Waterdoop op het strand

Zoals ik reeds meerdere malen heb vermeld, wilde ik altijd al graag op het strand hardlopen, maar het kwam er tot nu toe nooit van. Ineens was er toch die mogelijkheid omdat ik met een team van mijn werk kon meedoen aan de Zandvoort Circuitrun. Dit is een landelijk bekende 12 km-loop die voert over het circuit, over het strand en door het dorp Zandvoort. Deze run heeft een zodanige omvang dat de Nederlandse Spoorwegen er op de wedstrijddag extra treinen voor inzetten. Ik nam op station Amsterdam-Centraal dan ook plaats in een extra lange trein, die mij en vele andere hardlopers naar de kust zou brengen. Een leuke bijkomstigheid was dat je op deze laatste zondag van de Boekenweek de hele dag gratis mocht reizen op vertoon van het Boekenweekgeschenk. Dus kon ik niet alleen op kosten van mijn werkgever deelnemen aan een mooie trimloop, maar ook nog voor nop ernaartoe vervoerd worden. Omdat ik vrijwel helemaal voorin was gaan zitten, is het in eerste instantie erg rustig in dat treinstel. Pas bij Haarlem Spaarnwoude stroomt de coupé vol met lopers, die blijkbaar daar hun auto’s geparkeerd hebben. Er zitten vooral veel vrouwelijke renners bij elkaar. Één daarvan klaagt over de slechte kwaliteit van het herinneringsshirt dat zij al per post heeft ontvangen: ‘Zeker uit China, er staat geen merk op, het is rommel’. De dames hebben het voornamelijk over renkleding, iets dat ze zelf ook constateren en zijn helemaal gefixeerd op dure merken. Ik zal ze maar niet vertellen wat mijn favoriete hardloopkledingwinkel is en wat voor ´vodden´ ik allemaal aan heb op dat moment.

Gewoon een mooi shirt
Gewoon een mooi shirt

In Zandvoort ben ik snel naar het circuit gelopen. Het is aan de kust beduidend minder warm dan in de omgeving Amsterdam en halverwege begint het te spetteren. Er vallen steeds meer en grotere druppels. Gelukkig heb ik een goedkope poncho in een van de achterzakken van mijn (wiel-)renjas. Voor ik mijn bestemming bereik, heb ik die ook echt nodig want het regent even flink door. Net op het circuitterrein loop ik de organisator van het team, collega Patrick en een andere mederenner tegen het lijf. Mooi, als ik hen volg, dan weet ik waar ik heen moet. Ik ben hier tenslotte niet eerder geweest en het is een groot en druk evenement op een dito locatie. Omdat we een businessteam zijn, delen we, met een paar andere teams, een pitsbox als kleed- en verblijfsruimte. Het is weliswaar een koude garage, maar we kunnen hier even zitten en de tas achterlaten. Aan de andere kant van het terrein wordt bij een snelle, rode auto een teamfoto van ons gemaakt.

De start vind plaats vanuit de pitsstraat. Als we daar staan te wachten komt de boenkeboenk-muziek zodanig hard en dreunend uit de spiekers dat mijn borstkas er van resoneert en het lijkt alsof mijn hartslagfrequentie al diep in het rood zit. Als waren we racewagens draaien we vanuit die pitsstraat het circuit op. Vanaf het begin is het asfalt hartstikke schuin, terwijl ik juist van recht wegdek houd. Dat holt voor mijn gevoel dus niet heel lekker. Ik loop in een rustig tempo twee collega’s voorbij, waarbij ik vooral op mijn hartslag let. Want die wil ik zo lang mogelijk laag houden. Dat lukt niet echt geweldig, mede omdat het terrein voortdurend op-en-neer golft. Ik kijk naar de lopers om mij heen. Zoals altijd zijn ze van diverse pluimage, van soepele lopers tot mensen bij wie het allemaal zeer moeizaam oogt. Dat maakt uiteraard niets uit, iedereen loopt hier voor zijn of haar plezier en met het doel de eindstreep te halen. Ook de rechts-inhalers en de tussendoorkruipers ontbreken traditiegetrouw niet. Ik probeer mijn verbazing en ergernis daarover te relativeren.

Routekaart Zandvoort Circuitrun
Alleen al door het blauw en groen van de zee een fraai plaatje

Mijn kilometertijden schommelen iets boven de 6 minuten en mijn hartslag stijgt langzaam maar gestaag. Ik blijf op dit relatief makkelijke stuk van het parcours de snelheid van iets onder de 10 per uur handhaven, want ik weet dat het later nog zwaar wordt op het strand en dat de finish nog ver is. Terwijl we naar de uitgang rennen, bedenk ik dat ik dit stuk nog twee keer moet afleggen, rennend naar de eindstreep en wandelend terug naar het station. Rechtsaf gaat de stoet het denkbeeldige hek uit en even later linksaf naar de boulevard en het strand. Ik ben al ruim anderhalf uur in Zandvoort, maar ik heb op strand en zee nog geen blik kunnen werpen. Daar komen ze nu dan eindelijk in beeld. Ik moet mij echter concentreren op waar ik loop, door alle renners om mij heen en door de wisselende bestrating.

Op de racebaan
Op de racebaan

Naar beneden de strand-opgang af is het nog makkelijk, maar zodra de verharde ondergrond ophoudt, is er niets dan mul, mul en nog eens mul zand. Ik volg de renners voor mij naar de waterlijn, waar zowaar nog een streepje vlak zand zichtbaar is. In ganzenmars gaat het daar overheen. Soms is dat vlakke stukje al weg door de opdringende golven. De zee heeft zijn vloedbeweging het strand op al bijna voltooid. Dat had ik een dag eerder wel al gelezen op de website van deze loop, maar naïef als ik was op het gebied van strandrennen had ik mijn debuut in het zand toch iets anders voorgesteld. Geregeld zijn er onverlaten die aan de rechterkant door het water stampen en daarbij flink onze kant uit spetteren. Ik kijk naar links over het strand en meen wat hogerop richting de strandtenten een redelijk vlak stuk zand te bespeuren. Dus baan ik mij schuin een weg die kant op. De schijn heeft mij aardig bedrogen, want het zand is ook daar gewoon behoorlijk mul. Ik probeer het in een wielspoor maar ook dat biedt niet veel soelaas. Ploeteren en zwoegen, zwoegen, zwoegen is het enige dat rest. Toch maar weer terug naar de vloedlijn, waar ik in het prettige kielzog van een goedgeklede jongedame terechtkom. Zij heeft precies de goede snelheid en ik was graag achter haar blijven plakken, maar op een gegeven moment, ga ik haar toch voorbij. Ineens is daar een flinke golf waar ik niet anders dan middenin kan stappen. Mijn schoenen en sokken zijn prompt kletsnat, mijn voeten voelen ineens koud. Ik roep luid voor mij uit: ‘soppen’. Ik was achteraf gezien daarom erg blij dat ik mijn ouwe trouwe Cumulus 11 aan mijn voeten had en niet een van mijn gangbare paren hardloopschoenen.

Teamfoto
Die rode bolide is uiteraard de snelste

Een kort praatje met een passerende medeloper, brengt wat afleiding bij het ploeteren door het zand, als ik wederom een hoger gelegen stuk heb opgezocht.. We hebben het erover dat we bijna bij de opgang zijn en dat het dus al goed opschiet met dit loodzware middendeel van deze loop. Mijn hartslag loopt verder op. Bij een waarde van 175 ga ik wandelen, spreek ik met mezelf af. Maar als het zover is, doe ik dat uiteraard niet, want ik wil niet capituleren voor die zandbak. Mijn collega Patrick komt voorbij en groet mij. Ik kijk af en toe naar de bebouwing om mij te oriënteren op waar ik ben. Het flatgebouw van het Palace Hotel en het Casino zie ik bewust, de aloude watertoren heb ik niet kunnen registreren. Waar is het einde van die helse ruim 2 kilometer lange vuurproef? Ik blijf meer hobbelen dan rennen en verder zwoegen. Geen enkel moment kan ik naar de mooie rustgevende zee kijken, die ik nota bene zo graag aanschouw. Vóór mij zie ik de stroom lopers dwars over het strand naar de opgang gaan. Collega Patrick komt weer in mijn vizier en ik roep even later naar hem: ‘je gaat zo stuk’. Want hij had van te voren verteld dat hem dat altijd overkomt op dat steile stuk van het strand omhoog naar de bewoonde wereld. Ik vind aansluiting bij mijn collega door een beetje aan te zetten, kom naast hem lopen en zeg dat ik hem naar boven zal slepen. Zowaar kan ik naar boven een beetje versnellen.

Daar aangekomen is mijn hartslag echter wel 180 en ik ben blij dat ik de teugels kan laten vieren op de rechte en verharde weg. Mijn rikketik gaat gelukkig snel terug naar 160 slagen per minuut. Dat is een goed teken. Ik klets wat met mijn collega en wij komen, net voorbij het 8 km-punt, bij een drankpost. Patrick stopt om iets te drinken en ik ga door, terwijl ik zeg dat hij mij wel weer inhaalt. Aan mijn gordel hangt niet voor niets mijn waterfles met lauw water. Mijn maag houdt niet van koud drinken, zeker niet tijdens het rennen. Het zeewater lijkt inmiddels alweer uit mijn schoenen verdwenen te zijn, want ik voel geen koude nattigheid meer. Patrick komt snel weer langszij en we lopen, in de luwte van de huizen rustig verder. De twee volle kilometers op het strand en die direct daarna duurden voor mij ieder bijna 1,30 minuten langer dan de vijf km in de aanloop ernaartoe. Dus leek het mij lastig om mijn streeftijd van 1:15 uur te halen en zelfs 1:20 kwam in mijn beleving al in het gedrang. ´Onder de 1:25 proberen te blijven dan maar? Dit alles bespreek ik met mijn mederenner, die daar niet heel veel op te zeggen heeft. Sowieso voer ik meer het woord dan hij. Achteraf hoor ik van hem dat het zijn tactiek is op dit deel te herstellen om later in de race weer te kunnen aanzetten. Even verderop buigen we naar links en meteen naar rechts de boulevard op. Nu kan ik eindelijk even naar de zee turen. De onmiskenbare geur van een viskraam komt in onze neuzen. Die odeur hoort voor mij bij deze badplaats en ik heb er absoluut geen last van. Plotseling steekt er vlak voor ons een toeschouwer de weg over. Hij had een blik in zijn ogen alsof hij heel snel naar een renner ergens achter toe moest. Bij het Casino passeren wij net twee lopers met de naam van dat etablissement op hun shirt. Ik grap dat zij hier klaar zijn en dus kunnen stoppen met rennen. De ene persoon geeft wel een vaag antwoord, maar wat hij gezegd heeft, is mij eerlijk gezegd niet bijgebleven.

In volle spurt naar de eindstreep
In volle spurt naar de eindstreep

In het centrum verzucht ik dat ik hier veel te lang niet ben geweest. Zandvoort is qua bebouwing weliswaar geen heel fraaie plaats, maar hier liggen voor mij als kind van de streek mooie jeugdherinneringen. Als de straten iets naar beneden of omhoog gaan, ben ik sneller dan mijn collega, maar ik houd een beetje in om op hem te wachten. Het is mijn intentie om samen met Patrick over de meet te gaan. In het dorp heerst iets van een Dam tot Dam-sfeer met veel en enthousiast publiek en luide muziek. In de Haltestraat, dé winkelstraat van Zandvoort, zit een flink aantal spinners in een lange rij direct aan de weg op de sportschoolfiets. Als wij er langskomen maak ik opwaartse armbewegingen om ze te stimuleren ons aan te moedigen. Dat helpt want er stijgt een luid gejoel op. Een enkel kind neemt met graagte een lage vijf in ontvangst. Bij het station horen wij een sirene-achtig geloei uit de straat verderop komen. Op een balkon aan de linkerkant staat een oudere man uit alle macht aan een slinger te draaien. Ongetwijfeld een oud apparaat uit de oorlogstijd of van de vroegere Bescherming Burgerbevolking. Patrick en ik zijn het erover eens dat een dergelijk irritant hard geluid voor ons niet hoeft als stimulans. Het valt mij op dat ik nog steeds redelijk makkelijk en soepel loop, zelfs na ruim 10 km.

In volle spurt, vervolg
In volle spurt, vervolg

Precies bij het 11 km-bord zet mijn metgezel ineens een kleine versnelling in. Het is niet dat hij er als een pijl uit een boog vandoor gaat , maar hij pakt toch fluks een metertje of vijf. Ik heb niet voor niets al die tijd bij hem gelopen, dus ik zet aan en kom zowaar redelijk makkelijk weer in zijn spoor. Mijn hartslag gaat uiteraard daardoor nog verder omhoog naar boven de 170,maar ik voel dat mijn lichaam dit nog aankan. Inmiddels zijn we weer op het circuitterrein aangeland. Echter, we gaan niet over de officiële toegangsweg waarover wij eruit gingen, maar aan de rechterkant daarvan een parkeerplaats op die bestaat uit een mengeling van harde aarde, steentjes en asfaltresten. Niet echt een lekkere ondergrond om op te hollen, er is echter geen keus. Ik blijf in Patrick’s buurt waarbij ik wel meerdere lopers moet passeren om hem niet uit het oog te verliezen. Door een tunneltje zie ik het rechte eind en de finish voor de hoofdtribune verschijnen. Mijn collega heeft er nog steeds aardig de vaart in en ik blijf in zijn kielzog, met een snelheid die ineens op 11,5 per uur ligt. Als hij in de laatste meters nogmaals aanzet, pas ik want ik zie dat mijn hartslag nu boven de 180 slagen per minuut is beland en ik ga tegen de 12 per uur. Ik wil mijzelf en mijn rikketik niet nog verder opjagen. Na de eindstreep constateer ik dat ik als tijd 1:17:03 heb geklokt en dat valt gezien mijn eerdere pessimistische prognoses onderweg een heel eind mee. Ik vind mijn collega weer terug en wij wandelen om de tribune heen terug naar het terrein daarachter. Een ander teamlid wacht daar ons op. Hij heeft de ren binnen het uur afgelegd, wat in mijn beleving voorwaar een knappe prestatie genoemd mag worden.

Medaille
Ook al prachtig, die medaille

Na het naar huis bellen en omkleden, kan ik mijn collega’s helaas niet meer vinden op het grote, overbevolkte terrein. Het in ontvangst nemen van dat mooie herinneringsshirt moet derhalve helaas een paar dagen uitgesteld worden. Daarom besluit ik richting het station te gaan. Ik heb nu spijt dat ik ’s morgens thuis de dikke jas die ik had klaargelegd, onder invloed van het lekker warme zonnetje dat op dat moment daar scheen, heb weggelegd. Ondanks de meerdere lagen droge kleding die ik draag, is het namelijk door de noordenwind behoorlijk koud. Daarom, en omdat ik de eerstvolgende trein naar Amsterdam niet wil missen, zet ik het op een wandelen met flinke pas. Mijn benen voelen door de inspanningen op het strand wel een beetje pijnlijk aan, maar ze laten mij niet in de steek. Naar mijn idee loop ik iedereen die ik op mijn weg tegenkom voorbij, waarbij ik af en toe flink moet slalommen. Met nog precies 4 minuten te gaan voor de trein vertrekt, ben ik aan het begin van het perron. Een vrouw die ik net gepasseerd ben, maakt met haar stem een hard klagelijk geluid, waar ik enigszins van schrik. ‘Ik kom een beetje aandacht tekort’, vertrouwt ze een metgezellin toe. ‘Dat merk ik’, brom ik enigszins verstoord naar achteren. Vanwege de trimloop is de trein, net als op de heenweg, extra lang. Ik loop ook nu helemaal naar voren en vind in de laatste coupé gelukkig een zitplaats. Vooral mijn benen zijn erg blij dat ze nu kunnen uitrusten. Mijn hoofd trouwens ook, want ik heb een behoorlijke inspanning geleverd. Maar ik ben wel, vooral dankzij de gulheid van onze directeur, een mooie medaille, een dito herinneringsshirt en vooral een bijzondere ervaring rijker. Bovendien heb ik voor het eerst ooit op het strand gerend, en hoe !!

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

3 gedachten over “Waterdoop op het strand

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports

%d bloggers liken dit: