijt als ik aan het rennen ben). Hij ging dezelfde kant op en ik ging heel even achter hem aan maar moest al heel snel weer lossen.

"Ik ben kapot" (foto: Jan Bakker)
“Ik ben kapot” (foto: Jan Bakker)

Jan stond in de bocht bij de molen mij te fotograferen. Ik kon nog maar net uitbrengen dat ik kapot zat. Iets verderop, net over het laatste bruggetje dat ook altijd het eerste is, gaf ik een high-five aan de baanwachter die bij het hazenpaadje stond. Ik kon ook zijn aanmoediging heel goed gebruiken, alleen bracht deze mij helaas geen extra energie meer. Op het hazenpaadje leek het mij prettiger lopen in het gras van de berm, waardoor ik toevallig ruim baan maakte voor een snellere loper. Daarna kwam er nog een loper langs die ik ook maar voor liet gaan. Het stuk langs de huizen naar de baan was het puur harken geblazen. Oud-collega Brian, die inmiddels al een tijdje vaste deelnemer aan deze loop is, kwam mij tegemoet op de fiets. Hij was ruim 15 minuten voor mij over de eindstreep gekomen. Bij het de baan opkomen, keek ik maar eens naar mijn tussentijd, deze zat net voorbij de 1:29. Ik heb nog even aangezet om binnen de 1:30 te blijven maar voor de laatste bocht zat ik al over die tijd heen. Zoveel als mogelijk was tussen de plassen door, kwam ik over de meet in 1:30:41. Dit was weliswaar mijn langzaamste tijd op deze afstand bij de Twiskeloop, maar toch slechts 5 minuten langzamer dan mijn vorige (pr-)tijd alhier. En op de Dam tot Damloop was ik ooit maar één keer sneller, dus zo beroerd was mijn tijd eigenlijk niet. Hij had alleen zoveel beter geweest kunnen zijn als ik in mijn normale doen geweest was.

Het eerste en laatste bruggetje
Het eerste en laatste bruggetje (foto: Jan Bakker)

Na twee tellen uitgehijgd te hebben, ben ik direct doorgelopen naar de uitgang en rechtsaf weer richting Het Twiske om Jan op te zoeken. Ik zag hem al snel maar hij spoedde zich terug naar de baan om zijn vrouwelijke kornuit te zien finishen. Dus maar weer achter hem aan gegaan en naar de thee, die ik binnen moest nuttigen omdat er direct na het tappen van mijn eerste bekertje een kleine wolkbreuk ontstond. In de deuropening naar de kantine hebben Jan en ik nog wat nagepraat over deze, met name voor de langzamere 16,1 en 21,1-lopers natte 198ste editie van ons beider favoriete loop. Toen Jan naar huis vertrok, heb ik de warme en weer drukke kleedkamer opgezocht. Daar heb ik de natte spullen van mijn lijf gepeld, droge kleren aangetrokken, een pisang gegeten en nog wat geluisterd naar de sterke verhalen die er door mijn medelopers verteld werden. De rest van mijn relaas van die dag is bekend.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports

%d bloggers liken dit: