In de lappenmand?

Hoewel ik besef dat ik heel voorzichtig moet zijn met een dergelijke gewaagde uitspraak, kan ik stellen dat ik eigenlijk heel weinig last heb van verkoudheid of ziekte. En bij mijn weten heb ik nog nooit een trimloop waarvoor ik mij al had ingeschreven, hoeven laten lopen. In de week vóór mijn jongste Middenmeerloop (was trimloop nummer 70 in mijn carrière), werd dat toch een reële mogelijkheid. Aangezien ik, in navolging van mijn jongste dochter, last kreeg van keelpijn en (vooral ‘s-nachts) hoestbuien. Voor de zekerheid liet ik mijn midweekse training maar een keer voor wat hij was en nam ik dus rust. Gelukkig werd de keelpijn niet erger, eerder minder, en had ik overdag vrijwel geen last van kriebels in de keel die tot hoestbuien-op-wielen leidden. Dus kon ik op zondagmorgen gewoon op pad om wandelend naar de Chris Berger-atletiekbaan af te reizen. Wat het weer betreft zou het zelfs een redelijk mooie dag worden met geregeld zonneschijn.

Seconden voor de start
Seconden voor de start

Tot nu toe had ik mijn tas met droge omkleedkleren altijd in de AV ’23-kleedkamer achtergelaten, maar een vorige keer stond bij terugkomst na afloop aldaar een deel van de vloer blank door een blijkbaar niet goed functionerende afvoer in de doucheruimte. Dus besloot ik om hem deze keer veiligheidshalve maar af te geven bij garderobetent op het middenterrein. Na twee blaaslegingen en wat opwarmactiviteiten op de baan, spoedde ik mij met vele andere renners naar het fietspad aan de buitenzijde, waar de start geprogrammeerd was. Ineens hoorde ik dicht vóór mij een gil en zag ik een bekende persoon op het gras direct naast het pad liggen. Het was Marijke, die naar even later bleek haar voet flink had verstuikt door half op de rand van het asfalt en de iets lager gelegen grasberm te stappen. In het voorbijgaan meteen na de start zag en hoorde ik haar naar iemand roepen met de mededeling dat het om een ‘nummer-1-verzwikking’ ging. Arme Marijke, wat ontzettend sneu als je op een dergelijke manier letterlijk en figuurlijk de loop aan je voorbij moet laten gaan!

We zijn weg
We zijn weg!!

Ik was bewust vrij achterin het startvak gaan staan en begon heel kalm aan deze 10 km. Het lange lint van de loperskolonne zag er mooi uit in de zon op de fietspaden van het sportpark Middenmeer. Onder andere ook de thuisbasis van de Jaap Edenschaatsbaan en in het verleden uiteraard van Ajax-stadion De Meer. Mede door het gebeurde met de onfortuinlijke Marijke lette ik extra goed op gaten in het pad. Want vanzelfsprekend wilde ik niet vallen of mijzelf blesseren in een van die onvolkomenheden aan het wegdek. Er trokken vele lopers en loopsters langs mij heen in dat eerste deel. Ik vond het juist wel leuk om al die collega;s zo gade te slaan. Wij kwamen net uit de tunnel onder de spoorlijn Amsterdam-Amersfoort en het emplacement waar die fantastische Fyratreinen tijdenlang stonden te roesten. Midden op de kruising die direct volgde, stond een stadsbus verplicht te wachten tot de loperskaravaan gepasseerd was. Het kon nog wel even duren alvorens hij zijn rit mocht vervolgen. Nog geen 50 meter verder was er al een renner geparkeerd aan de kant van het brede fietspad. Ik kon niet bespeuren waarom hij was gestopt, maar er zal ongetwijfeld iets van een lichamelijk ongemak in het spel zijn geweest.

Met de vertederde dames naast mij
Met de vertederde dame nog naast mij

Op de dijk die volgde na Sciencepark trok ik mijn gele renjas uit. Het werd in de zon en uit de wind namelijk best snel warmer en bovendien had ik mijn vrouw verteld dat ik een blauw shirt zou dragen. Mijn echtgenote en jongste dochter stonden op een openbare bank langs het Amsterdam-Rijnkanaal, net over de gemeentegrens in Diemen. Mijn vrouw riep luid ‘Gaat het wel?’, wat een paar vrouwelijke lopers vlak bij mij blijkbaar vertederde. Want ik hoorde een van hen herhalen: ‘och, gaat het wel?’. Ik spaarde mijn adem, door niet naar achteren te roepen: ‘ik ben een beetje verkouden’ en deed rustig edoch regelmatig voort. Ik had ook absoluut nergens last van. Er lagen veel takjes op het pad langs het water, wat mij noopte om wederom goed te kijken naar waar ik mijn voeten neerplantte. Ik voelde de best wel pittige wind lekker in mijn rug duwen en dat was mooi meegenomen. Op dat voor mij overbekende stuk (want mijn vaste trainingsgrond) kon ik dan ook een aantal mensen voorbijlopen.

Lekker een stukje langs mijn kanaal
Lekker een stukje langs mijn kanaal

Ongeveer 1,5 km verder was het alweer uit met dat steuntje-in-de-rug, want de route leidde ons rechtsaf de Diemerpolder in en vervolgens over vele voor mij overbekende paden en wegen naar de bebouwde kom van Diemen. In dit stadium van een loop is het, denk ik, wel gebruikelijk dat je een tijd met dezelfde lopers om je heen voortgaat. De personen die zo ongeveer een gelijk tempo lopen als jijzelf. Dit was voor mij o.a. het geval met een oudere man in korte broek en t-shirt en een jongedame getooid met een korte, blonde staart. Eerst liep zij een eindje vóór mij. Bij de drinkpost op de Diemerpolderweg, na ruim 5 km, was ik haar al aardig genaderd en zij ging aldaar ook even een drankje doen. Maar dat was snel naar binnen geslagen want zij spurtte weer bij mij vandaan eer ik haar voorbij was, daar waar het fietspad verraderlijk omhoog liep. Een stukje vóór de 7 km had ik haar pas echt bijgehaald en kon ik haar eindelijk passeren. Dit was meters alvorens wij de bebouwde kom van Diemen binnengingen. Van verre had ik al gezwaaid naar mijn oudste dochter die helemaal aan de rand van de gemeente sinds een paar maanden met haar vriend een prachtig appartement bewoont en al klaar stond op het balkon.

Aan de rand van de bebouwde kom van Diemen
Aan de rand van de bebouwde kom van Diemen

Persoonlijk gerichte aanmoedigingen doen altijd goed en kwamen exact op het juiste moment, want langs dat hoge gebouw blies de niet geringe wind nu pal tegen. Net de hoek om en de eerste echte Diemense straat in, begon het ook nog eens te regenen. Eerst licht en daarna wat flinker. Zo goed en zo kwaad als het ging, ontknoopte ik het jasje dat ik zoals altijd om mijn middel had gegord en trok het aan. Op dit natte en door de wind koude stuk, was het echt eventjes afzien en doorbijten. Het was dan ook niet verbazingwekkend dat die 8ste kilometer mijn duidelijk langzaamste werd, met als enige van de 10 een tijd boven de 6 minuten. De kilometers met de wind in de rug, zijnde nummers 4,5 en 7 gingen daarentegen een stuk rapper, met twee keer 5:38 en 5:35 minuten. Daarna kwamen we weer wat meer in de beschutting van het dorp Diemen. Na 8,5 km kwam de jongedame met staart, die ik eerder mijn hielen had laten zien, met een lach op haar gezicht langs mij heen. Zij had blijkbaar wat energie in reserve gehouden, want ze nam meteen langzaam maar zeker steeds meer afstand. Voormalig loopmaatje Janine, die althans in het verleden lid was van de organiserende atletiekvereniging, had ik vooraf nergens gezien. Maar het parcours liep wel pal langs haar huis en zij stond zowaar met wat andere mensen langs de kant te kijken. Bij het langsgaan hief ik mijn hand op voor een hoge vijf en die kreeg ik. Gevolgd door de kreet: ‘Goed bezig!!”. Dit gaf mij meteen nieuwe energie, want de lopers vlak vóór mij (waaronder de oudere man in korte broek) leken ineens wel stil te staan. Ik ging er althans een paar heel makkelijk voorbij.

Langs mijn dochter's balkon
Langs mijn dochter’s balkon

Nu was het nog een flinke fietsbrug over de Ring A10 over en een stukje door Sportpark Middenmeer terug naar de baan en de eindstreep. Gelukkig liep er in dat laatste stuk niemand direct in mijn kielzog en derhalve kon ook geen enkele renner mij te elfder ure nog voorbijstreven. Want hoewel de meesten van ons tijdens een loop ontelbare keren door anderen opgeraapt worden en daar geen been in zien, vind volgens mij niemand het leuk om op of net voor de meet geklopt te worden. Tijdens mijn laatste tientallen meters hoorde ik de speaker van dienst spreken over de renner in het gele jasje met de pet in de hand. Dat ging over mij, omdat die beschrijving volledig klopte en omdat er geen andere renners direct achter mij zaten. Toch noemde dezelfde persoon een geheel andere naam en woonplaats dan die van mij, hetgeen mij verleidde tot een heel en weer zwaaiend vingertje om aan te geven dat dit verkeerde informatie was. Afijn, ik kwam in een tijd van 58:17 over de finish en dat vond ik een acceptabele tijd. Volgens mijn gps-horloge ontwikkelde ik op de laatste 77 meter zelfs een snelheid van 15,4 km per uur, waar ik de volledige 10e km al op 11,01 per uur zat. Als de nood werkelijk aan de man is, kan ik dus nog best even aardig rap uit de hoek komen.

Het finishgebied
Het finishgebied

Na het laten afknippen van de schoenchip en het in ontvangst nemen van de Rondje Mokum-medaille, sprak ik kort met de oudere man die een behoorlijk deel van het parcours in mijn buurt had gelopen. Hij vond met name het deel langs het Kanaal en in de Diemerpolder zeer de moeite waard. Ik stond net, zoals te doen gebruikelijk, naar huis te bellen, toen oudcollega Patrick op mij kwam aflopen. Later heb ik hem nog even gesproken. Hij vertelde dat hij in het begin dicht achter mij liep en mij net zou gaan bijhalen, toen zijn chip op straat viel. Hij moest derhalve stoppen en ik ging er logischerwijs van tussen. Om die reden kwam hij dan ook later dan ik binnen en zag ik hem daarna pas voor het eerst die dag. In de kleedkamer was het erg warm en vochtig, het zweet liep daar pas echt goed van mijn hoofd. Veel meer dan tijdens het rennen. Een man vertelde dat hij onderweg zijn chip was verloren zonder dat hij daar erg in had. Dus stond hij niet in de einduitslag en telde zijn deelname niet mee voor het Rondje-Mokumklassement. Hij zou zijn startnummer en medaille van deze loop over 2 weken meenemen naar de laatste van het circuit, teneinde wel het herinneringsshirt te kunnen verkrijgen. Er kletterde een fikse regenbui op het dak, terwijl ik mij nog in droge kleren aan het steken was. Buiten was het daarna behoorlijk fris, maar gelukkig kon ik verder helemaal droog naar huis wandelen. Ik had nog steeds geen enkele last van mijn verkoudheidsklachten, dus ik was blij dat ik het er niet bij had laten zitten. Die lappenmand kon wel weer terug in de berging. Gevoelsmatig was ik dan ook helemaal klaar om ook de komende twee zondagen een 10 km in trimloopverband te gaan verhapstukken.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports

%d bloggers liken dit: