Het einddoel of de reis ?

Alweer geruime tijd geleden zag ik in een werkstuk van mijn jongste dochter over de befaamde Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway, een soortgelijke afbeelding met de onderstaande tekst. Het schijnt een beroemd citaat van hem te zijn, maar ik was het nog nooit eerder tegengekomen. Normaal gesproken ben ik geen aanhanger van het delen van dergelijke plaatjes met Engelstalige teksten omdat zo ongeveer iedereen dat doet op de sociale media. Dit is echter wel een zeer toepasselijke spreuk, die misschien bij vertaling naar onze mooie taal iets van zijn zeggingskracht verliest. Als ik toch een poging waag: ‘het is goed om een einddoel te hebben om naartoe te reizen, maar uiteindelijk is het de reis waar het om gaat’.

Hemingway-citaat over reizen

Ik moest er daags na mijn laatste hardloop-exercitie direct aan denken. Vorig jaar, op een prachtige, warme zaterdag begin oktober, had ik een reeds lang in mijn hoofd zittende route van Breukelen naar huis gelopen. In verhalende vorm heb ik daarover verslag gedaan in een eerdere blog. Als ik eenmaal een mooie, prettige of interessante route of loop heb ontdekt, maakt ik er graag een vast terugkerend item, oftewel een traditie van. Nu ging ik dus, omdat ik prettige herinneringen had aan deze ‘reis’, voor de tweede keer het lange traject langs het kanaal aanvallen. Met drie gordels om mijn middel, voorzien van twee flessen water, twee gelletjes (die ik toevallig kort daarvoor had aangeschaft in een starterspakket van AA-Drink) en een drietal Sultana-achtige pakjes vruchtenkoeken, ging ik met de trein naar Breukelen. Ja dat is de plaatsnaam waarvan de New-Yorkse wijk Brooklyn is afgeleid. Een piepkleine connectie met de New York-marathon dus. Oh ja, ik had ook nog een banaan en een pakje gesteriliseerde melk in de zakken van mijn renjas. Om vooraf te verorberen, zodat ik met voldoende brandstof in de tank van start ging.

Omdat ik vorig jaar bij, voor begin oktober, hoge temperaturen (ongeveer 21 graden) het eerste saaie stuk aan de westkant langs het Amsterdam-Rijnkanaal in de zon liep, en ik aan de andere kant van het water alleen maar door bomen omzoomde fietspaden en dus lekkere schaduw zag, was ik in het voorjaar al eens die kant op gefietst en had ik dit fietspad aan de oostkant verkend. Derhalve wandelde ik nu in Breukelen de brug over en zocht zo snel mogelijk de oever van het kanaal op, waar ik begon te lopen. Het zonnetje scheen en de temperatuur was alleszins redelijk. Wel moest ik mijzelf er vrij snel op attent maken dat ik begonnen was aan de ren waar ik zo naar had uitgekeken. Ik was wat betreft mijn bovenlichaam niet heel warm gekleed, eigenlijk berekend op iets hogere temperaturen. Maar in de zon was het prima uit te houden. Zodra ik de hoge bebouwing van Breukelen achter mij liet en op het pad onder de bomen terechtkwam, trok er ook een flink grote wolk voor de zon. De oostenwind was niet hard, maar eigenlijk best fris daar langs het water. Dat voelde ik wel, maar ik besloot er geen aandacht aan te besteden. Want aan deze zijde van het kanaal was het een en ander te zien en te genieten. Meer dan aan de westkant waar je langs een saaie, rechte weg, ingeklemd tussen het kanaal en de spoorlijn op het fietspad liep.

Kanaaldijk-Oost bij Breukelen
Kanaaldijk-Oost bij Breukelen

Iedere hardloper kent dat gevoel: rennen gaat het lekkerst op de momenten dat je nog fit bent en geen last hebt van vermoeidheid, verzuring of pijn. Maar als je een bepaald einddoel wilt bereiken moet je soms afzien of pijn lijden. Als je dat dan hebt bereikt, ben je daar weer blij mee, onthoud je dat en vergeet je de geleden pijn, het afzien of de ontberingen. De reis heeft je dan je einddoel doen bereiken en wordt in je herinnering mooier dan hij in werkelijkheid was.

Eerst een stukje bos met aan het einde een soort parkje, daarna een klein weiland met een boerderij. Mooi groen en heerlijk rustig, ik kwam alleen een enkele wandelaar of fietser tegen en had bewust een kalme tred van net onder de 10 per uur, omdat ik nog een eindje moest. Jammer dat die zon achter de wolken hing en ik had toch een beetje spijt dat ik niet die wat dikkere rentrui droeg, die ik vooraf gedacht had aan te trekken. Ik verlangde zowaar naar de zon en de warmte die ik vorig jaar aan de overzijde had ondergaan. Een nadeel van dit traject is dat, zodra ik mijn eigen huis verlaat, ik geen legale mogelijkheid meer heb om mijn blaas te legen. Tenzij ik een tussenstop zou maken op Amsterdam Amstel, waar de spoorwegen als enige station op mijn rit openbare toiletten aanbiedt. Dat zou mij een half uur vertraging hebben opgeleverd omdat mijn bestemmingshalte maar twee keer per uur wordt aangedaan. Ik had in Breukelen dus al een keer misbruik moeten maken van een rustig gelegen bosschage aan een fietspad langs het water. Ik weet dat dit bij de wet verboden is, en ook niet netjes maar ruim 23 km gaan hollen met een volle blaas is voor mij geen optie. En sowieso is mijn overactieve blaas mij altijd de baas.

Van te voren had ik al bedacht om, net als een jaar eerder, om mijzelf niet overhoop te lopen, na iedere 5 km 500 meter te wandelen. Dat werd de eerste keer ongeveer 350 meter eerder omdat mijn blaas zich alweer liet gelden en ik mij toen nog op een stil stuk zonder andere fietspadgebruikers bevond. Deze keer moest één boom het ontgelden en gelukkig liet mijn blaas mij daarna verder met rust. Omdat ik toch al gestopt was, besloot ik de meters tot het 5 km-punt dan maar meteen te wandelen. Het werd nog wat frisser maar ik wilde toch mijn renjas om mijn middel laten. Het lopen ging redelijk maar niet overdreven soepel. Ik had ook wel een risico genomen door 6 dagen na de loodzware Dam tot Damloop dit lange avontuur aan te gaan. Het was echter wat weer betreft zo’n mooie zaterdag (wie weet voorlopig wel de laatste?) en ik wilde deze tocht zo graag maken. Omdat ik een half jaar eerder daar al voorgefietst had, wist ik dat ik door het gehucht Kerklaan moet steken om bij de oprit van de Loenerslootsebrug te komen. De woonstraat waarover ik rende heette ook Kerklaan. Er was alleen geen kerk te bekennen. Wel een schoolgebouw aan de ene kant en een oude boerderij aan het andere einde.

Hoewel ik daar toch aardig in getraind ben, viel het brugop-rennen helemaal niet mee. Ik was dan ook blij dat ik bijna aan het andere einde, rustig stappend de lange metalen trap naar beneden kon nemen. Deze bracht mij weer terug naar de westzijde van het lange water. Hier ging ik voort op een zeer stille B-weg, waarop slechts een enkele auto en een paar wielrenners mij tegemoet kwamen. Ik zag weer de kasteeltoren tussen de bomen en prentte goed in mijn hoofd dat de plaats waar deze stond vlak bij de brug was. Dat zou ik thuis gaan nazoeken. Het bleek Loenersloot te zijn, logisch zo vlak bij de gelijknamige brug. Nu nog een korte tijd lopend vlak langs de spoorlijn, zag ik daarop achtereenvolgens een Duits ICE-treinstel (niet zo vreemd richting het oosten), een Thalys (die gaan toch alleen van Amsterdam naar het zuiden?) en een oude, bordeauxrode Hondenkop. Een type dat ik al jaren niet meer gezien had en waarvan ik dacht dat het alleen nog in het Spoorwegmuseum te bewonderen zou zijn. Over iets minder dan 3 km mocht ik weer een stukje wandelen en ik maakte mijzelf vocaal duidelijk dat ik nu aan het doen was, wat ik zo graag deed: eindenweg rennen. Maar voelde het ook zo? Was ik wel bezig met de reis waarop ik mij zo verheugd had en waaraan ik zulke goede herinneringen had? Ik ging tegen mijn gewoonte in aan de rechterkant van de weg lopen, omdat daar een beetje zon was. Ik vond het nog steeds ietwat aan de frisse kant. Gewoon stug doorlopen, dan komt dat 10 km-punt vanzelf.

Kanaalweg lang en recht
Kanaalweg, lang en recht

Bij mijn favoriete trimlopen, zoals de Twiskemolenloop en de Geinloop, neem ik mij vooraf altijd voor om alleen maar te gaan genieten van het mooie parcours en van het lopen zelf. Als ik dan eenmaal bezig ben, ga ik toch harder lopen dan ik van plan was, worden mijn snelheid en tijd ondanks mijn goede voornemens vaak belangrijker dan het genieten. En ik ben dan meestal erg blij met mijn eindresultaten, speciaal bij nieuwe persoonlijke records. Het einddoel overschaduwt dan toch het belang van de reis.

Via een man, die stond mee te kijken toen ik laatst een passagiersboot aan het fotograferen was, kwam ik achter het bestaan van een website waarop je precies de locatie van iedere boot op de wereld kunt achterhalen en volgen. Vergelijkbaar met sites als Flightradar24, waarop je vliegtuigen kunt volgen. Zelf bedacht ik later dat er dan ook wel apps moesten zijn met dezelfde informatie over schepen. Een hobby van mij is, zoals ik al vaker vermeld heb in mijn blogs, het aanleggen van een verzameling met zelfgemaakte foto’s van, liefst luxe, riviercruiseschepen. Ik had de bewuste website en de gedownloade app uiteraard voor mijn vertrek van huis goed bestudeerd en er waren op dat moment geen doelschepen onderweg op het deel van het kanaal waar ik actief was. Dus hoefde ik niet steeds over het water te turen, een ontspannen gevoel. Maar ja, er zal toch maar net zo’n indrukwekkende boot in volle glorie langsvaren. Die wil ik dan wel vastleggen voor in mijn archief. Dus hield ik de waterweg wel goed in de gaten. Dat is voor mij een soort tweede natuur geworden. Dus werd ik een beetje nerveus toen ik langs het enige gedeelte op het hele traject liep, waar een beboomd stukje het water aan mijn zicht onttrok. Zou daar niet net één van mijn doelwitten langsvaren terwijl ik dat niet kon zien, laat staan fotograferen? Zag ik door de bomen heen een cruiseschip? Gelukkig was dat niet het geval en kon ik onbekommerd verder. Ongeveer ter hoogte van dat bosje lag een stel koeien op precies dezelfde wijze bij een hek in het weiland als ik waar ze een jaar eerder daar had achtergelaten.

Niet veel later had ik de 10 kilometers voltooid en kon ik even wandelen. Het was nu tijd voor het eerste gelletje ooit in mijn hardloopcarrière. Omdat het consumeren ervan voor mij dus nieuw was, leek het mij het verstandigst dit al wandelend te doen. Als de zoete en plakkerige dikke drap beviel, kon ik het andere exemplaar later rennend wegwerken. Meteen een soort training in deze vaardigheid. Omdat ik nog niet halverwege mijn reis was en pas 3 km van het langste stuk van 9 km tussen de Loenerslootsebrug en Driemond had afgelegd, at ik er maar direct een Sultana achteraan. Voor ik dat driedelige ding naar binnen had kunnen werken, waren de 500 meters afweer voorbij en moest ik weer in de hoeven. Ik kwam nu in de buurt van de drie boerderijen die daar zo mooi net achter de dijk en tegen de weilanden aan liggen. Er leek daar ook weinig veranderd. Een kind sprong rond op een ronde trampoline en een vrij groot persoon (een tiener?) zat op een schommel. Ik moest door, want pas bij 15,5 km mocht ik weer even gas terugnemen. Dan zou ik Driemond nog net niet bereikt hebben, maar dat was van later zorg. Ook een lange hardloopreis moet je soms in etappes afwerken en derhalve als zodanig benaderen.

Van de Dam tot Damloop weet ik het zeker, daar is het einddoel voor mij de hoofdzaak. Het kunnen laten zien van de medaille en de wetenschap en het besef dat ik weer een keer deelgenoot ben geweest aan het grootste sport- en hardloopfeest ter wereld, daar draait het om. Van de DtD-reis vind ik toch maar een paar stukjes echt leuk en bijzonder. Zoals de IJtunnel en de Dam in Zaandam.

Eerst kwam Fort Nigtevecht eraan, op 12,5 km. Het dijkhuisje dat er vlak voor stond is altijd een keerpunt bij de twee langste afstanden van de Geinloop. Een kilometer daarvoor was ik ongeveer op de helft van mijn tocht en reeds 75 minuten aan het rennen. En daarbij al 2,5 uur van huis. Het stukje voor het fort zou ik onder de bomen vandaan komen en ik dacht dat mij daar aan het zonnetje wat te kunnen warmen. Toen die warmtegevende lichtbol net op dit moment achter wat wolken schuilging, vond ik het genoeg en deed ik mijn jasje aan. Als je het net niet echt koud maar ook niet lekker warm hebt, loopt het toch een stukje minder prettig dan wanneer het gewoon lekker aanvoelt. Meters verderop ging de smalle weg per slot van rekening weer terug onder de bomen en kwam er van opwarmen voor zeker niets meer. Ik ging daarom maar verder met het verhapstukken van het resterende deel van de aangebroken Sultana, dat ik nog in mijn heuptasje bewaard had.

Het lopen ging niet super, al waren de benen nog niet echt moe of verzuurd. Toch naderde ik Driemond zonder al te veel moeite en besloot ik door te gaan tot ik de bebouwde kom bereikt had. Dat was toen mijn horloge 15,9 km aangaf. Door die woonstraat was het toch niet lekker rennen en dus kwam het goed uit dat ik het in gewone pas kon doen. Mijn plan was toen eigenlijk om een bankje in de zon op te zoeken en daar korte tijd op plaats te nemen. Het straatmeubilair dat ik in gedachten had lag nu echter niet op mijn route en daarom wandelde ik door, over een brug weer richting het kanaal voor het vervolg van mijn traject. Daarvoor had ik overigens wel verschillende mogelijkheden ten aanzien van dit scharnierpunt op de route overwogen. Opties om de reis te bekorten dan wel af te breken, wel te verstaan. Zo was de meest drastische keuze om net aan de andere kant van de Weesperbrug de bus te nemen naar station Weesp en daar de trein naar huis. Ook kon ik die 3,5 km hardlopend dan wel wandelend overbruggen. De bus was eigenlijk al afgevallen omdat deze op zaterdag maar eenmaal per uur reed en dat tijdstip al was gepasseerd. Ook naar en door Weesp rennen, dan wel wandelen sprak mij niet echt aan en de noodzaak was nog niet werkelijk aanwezig. Ik koos de allerlaatste mogelijkheid: doorrennen langs het kanaal richting huis met de eventuele ultieme ontsnappingsroute: via de spoorbrug ruim 2 km verder alsnog richting station Weesp afbuigen.

Er zullen er vast wel zijn, maar de meeste hardlopers die zich inschrijven voor een marathon doen dat zeker niet omdat ze zo graag die 42,2 km willen hollen. Nee, ze willen voor zichzelf en voor anderen bewijzen dat ze dat aankunnen, zo´n monstertocht. Het is natuurlijk ook niet niks als je een medaille van pakweg de marathon van Amsterdam, Rotterdam, of nog mooier die van London, Berlin of New York kunt laten zien. Hier telt echt het einddoel en niet de reis want die is volgens mij heus geen pretje.

Ik wist dat er, eenmaal terug bij het kanaal, een bankje langs het fietspad moest staan. Alleen had ik gedacht dat de zon erop zou schijnen. Dus liet ik die rustplek in de frisse schaduw maar links in het gras staan en wandelde weer verder. Na 500 meter kuieren stopte ik even en deed al staande een paar beenstrekkingen. Even pas op de plaats maken zorgde al voor een beetje rust voor mijn benen. Ik besloot 100 meter extra te wandelen zodat ik bij 16,5 km weer verder ging rennen. Tijd om al hardlopend mijn tweede gel te consumeren. Dat ging zonder problemen maar je houdt, als je klaar bent, alleen zo’n kleverige verpakking over. En ietwat plakkerige handen. Daar bracht de waterfles, die ik toch nodig had om de zaak weg te spoelen, gelukkig uitkomst. De volgende keer zal ik wel een boterhamzakje in mijn heuptasje meenemen om het geheel in te verpakken. Intussen naderde ik de Muiderspoorbrug en zag ik op het water een beeld dat mij bekoorde. Er kwam, nog aan de andere kant van de brug, een passagiersboot aan vanuit de richting Amsterdam. Ik rende rustig door tot het schip dicht genoeg in mijn buurt kwam, stopte op de meest geschikte plek en haalde snel mijn pocketcamera tevoorschijn om zoveel mogelijk plaatjes te kunnen schieten. De Nederlandse Poseidon is weliswaar geen supergrote of -mooie boot, maar dat maakte mij niet uit. Toen ik mijn camera weer stond op te bergen zei een wielrenster mij gedag en dat is altijd leuk.

De Poseidon onder de Muiderspoorbrug
De Poseidon onder de Muiderspoorbrug

Na deze niet-geplande maar welkome rustpauze, vond ik dat ik de reis wel volgens zijn oorspronkelijk uitgedachte traject kon voltooien. Ik ging derhalve niet gebruikmaken van de spoorbrug. 18,5 km had ik inmiddels voltooid en die 5000 resterende meters konden er ook nog wel bij. Waar ik mij nu bevond, kan ik het wel dromen en 3 km verder mocht ik nog voor de laatste keer een stukje wandelen. 1500 meter later bedacht ik dat het handiger zou zijn dat rustpunt een kilometer te vervroegen. Nog voor ik dat punt bereikte, herkende ik een eindje voor mij het silhouet van mijn vrouw op de fiets. Zij kwam mijn kant uit gereden om mij op te vangen en tijdens het laatste stukje te begeleiden. Van wandelen kwam niets meer, want nauwelijks hadden wij elkaar bereikt of ik zag iets voor ons op het water weer een cruiseschip. En wat voor een!! Wat mij betreft een boot van de buitencategorie. Dus snelde ik voort om op een gunstige plek mijn plaatjes te schieten. Dat werd pal bij de Diem, een plaats waar ik al vaker passagiersschepen had vereeuwigd. Niet alleen het uiterlijk van het vaartuig en de lichtomstandigheden zijn van belang om een mooie foto te maken maar uiteraard ook het decor waarin de boot wordt vastgelegd.

Een boot van de buitencategorie
Avalon Impression, een boot van de buitencategorie

Het laatste deel van mijn reis, 2,5 km om precies te zijn, ging zonder noemenswaardige problemen maar ook zonder verdere gedenkwaardige momenten. Behalve de glimlach van een jonge wielrenster die mij een ultieme opkikker gaf voor dat laatste stukje. En het viel mij op dat dit stuk fietspad richting de gemeentegrens van Amsterdam, vele malen drukker was dan de hele voorgaande ruim 20 km bij elkaar. Toegegeven, het is ook het enige deel dat direct langs een grotere woonwijk ligt. Vooral de vele, hard voorbijscheurende brommers trokken negatief de aandacht. Mijn ervaring is dat hoe dichter bij de grote stad, hoe meer van die krengen je tegenkomt. Daaruit zou je de voorzichtige conclusie kunnen trekken dat stadsmensen luier zijn dan hun buren in meer landelijke gebieden. Op het hele traject tussen Breukelen en Diemen had ik er volgens mij welgeteld één gezien. Na het stopzetten van mijn gps-horloge stond ik nog even bij te komen en uit te blazen. Mijn vrouw raakte intussen met een bekende aan de praat. Ik nam daarop mijn gewoonlijke uitwandelpad, dat mij met een omweg naar huis bracht. Een hardloopreis kan nog zo lang en mooi zijn, uiteindelijk wil je toch naar je definitieve doel, je eigen thuis. Of: al bedenk je nog zulke einden weg om te gaan rennen, uiteindelijk je ren je weer zo snel mogelijk naar huis. Behoorlijk moe kwam ik daar aan, maar wel zeer tevreden dat het eindresultaat was dat ik de hele reis had kunnen voltooien. Hij werd er zelfs al een beetje mooier door. En ik begon eigenlijk meteen met het maken van plannen voor een volgende tocht.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Een gedachte over “Het einddoel of de reis ?

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports

%d bloggers liken dit: