In Duitsland met Dolf – deel 1

Naast het zelf lopen en het schrijven erover, mag ik ook graag lezen over mijn favoriete hobby. Meestal zijn dat blogs, maar een goed geschreven boek vind ik zeker niet te versmaden. Zo heb ik de afgelopen tijd al meerdere titels tot mij genomen, waaronder ‘Een geboren renner’ van Christopher McDougall, ‘Runner’s high’ van Tim van der Veer en een paar verzamelbundels met korte renverhalen. Tot twee keer toe heb ik tevens een poging gewaagd om het zogezegd ‘beste hardloopverhaal ooit geschreven’, van John L. Parker met de titel ‘Eens een hardloper’, door te werken, maar beide keren ben ik daarmee gestopt omdat het mij niet genoeg kon boeien.

Voor deze zomervakantie en met name vanwege ons 10-daagse verblijf in Duitsland, had ik de digitale versie van ‘Why we run’ van Robin Harvie op mijn tablet gezet. Op het laatste moment, daags voor ons vertrek, heb ik de door hardlopende cabaretier Pieter Jouke samengestelde bundel ‘Ik ren, dus ik ben’ en het relaas waarop ik al een tijdje aasde, ‘Altijd verder’, van onze grote vriend en eveneens cabaretier, Dolf Jansen, daaraan toegevoegd. Over die laatste titel had ik al veel positieve recensies gelezen en, naar mij nu blijkt, een deel van een hoofdstuk daaruit al eens gelezen in één van de eerder genoemde bloemlezingen. Dat hoofstuk was mij prima bevallen. Ook was ik van plan om te gaan rennen met gebruikmaking van de Looptijden-app en Dolf als mijn persoonlijke coach onderweg. Deze heer Jansen zou dus een niet onbelangrijke rol gaan spelen tijdens het verblijf in ons favoriete vakantiepark in het noorden van Oosterburenland. Ik hoop niet dat Dolluffie nu, door het feit dat ik voor de tweede keer in relatief korte tijd een blog aan hem wijd, zal overgaan op blootsvoets rennen. Met andere woorden, dat hij door alle bewieroking mijnerzijds naast zijn lichtgewicht hardloopschoenen zal gaan lopen.

Al snel was ik in Dolf’s boek begonnen en meteen in volle ren met hem meegelopen. Tsjonge, wat kan die gozer een tempo ontwikkelen. De eerste stukken (kilometers) kon ik hem natuurlijk het makkelijkst bijbenen, want ik was nog fit. Al rap kreeg ik echter, door een beetje ademnood, toch de neiging om op een langzamere snelheid terug te vallen en mij te laten afzakken naar een groepje erachter dat meer mijn snelheid aanhield. Ik moet bekennen dat ik dat ook kortstondig heb gedaan door over te schakelen naar de eerste paar korte verhalen in de bundel van Pieter Jouke. Toen ik echter weer enigszins op adem was gekomen, besefte ik dat het niveau van Dolf’s geschrift mij toch beter beviel. Ik heb toen mijn snelheid opnieuw verhoogd en ben teruggerend naar en weer aangehaakt bij ‘Altijd verder’. Dat niveau beviel mij uiteindelijk toch stukken beter en ik bleek het ook voor langere tijd aan te kunnen.

Karrespoor
Een karrespoor uit vervlogen tijden?

Als je eenmaal in zijn goede gezelschap verkeert, ontdek je dat Dolf schrijft zoals hij praat (dat had ik overigens al in ettelijke beoordelingen van zijn epistel gelezen), en ongetwijfeld zal hij net zo rap rennen. Inhoudelijk gezien zijn zijn schrijfsels voor mij een feest der herkenning. Voor deze rasverteller is hardlopen dagelijkse kost, sterker nog, hij ademt hardlopen bij iedere teug zuurstof die hij naar binnen haalt. De atletiekvereniging die een belangrijke rol speelde in zijn ontwikkeling als langeafstandsloper is de club die het dichtst bij mij staat, ook al ben ik er geen lid van. De buurten en trainingsroutes in en rond Amsterdam waarin of waarop hij al zovele kilometers gemaakt heeft, zijn ook de mijne (geweest) of zijn mij goed bekend. Kortom, dit boek lezen voelt voor mij als thuiskomen en daarbij is hij geregeld zo geestig dat ik bij het lezen hardop zit te lachen. Zijn verhandeling over renkleding en -toebehoren en zogezegd gezonde voeding is eenvoudigweg hilarisch te noemen. En hij geeft daarin toch zijn ongezouten mening over de doorgeslagen vercommercialisering die onze nog steeds populairder wordende tak van sport helaas al een flink aantal jaren omgeeft.

Langs de bosrand
Langs de bosrand

Ik denk er hard over om mijn vrouw maar eens te verplichten een aantal hoofdstukken uit dit werk te lezen. Zij roept altijd dat ik dwangmatig ben als ik één of twee keer per week wil gaan rennen. Dolf loopt gewoon iedere dag, ik denk zelfs 365 dagen per jaar. Nee, dat is niet juist want ik heb ergens gelezen dat hij al 27 jaar lang 335 dagen per jaar aan het hollen is. Ik ben momenteel blij als ik één keer per week, in het weekeinde, op pad kan gaan. Ik loop alleen overdag, Dolluffie gaat gewoon des avonds in het donker rennen en doet dan minstens 17 km. Hij heeft ongetwijfeld een heel meegaande of -onderdanige vriendin. Ik hoef daar bij mijn eega niet mee aan te komen en ik vind het zelf eerlijk gezegd ook wel een beetje veel van het goede. 17 km is een afstand die ik helaas maar een paar keer per jaar weet te verhapstukken. Toevallig deze vakantie is mij dat een keer gelukt. Ik had gepland om in die 10 dagen tijd drie keer te lopen, te weten woensdag – weekeinde – woensdag. De eerste woensdag werd een dag later omdat er midweeks ongeveer ieder halfuur een flinke plensbui viel. Een dag later was het bewolkt en een graad of 16, 17. Er kon nog wel een enkel buitje vallen maar op Buienradar leken die niet veel te zullen voorstellen. Dé gelegenheid derhalve om de grote ronde van ruim 16 km om de Thulsfelder Stausee te doen. De dagen erna zou het namelijk een stuk warmer worden en aangezien er op een redelijk gedeelte van dit parcours geen schaduw is, zou dat mij te veel een slijtageslag worden.

De promenade aan de noordoostkant
De promenade aan de noordoostkant

Mijn vrouw vindt het niet prettig om mij in den vreemde alleen door enge bossen of over grote, stille heides te laten lopen en dus ging zij op de fiets met mij mee. Ik had al besloten om Dolf, hoewel het juist zijn afstand was, in het huisje achter te laten. Ik verwachtte niet dat ik de 16 a 17 km deze keer zonder stoppen zou voltooien, relatief ongetraind als ik was. Het volbrengen van deze grote ronde was dus slechts mijn doel, ongeacht het aantal uithijgpauzes, en daarbij had ik geen behoefte aan uitgebreid iedere 500 meter te worden bijgepraat over snelheden, tijden en afstanden. Zelfs niet door onze illustere audiocoach. Het maakte mij ook niet uit hoelang ik erover zou doen. Het park uit begon ik meteen met geringe snelheid te hollen. Na enkele honderden meters gingen wij rechtsaf, richting het bos, de Grosse Tredde op. Wat ‘Tredde’ eigenlijk betekent weet ik niet maar ik vertaalde het direct als ‘passen’. “Grosse Tredde” wordt dan dus ´grote passen´. Heeft een hardloper nog meer aansporing nodig om eens een lekker potje te gaan rennen ?!? Een fietspad met onverharde ventweg ernaast volgde. Het type pad waarvan er bijvoorbeeld op de Utrechtse Heuvelrug en op de Veluwe vele te vinden zijn. Dit pad zou, vanwege die mooie en toepasselijke naam, een kolfje naar de hand van Looptijdenvriend Jaco zijn, maar dat terzijde.

Grosse Tredde
Grosse Tredde

Mijn vrouw en ik hadden het die dag, zo’n 5 km lang helemaal voor onszelf want er was verder geen sterveling te bekennen. Het was intussen begonnen licht te regenen maar wij bevonden ons onder de bomen en hadden er dus geen last van. Een paar glooiinkjes zorgden voor een beetje afwisseling, hoewel ik mij in het bos nooit verveel. Op een T-splitsing zette de Grosse Tredde zich linksaf langs de bosrand nog een stukje voort, terwijl er ter rechterzijde ervan een prachtig heideveld lag te pronken met aan het begin een mooi doorkijkje naar het meer. Aan het einde van het veld moesten wij scherp rechtsaf en via een soort karrespoor kwamen we op een dijk terecht. Hier begon een erg fraai gedeelte met links groene weilanden en rechts weer een heideveld omzoomd door bomen. De velden gingen aan beide zijden over in bospercelen en de dijk slingerde zich daar een weg tussendoor richting de noordoever van de Stausee. Dit is voor mij een van de mooiste gedeelten van dit natuurgebied. Ik liep met een redelijke snelheid van rond de 10,5 km per uur best lekker maar er was inmiddels wel een flinke bui losgebarsten, die wij vol op onze snufferd kregen. Ik had er eigenlijk niet erg veel last van maar mijn partner betoonde zich weinig enthousiast. Zij ontvouwde de meegenomen paraplu, terwijl ik onverdroten verder holde. Iets verderop vielen er wel erg veel en dikke druppels. Deze mij deden besluiten om voor korte tijd beschutting te zoeken aan de bosrand. Zodra ik die plek bereikt had, hield Pluvius het weer even voor gezien. En kon ik derhalve mijn tocht voortzetten.

Aan de noordzijde
Aan de noordkant

Uit voorzorg had ik al een kleine pauze ingepland op het noordelijkste punt van mijn parcours, ter hoogte van het sluisje dat de watertoevoer vanuit het riviertje de Soeste naar het waterreservoir (de Stausee) moet regelen. Even stoppen en recupereren leek mij verstandiger dan doorhollen en een paar kilometers verderop al in het rood terechtkomen. Dus at ik mijn banaantje en dronk ik een paar slokken water. Na de herstart begon het spoedig weer te regenen. Die Buienradar was iets te optimistisch geweest, want het zou niet het laatste hemelwater zijn dat er aan het begin van die middag viel. Ik liep nu aan de promenade-achtige en geheel onbeschutte oostzijde van het meertje. Mijn vrouw was er wederom, en terecht, niet heel blij mee. Ik was er zelf ook niet echt verrukt over. Het was dus een kwestie van stug doorrennen en -fietsen tot de kraan daarboven weer dicht zou gaan. Wanneer dat precies gebeurde kan ik niet zeggen omdat wij na het passeren van een paar hotelletjes en enkele hutje-mutjecampings weer het bos ingingen. Het echte bospad, dat het toeristische gedeelte verbond met het bos aan de zuidoostkant van het natuurgebied, had een heerlijke ondergrond van vrij vlakke bosgrond bedekt met een laag naalden. Ik kon het niet nalaten aan mijn vrouw te melden dat dit verreweg mijn favoriete hardloopondergrond is.
Terwijl ik dit relaas aan het typen ben, zijn mijn echtgenote en onze jongste dochter bezig met een spelletje Rummikub. Omdat dit bij hen altijd gepaard gaat met het nodige vocale geweld, zet ik geregeld muziek op mijn oren. Nu zingt Aine Fury ‘Oh but Sligo Fair is just a mile away’. Dat zou Dolf, als zoon van een Ierse moeder, moeten aanspreken. Alleen zou onze kwinkslaande kilometervreter die ene mijl natuurlijk in zijn holle kies stoppen. Of vanaf die stad gewoon nog effe een flink aantal mijltjes eraan vastplakken. Ik vraag mij trouwens af waarom hij niet Donal, Padraig (Patrick) of Sean heet. Zeker een kwestie van een te bescheiden moeder en/ of een vader die de touwtjes op alle fronten strak in handen hield.

Donkere momenten tijdens de regenbuien
Donkere momenten tijdens de regenbuien

Aan het einde van dat fijne bospad staat een mooi en luxe-uitziend hotel midden tussen de bomen. Net als twee jaar terug, toen ik hetzelfde rondje onder begeleiding van mijn oudste dochter liep, hield ik hier weer even halt. Ik had er al ongeveer 11 km opzitten en de benen voelden niet helemaal fris meer. Een logisch gevolg van het feit dat ik, sinds begin mei, alleen in de weekeinden kan lopen en zelfs af en toe een keertje heb moeten overslaan vanwege een blessure en overmatige hitte. Tot dan toe had ik alleen van fiets-, voet- of bospaden gebruikgemaakt. Het deel van de route dat nu voor ons lag, was een smalle B-weg door het bos. Deze Petersfelder Weg loopt ongeveer evenwijdig aan het riviertje de Soeste, dat aan de zuidoostkant weer uit de Stausee tevoorschijn komt. Hier mochten dus ook gemotoriseerde voertuigen komen. Die waren er echter gelukkig niet. Het was, net als op de Grosse Tredde, doodstil. Slechts een enkel stel fietsers kwam langs ons heen. Het asfalt was, zoals helaas wel vaker bij onze Oosterburen, niet van al te beste kwaliteit. Dus ik moest regelmatig goed kijken waar ik mijn maatje 46,5 renschoenen neerzette. Op een gegeven moment was ik daar eigenlijk te moe voor en had ik al mijn concentratie nodig om mijzelf met een nog enigszins redelijke snelheid voort te bewegen. Na 14 km ging het weer eens lekker sauzen. Gelukkig bevonden wij ons wederom onder de bomen maar voor de derde keer was my wife not amused. Ik had alleen renkleding voor warm weer meegenomen, dus een korte renbroek en twee dunne shirts met korte mouwen en één shirt met lange mouwen. En daarvoor was de temperatuur, mede door alle buien, misschien wel wat aan de frisse kant.

Rennen met uitzicht
Ik houd wel van rennen, maar alleen met een mooi uitzicht erbij

Op een volgende bosweg, genaamd Neumühlen, kon ik een plens water, die door de wind van een tak afgezwiept werd, maar net ontwijken. Ik kon er gelukkig wel om lachen en ploegde onverdroten maar redelijk vermoeid voort. Anderhalve kilometer later ging de bosweg over in een landweg, de Neumühlerweg, met akkers aan één kant. Het einde van mijn loop zat eraan te komen en wij naderden het vakantiepark. Nu alleen van de andere kant dan toen wij eerder die ochtend daar vertrokken. Mijn altijd overactieve blaas was al een tijdje aan het opspelen en het feit dat mijn levensgezellin het nu wel welletjes vond en de laatste honderden meters mij aan mijn lot overliet, was voor mij het sein voor een noodzakelijk en bevrijdend potje ‘Freiraumpinkeln’, of hoe de Duitstalige variant van wildplassen ook mag luiden. Of die activiteit, net als in ons land, bij wet verboden is, weet ik niet maar het was gelukkig en ce moment supreme an diese Stelle absolutely quiet and deserted. De laatste meters tot aan de volgende kruising gingen door deze “Befreiungsschlag” dan ook een stukje makkelijker dan die ervoor (ik had even stilgestaan en dat helpt ook al een beetje bij flink vermoeide benen) en ik wist de 17 km uiteindelijk te volbrengen. Tevreden over deze prestatie wandelde ik over het vakantiepark, via de Rotdornweg en de Waldmeisterweg, terug naar onze gerieflijke vakantiewoning en terug naar de hardloopverhalen van Dolf. Schrijfsels over lopersgeluk, over de natuur die belangrijk is en behouden moet blijven, ook omdat je daar het fijnste kan hardlopen. Over wat hardlopen nu eigenlijk inhoudt, dat het ook ontsnappen aan je dagelijkse beslommeringen is en dat het er voor zorgt dat je overleeft. En natuurlijk die prachtige alinea’s over zijn dochter van 10 jaar, die ook hardloopster wil worden, naar Afrika wil en met die wens Dolf aansteekt. Ik kan wel blijven lezen in dit boek,zoals ik ook wel eeuwig zou willen lopen, als mijn benen er niet zo vermoeid van raakten.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

7 gedachten over “In Duitsland met Dolf – deel 1

Voeg uw reactie toe

  1. Wat een heerlijk stuk!
    Ik liep met je mee door de bossen.

    Het boek van Dolf heb ik nog niet gelezen. Zijn stukjes in “Runners World” vind ik altijd erg goed. Ik ga er vanuit dat zijn boek net zo boeiend geschreven is.

    1. Hartelijk dank voor jouw complimenten! Deel 2 is nog in de maak, maar dat maken neemt bij mij meestal veel tijd in beslag want ik wil niet over 1 nacht ijs gaan. Het boek van Dolf is meer dan 300 pagina’s en ik heb mij nog geen moment verveeld. Van harte aanbevolen dus. Zijn columns in RW ken ik weer niet.

  2. “Hij heeft ongetwijfeld een heel meegaande of -onderdanige vriendin. Ik hoef daar bij mijn eega niet mee aan te komen” ha ha ha!!!! leuk stuk waar ik soms smakelijk om heb gelachen!

      1. ha ha ha! Nee hoor: ik ren zelf (en wel 4 keer per week) ik heb een heel meegaande man (die overigens ook veel traint maar dan voor zwemmen 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports

%d bloggers liken dit: