Een natte boel in Amsterdam-Zuid

Vaak genoeg heb ik kunnen schrijven dat een negatieve weersvoorspelling voor de zondag gelukkig niet bleek te kloppen. Óf dat de weersomstandigheden in ieder geval erg meevielen. Bij de Olympisch Stadionloop in november, een week na de Twiskemolenloop, was het wel slecht en nat weer, precies zoals vooraf voorspeld werd. Na een voor mijn begrippen lange OV-reis naar de andere kant van de metropool, heb ik zelfs onder een viaduct van schoenen gewisseld op weg naar het stadion. Ik was bang dat mijn wedstrijdschoenen direct zouden vollopen door de fikse regenval van dat moment. En dat leek mij geen goed vooruitzicht, met natte voeten aan een trimloop beginnen. Gelukkig brachten mij stokoude, maar veel dichtere Reeboks, die ik altijd in de tas heb zitten voor na afloop, hier dus uitkomst.

Kletsnatte baan in het stadion
Kletsnatte baan in het stadion (foto: AV Phanos)

Het was al druk in het stadion en de loop bleek reeds bij de voorinschrijving volledig uitverkocht (2500 inschrijvers) te zijn. Ik liep over het middenterrein door het zeer soppige gras naar de tent aan de andere kant. Dat hadden velen vóór mij ook al gedaan, want het stuk atletiekbaan aldaar zag er behoorlijk modderig uit. Na enig rondkijken in de grote tent vond ik de startnummer-uitgifte en op mijn telefoon gelukkig ook vrij snel het benodigde startnummer in een mail van de organisatie. Die mail had ik dus niet goed gelezen bij binnenkomst. Kort sprak ik daar in die grote tent oud-collega Patrick, die ik ook na afloop bij het uitwandelen op de atletiekbaan in het stadion tegenkwam. Het startnummer op kleding bevestigen deed ik in de heel ruime en rustige toiletvoorzieningen onder de hoofdtribune en uiteraard maakte ik van die gelegenheid ook twee keer gebruik om de blaas te legen. Zittend bovenaan een stel trappen wisselde ik nogmaals van schoenen. En vanwege de nog steeds vallende, maar nu lichte regen deed ik aansluitend de opwarming op een overdekt ‘bordes’ dat onderdeel is van de tribune. Daar was, ondanks alle andere aanwezigen, zelfs ruimte genoeg om een paar rondjes te dribbelen.

De hoofdtribune en de tent op de achtergrond
De hoofdtribune en de tent op de achtergrond (foto: AV Phanos)

Daarna heb ik ook op de baan nog wat ingelopen en vervolgens mij aangesloten bij de meute die zich als startvak vóór de tent gevormd had. Ik stond ik ineens pal naast mijn eeuwige medestrijdster op de tegel Amsterdam-IJburg bij het Hardloopspel. Het was kort voor het starttijdstip, dus ik heb haar maar niet aangesproken. Iets wat ik overigens nog nooit gedaan heb. Dus ze zou wellicht vreemd hebben opgekeken als die man naast haar ineens tegen haar aan zou zijn gaan praten. Gelukkig was het inmiddels droog geworden. Er was nu een grote pluk blauwe lucht zichtbaar in het noorden, waar de luchtstroming vandaan kwam. Ik hoorde een andere loopster ergens naast mij zeggen dat zij de Buienradar nog had geraadpleegd en dat er het komende uur slechts twee kleine buitjes zouden gaan vallen. Dat klonk dus niet slecht. Ik heb vanaf de start geprobeerd mee te gaan in het kielzog van twee jongedames. Die was ik echter al voor het verlaten van het stadion, dus slechts enkele honderden meters verder, alweer kwijt in de drukte. Het was tenslotte ook een behoorlijk rennerspak dat zich over de baan naar de uitgangspoort voortbewoog.

Lang loperslint het stadion uit
Lang loperslint (ook op de achtergrond) het stadion uit (foto: AV Phanos)

Net voor die poort stond sympathieke oud-clubgenoot en hardlooptrainer Nils aan de linkerkant met zijn telefoon in de hoogte. Ogenschijnlijk om de meute te filmen. Ik riep naar hem en hij gaf een teken van leven in de vorm van een handgebaar terug. Ik was redelijk vlot vertrokken met 10.4 of 10.5 per uur. Na 1 km zag ik al een loper langs de kant staan plassen. Die had beter vooraf een extra toiletbezoek kunnen plegen. Hij kwam niet veel later trouwens behoorlijk vlot weer langs mij heen. Het was door het grote aantal deelnemers druk op de route. Derhalve was het belangrijk om goed op te letten waar ik liep, i.v.m. kuilen, plassen, paaltjes en drempels. Dit was geen loop om te proberen een snelle tijd neer te zetten, vanwege die drukte (969 binnenkomers op de 10 km) en alle bochten, plassen en alle genoemde obstakels. Onder de Ring A10 doorgekomen, liepen we ineens toe naar de Schoen of de Laars, het waarschijnlijk meest markante gebouw van de Amsterdamse Zuidas en het hoofdkantoor van een van de grote Nederlandse banken. Er lag heel veel water op dit pad, wat veelal slalommen om de plassen betekende. Ik had tenminste geen zin om er in te gaan stampen en natte voeten te krijgen. Daarna ging het langs bebouwing aan de oever van de Nieuwe Meer, een grote waterplas aan de noordkant van het Amsterdamse Bos. Al snel waren er lopers aan het wandelen of bewoog een loper zich trekkebenend tegen de stroom in.

Regen, regen, regen
Regen, regen, regen (foto: AV Phanos)

Eenmaal in het bos, kwamen we op smalle paden terecht. Een enthousiaste vrijwilligster wees ons gelukkig op het gevaarlijke paaltje in het midden bij het betreden van een houten bruggetje. Dat vanzelfsprekend net zo smal was als het pad op die plek. Op een halfverhard spoor aan de zijkant van het parcours zag ik een vriendin van Patrick van de andere kant komen. Zij was maar op eigen gelegenheid gaan lopen omdat zij zich niet meer kon na-inschrijven, zo begreep ik na afloop toen ik mijn voormalige collega weer even sprak. Vooral in het bosgedeelte lagen er ook heel veel plassen op de paden. Het was dus vooral een kwestie van steeds zo goed mogelijk vooruit kijken langs de andere lopers om die waterpoeltjes te kunnen ontwijken. Een loper stond stil aan de rechterkant en frommelde naar mijn idee zijn startnummer in zijn rugzakje. Dat was voor hem blijkbaar einde oefening. Er waren zoals net vermeld meerdere lopers aan het wandelen. Van één jongeman had ik het idee dat ik hem wel drie of vier keer passeerde. Vreemd genoeg had ik hem geen enkele keer tussendoor langs mij heen zien flitsen. We kwamen langs een klein huis in het bos en hadden meermaals uitzicht op het water van de Nieuwe Meer. Ook was er even een stuk weidegrond aan de rechterkant zichtbaar. Helemaal niet verkeerd dit stukje stadswoud.

Ik was in dit deel van het Amsterdamse Bos nog nooit eerder geweest en raakte daardoor enigermate gedesoriënteerd, met name toen de Bosbaan in beeld kwam. Bij bestudering van de routekaart, had ik gezien dat het parcours gewijzigd was t.o.v. twee jaar geleden. We gingen deze keer niet om die langwerpige roeivijver heen, maar bleven aan de noordkant ervan. Toch dacht ik enige tijd dat wij wel aan de zuidzijde liepen. Een vervelend, want smal en met plassen bezaaid, recht stuk kleipad langs het water leek eindeloos. Maar bleek later bij nameting maar een ruime kilometer lang te zijn. Ik hield steeds zoveel mogelijk het midden van dit vrij smalle pad, want de meeste plassen lagen aan de zijkanten. Dit ontlokte een loper die op een gegeven moment zich pal naast mij bevond, de opmerking dat óf de vrouw links vóór ons óf ik wat meer aan de rechterkant moest gaan lopen. Ik dacht bij mijzelf: ‘je zoekt het maar uit, want ik heb geen zin om voortdurend door die plassen te moeten dansen’. Het recht van de snelste geldt niet altijd en overal en ik bleef stoïcijns doorlopen waar ik liep. Soms was overigens de enige mogelijkheid om de berm ter linker- dan wel ter rechterzijde te kiezen. Uiteraard met het risico om in een onder het gras verborgen, diepere waterpartij te trappen. Gelukkig gebeurde mij dat niet. Het was niet verbazingwekkend dat ik hier mijn langzaamste kilometer liep en met 6:03 de enige boven de 6 minuten. Verder ging alleen kilometer nr. 8 in 6 minuten precies, de rest zat er allemaal ruim onder. Een gemiddelde van 10.24 per uur over de hele loop was gewoon netjes.

Toch bijzonder: finishen in het Olympisch Stadion
Toch bijzonder: finishen in het Olympisch Stadion (foto: AV Phanos)

Een in mijn beleving vervelend roepende man en vrouw achter mij, bleken de pacers voor een tijd van 60 minuten. Zij haalden mij in en ik klampte aan. Dat laatste kostte soms wel even moeite en moest ik af en toe een piepklein gaatje dichten. Het kon ook niet anders of zij liepen te hard in verhouding tot de beoogde eindtijd die zij op hun hesje en ballonnen hadden. Ik had namelijk alle kilometers tot dan op en vooral onder de 6 minuten gelopen en zij waren ook nog eens na mij over de startstreep gegaan. Dus het kon niet anders of zij liepen op een tijd onder het uur. Pas toen wij bij het Bosbaanpaviljoen aan het einde van het water kwamen, wist ik weer waar ik was en herkende ik de noordkant van het water. Het ging kort flink regenen. Mijn jasje had ik niet uit kunnen doen, vanwege de vervelend zwaaiende flessenhouder aan mijn riem. Mijn temperatuur was inmiddels zo opgelopen, dat ik dat wel gewild had. Dus nu kon ik het kledingstuk, dat ik steeds grotendeels open had gehad, mooi even dichtritsen. Mijn experiment met het verankeren van die waterdrager middels de al aanwezige infrastructuur van klittenband was niet zo’n succes gebleken. En al eerder had ik geoordeeld dat het niet handig was om in deze lopersdrukte en op dit vaak smalle parcours (met bijvoorbeeld 18 haakse bochten) eerst mijn jas uit te doen. Om direct daarna te proberen het klittenband los te maken zodat ik de fles en houder naar voren kon schuiven, waar ik er veel minder last van zou hebben. Ik had onderweg ook best een paar slokjes uit mijn fles willen nemen, want mijn keel voelde wat droog aan. Het leek mij echter verstandiger om de bidon rustig op zijn plaats te laten en dan maar pas na afloop mijn strottenhoofd te laven.

Pacers net vóór de meet
Pacers net vóór de meet (foto: AV Phanos)

Daar waar de meeste lopers een stukje afsneden in de bocht, volgden de beide pacers en ik keurig het asfalt en maakten zo wat meer meters. Als je inschrijft voor 10 km, moet je er ook 10 lopen, is mijn mening. De km-bordjes kwamen trouwens behoorlijk goed overeen met de signalen die mijn gps-horloge gaf. De mannelijke pacer beperkte zich vooral tot het tijdig roepen van alle obstakels op de route, de vrouw ging ook geregeld meer algemene communicatie met de directe volgers aan. Zo vroeg zij tijdens de 8ste km hoe het ging met de diverse lopers. De antwoorden die terugkwamen waren positief. Een eind verderop riep zij dat degenen die meer in zich hadden vooral de pacers voorbij moesten gaan. In de laatste kilometer vond ik die tijd gekomen en ging ik ervandoor. Een laatste brug over en om de noordzijde van het stadion heen naar de toegangspoort. Die laatste volle kilometer ging dan ook ineens in 5:28 minuten bij 10.98 km per uur. Een flink knauwende Amerikaanse vrouw stond net voor de ingang van het stadion ons lopers luidkeels aan te moedigen. Prima dat zij dat deed, maar ik kan heel slecht tegen die schelle, harde vrouwenstemmen uit De Nieuwe Wereld. En nog minder tegen dat knauwende accent, als ik eerlijk ben. Ik vind het wel altijd prettig als niemand mij in extremis nog voorbijstuift, iets dat ik zelf wel bij meerdere lopers deed. Toch flitste er één man op het allerlaatste moment langs mij. En ik ging nog wel met 14,4 per uur in de laatste 20 meter op die meet af! Het was mij al duidelijk dat ik dik onder de 60 minuten kon binnenkomen en een laatste blik op mijn Garmin nog net buiten het stadion, bevestigde die aanname reeds vroegtijdig. Juist over de tweede mat zette ik mijn tijdmeting stil en sloeg hem op, zonder verder nog bewust op het scherm naar het eindresultaat te kijken. In mijn beleving had ik er net iets meer dan 59 minuten voor nodig gehad. Ik was dan ook redelijk verbaasd toen ik later thuis de officiële eindtijd 58:41 minuten op mijn computer zag. Net wat beter dan ik in mijn hoofd had.

Rondje-Mokum-2017 medailles
Rondje-Mokum-2017 medailles (met rechts de ‘vreemde’ OSL-eend)

Na afloop hoorde ik iemand vermelden hoe indrukwekkend hij het gevonden had om in het Olympisch Stadion te finishen. Ik moet eerlijk bekennen dat, bij deze tweede keer, het mij niet echt is opgevallen. Ik was te druk bezig met zo hard mogelijk op de eindstreep af te gaan en al doende nog zoveel mogelijk medelopers voorbij te streven. Je zou bijna zeggen, ‘wat u niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’. Maar die vlieger gaat voor mij in dit geval niet op. Met het koude, natte weer zat er trouwens geen hond op de tribunes en de omstanders langs de kanten maakten niet meer lawaai dan ik doorgaans gewend ben mijn mijn kleinere loopjes. Dus een speciale stadionambiance heb ik niet beleefd op die dag. De medaille die ik kreeg uitgereikt, is op zich wel mooi, maar ik ben toch een beetje teleurgesteld dat het geen Rondje Mokumplak is. Zoals ik eerder wel ontving bij de andere drie lopen uit deze jaarlijkse, hoofdstedelijke serie. Ook werd ik niet echt enthousiast toen ik, overigens al daags na inschrijving, toevallig op de site van deze loop las dat het gratis herinneringsshirt waarop ik na deelname aan vier Rondje-Mokumlopen recht had, niet na afloop in het stadion te verkrijgen zou zijn. Maar pas een paar dagen later bij een Run2Day-winkel kon worden opgehaald. Dat shirt was nu net de voornaamste reden dat ik mij voor deze afsluitende loop had ingeschreven. Twee jaar geleden had ik zo’n shirt namelijk wel op de wedstrijddag te pakken. Toen ik het exemplaar van dit jaar naderhand ging afhalen, vertelde de verkoper dat de organisatie de shirts te laat had besteld en dat daardoor de enige mogelijkheid tot uitreiking die verlate uitreiking in het pand van de sponsor was.

Rondje-Mokumshirt 2017
Rondje-Mokumshirt 2017

Ik was ‘s-morgens thuis zo slim geweest om een lunchpakketje te maken. De start was namelijk om 12:00 uur. Een klein uur later zou ik binnen zijn, maar eer ik weer terug kon zijn op de thuisbasis was de middag al een paar uur oud. In mijn haast om weg te komen, liet ik mijn gesmeerde boterhammen echter in de koelkast liggen. Dat was dan weer even iets minder snugger. Gelukkig had ik wel twee mueslirepen en een banaan in mijn tas gestopt. Allemaal bedoeld om vooral te nuttigen zodat ik genoeg brandstof zou hebben om deze loop bij relatief lage temperaturen, goed te doorstaan. De repen maakte ik voor aanvang soldaat, de banaan stak ik bij mij om eventueel onderweg of na afloop de ergste trek alvast te stillen. Het stuk tropisch fruit was helaas maar gedeeltelijk eetbaar en dus was het wijs om zo snel mogelijk de thuisreis aan te vangen, regen of geen regen. Want inmiddels was er alweer het een en ander aan hemelwater aan het vallen. Voor ik onderweg kon gaan, moest ik in het stadion een wel heel smalle en erg steile trap beklimmen om de kleedruimtes te bereiken. Daarom prees ik mijzelf gelukkig dat ik slechts 10 km in de benen had en geen 21,1.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports

%d bloggers liken dit: