Cros-country met Kate en Knofje

Bij het lezen van de naam ‘Kate’ dienen wij al gauw de oversteek één plas naar het westen te  maken. Naar Groot-Brittannië wel te verstaan. Dan denk je waarschijnlijk direct aan Princess Kate (Middleton), maar dat is niet de dame waarop ik in de titel doel. Actrice Kate Winslet zou misschien als eerstvolgende bij de gemiddelde lezer kunnen opkomen. Die zie ik zeker graag op het scherm, maaris in dit geval ook niet de aangewezen dame! Zangeres Kate Bush dan, of, nog een watertje verder, de helaas veel te jong overleden helft van de McGarrigle-sisters wellicht? Nee, maar nu zijn wij qua bezigheid in ieder geval in de goede categorie aanbeland. Aangezien ik Kate Rusby bedoel. Een in Nederland nogal onbekende folkzangeres uit West-Yorkshire in Engeland, met de welluidende bijnaam ‘The Barnsley Nightingale’. In 2001 beschreef kwaliteitskrant The Guardian haar als ‘a superstar of the British acoustic scene’. De BBC-website voegde daar in 2007 ‘the first lady of young folkies’ aan toe. Zij is een van de weinige folkzangers die is genomineerd voor de Mercury Prize, een jaarlijkse muziekprijs voor het beste album uitgebracht in het Verenigd Koninkrijk door een Britse of Ierse ‘act’. Een beroemdheid in haar eigen land dus, al meerdere decennia actief en met bijvoorbeeld flink wat weergaven op YouTube. En om de vergelijking met de eerstgenoemde (Princess) Kate even terug te halen, je zou mevrouw Rusby best de koningin van het Britse, landelijke lied kunnen noemen. Ik hoorde haar muziek voor het eerst jaren geleden op een Amerikaans internetradiostation, genaamd Folk Alley. En was direct verkocht omdat ik haar stemgeluid heel bijzonder vind.

Diemerzeedijk richting het oosten

Voor ‘Knofje’ kan ik een heel stuk dichter bij huis blijven. Dat was een van de vele konijnen die wij in ons gezin hebben gehad, toen onze dochters nog jonge meiden waren. Dit huisdiertje had het uiterlijk van een duinkonijn en daarvan lopen er vele in het bij ons op steenworp afstand gelegen Diemerpark. De naam komt overigens, zoals de meeste andere dierennamen in ons gezin, van een figuurtje uit een kinderboek. Zo hokte Knofje samen met Pluk en hadden wij ook nog Iejoor, Rakker, Lars en vele andere jeugdliterair geïnspireerde huisdieren.

Knofje, half verstopt in het gras

Vanaf begin maart ben ik, zoals eerder gemeld, weer voorzichtig begonnen met hobbelen, of positiever verwoord, rennen. Ik heb daarbij, met bijna wekelijkse tussenpozen, vrij snel de afstanden opgebouwd van 1 km, via 1,6, 2, 3 en 4 naar 5 kilometers. De eerste drie keer was dat op het recreatiestrandje in het Diemerpark. De volgende vijf inspanningen vonden plaats in het direct tegen onze buurt aan geplakte wandelgebiedje. Daarbij voltrekken alle rennetjes zich op een zo zacht mogelijke ondergrond, teneinde de belasting van de zwakke rug zoveel als mogelijk te beperken. Om in dat wandelparkje aan meerdere kilometers te komen, moet ik dezelfde paden vaker belopen. En dus was ik kortgeleden toe aan een verandering van decor. Gelukkig kwam weer bovendrijven dat het Diemerpark, naast de gebaande wegen, voldoende sporen en zachte bermen kent om een eindje weegs te kunnen gaan.

Groen doorkijkje naar de wijk IJburg

Wat later dan de bedoeling was, ging ik van huis en vanwege dat gevorderde tijdstip bedacht ik dan maar eens geen muziek op de oren te zetten. Omdat dit extra handelingen en derhalve nog meer minuten in beslag zou nemen. Edoch, ik had een lied van Kate Rusby in mijn hoofd en verbond tenslotte toch maar de blauwtand-oortjes met de slimme telefoon. Ik ging per slot van rekening eerst een drietal kilometers wandelen en daarbij vind ik, net als bij het rennen, mooie muziek steevast heel fijn. Met een lijst nummers, maar niet specifiek hardloopstimulerende songs, van Mrs. Rusby actief, ging ik de deur uit. Ik had de juiste dag uitgekozen, want het was zowaar een droge en redelijk zonnige dinsdag. In het achterhoofd hield ik daarmee de mogelijkheid open om vier dagen later, des zondags, wederom de stoute schoenen aan te trekken. Tot nu toe zaten er steeds zes of zeven dagen tussen de renpartijen. Ergo in mijn hoofd ben ik inmiddels zover om de intensiteit iets verder op te voeren. Een paar keer al heb ik een 3-4-3-schema gehanteerd, vervolgens een 3-5-2 en nu werd het voor de tweede, opeenvolgende maal een 3-5-3. Voor de goede verstaander heb ik het dan over het aantal opeenvolgende kilometers wandelen-rennen-wandelen.

Bloemen-zeedijk

Het wandelen ging prima en Kate deed goed haar best om mij extra te stimuleren, met onder meer mijn favoriete song ‘Awkward Annie’. Ik kiende op goed geluk de wandelroute zodanig uit dat mijn horloge vrijwel op de plaats waar ik met hardlopen wilde starten, exact 3 km aangaf. Garmin staat daarbij overigens niet in de hardloopmodus maar op stand ‘Overig’, dat ik na het uploaden naar Garmin Connect in ‘Lopen’ verander. Als je half-om wandelt en rent, wil ik het nog niet puur hardlopen noemen. Aan het begin van de brede grasberm van de Diemerzeedijk, juist onderaan de Nesciobrug, kon ik mooi een paar rekoefeningen doen. En dan vervolgens direct het hazenpad kiezen. Dit deel van de dijk vormt als het ware de ruggengraat, de wervelkolom van het Diemerpark. Het stuk met bomen en waterpartijen en het pad langs het kanaal is dan het smallere ruggedeelte en de rest van het park aan de andere kant van de dijk, de dikke onderbuik en de bescheidener borstkas. Langs het brede asfaltpad op de Diemerzeedijk kan ik twee kilometers recht-zo-die-gaat rennen.

‘Hoge heuvel’

Ik besef dat ik met de kwalificatie ‘cross-country’, aangezien het hier een Amsterdams stadspark betreft, de grenzen van de dichterlijke vrijheid opzoek. Of zelfs flink overschrijd. Maar als je bij wijze van spreken af-en-toe over de Knofjes heen moet springen en het spoor soms om de ingangen van konijnenholen heen gaat, durf ik die kwalificatie wel voor mijn rekening te nemen. Bovendien ligt dit park zover uit het centrum van de hoofdstad (hemelsbreed ruim 6,5 km) en naar het oosten dat je al bijna van het platteland kunt spreken. En ik heb er bovendien wel eens een vos en een wezel gespot. Daarnaast allitereert het met al die k-klanken gewoon lekker en Kate’s muziek roept de landelijke sfeer allerwegen op. Dan heb ik de erehagen die de opschietende grassen en braamstruiken bij-tijd-en-wijle langs het genoemde hazenpaadje vormen nog niet eens genoemd. En het drietal roepende Koekoeken in de bomen aan de kanaalzijde evenmin. In mijn collectie bevindt zich geen Rusby-song over deze vogel, dus als ik op dat moment honderd procent toepasselijke muziek wilde horen, had ik dienen te stoppen, de telefoon tevoorschijn halen en ‘On hearing the first cuckoo in spring’ van klassiek componist Frederick Delius moeten activeren. Dat deed ik echter niet, want ik was juist lekker en redelijk vlot aan het lopen.

Diemerpark oostzijde

Al snel kwamen wel toepasselijke nummers als ‘High on a hill’, ‘Planets’, en ‘Blooming heather’ voorbij. En ‘The lark’. De leeuwerik behoort ongetwijfeld tot de 236 vogelsoorten die hier al eens gesignaleerd zijn. Ik heb er echter nog nooit bewust een gehoord of gezien en weet eerlijk gezegd alleen maar hoe hij/zij klinkt in de versie van de vioolpartij in Ralph Vaughan Williams’ ‘The lark ascending’. Kate’s uitvoering van de Kinks-song ‘The village green preservation society’ is er een die er wezen mag. Hier komt haar West-Yorkshire-accent volop naar voren als zij o.a. over ‘Donold Dock’ zingt. Normaal gesproken hoor ik bij voorkeur ‘The Queen’s English’, maar mevrouw Rusby laat haar accent heel charmant en daardoor prettig klinken. En dit nummer is ook nog eens een vlot deuntje, waarop het lekker doorhobbelen is. Waarbij ik direct moet opbiechten dat ik deze song helemaal niet kende en tot voor kort ook niet wist dat het een pennenvrucht van de gebroeders Davies en consorten betreft. Dat laatste is overigens niet zo vreemd, aangezien het in ons land, noch in het Verenigd Koninkrijk, ooit een hit is geweest.

Feitelijk gaat mijn epistel over twéé renpartijen door het Diemerpark. De eerste keer bleef ik keurig aan de buitenkant van het park langs de brede asfaltwegen in het bermgras rennen. Daarbij kwam ik ook pal langs de plek waar mijn wederopstanding als hardloper begon: het strandje. Bijna hobbelde ik eraan voorbij maar ik bedacht bijtijds dat ik toch echt even moest afdalen naar de waterlijn om tenminste één rondje over het zand mee te pakken. En zo geschiedde. Daarna werd het waarlijk voor korte tijd een ‘cross-country’ omdat er geen voor lopen geschikte grasberm direct langs het doorgaande pad aanwezig was. En dus zocht ik slalommend mijn weg tussen de konijnenholen door. Om aansluitend een stukje asfalt te pakken en een volgende grasberm aan te doen. Het lopen op asfalt, wat ik jarenlang en duizenden kilometers gedaan heb, voelt nu heel anders, onwennig en eigenlijk gewoon een beetje raar!

Strand

De eerste keer van de twee, hield ik het bij vijf kilometertjes. Die bevielen zo goed dat ik bij een volgende gelegenheid besloot er nog één aan vast te knopen. En wederom zorgde Kate Rusby voor de zeer gewaardeerde arbeidsvitaminen. In het tweede deel van het lange, rechte stuk op de Diemerzeedijk was de begroeiing hier en daar al zodanig omhoog geschoten dat ik de conclusie trok er een volgende maal niet meer zonder kleerscheuren door te kunnen. Zeker niet op dat stuk waar de braamstruiken het hazenpaadje reeds beginnen te infiltreren. Dientengevolge besloot ik aan de noordkant een eerder niet opgevolgde overweging nu uit te proberen. Juist vóór de afgebakende hondenuitlaatweide, waarop ik een viervoeter met begeleider signaleerde, stak ik het asfalt over naar het omhooglopende middengedeelte. Daar liep een van kleine steentjes voorzien, breed pad over de kruin van het park. Hier was ik werkelijk ‘High on a hill’ voor zover dat in het vlakke westen van ons land mogelijk is.

‘High on a hill’, midden in het Diemerpark

Eind mei was de zonkracht al aardig hoog, dus ik had mijn gezicht, onderarmen en knieën ingesmeerd met zonnebrandcrème. Ja, ook mijn knieën want ik droeg voor het eerst dit jaar een korte renbroek. En vanzelfsprekend een zonnepet en dito bril. Ik was op de helft van mijn beoogde 6km-ren en had er nog lekker de spat in. Al haalde ik heuveltje-op niet meer de snelheid (6:17 min/km) die ik twee kilometer eerder op het vlakke hazenpad nog wel had weten te ontwikkelen. Ik liep op een deel van het park waar ik nog nooit eerder was geweest. Want tot dan toe had ik mij vooral aan de verharde wegen gehouden. Kate’s fraaie klanken inspireerden nog immer en aangezien ik een drietal kilometers voor de boeg had, zocht ik al improviserend mijn pad. Op de hondenuitlaatplaats tegenover de ingang van de voetbalvelden, waar je zelden of nooit deze soort viervoeters ziet, sprongen de daar wel immer talrijke konijntjes vlak voor mijn voeten van het konijnenpaadje weg. Dit speelde zich af tijdens een extra lusje om de sportvelden, daarbij weer een stukje over voor mij onontgonnen terrein verhapstukkend. Het noopte mij uiteindelijk toch een dertigtal meters het asfalt te benutten. Waar ik in het verleden niet graag over hobbelende ondergrond ging, voelde ik mij nu op dat harde wegdek als een vreemde eend in de bijt. Het kan dus behoorlijk verkeren, of anders gesteld, verandering van spijs doet blijkbaar toch eten. Was ik kort daarvoor al eens oriënterend aan het schermwinkelen geweest naar gps-horloges en hardloopschoenen, overwoog ik toen om wellicht een paar trailschoenen aan te schaffen. Inmiddels heb ik wat dat laatste betreft de daad bij de gedachte gevoegd.

Genoeg bermen voor het rennen op een zachtere ondergrond

Kate bracht nog juweeltjes als ‘You belong to me’, ‘Moon shadow’ en ‘Wandering soul’ ten gehore. Het zeer toepasselijke ‘As I roved out’ haalde het helaas niet meer, aangezien de batterij van mijn rode blauwtand-oortjes vóór die tijd de geest had gegeven. Dat gaf wel mijn oren rust en ook de benen konden vanaf kilometer nummer negen (dus na 3 km wandelen en 6 km rennen) enigermate gaan recupereren tijdens de drie kilometer wandelpas richting de woonstede. Die ging in een zeer tevreden stemming want ik had het grootste aantal aaneengesloten kilometers sinds de DtD van 2019 rennend verhapstukt en dat ook nog eens gedaan in kilometertijden tussen de 6:17 en 7:00 minuten. Dat laatste is feitelijk niet echt belangrijk maar stemt desalniettemin tot extra tevredenheid. Een elfde Dam tot Damloop zie ik er zeker niet meer van komen maar ik ben wel weer lekker aan het lopen. En daar gaat het tenslotte om.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Running Benno

On🏃🏾‍♂️To Scania Zwolle Halve Marathon

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports

%d bloggers liken dit: