Nescioloop: rennen op gevoel

Als er iemand is die altijd probeert zijn zaakjes tot in de puntjes te regelen en logistiek gezien zo goed mogelijk voorbereid aan de start te komen, dan ben ik dat wel. Zo had ik bijvoorbeeld een dag van tevoren mijn startnummer met bijbehorende chip al opgehaald in een renwinkel in Amsterdam-Oost, zodat ik niet voor aanvang van de loop nog in de rij hoefde te staan. Groot was dan ook mijn verbazing bij het aanzetten van mijn Garmin 310XT nadat ik net de kleedkamer van AV ’23 had verlaten. Het opstartscherm was nauwelijks in beeld of er kwam direct een melding dat de batterij bijna leeg was. Uit ervaring weet ik dat bij dit horloge deze mededeling betekent dat het apparaat kort daarna zal uitvallen. Ik snapte er niets van want ik let altijd heel goed op of er nog voldoende leven in de batterij zit, zeker wanneer ik een trimloop ga doen. Als ik twijfel of hij het zal gaan halen, neem ik voor de zekerheid mijn “oude” Garmin 205 mee. Óf ik was na mijn laatste training vergeten de batterij te controleren óf deze was in de drie dagen erna ineens spontaan leeggelopen. Ik hoop maar dat het eerste de oorzaak is want ik heb dit horloge pas sinds januari 2014 in gebruik.

Ik overwoog heel even of ik mijn vrouw zou bellen met het verzoek of zij bliksemsnel mijn andere klokje kon komen brengen. Maar de tijd was daarvoor hoogstwaarschijnlijk te kort en ik wist niet eens of de 205 wel zou functioneren omdat ik hem al tijden niet gebruikt had. Bovendien was het maar de vraag of mijn vrouw zin had om op de fiets naar Sportpark Middenmeer te komen racen. Er zat dus niets anders op dan om mijn vierde Nescioloop volledig op gevoel te gaan lopen. Gelukkig stelt de organisatie sinds vorig jaar pacers ter beschikking. Ik was toch al van plan om met de haas voor een eindtijd van 1:15 uur mee te gaan en nu leek mij dat in deze situatie helemaal een goed plan. Ik ben gaan terugkijken in mijn hardloopadministratie en heb kunnen vaststellen dat ik alleen tijdens mijn allereerste (Dam tot Dam-)loop in 2010 nog niet beschikte over een gps-apparaat. De 33 georganiseerde lopen die ik daarna heb gedaan zijn zonder uitzondering voltooid met zo’n miraculeus techniekwondertje aan mijn linkerpols. Je kunt je voorstellen dat ik even de tijd nodig had te wennen aan het idee dat ik 15 km lang verstoken zou zijn van informatie over mijn kilometertijden, mijn gemiddelde uursnelheid over de huidige km en over de tot dan toe afgelegde afstand, mijn totale tijd en de hoogte van mijn hartslag.

Drukte onderaan- en op de Nesciobrug
Drukte onderaan- en op de Nesciobrug

Ik ging mijzelf maar warmlopen op die prachtige AV ’23-atletiekbaan en ik zou wel zien hoe dit zich zou gaan ontwikkelen. Tot twee keer toe zwaaide ik naar DtD-loopmaatje Janine die ook druk bezig was met haar warming-up. Er bleek, net als bij de Brettenloop drie weken eerder, vlak voor de starttijd nog een lange rij wachtenden voor de tassenafgifte te staan. Daarom werd de aanvangstijd van de 15 kmloop iets naar achteren geschoven. Als dit maar geen Amsterdamse traditie gaat worden. Het gaf mij wel de gelegenheid om te elfder ure een tweede bezoek aan het herentoilet te brengen teneinde de blaas zo leeg mogelijk op te leveren. Bij het verlaten van het clubgebouw wist een andere loper mij te vertellen dat de start dan toch echt binnen 45 seconden zou plaatsvinden. Dus spoedde ik mij die kant op. Er stond al een flink pak renners opgesteld en ik had niet meer de gelegenheid om uit te zoeken waar de gekozen pacer zich bevond. Op goed geluk liep ik over het gras aan de binnenkant van de baan naar voren en voegde ergens vóór het midden van het strijdgewoel in. Daar klonk reeds het startschot en na enig wandelen richting het start- en finishdoek met daaronder de bekende matten, kon ik het op een lopen zetten. Geheel en al op gevoel zette ik een tempo in dat volgens mij om en nabij de 12 per uur moest zijn.

Het valt mij op bij de twee lopen die AV ’23 organiseert dat er ieder jaar veranderingen in het parcours zijn. Vorige jaren vond de start van de Nescioloop nog plaats op het brede fietspad voor de ingang van de atletiekbaan, nu werd er gestart op de baan en moest er driekwart ronde aldaar worden afgelegd alvorens het strijdtoneel zich naar buiten verplaatste. Groot voordeel van deze startplek is dat er ruimte genoeg was voor de ongeveer 440 lopers om een gewenst aanvangstempo in te zetten. Ondanks het respectabele aantal deelnemers waren er geen noemenswaardige problemen bij de passage van het hek rondom de baan en huppelde iedereen vrolijk naar buiten. De eerste kilometer en een beetje gingen over het ruime fietspad tussen de voetbalvelden door. Ik was intussen naarstig op zoek naar mijn pacer. Er liep een man in een felgeel shirt iets voor mij. Zou hij de 1:15-haas zijn? Er liepen maar weinig renners in zijn kielzog en ik stak hem al snel voorbij. Dit kon de gezochte tempomaker niet wezen. Rechtsaf het sportpark uit en het laatste stukje van de Kruislaan werd gevolgd door de lange passage onder het spoor door. Hier raakt GPS altijd het spoor een tijdje bijster, dat probleem had ik deze keer dus even niet. Een aantal meters voor mij liep een vrij grote en compacte groep. Toen we de tunnel hadden verlaten en Sciencepark bereikt was, was ik hem dicht genaderd. Vooraan in het midden herkende ik ineens dezelfde jongeman die ook vorig jaar de snelheid voor deze eindtijd had aangegeven. Hij keek even achterom en ik hoorde hem zeggen: “Dat ziet er goed uit”. Het is natuurlijk ook leuk als er zoveel mensen met jou weglopen. Ik was als vanzelf naar mijn leidsman toe gelopen en nestelde mij tevreden aan de staart van dit selecte gezelschap mannen en vrouwen. De dames liepen vooral dicht in de buurt van de jongeman in het oranje veiligheidshesje met daarop voor mij nu duidelijk “1:15” zichtbaar.

Rechtsaf de Nesciobrug op
Rechtsaf de Nesciobrug op

Ik was bewust achteraan gaan lopen en liet wat ruimte voor mij zodat ik goed kon zien waar ik mijn voeten neerzette. Dat was een bewuste en naar later bleek goede keuze. Vorig jaar moest ik al na een paar kilometers lossen uit het 1:15-groepje. Nu wilde ik het zo lang mogelijk zien uit te zingen en kijken hoe ver ik zou komen in de richting van die mooie eindtijd. Op de Oosterringdijk kwam er een fietsster naast ons rijden die vanwege het grote pak renners niet echt kon doorrijden. Ik adviseerde haar om één afslag naar links eerder te nemen, zodat ze langs het kanaal vlugger haar weg kon vervolgen. Onder de Zeeburgerbrug door naderden wij het centrale punt van deze loop: de Nesciobrug. Vanaf nu gingen de kilometers meetellen voor de strijd om de hegemonie van de hardloopspeltegel Amsterdam IJburg. Iedere km is er één en ik kon er vandaag zeker negen scoren. Mijn vrouw zou aan de voet van de brug staan om foto’s te schieten. Zodra ik haar zag, begon ik met mijn linkerarm te zwaaien opdat zij minder moeite hoefde te doen om mij in de lange rij lopers te ontdekken en direct kon gaan knippen. De brug op en over en bijna rechtdoor het Diemerpark in is voor mij overbekend terrein omdat ik hier veel van mijn trainingsrondjes ren. De brede fietspaden aldaar heb ik al ontelbare malen van alle kanten doorkruist maar grappig genoeg had ik de driehoek die de organisatie dit jaar had uitgetekend nog nooit in die richting afgelegd. Op het stukje Diemerzeedijk nam ik direct het hazenpad in het gras naast de brede asfaltstrook, teneinde de benen even iets minder zwaar te belasten. Helaas was het druk want er kwamen meerdere, joggende tegenliggers die ook aan dit kleine spoortje de voorkeur gaven. Dan maar weer de verharde weg op

Af en toe moest ik iets van een gaatje laten vallen maar ik was daarin niet de enige en samen met mijn lotgenoten slaagde ik erin de schade telkens weer te repareren. Ik was verbaasd om het 7 km-bord te zien. “Hoe was het mogelijk dat wij al vrijwel op de helft van het parcours waren, we moesten toch nog een heel stuk naar het pad van bijna 2,5 km direct langs het kanaal en aan het einde daarvan was reeds het 11 km-punt”, dacht ik. Ik liep dus steeds iets los van de overigens steeds wat kleiner wordende groep haasvolgers. Ineens lag één van de vrouwen voor mij languit op de grond. Omdat zij midden in de hechte groep aan het rennen was, had zij dus niet kunnen zien dat er daar een ietwat verdiepte, grote putdeksel in het wegdek lag. Dat moet de reden van haar valpartij geweest zijn. Twee galante heren stopten en hielpen haar overeind. Dat hoefde ik derhalve niet meer te doen en ik rende met een ruime boog om de plaats van het ongelukje heen. Ik hoop maar dat de dame haar tocht op een prettige wijze heeft kunnen voortzetten. Door dit voorval was de groep enigszins uit elkaar geslagen en er kwam een kleine man langs mij die de achtervolging inzette. Ik liftte met hem mee en liep zo vrij makkelijk terug richting onze goeroe.

Na bijna 8 km stond de drankpost langs het pad. Ongeveer de helft van de lopers stopte om een paar slokken te nemen. Een strak in het zwart geklede dame met de naam van de vereniging Phanos op haar rug, had de hele tijd voor de groep gelopen maar was nu door het pakken van een bekertje water erachter terecht gekomen. Ik rende zoals altijd ook stug door en probeerde zo goed en zo kwaad als het ging in haar spoor te komen en te blijven. De ongeveer 12 km per uur die ik toch wel gelopen moet hebben gedurende de eerste 8 km begon nu al enigszins zijn tol te eisen. Maar ik kon de vrouw voorlopig aardig volgen. Na het enige stukje half verharde pad in het parcours, dat evenwijdig liep aan het water van De Diem, kwamen we bij het Amsterdam-Rijnkanaal. Ik heb al vaker geschreven over mijn voorliefde voor het fotograferen van grote passagiersboten, ook wel riviercruiseschepen genoemd. Altijd heb ik tijdens mijn trainingen een kleine zakcamera aan mijn riem en steevast hoop ik van die mooie grote boten op de gevoelige plaat te kunnen vastleggen. Rennend door het Diemerpark wenste ik vandaag even niet zo’n schip tegen te komen omdat het nu niet goed uitkwam. IJdele hoop, want zodra de begroeiing had plaatsgemaakt voor het uitzicht over het water, gleed er zo’n fraaie slanke, witte schuit voorbij. Ik bedacht mij geen moment en griste mijn kleine Nikon uit zijn tasje. Het kostte mij wat moeite om het apparaatje in de actieve modus te krijgen, maar ik slaagde erin om al rennend één plaatje te schieten. Deze actie stimuleerde een dicht achter mij lopende renner hierover een praatje met mij aan te knopen. Ik vertelde dat dit type boten zich maar ongeveer 1 keer op de honderd vrachtschepen vertoont en dat het een kleine hobby van mij is geworden om ze op beeld te vangen.

Cruiseschip
Redelijk gelukt voor een “actiefoto”

Na dit intermezzo ging ik de bocht om naar het lange, rechte stuk langs het water dat ik al ontelbare keren in beide richtingen hollend heb afgelegd. Waaronder al drie keer eerder zo hard mogelijk tijdens mijn eerdere deelnames aan deze Nescioloop. Ik had er inmiddels ruim 8,5 km op zitten en ik probeerde mij, na het fotografeer-intermezzo, weer volledig te concentreren op het blijven volgen van de Phanosdame en de groep 1:15 daar iets voor. Hoewel ik gewend ben aan beide zijden van het kanaal heel veel lange, rechte stukken te trainen, merkte ik nu dat daarop langere tijd een hoog tempo vasthouden lastig is. Zeker na een al respectabel aantal kilometers. Kortere stukken met bochten en wendingen zijn psychologisch gezien tijdens een wedstrijd voor mij toch prettiger. Het ging wel door mij heen dat als ik twee-derde van de route het kon volhouden om in de buurt van de 1:15-pacer te blijven, ik dat ook de rest van de loop zou moeten kunnen. Mijn benen voelden nog niet echt moe aan, het was meer in de rest van mijn lijf en in mijn hoofd dat ik het lastig kreeg. Langzaam maar zeker moest ik mijn richtpunten nu laten lopen. Aan het einde van dit lange pad was dus de 11 km bereikt en ging het rechtsaf onder de brug door en met een venijnig klimmetje de Diemerzeedijk weer op.

Op de brug en de weg terug
Op de brug en de weg terug (foto: Babs Witteman)

Direct daarna de Nesciobrug terug omhoog, na een scherpe bocht van ongeveer 60 graden, was deze keer lastiger dan ik normaal tijdens trainingen gewend ben. En dat terwijl ik die hindernis toch geregeld aan het einde van een lange duurloop pleeg te nemen. Ook stond bovenop de brug de wind pal tegen en dat hakte er bij mij na al die inspanningen aardig in. Terwijl ik juist de brug ging bestijgen, zag ik de 1:15-groep bijna bovenop verder bij mij vandaan bewegen. Vooral in dit laatste deel van de race miste ik de informatie van mijn gps-horloge. Het wil weleens gebeuren dat je het gevoel hebt dat je bijna niet meer vooruit komt maar dat het klokje toch aangeeft dat je nog dezelfde uursnelheid hebt als eerder toen je je naar jouw idee nog soepeler voortbewoog. Onderaan de 860 meter lange brug was het nog precies 3 km naar de eindstreep. Bij zoveel mogelijk van de vrijwillige wegwijzers stak ik een duim omhoog om aan te geven dat ik hun inzet zeer waardeer. Zonder hen zijn er tenslotte geen trimlopen mogelijk. Juist terug op de Oosterringdijk haalde ik een lange dame in blauwe kleding in. Zij kwam al snel weer naast mij lopen en even later hoorde ik achter mij aan de klank van het ademen dat zich nog een vrouwspersoon bij ons had gevoegd. Dit leek mij wel een aardig triootje om gezamenlijk naar het einde van de rit te hollen. Maar helaas hield dit tijdelijke span niet lang stand. We mochten nu steil de dijk af om Sciencepark wederom op te rennen, daar waar ik een eindje ervoor mijn gedroomde groep had zien afdalen. De allerlaatste keer voor ik ze definitief uit het oog verloor. Ik liet mij eenvoudigweg naar beneden vallen en maakte mij daardoor los van de twee vrouwen. De kleinste van de twee dames nam echter een nauwe binnenbocht, stoof mij voorbij en ik had niet meer de kracht om aan te haken. De lange vrouw in het blauw had ons tweeën niet kunnen bijbenen.

Het lange rechte stuk over Sciencepark en daarna door de tunnel onder het spoor, die ik op de heenweg met speels gemak genomen had, leek nu extra lang en zwaar. Net de tunnel uitgekomen botste ik bijna tegen een onbeholpen fietsende moeder met kind achterop, omdat deze dame de aanwijzingen van de voor haar staande wegvrijwilliger niet goed begreep. Ik kon net op tijd inhouden, achter haar langs glippen maar een halfluid en welgemeend “stomme trut” kwam spontaan over mijn lippen. Het met een bocht naar links het sportpark opdraaien en de wetenschap dat ik aan de laatste kilometer kon beginnen, gaf mij nieuwe energie. De opmerking “dat ziet er nog soepel uit” van een langs het pad staande toeschouwer, werkte nog extra positief op mijn geestesgesteldheid. De plattegrond van deze editie had ik niet tot in de laatste details bestudeerd, dus ik wist niet precies via welke route ik de eindstreep zou bereiken. Ik ging uit van een parcours-einde van die kant gezien via het fietspad om de baan heen en via de hoofdingang erop en met een scherpe bocht naar rechts over de finish. Die aanname bleek niet te kloppen, want net als het jaar daarvoor werden we het eerste bruggetje linksaf aan de andere kant naar de baan geleid. Vorig jaar was het langs het atletiekcomplex, aan de achterkant door een zijhek naar binnen, direct de baan op en linksaf aan het einde van de bocht finishen.

Nu zag ik tot mijn ontzetting dat er nog een driekwart baanlengte diende te worden afgelegd voor de magische matten uiteindelijk uitsluitsel zouden geven over de behaalde tijd. Normaal gesproken wil je als loper altijd langer en verder lopen, maar na zo’n langdurige en flinke inspanning verlang je ook hevig naar het einde. Voor het clubgebouw zaten aan de rand van de baan twee heren aan een tafel de binnenkomst van de renners van “deskundig” commentaar te voorzien. Mijn startnummer, naam en woonplaats werden omgeroepen met de toevoeging: “die heeft het heel erg warm”. Helaas werd uit mijn achternaam een letter weggelaten waardoor hij verkeerd werd uitgesproken, en ik had geen signalen gegeven dat ik aan het overkoken zou zijn. Iedereen die 15 km op zijn hoogst mogelijke snelheid verhapstukt raakt natuurlijk enigszins bezweet en heeft een rood hoofd. maar ik had beslist niet het gevoel dat ik uit elkaar zou gaan knallen. Die sensatie overkomt mij vrijwel nooit, ik heb het niet zo gauw erg warm. Toch wel enigszins gebelgd door die foute opmerking, spoedde ik mij zo snel als nog mogelijk was naar de meet. Ik zag de klok net op 1:17:00 springen terwijl ik over de streep kwam. Daar zouden nog wel een paar tellen vanaf gaan omdat ik niet direct na het startschot over de matten kon gaan. Pas toen ik later thuis de officiële uitslag op internet kon bekijken bleek dat het er zelfs 19 waren. Met 1:16:41 had ik dus op gevoel een heel mooie tijd gescoord. Niet zo goed als tijdens mijn eerste twee optredens in 2012 en 2013 maar beter dan de 1:17:04 van vorig jaar. Die laatste tijd was overigens bij heel wat minder goede weersomstandigheden dan het zonnige weer van vandaag tot stand gekomen.

Het parcours in vogelvlucht
Het parcours in vogelvlucht

Ik werd direct na de finish staande gehouden om de chip van mijn schoen te laten knippen en van een jong meisje kreeg ik, net als iedere loper, een leuk aandenken in de vorm van een soort sleutelhanger. Daarna maar even een rondje over het gras aan de binnenkant van de baan gewandeld bij wijze van cooling down. Ineens zag ik langs de kant, voor de ingang vrouwlief staan, die toch duidelijk had aangekondigd niet naar mijn binnenkomen te zullen kijken. Zij zag mij ook en wenkte. Toen ik de baan was overgestoken en voor haar stond vroeg zij wat er aan de hand was en waarom ik niet aan het rennen was. “Maar ik ben al gefinisht, ze hebben zelfs mijn naam en woonplaats omgeroepen. Heb je dat dan niet gehoord?”. Dat had ze niet, ze had mij dus ook niet zien binnenkomen en dacht dat ik door een blessure of zoiets voortijdig was afgehaakt. Had ik daarvoor mijn beste beentje voorgezet!?! Ik was derhalve bij mijn ultieme inspanning ook niet op de gevoelige plaat vastgelegd. Wel had ze Janine over de streep zien komen, in naar later bleek een geweldige tijd van 1:10:14. Daarmee had ze gewoon haar prima tijd van twee jaar geleden met bijna 2 minuten verbeterd. Een groot respect is hier op zijn plaats. Ik sprak nog even met mijn sympathieke oud-clubgenoot Nils de Rijk die als gediplomeerd hardlooptrainer met zijn eigen toko (loopwijzer.net) enthousiast en zeer voortvarend aan de weg timmert. Hij beloonde mijn inspanningen met een beker lekkere thee, waarvoor nogmaals hartelijk dank. Kijk ook naar zijn leuke video-opnames van de loop. Ik ging daarna, nadat ik even schok omdat ik in de kleedkamer mijn tas niet direct kon vinden, als een tevreden loper richting huis. Daar legde ik direct mijn Garminpatiënt aan het infuus.

De gewonnen prijs
De gewonnen prijs

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

2 gedachten over “Nescioloop: rennen op gevoel

Voeg uw reactie toe

  1. Pingback: Rondje Mokum |

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports

%d bloggers liken dit: