Duurloop met plakhanden

Hij was blij dat hij de drinkfles, die hem toch een paar jaar goed gediend had, eindelijk leeg kon maken en weggooien in een publieke prullenbak. Zeker 10 kilometer lang had hij het plakkende stuk plastic afwisselend in beide handen met zich meegedragen. Was was er mis met die fles? Tijdens de training ervóór was het ding zomaar ineens uit de speciale ‘holster’ gevlogen en op het beton gekwakt. Koud honderd meter verder gebeurde dat nog een keer. Bij beide tuimelingen rende hij naar beneden de brug of de dijk af, dus met wat grotere stappen dan op het vlakke. Zijn theorie was dat de bidon, die deze keer iets zwaarder was dan normaal omdat hij hem bij wijze van uitzondering bijna tot de rand toe gevuld had, door dat grotere gewicht heftiger op en neer bewogen had dan alle, ontelbare vorige malen. Bovendien had hij de riem waaraan de drankbewaarder hing, iets strakker om zijn middel getrokken dan gebruikelijk. De combinatie van die drie factoren hadden de valpartijen veroorzaakt, daarvan was hij overtuigd. Een paar slokken drinken zouden het gewicht doen afnemen en daarmee het probleem de wereld uit helpen. Daar leek het ook sterk op, want in het vervolg van die ren bleef de blauwe fles met het logo van de bekende sportdrankenfabrikant keurig op zijn plek. Hij had er verder trouwens niet meer bij stilgestaan omdat hij, kort na de tweede val, op het pad langs het kanaal ineens de schrijver Herman Koch op zich af zag komen wandelen. Deze liep precies op de plek waar hij in de tv-documentaire, die onlangs over hem te zien was, zijn verhaal deed over de grote aantallen katten die daar wel achter hem aan kwamen, als hij luide kattengeluiden maakte. Onze renner wist direct hoe hij contact met de schrijver kon maken. In het voorbijgaan voegde hij hem een duidelijk: ‘geen katten hier vandaag!’ toe, daarbij zijn beide armen uitspreidend. Waarop de schrijver enigszins verrast reageerde met een welgemeend ‘ach, nee!’. Verder rennend was hij uiteraard zeer benieuwd hoe de bekende Nederlander dacht over deze ultra-korte dialoog voor twee goede verstaanders.

Omdat de fles zich verder dus keurig had gedragen, nam hij hem bij de eerstvolgende gelegenheid gewoon weer mee, zoals altijd. Wel had hij ervoor gewaakt om er teveel vocht in te doen. Aangezien er een 16 km-loop op de rol stond, meende hij wel zo verstandig te moeten zijn om sportdrank te tanken en niet slechts eenvoudig kraanwater. Daar kreeg hij echter al vlug spijt van. Hij had een beetje hoofdpijn toen hij aan zijn loop begon en ook de lichte regen die al gauw uit de donkere wolken viel, droeg niet helemaal bij aan de verwachte feestvreugde. Gelukkig liep hij in het begin relatief beschut onder de niet meer volledig met bladeren bedekte bomen langs het kanaal. Er waren op dat stuk fietspad langs het water best veel renners actief, dus hij kon meerdere keren zijn duim opsteken. Na 2 km hoorde hij net achter zich duidelijk iets vallen. Dit ondanks het feit dat hij voor het eerst sinds lange tijd weer eens met muziek op de oren rende, en wel een lekkere mengeling van klassiek en Americana. Daar was dat vermaledijde ding toch weer zijn rustplaats ontvlucht! De reeds de vorige keer ontstane schaafplekken aan de zijkant van de dop, leken iets grover geworden, maar het plastic was nog steeds helemaal intact. Dat duurde echter niet lang, want nog geen kilometer verder was het opnieuw raak. Of liever gezegd mis. Pats, daar klapte de bidon wederom tegen het harde asfalt. Dat betekende opnieuw stoppen en oprapen. Toen hij van pure ellende meteen maar een flinke slok wilde nemen, kwam het zoete drankje vooral om zijn mond terecht en niet erin. Rond de drinktuit, bleek, na deze vierde onzachte aanraking met het wegdek, een flinke scheur in de dop te zitten. De enige manier om de energieverschaffende sportdrank nog tot zich te nemen, bleek het losdraaien van de dop en het aan de mond zetten van de fles zelf te zijn. Aangezien hij op dat moment niet wilde stoppen, zat er niets anders op dan het gehavende ding terug te stoppen in zijn huisje en verder te rennen. In de praktijk bleek dat niet zo’n goed besluit, want de zoete drank gutste voortdurend uit de ontstane scheur en op zijn kleding. Het liefst had hij het plakplastic in de eerste de beste vullisbak gemieterd, maar het verder gaan zonder zijn drankvoorraad leek hem niet aan te raden. Daarom had hij de fles uit pure nood maar in de hand genomen.

Een eindje vóór zich, had hij een vrouwelijke renner waargenomen. Andere lopers die dezelfde kant opgaan, zijn voor hem altijd een richtpunt en een doel om, indien mogelijk, voorbij te streven. De weg waarop beiden liepen was echter zowel bochtig als beboomd, waardoor hij al snel weer het zicht op deze dame kwijtraakte. Aan het eind van die landelijke weg waren er drie mogelijke richtingen: linksaf, rechtsaf enigszins omhoog een brug over, of net daarvoor over een fietspad rechtsaf en onder de lokale weg en de ernaast liggende snelweg door. Die laatste richting was de zijne en toen hij daar de vrouwelijke collega nergens terugzag, ging hij ervan uit dat hij zijn nieuw ontdekte richtpunt kwijt was. Intussen was zijn altijd overactieve blaas hem weer eens gaan hinderen bij zijn loopje. Daar waar bij een trimloop het twee keer kort vóór de start ledigen vrijwel altijd ervoor zorgde dat dit orgaan zin koest hield, wilde het bij zijn trainingen maar niet lukken. Hij had daarom, in de loop der tijd, een aantal verscholen plekjes verzameld waar hij kon afwateren. Hij naderde een van die waterplaatsen en had al besloten daar een tussenstop in te lassen. Op een recht stuk weg gekomen, zag hij toch ineens de betreffende renster een stukje verder voortrennen. Op slag paste hij zijn plannen aan om te zien of hij haar op dat stuk weg langs het kleine bos kon achterhalen, dan wel kon waarnemen of zij aan het einde linksaf zou slaan, net als hij van plan was. Door de plaatselijke bochten was hij zijn afstandelijke haas opnieuw korte tijd uit het oog verloren, maar hij had haar tijdig genoeg weer in beeld om te zien dat de dame rechtsaf richting de bebouwde kom ging. Einde van de korte achtervolging derhalve.Omdat de gehavende fles steeds maar sportdrank loosde, besloot hij om zo spoedig mogelijk de inhoud te doen slinken door verdere teugen te nemen.

‘Eerst maar de verkeersweg oversteken en dan aan de andere kant een boom opzoeken en vervolgens een paar ferme slokken nemen’, bedacht hij. ‘Misschien kan die plakkende fles dan toch weer aan de riem’. Hij stopte na precies 5 km gerend te hebben. Vreemd genoeg hield zijn blaas zich op dat moment volkomen koest, wat hem deed besluiten alleen in te nemen en niet te lozen. In het bos dat voor hem lag, zou hij nog wel meer bomen tegenkomen. Net in dat lokale woud, wachtte hem een treurigmakende aanblik. De vorige keer dat hij daar rende, stonden ze er nog, de platanen in twee lange, fraaie, dubbele rijen die een breed halfverhard wandelpad omzoomden. Hij wist dat deze inmiddels, onder het bekende mom van ziekte of ander ongemak, verwijderd waren. Het zag er nu vreemd leeg en kaal uit, op die druilerige zondagmiddag. De vele wandelaars op het fietspad ernaast leken zich er echter niet druk om te maken. Voor hem was dit eens te meer een bewijs dat de natuur het vrijwel altijd verliest van economische motieven. Want ook verderop in het, toch al niet van bomen vergeven, bos waren ze ‘zieke’ bomen en struiken aan het kappen. Aan het einde van een open stuk waar ‘s-zomers geregeld muziekfestivals gehuisvest worden, stuurde zijn route hem linksaf. Normaal gesproken liep hij over de halfverharde kleipaden, maar die waren hem nu te nat en glad. Bovendien droeg hij zijn op-een-na-nieuwste paar hardloopschoenen, die nogal licht van kleur waren. Vóór hem werd zijn fietspad volledig ingenomen door een groep wandelaars. Die gingen gelukkig linksaf het kleipad op, juist op het moment dat hij ze naderde. Dat scheelde weer het moeite doen om zichzelf een vrije doortocht te verschaffen. De vrouw die in het groepje liep, leek wel erg veel op een overbuurvrouw, maar daar zou hij zich wel in vergissen. Toen hij echter ook de bijbehorende mannelijke partner ontwaarde, wist hij zeker dat het hier om zijn straatgenoten ging. Zou hij iets naar ze roepen? Waarschijnlijk zouden ze hem niet eens herkennen met zijn sportzonnebril op, dus hij liet dat idee maar snel varen.

Waarom stond die vrouw even verderop zich achter die boom te verschuilen? Wilde ze de twee pubermeisjes die een paar meter er vandaan liepen, schrik aanjagen. Of was de hond, die iets verder weg doodgemoedereerd om zich heen stond te kijken, het beoogde slachtoffer? Hij had geen tijd om het te gaan vragen. want hij had nog bijna 10 kilometers te verhapstukken en daarenboven dringend behoefte aan een stille waterplaats. Aan het einde van dit fietspad, versperde een flinke plas de droge doorgang. Gelukkig kon hij net ervoor via een doorsteekje het laatste deel van het parallellopende kleipad bereiken. Wat volgde was het in ere herstelde tunneltje onder het laatste, dan wel eerste deel van de snelweg A9, sinds jaar en dag ‘Gaasperdammerweg’ genoemd. Deze belangrijke verkeersader, waaraan al jaren getimmerd wordt, deelt het Diemerbos in tweeën. Hij betrad nu het veel minder drukbezochte, oostelijke deel van het recreatiegebied dat aan de andere kant begrensd wordt door het Amsterdam-Rijnkanaal. Zijn favoriete stuk aan die kant is het brede, nog wel door abelen omzoomde kleipad naar links, dat al snel na de tunnel volgt. Nu leek het hem verstandiger dat pad te mijden, omdat hij wist dat het, met name op het tweede gedeelte, flink zompig zou zijn. En hij wilde, zoals eerder vermeld, zijn schoenen zo schoon mogelijk houden. Dus ging hij rechtdoor op het asfaltpad. Tot zijn verbazing, lagen daarop een paar grote plassen, die hem meerdere keren noopten door de grasberm te stappen. Gelukkig zakte hij daarbij niet weg in zachtere stukken.

Het werd nu echt tijd om de blaas tegemoet te komen. Hij nam het zijpad rechtsaf, liep iets door om zich ervan te vergewissen dat er geen volk in zicht was en koos een strategische plek voor zijn bij de wet verboden en uit nood geboren activiteit. Hij stond net weer op het pad, toen zijn vrouw hem belde over een logistieke kwestie. Zij deelde hem daarbij mede dat er zich daar, een paar kilometer noordwestwaarts, opnieuw donkere wolken samenpakten. Terug op het fietspad met de vele plassen, zag hij pal vóór zich een buizerd vanuit de bomenrij rechts over het pad vliegen en boven het weiland aan de linkerkant wegzweven. Ineens zag er een fietser achter hem, die er niet door kon omdat hij op dat moment het midden van de weg aanhield. Eenmaal de fietser opgemerkt, deed hij snel een stap naar rechts zodat de man kon passeren. Daarbij voegde hij toe zich op de buizerd te hebben geconcentreerd en om die reden de fietser aanvankelijk niet opgemerkt te hebben. Na nog enkele zijstappen vanwege overvloedig water op het wegdek, was het tijd om linksaf te slaan richting de uitgang van het bos dicht bij de spoorbrug. Na een hoog, smal bruggetje genomen te hebben, realiseerde hij zich ineens dat de bocht aan het einde van dit stukje pad steevast onder water stond als er flink wat neerslag gevallen was. Aan de fietsster die uit die richting kwam, vroeg hij bij nadering of het aan het einde helemaal blank stond. Uit het antwoord dat hij kreeg maakte hij op dat er nog een begaanbare strook overgebleven moest zijn. Die kon hij echter ter plaatse niet ontdekken en hij hield halt. Met één voet probeerde hij of de grasrand aan de rechterzijde hoog-en-droog genoeg was om de waterpartij zonder kleerscheuren te passeren. Zijn voet zakte echter direct tot boven zoolniveau weg en het zwarte modderwater drong aan de bovenkant zijn schoen binnen, nog eer hij de voet weer terug kon trekken. Het enige dat hem vervolgens te doen stond, was omdraaien en aan het einde bij de t-splitsing linksaf te gaan voor een alternatieve route naar de kanaaldijk. Dit betekende wel dat hij een stukje moest omlopen.

Al snel kwam hem een renster tegemoet. Moest hij iets roepen over die padversperrende waterpartij waar hij net vandaan kwam? Hij wist niet eens of de renster dat pad zou nemen, dus hij hield het bij een opgestoken duim. Hij had erop gerekend verder over een droog pad de trap die de kanaaldijk op leidde, te kunnen bereiken. Maar dat viel hem behoorlijk tegen. Meerdere keren versperde fikse plassen zijn weg. De manier om daar netjes doorheen te komen was aan de rand van de plas halt te houden en er langzaam en voorzichtig doorheen te stappen. Die oefening moest hij tot drie of vier keer toe uitvoeren. Na een paar bochten kwam de trap omhoog eindelijk binnen zijn blikveld. Op de dijk zag hij een renner uit de richting van Driemond komen. Even leek het of deze man de trap zou afdalen, maar hij rende stoïcijns voor zich uitkijkend rechtdoor. Deze man kwam hij zeer geregeld verderop meer richting huis langs het water tegen. Hij probeerde de trap al rennend te beklimmen, maar dat lukte niet echt geweldig. Hij had ook al een dikke 9,5 km in de benen. Het was begonnen te spetteren, toen er een gemengd rennersduo hem tegemoet kwam. Waren dit de vrouw en de man die hij een tijdje terug op het pad tussen de weilanden richting de Gaaspermolen had zien rennen. Nee, dat leek hem, gezien de korte tijd die ertussen zat niet goed mogelijk. De kleine renner die hij even daarvoor van onderaf had gezien, verwijderde zich steeds verder van hem.

Vanwege de gedwongen omweg en de mededeling van zijn echtgenote over donkere regenwolken, had hij inmiddels al besloten om niet via de spoorbrug naar de andere kant van het kanaal te gaan. Iets dat wel zijn bedoeling was geweest. Aan de zijde van het water waar hij zich nu bevond, had hij veel meer beschutting tegen eventuele serieuze regenbuien dan aan de andere kant. Sterker nog, daar was het vrijwel volkomen open en zou de regen vrij spel hebben. En mocht hij aan de denkbeeldige eindstreep de geplande 16 km nog niet gehaald hebben, dan kon hij altijd nog even omkeren om de ontbrekende (kilo-)meters alsnog erbij te doen. Het rennen ging allengs minder soepel, ondanks de inspirerende klanken van onder anderen Emmylou Harris, Virgil Thomson en Mindy Smith. Hij was dan ook eigenlijk blij dat het gespetter overging in meer serieuze neerslag. In zijn beleving een goed genoeg excuus om onder de eerst aankomende snelwegbrug even te schuilen en het drankniveau in die plakfles verder omlaag te brengen. 11 km had hij op dat moment al weggetikt, dus zijn lijf kon wel even een kleine rustpauze gebruiken. Tussen deze, nieuwe brug en de al lang in gebruik zijnde Muiderbrug, zag hij een opvallende, bijna witte buizerd zweven. Had hij die dag pech met zijn drinkfles en met een hoop waterplassen, met vogels had hij het zeker wel getroffen. En de koek wat nog lang niet op, wat die gevederde vrienden betreft. Nadat hij net onder de Uyllanderbrug was doorgegaan, kwam de Avalon Illumination voorbijvaren. De serie riviercruiseschepen die met de naam Avalon begint, is zo’n beetje het mooiste model boot dat hij tot nu toe is tegengekomen en heeft kunnen vastleggen op de gevoelige plaat. Dit notendopje had hij al in zijn verzameling en dus kon hij doorlopen. Hij besloot hierna linksaf de Diemerpolder in te duiken, teneinde wat, mogelijk noodzakelijke, extra meters te maken. Op het brede fietspad dat hij eerst een stukje volgde, zaten zowaar twee vlaamse gaaien. En toen hij net rechtsaf de Hooiweg (een sjieke naam voor een pad tussen twee weilanden door) was opgelopen, vloog er een mannetjesfazant van links naar rechts door zijn beeld.

Al die tijd torste hij dus die fles met plakkende sportdrank, afwisselend in de ene en dan weer in de andere hand, met zich mee. Om ervan te kunnen drinken, moest hij steeds stil gaan staan en de dop eraf draaien. Na ruim 13 km mocht hij dat nog een keer van zichzelf, want het lopen ging inmiddels behoorlijk moeizaam. Wel was hij aan het trainen om op korte termijn een halve marathon te kunnen volhouden. Maar je mag tijdens zo’n oefening ook wel een beetje plezier hebben in het ermee bezig zijn. Na een korte stop zijn de benen doorgaans weer wat ‘op adem gekomen’ en gaat het voortbewegen gewoonweg hernieuwd een stukje soepeler. Nu besloot hij de fles leeg te drinken en zich ervan te ontdoen, zoals eerder beschreven. De handen voelden nog steeds even plakkerig, maar hij kon ze eindelijk weer laten wapperen! De laatste 2,5 km liepen niet supersoepel, hij haalde zijn eindpunt toch nog vrij eenvoudig en hoefde maar enkele tientallen meters door te lopen om aan 16,1 km te geraken. Daarbij werd hij nog geholpen door een paar lekker snelle en strakke bluegrass-deuntjes in zijn oren. Die hielpen echt beter dan dat ene wat rustigere en langzame nummer dat net daarvoor had geklonken. Bij de gemeentegrens vond hij het ook echt welletjes voor die dag. En hij haastte zich zo snel mogelijk naar de dichtstbijzijnde waterplas die hij kon vinden, om zijn handen van alle zoete plakkerigheid te ontdoen. Misschien niet heel fris, dat bodemvocht, maar eenmaal thuis zou hij zijn handen heel goed met zeep wassen. In ieder geval vond hij het heel prettig dat zijn kluivenduikers eindelijk niet meer plakten. Op zijn vaste uitlooproute dicht bij huis spotte hij een derde vlaamse gaai. Zijn vogelkijkdag kon echt niet meer stuk en zijn hoofdpijn was geheel verdwenen. En hij was tijdens de wandeling al aan het bedenken dat hij een extra vergrendeling op zijn flessendrager moest aanbrengen. Zodat de volgende bidon niet hetzelfde lot zou ondergaan als zijn onfortuinlijk geëindigde voorganger.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports

%d bloggers liken dit: