Oprapen of opgeraapt worden

Als het aan mij ligt, schrijf ik telkens in voor de halve marathon, bij de tweede aflevering van de jaarlijke Twiskemolenloopreeks, die meestal begin november plaatsvindt. Ondanks dat ik in mei reeds een halve had verhapstukt, was dit ook nu mijn vaste voornemen. Verkoudheidsverschijnselen, die ik in mijn vorige verslag over de Middenmeerloop al heb genoemd, zorgden echter nu voor een kleine complicatie. Je kunt ook zeggen dat zij roet in het eten gooiden waar het mijn aspiraties betreft om de langste afstand die je bij de TML kunt kiezen, ook echt te gaan attaqueren. Het was alweer de 23e keer dat ik aan de start zou verschijnen in Landsmeer en vanwege die nog steeds niet verdwenen keel- en hoestklachten had ik mijn midweekse loopje eraan voorafgaand andermaal overgeslagen. Om ook op zondag niet te veel risico te nemen beperkte ik mijzelf uiteindelijk maar weer eens tot de 10 km. Dat werd mijn 12e deelname aldaar op die voor mij minimale afstand. Meer dan de helft van de keren dat ik de TML liep, heb ik dus veiligheidshalve voor die afstand gekozen en dat is eigenlijk echt te vaak naar mijn zin. Veel liever werk ik de 16 of 21 km af, zodat ik langer kan genieten van rennen in het Twiske. Ik moet trouwens toegeven dat ditmaal aandringen van het thuisfront om af te zien van een langere afstand een niet te verwaarlozen rol speelde. Tijdens het lopen had ik daar, vanwege de vrijwel ideale weersomstandigheden voor een halve marathon (grotendeels zonnig en slechts een windkracht 2), ergens wel enigszins spijt van. Vanaf de 10e km en ook nadat ik allang binnen was, werd het toch nog regenachtig, dus ik zag de ‘ultralopers’ in de nattigheid binnenkomen en was ik alsnog blij dat mij dat bespaard was gebleven.

Mooi Twiskewater
De omzomende wateren van Het Twiske met het bruggetje op Het Luyendijkje (foto: Jeroen Otten)

Het was behoorlijk druk vooraf, zowel op het pad over het sportpark naar de atletiekbaan, buiten op en om de baan, alsook in de kleedkamer en het leek alsof de parkeerplaats dicht bij het sportpark al was volgelopen toen ik daar langsliep. Later las ik dat er in totaal iets van 545 lopers hadden deelgenomen, geen slechte score voor een novembereditie van een kleinere loop als de onderhavige. Deze keer heb ik geen echte bekenden gezien of gesproken. Zelfs een man genaamd Ed, die er eigenlijk altijd is, heb ik niet kunnen ontdekken. Zoals te doen gebruikelijk heb ik vooraf twee keer flink de blaas geleegd, een banaan en een pakje melk genuttigd en twee rondjes om een voetbalveld ingelopen. Mijn start was voortvarend te noemen, hoewel ik het idee had dat ik niet al te snel ging tijdens het verplichte rondje over het AC Waterlandgravel. Op het pad langs de huizen naar de polder had ik een korte conversatie met twee andere lopers over de oudere vrouw die net iets eerder met verbeten gezicht tegen de op dat moment grote stroom lopers in wandelde. De mannelijke loper zei iets in de trant van: ‘Bij mijn therapeut geleerd om niet toe te geven …’, waarop ik toevoegde terwijl zij langsliepen ‘Rots en geen water’. Beiden moesten hier hartelijk om lachen en ik had dus direct punten gescoord. Even verderop moest ik op mijn beurt in mijzelf lachen om de wielrenner die via het halfverharde paadje aan de rechterkant van het asfalt meende de hardlopersmeute voorbij te kunnen gaan, om er meters verderop achter te komen dat het paadje eindigde bij het water en hij, net als wij, de brug over moest.

Het was behoorlijk druk vóór de start
Het was behoorlijk druk vóór de start

Al vlug begonnen mijn opraapwerkzaamheden. Niet dat ik tientallen renners overliep, maar zo nu en dan kon ik er een voorbijsteken, terwijl er maar een enkeling langs mij heen kwam. Ik liep spoedig alleen en gaf mijn ogen naar alle kanten zo goed mogelijk de kost om dit deel van het zonovergoten Twiske op mij te laten inwerken. Een man die bijna wandelde en daarbij schoenen droeg die meer op wandel- dan op renschoenen leken, had, anders dan mijn verwachtingspatroon, wel een startnummer op zijn borst. Helaas was niet zichtbaar welke kleur sticker erop was geplakt, zodat ik niet kon nagaan op welke afstand hij in touw was. Als dat de 21 of 16 km was, had hij nog een tijdje te gaan. De runderenwei was wederom helaas akelig leeg. Terwijl de herfstzon nog in volle glorie scheen, waren de Schotse runderen blijkbaar al naar de winterstalling gedirigeerd. Ik hoop toch heus dat ze begin volgend jaar wel weer present zullen zijn, omdat ze voor mij echt bij dit landschap en deze loop horen. Verderop zag ik gelukkig wel in twee graspercelen schapen grazen. Het moge duidelijk zijn, ik houd wel van een degelijke omlijsting van mijn loopwerkzaamheden. Op de Stootersplas waren zowaar twee witte zeiltjes te ontdekken. Ik zag een vissersbootje voor anker liggen en weer iets verder lag een kwartet kikvorsmannen en -vrouwen goed zichtbaar in het water. Niet zo ver vóór de drinkpost, die onveranderlijk gesitueerd is op bijna 5 km, kwam een vrouw in oranje shirt mij voorbij lopen. Iets eerder had ik zelf meerdere lopers het nakijken gegeven. Twee mannen, een jongere en een oudere man, hadden mij weer hun hielen laten zien. Opvegen of opgeveegd worden was vandaag echt troef.

In dit 21,1-pak had ik ook willen starten
In dit 21,1km-pak had ik ook willen starten (foto: Jeroen Otten)

Ik nam net daarna een paar slokken uit mijn fles, voornamelijk om de nogal droog aanvoelende keel enigszins te laven. Op het eerste stuk langs de Ringvaart, tussen de 5 en 6 km, raapte ik één voor één weer wat renners op. Waaronder een vrouw die ik bij de vorige gelegenheid op vrijwel dezelfde plek had achterhaald. Ik herkende haar aan de grote witte zakdoek die zij ook deze keer hanteerde. Deze loopster had nu overigens wel de brutaliteit om mij in de laatste kilometer, in het gezelschap van een stuk of 6, 7 andere lopers, terug te pakken en het nakijken te geven. Het was door het mooie weer best druk met fietsers en wandelaars, maar er was gelukkig ruimte genoeg voor alle aanwezigen. Waar bij de Middenmeerloop de km-bordjes ongeveer op de momenten dat mijn Garmin ging piepen, langs de route stonden (parcours uitgezet met een gps-horloge?), was mijn klokje nu telkens te vroeg met juichen. Om die reden zijn de kilometertijden die ik geregistreerd heb, wellicht een beetje aan de optimistische kant. Zij fluctueren namelijk alle 10 tussen de 5:33 en 5:46 minuten. Omdat dit voor huidige begrippen prachtige tijden zijn, neem ik ze toch maar voor absolute waarheid aan!!

10 EM-ers net onderweg
10 EM-ers net onderweg

Toen ik ruim 6 km erop had zitten, kwam de koploper en latere winnaar van de halve marathon (die ik dus ook graag had willen verhapstukken!) met de begeleidende fietser mij tegemoet. Deze renner had op dat moment dus al bijna 13 km afgelegd en was slechts 10 minuten eerder van start gegaan. Op 7,5 km ging ik een op het oog langzaam en moeizaam lopende grote man en een kort daarvoor rennende heel kleine dame voorbij. Mijn tijden bleven keurig, zoals net vermeld onder de 5:46 minuten en ik had niet het gevoel dat ik erg vermoeid raakte. Ik zag dat er een redelijk groot contingent lopers niet zo ver achter mij naderde en ik probeerde zo lang mogelijk uit hun klauwen te blijven. Een jongeman klein van stuk, die ik geloof ik al twee keer gepasseerd was, kwam nu weer en definitief aan mij voorbij. Ik memoreerde het reeds eerder, oprapen en opgeraapt worden door grotendeels dezelfde mededeelnemers, was vandaag echt het parool.

Herstel Twiskemolen
Er lijkt te worden gewerkt aan het herstel van de Twiskemolen (foto: Jeroen Otten)

De wind had op het stuk tussen de 2 en 3 km iets in het nadeel van de deelnemers geblazen maar bezorgde ons lopers verder weinig tot geen last. Kort voor het 9 km-punt, op het stukje pad richting de Twiskemolen, kreeg ik echter ineens even een windvlaag tegen, die mij bijna van het rechte pad afgooide. Er hing al enige tijd een pak donkere wolken aan de noordwestzijde en ik had tevens al een enkele, losse spetter gevoeld. Maar eerst was daar juist voor het laatste bruggetje de fotograaf van dienst. Ondanks alle geleden ontberingen had ik die gelukkigerwijze tijdig ontwaard. Daarom verwijderde ik fluks pet en bril van het hoofd opdat ik optimaal (voor zover mogelijk na 9 gruwelijke km’s en met een neusvleugel op!) in beeld zou komen.

Sta ik er goed op?
Sta ik er goed op? (links de dame met de zakdoek in haar hand) (foto: Jeroen Otten)

Even later op hetzelfde Luyendijkje en vooral op het fietspad langs de huizenrij in het laatste stuk terug naar de atletiekbaan, viel er kort een combinatie van regen en hagel. Gelukkig stelde dit qua duur en intensiteit niet veel voor en was het derhalve niet nodig om de jas aan te trekken. Even daarvoor had ik het hele, eerder genoemde, pak renners, inclusief de dame met de zakdoek, over mij heen gekregen. Hoewel ik inmiddels sneller ging dan in de kilometers daarvoor, lukte het mij niet om bij deze massa aan te pikken. Ik bleef echter wel doorstoempen en ging in volle vaart op de eindstreep af, in de laatste meters met 12 per uur. Ook volgens Garmin had ik juist iets meer dan 58 minuten nodig, maar mijn nettotijd in de officiële uitslag was mooi net twee tellen onder die kaap. Weer een stukje sneller dan de week ervoor bij de Middenmeerloop. Dat ging dus goed en ik had wederom geen enkele last van de al meermalen genoemde verkoudheidsverschijnselen.

Zelfs bij grijs, regenachtig weer is het Twiske mooi
Zelfs bij grijs, regenachtig weer is het Twiske mooi

Tijdens de traditionele uitwandeling over de atletiekbaan, zag ik de Tsjechische winnaar van de halve marathon binnenkomen, evenals de eersten op de 10 Engelse mijlen. En vreemd genoeg hoorde ik mijn naam vermeld worden bij degenen die op dat moment aan hun laatste meters bezig waren. Hoewel ik altijd keurig een paar meter aan de binnenkant blijf van de registratiedrempel die halverwege het rechte stuk tegenover de finish ligt, werd mijn chip bij een van die wandelpassages blijkbaar toch geregistreerd. Een goedmakertje voor het niet omroepen van mijn naam toen ik echt over de meet stormde, zullen we maar zeggen. Zoals gebruikelijk nam ik ruimschoots de tijd om, hoewel lastig in een kleedkamer met een vochtigheidsgraad van 100+, een weinig uit te dampen en mijzelf van droge kledij te voorzien. Buitengekomen was het toch wel echt sprake van meer serieuze neerslag. Eigenlijk was ik verbaasd dat er nog steeds renners richting de baan gingen. Dat waren de lopers te midden van wie ik feitelijk had willen acteren, die dag. Een piepjonge vrouwelijke vrijwilliger hielp haar veel oudere collega bij de laatste buitenbocht, pal vóór de ingang van het AC Waterlandcomplex door goed in de verte te kijken in de richting van waaruit de nog actieve deelnemers kwamen. En dan vervolgens te roepen hoeveel renners zij zag naderen. Ik oordeelde dat zij wel een compliment had verdiend en gaf dat haar mee in het langsgaan. Blij dat ik voor pak-hem-beet 98 procent droog had kunnen lopen, zocht ik zo snel mogelijk de overdekte vierwieler op.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports

%d bloggers liken dit: