Eigen haas is goud waard!

Het was inmiddels een traditie geworden, want hij zou voor de vijfde opeenvolgende keer de eerste helft van het trimloopjaar afsluiten aan de boorden van de Vecht in- en om het oude vestingstadje Weesp. En voor het derde jaar in successie zou Loop(tijden)-maatje Peter hem daarbij vergezellen. Ze hadden vooraf via de sociale media al uitgebreid contact gehad over de te volgen strategie, de einddoelen en over het op elkaar afstemmen van het aanreisschema. Peter zou voor een lange OV-reis al vroeg zijn woonstede verlaten en hij zou later op de ochtend, door luttele minuten te treinen vanuit het naburige dorp, Weesp bereiken. Haas van dienst Peter had in het (zoals altijd) gloedvolle verhaal over zijn laatste verrichtingen blijk gegeven van een uitstekende vorm. Zijn kompaan had daarop als volgend gereageerd: ‘toen ik las dat jij rustig moest beginnen, was ik verheugd. Maar toen dat rustige tempo rond de 11 per uur bleek te liggen, verdween die blijdschap als sneeuw voor de zon. Ik zal al verheugd zijn als ik zondag de 10,5/uur zal kunnen halen en volhouden. Dus als jij jouw motor daarop kunt afstellen, dan heeeel graag’. Een haas moet zich tenslotte richten naar de wensen van de volger, nietwaar? Die volger zag de figuurlijke bui al hangen, een freewheelende tempomaker waar hij zich met hangen en wurgen achteraan wist te slepen.

Wanneer in Weesp

Wanneer in Weesp

Eenmaal in de plaats van handeling gearriveerd, hadden ze het daar niet over. Er waren genoeg andere zaken te bespreken, zoals hun afgelopen, bewogen jaar, de weersomstandigheden en wat en wie ze onderweg naar de start tegenkwamen. Omdat ze relatief matineus waren, was het nog rustig op het manegeterrein en hadden ze alle tijd om de noodzakelijke plichtplegingen uit te voeren. Bij de tasseninname, waar een jonge jongedame met prachtig lang rossig haar heel gedreven met de bagage aan het slepen was, stond ook al geen rij. Net zo min als bij de kamer-100 voor heren. De aanloop naar de loop verliep dus erg soepel. Ze waren heel even van slag toen bleek dat op het buitenterrein de doorgang naar het voormalige 15- en 21,1 km-parcours versperd was door een nieuwe paardenkraal. Plotsklaps moest er daarom even geïmproviseerd worden. Want na wat rekken en strekken diende er toch op zijn minst een klein stukje ingelopen te worden. Onze hoofdpersoon nam hier het voortouw omdat hij op deze wegen beter bekend was en omdat voorop lopen hem tijdens de echte loop hoogstwaarschijnlijk niet of nauwelijks meer zou lukken. Hij grapte dat hij zo in ieder geval één keer de kar had getrokken. Maar hij wist drommels goed dat de kop nemen tijdens de echte actie een erg lastig verhaal voor hem zou gaan worden.

Op de klinkers van de Middenstraat

Op de klinkers

Het duurde nog best een tijd voor ze eindelijk op weg konden voor hun trimloop, terwijl ze voor het gevoel al geruime tijd stonden te trappelen van ongeduld in het startvak. De opkomst leek trouwens een stukje kleiner dan in voorgaande jaren. Zou het schrappen van de 15- en 21 km vorig jaar toch zijn tol hebben geëist? Naspeuring achteraf bleek dat vermoeden te bevestigen: een dikke 200 lopers minder dan 3 en 4 jaar geleden en 100 minder dan vorig jaar! Nadat de 5 km was weggeschoten duurde het nog bijna 10 minuten alvorens zij aan de beurt waren. En waarom eigenlijk? Want de route van de kortere afstand leidde de poort uit direct linksaf naar het tracé langs de Vecht, terwijl de 10 km-lopers eerst een stadstoer door hartje Weesp gingen maken. Zoals wel vaker gebeurt, lag hun tempo in die eerste fase een stukje hoger dan afgesproken: tussen de 10,8 en 10,9 per uur. Dat leidde voor de oudste van de twee loopmaatjes al direct tot problemen, in die zin dat hij naar zijn idee niet echt makkelijk vooruit kwam. Voor het eerst in al die jaren dat hij daar liep had hij in de smiezen dat vrijwel de gehele route door de bebouwde kom van het vestingstadje uit klinkerwegen bestond. En daar liep hij nou niet bepaald graag op. Als je het gevoel hebt te vliegen, valt dat je helemaal niet op, maar nu duidelijk wel.

Anton, de superveteraan

Anton, de superveteraan

Hij liep dus voor de derde keer samen met Peter en ondanks de inspanningen had hij in het begin nog wel adem genoeg om met zijn kompaan te praten. Zat dat gevoel van niet lekker soepel lopen dan tussen zijn oren? Hij had het idee dat hij zijn privéhaas nu al moeizaam kon volgen. Hier en daar maakte hij een opmerking over wat hij om zich heen zag. Om niet weer, net als vorig jaar, de sportwinkel te noemen waar hij daags tevoren de startnummers had opgevist, zei hij maar iets over de verandering ten opzichte van die eerdere dag aan de gevel van de pizzeria ertegenover. De benaming ‘De Kringloper’ van een onderneming wat verder op die (gedempte) Achtergracht vond hij uiteraard zeer toepasselijk. Hij verbaasde zich erover dat er toch wel het een-en-ander aan bekende winkelketenfilialen te bezichtigen was hier in het kleine centrum van Weesp. In ieder geval meer dan hij zich gerealiseerd had. Ze passeerden een heel nauw zijstraatje met de fraaie naam ‘Korte Elleboogsteeg’. Dat leek hem meer een naam voor in de hoofdstad, niet ver hier vandaan. ‘O ja, Weesp ging later in het jaar bestuurlijk ook onder Mokum vallen dus het was toch wel en toepasselijke naam’, bedacht hij even later.

Losgebroken haas

Losgebroken haas

Het rennen voelde voor hem eigenlijk steeds hetzelfde: het ging niet geheel vanzelf en hij moest zich behoorlijk inspannen. Niet heel vreemd als je bedenkt dat de snelheid een aardig tandje hoger lag dan wat hij de laatste jaren doorgaans gewoon was. ‘Enfin zo lang mogelijk proberen vol te houden maar’, ging er door hem heen. De bekende buitenlander die hij vorig jaar ineens had gespot, stond wederom in zijn deuropening. Zo zag hij nu al van veraf. Deze keer hield hij in het voorbijgaan zijn lippen stijf op elkaar om de man niet te laten schrikken en rustig te laten genieten van de optocht aan renners die aan hem voorbijtrok. Had hij bij de vorige gelegenheid niet ook een opmerking gemaakt over het wel bij de omgeving passende maar niet prettig aanvoelende type wegdek? Dat zou zomaar kunnen, maar hij wist het niet meer zo zeker. De temperatuur was niet al te hoog, maar zeker in de nauwe straten in het centrum, voelde het behoorlijk warm aan. Ook al weinig ideaal als het lopen niet supersoepel gaat. Hij moest zich er maar doorheen zien te slepen en vond het om die reden helemaal niet erg dat de bebouwde kom verlaten werd om de oostelijke oever van de Vecht op te zoeken. Daar lag tenminste asfalt!

Laatste kilometer

Laatste kilometer

Een opmerking over de aanwezige fotografen van een loopster direct achter hem, bracht even afleiding. Hij mengde zich direct in de conversatie door te roepen dat het handig was om zoveel mogelijk aan de kant waar de plaatjespersoon stond opgesteld, te gaan lopen en zoveel als mogelijk apart van de collega’s om vol in beeld te komen. Ja, hij kende het klappen van de zweep inmiddels behoorlijk goed met alle trimlopen die hij al in zijn hardloopbagage had zitten. En deze Vechtloop spande altijd de kroon wat betreft het aantal mensen met fototoestellen langs de route. Hij had thuis één van de bij andere lopen buitgemaakte sponzen in zijn renjas gestoken en die kwam nu erg goed van pas. Bij de eerste drinkpost, na precies 4 kilometer, kieperde hij het aangepakte bekertje water direct over het schoonmaakattribuut om vervolgens stante pede zijn hoofd en nek ermee te gaan bewerken. Dat zorgde korte tijd voor een welkome verkoeling. Hier in het open gebied, langs het water bracht de wind wel af en toe wat verfrissing maar als de zon even door de bewolking brak, werd het direct bloedheet. Peter had uiteraard ook wat water gepakt maar deed daarna weer even onverdroten en stoïcijns voort als altijd. Wel moest hij voortdurend omkijken om te zien waar zijn volger toch bleef.

Groene panterdame met vader (?)

Groene panterdame met vader (?)

Die werd door iets anders een tijdje beziggehouden. Ze renden een tijdlang voor, naast of achter een vrouw, waarvan hij zeker wist dat hij die regelmatig zag hollen in zijn eigen woonplaats. Waarom begroette die persoon dan zo’n beetje alle toeschouwers langs de weg alsof zij ze persoonlijk heel goed kende? Met andere woorden, alsof zij een thuiswedstrijd aan het lopen was? De dame had muziekdopjes in haar oren en hij had alle adem nodig voor het rennen. Dus het kwam er niet van haar aan te spreken en een verklaring te eisen. Latere naspeuringen overtuigden hem ervan dat hij het bij het rechte eind had gehad. De loopster in kwestie stond althans in het verleden geregistreerd als woonachtig in dezelfde plaats! De kilometers waren in zijn beleving lang. Voor het gevoel wel twee keer zo lang als op andere dagen. In ieder geval duurde het eindeloos eer er weer een volgend bord met de reeds gelopen afstand opdook langs de weg. En alles wat hij heen liep, moest hij straks weer even zo hard terug na het keerpunt ter hoogte van Fort Uitermeer. Hij keek hoopvol vooruit of hij dat onderdeel van de voormalige verdedigingsring om Amsterdam al in beeld kreeg, maar hij zag er nog niets van. Dat viel dus niet mee. De onwillige kuitspier, die hem genoopt had zijn laatste training voorafgaand aan dit evenement voortijdig te beëindigen, deed een beetje vervelend. En de hamstrengen van hetzelfde been voelden ietwat stijf. ‘Dat kon hij er nog wel bij hebben’. Intussen waren ze het oude landhuis, met de overblijfselen van plaatselijke industriële activiteit in de grote achtertuin, reeds gepasseerd. Bij het hek prijkte nog immer het bord met de aankondiging dat de eerste appartementen in de verkoop zouden gaan. Maar van enige bouwkundige aanpassing was nog altijd niets te zien. Sterker nog, een van de ruiten op de begane grond vertoonde duidelijke sporen van pogingen tot vernieling. Je zou toch denken dat zelfs deze woningen in deze periode van gekte op de huizenmarkt als broodjes over de toonbank zouden moeten gaan. Maar niets is blijkbaar minder waar.

Sterk eindschot

Sterk eindschot (foto’s: Robin Voorhamm)

Hij zag het bord met de 7 km-aanduiding en was blij verheugd dat er nog slechts 3 kilometers te verhapstukken waren. Hij had de niet-kletsnatte spons half onder zijn shirt in de nek gestoken, zoals hij bij zijn vorige loop ook iemand had zien doen. In de vaste overtuiging dat er bij het keerpunt een ander, doornat exemplaar zou worden aangereikt, maakte het hem niet uit dat het ding over zijn rug naar beneden gleed en daar bleef hangen. Toen er bij het keerpunt alleen bekers water in de aanbieding bleken, had hij wederom even een lastig moment. Want hij wilde per se de inhoud van het aangereikte bekertje op de spons deponeren. Dus moest hij het stuk schoonmaakgereedschap onderaan zijn bovenkleding vandaan vissen. Om dit te kunnen doen besloot hij even te wandelen en daardoor verloor hij nu echt de aansluiting met zijn privé-pacer. Deze trouwe makker had dat even later door, nam zichtbaar gas terug en wachtte geduldig tot hij weer in zijn kielzog terug was. Daar zag hij verdorie toch weer het bord met 7 km erop! Hoe was dat nu mogelijk? Een heel vervelend foutje van de organisatie of had hij eerder een fata morgana gezien? Het hakte er hoe dan ook mentaal weer even flink bij hem in. Kilometers 4 t/m 9 bleken allen in rond de 5:45 minuten te zijn gegaan. Ondanks alle moeite die hij had, hield hij het hoge tempo toch maar mooi steeds vol. Alleen de zevende kilometer duurde, mede door het ronden van het keerpunt en het wandelen met het bekertje 5:58 minuten.

Na gedane arbeid

Na gedane inspanningen

Een loper getooid met donkere zonnebril, die op een gegeven moment langszij kwam, vroeg hoe het ging. Hij antwoordde dat het beter kon en dat zijn haas hem iets te hard liep. Die laatste moest bij voortduring achterom kijken en temporiseren om hem de aansluiting niet te doen verliezen. Een lange, ranke jongedame, gekleed in een van veraf opvallend zichtbare, nauwsluitende lange, groene renbroek met panterprint, liep vrijwel de gehele koers een eindje voor hen. Zij kwamen wel steeds wat dichter bij haar en haar mannelijke metgezel, maar verloren ook net zo hard weer terrein. Na 9 km kon Peter zich niet langer inhouden en ging er plotsklaps als een haas vandoor. Naar het idee van onze hoofdpersoon om in het kielzog van de groene luipaarddame te geraken. Maar nee, hij stoof er gewoon langs en zette zijn wilde demarrage voort. De volger had geen enkel moment het gevoel bij te kunnen blijven, maar zette onbewust toch wel aan en raapte zowaar een behoorlijk aantal stilgevallen lopers op. Een man in een groengeel shirt liep zich eerst voorbijlopen, om vervolgens zelf weer over onze loper heen te gaan. Die laatste dacht: ‘je doet je best maar, ik ga zo hard genoeg’. En dat gevoel was juist, aangezien hij zijn laatste volle kilometer in 5:22 minuten, bij 11,18 per uur wist af te werken. Had hij, ondanks alle gevoelde moeite gedurende de hele race, even zo goed een tweede adem en zelfs een versnelling weten te vinden. Met 11,44/uur ‘stormde’ hij over het manageterrein op de eindstreep af. Een kilometer of wat eerder was hij een jonge man in witte kledij gepasseerd die zijn voeten steeds stampend op de grond zette en zwalkte alsof hij helemaal op, dan wel dronken was. Toen hij op dat laatste rechte eind omkeek, kwam dezelfde jongeling met een gang van minstens 20 per uur bijna letterlijk langsvliegen. Alsof hij door een gevaarlijk wezen op de hielen gezeten werd. De eindtijd van onze loper was 57:10 minuten en daarmee kon hij niet anders dan uiterst content zijn. Hij had dan wel niet echt lekker en ontspannen gelopen, die tijd vergoedde heel veel. En hij wist maar al te goed dat hij dit resultaat volledig te danken had aan Peter, zijn te elfder ure ontsnapte privéhaas.

Bijkomen na afloop

Bijkomen en kijken na afloop

Na heel veel uithijgen van zijn kant, was het prettig om nog wat rond te hangen bij de finish. Daar zagen ze de oude krijger Anton binnenkomen. Die had hij kort na de start in het voorbijgaan al op de schouder geklopt en ergens onderweg langs de rivier nog eens aanmoedigend toegeroepen toen de oudste nog heen en de jongere alweer terug richting eindstreep ging. Het grappige was dat Peter deze supersenior onlangs ook bij een van de trimlopen in zijn eigen regio was tegengekomen. Twee jonge rensters die vlak naast hen stonden, vroegen of zij een paar plaatjes van ze wilden schieten. Toen de dames beloofd hadden daarna ook de twee jongere-oudere heren op de gevoelige plaat vast te willen leggen, gaven zij hun jawoord. Zij waren de allerlaatsten die hun tas kwamen ophalen en de geïmproviseerde mannenkleedkamer werd al afgebroken toen zij maar net klaar waren met omkleden. Dat mocht allemaal niet deren, want hun Weespse samenloop was weer eens zeer succesvol gebleken. Op de weg terug naar het treinstation lieten zij de race nogmaals de revue passeren en maakten ze half-en-half plannen voor een volgende gelegenheid. Het afscheid was vanzelfsprekend allerhartelijkst en met een uiterst goed gevoel keerden beiden huiswaarts.

Thuisgekomen bekeek hij voor het eerst de verdiende medaille echt goed. En hij zag iets opvallends: op de achterkant zat weliswaar een plakker met de datum van die dag maar verder was er op de gehele plak geen enkele verwijzing naar de naam van de trimloop of de plaats van handeling. De voorkant vertoonde een reliëf-afbeelding van een groepje hardlopers met erachter het gebouwensilhouet van een, zo te zien, grote stad inclusief hoogbouw. ‘Zou dit soms een subtiele verwijzing zijn naar het feit dat het stadje Weesp op afzienbare termijn onderdeel wordt van de hoofdstad van ons land?’, vroeg hij zich af.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Advertenties

Tunnelvrees, zonnesteek of renplezier?

Voor wie, net als ik, geregeld meedoet aan een georganiseerde loop zijn het bekende mailberichten: de nieuwsbrieven van trimlopen. Soms melden ze al een half jaar van te voren dat de inschrijving voor het betreffende festijn is geopend. Dan denk ik altijd: dat is leuk, maar ‘komt tijd, komt raad’ of beter nog ‘komt tijd, komt de daad’ (van het inschrijven). Je kunt als loper namelijk zomaar ineens in het ziekenhuis liggen om bijvoorbeeld van je blindedarm af te worden geholpen. Of het weer kan zo slecht zijn dat afreizen of deelnemen onverantwoord is. Dus erg vroeg inschrijven draagt bepaalde risico’s met zich mee. De eerste aankondiging van de Gaasperplasrun kwam ook al begin februari. Het extra bericht van aanvang mei was wel echt interessant. Want ze hadden brekend nieuws, of ze wilden nieuws breken, iets in die trant:

Normaal gesproken willen we je niet storen met extra mailtjes maar we hebben groot nieuws! Dit jaar heeft de Gaasperplasrun een extra afstand van 13,65 km! In samenwerking met Rijkswaterstaat en IXAS (de aannemer) lopen we dit jaar over de A9 door de in aanbouw zijnde Gaasperdammertunnel!

Hoe leuk is dat?

Het belooft heel spectaculair te worden, in de tunnel staan veel vrijwilligers van Rijkswaterstaat en aan het eind van de tunnel een DJ met opzwepende muziek.

Omdat ik eerder dit jaar door lichamelijke ongemakken (lees mijn verhalen hierover) en door één heuglijk feit (25 jaar getrouwd) al een aantal lopen heb moeten missen. En mede daardoor bij de twee trimlopen ervoor niet de geplande langste afstand durfde te kiezen, heb ik mij direct na ontvangst van dit nieuws ingeschreven. Niet eens speciaal vanwege het unieke decor maar vooral vanwege de langere afstand dan de gebruikelijke maximale 10 km. Want eigenlijk ervaar ik 10 km als te kort om het onderste uit de kan te kunnen halen.

Foto: Hans Mooren

Bij alle onderdelen van het Rondje Mokum-circuit is er de mogelijkheid de dag voorafgaand het startnummer alvast af te halen bij het plaatselijke filiaal van de sponsorende keten hardloopwinkels. Aangezien ik bij deze loop al eens in een lange rij heb moeten wachten alvorens ik het benodigde papiertje in handen had, maakte ik graag de noodzakelijke fietstocht naar A’dam-Oost. Daar moest ik voor het eerst ooit aansluiten achter één voorganger, die net beschreven kreeg hoe het parcoursdeel in de tunnel er uitzag. Die info kon ik mooi meepakken. Ik werd geholpen door een vrouwelijke collega van de parcoursbeschrijver en zij wist te melden dat het tunneldeel een heuse 3 km lang zou zijn. Dat had ik bij een vluchtige bestudering van de routekaart niet geconstateerd. Ik wil niet zeggen dat de schrik mij om het hart sloeg, maar ik krabde mijzelf toch wel eventjes achter de oren. Ik had mij namelijk in het hoofd geprent dat er maar een deel van die 3 km ondergronds geacteerd diende te worden. En ik had nog nooit een langere afstand dan die van de IJ-tunnel in hartje Mokum (1039 meter exact) verhapstukt. Oké, die heb ik inmiddels wel al acht keer bedwongen maar ooit was deze tunnel de reden voor mij om niet te willen deelnemen aan de Dam tot Damloop. Nu heb ik niet echt last van claustrofobie maar ben zeker niet gek op ondergrondse ruimtes. Afijn, ik had mij ingeschreven, mijn startnummer opgehaald en ik zou het wel gaan meemaken.

Als toevallige passant op de foto

Als toevallige passant op de foto

‘s-Morgens en onderweg op de fiets was het bewolkt, dus ik had mijzelf niet ingesmeerd met zonnebrand. Wel had ik voor de zekerheid wat meegenomen en omdat de zon toch doorbrak, heb ik in de kleedkamer alsnog een laag UV-beschermer aangebracht op gezicht, onderarmen en knieën. Ik ging vrij laat het startvak in aangezien ik nog wat wilde opwarmen. Toen ik eenmaal in de massa was aanbeland, kwam het startschot sneller dan verwacht. De bochten werden, nog als vorige jaren, in het begin flink afgesneden. Omdat het veelal ging om bochten van minder dan 90 graden en er steeds gras aldaar lag, was dit niet eens heel vreemd. Ik deed aan die afsnijdpraktijken maar gedeeltelijk aan mee, want ik wilde mijn zelfgekozen lange ren niet onnodig inkorten. Op de baan hoorde ik een loper achter mij verkondigen dat veel renners er zo hard vandoor gingen en dat dit niet verstandig was. Dit herinnerde mij er maar weer eens aan dat niet te snel van stapel te lopen een verstandige racestrategie is. Dus zorgde ik ervoor mij niet gek te laten maken door alle renners en rensters die langs mij vlogen.

500 renners in het startvak

500 renners in het startvak

In het enige bebouwde straatje dat wij in de buurt Holendrecht aandeden, hoorde ik ineens achter mij iemand mijn naam roepen. Ik draaide mijn hoofd om en zag een mij onbekende renster die mij succes wenste. Uiteraard retourneerde ik die wens direct. Zij was de enige die onderweg gebruik maakte van het gegeven dat mijn voornaam groot op de achterkant van mijn oranje renshirt te lezen was. Dat tricot had ik 6 jaar min 8 dagen eerder van mijn oudste dochter voor mijn verjaardag cadeau gekregen. Mijn leeftijd van toen staat als rugnummer op het textiel onder mijn naam. Na afloop vroeg een man met wie ik onderweg een paar woorden had gewisseld, hoe lang geleden ik zo oud was geweest. Daarover had hij onderweg lopen prakkiseren. Vóór de start had ik al wat bekende AV ’23-gezichten ontwaard (waaronder uiteraard Marijke) en een bijna-buurman die ik nog nooit eerder bij een hardloopevenement had gezien. In het parkgedeelte tussen Holendrecht en de Gaasperplas kwam Machteld voorbijsnellen en verdween weer rap uit beeld. Ook Gilbert, de broer van een oudcollega schoof langs mij heen. Ik was tevreden met de gang en de cadans die ik had en deed derhalve geen pogingen om met iemand mee te liften. Het was heerlijk beschaduwd in dat bijna tot bos uitgegroeide stukje park, waar ik in het alweer verre verleden zo vaak doorheen was gefietst op weg naar mijn werkplek. Op het eerste stuk tussen de huizen in de buurt Reigersbos, waar ik dus ooit zelf een aantal jaren woonde, was het echt warm in de zon en uit de wind. Gelukkig kwam er weer snel een breed fietspad onder de bomen. Geregeld stonden er langs de kant mensen met hun telefoon te fotograferen of te filmen. En ook de nodige aanmoedigingen ontbraken gelukkig niet.

Ontdek je plekje

Ontdek je plekje

Na 3,5 km zat de bebouwde kom er voorlopig even op en begonnen wij aan het ronden van de plas waaraan deze loop zijn naam ontleend. Zoals ik in vorige verslagen al eens heb geschreven, het water zie je door de weelderige begroeiing rond het parcours op deze tocht (als je er al oog voor hebt) maar op enkele punten. Er kwamen twee mannen langslopen waarvan de ene, wiens gezicht ik van een andere loop herkende, druk aan het praten was. En zo te horen over zijn werk. Waar het hart van vol is, zullen we maar zeggen. Even later werd ik door een blotevoetenrenner voorbijgestreefd. Het iemand zonder enige zoolbedekking zien lopen deed mij al bijna pijn aan de voetzolen. Ik had steeds een keurige snelheid van iets boven de 10 per uur, met kilometertijden tussen de 5:45 en 6:00 minuten. Gezien de redelijk warme weersomstandigheden (hoewel de wind hier en daar wel verkoeling bracht) in mijn beleving absoluut geen beroerde cijfers. In mijn herinnering stond op 5 km de verzorgingspost. Ik moet zeggen dat ik daar absoluut naar uitkeek en dan met name naar de sponzen. Mijn hoofd verlangde hevig naar een portie natte verkoeling. Het was dan ook even slikken toen die post niet kwam opdagen op de door mij verwachte plek. Dat verwerkt hebbende, realiseerde ik mij dat de versnaperingen pas een eind verder zouden worden aangeboden. Dan nog maar even doorbijten! Ik sprak met mijzelf af dat ik mijn hoofddeksel, dat ik daar waar de verkoelende bries goed voelbaar was steevast even van mijn kop verwijderde, tijdig aan mijn riem zou hangen. Ik wilde namelijk zowel hoofd als handen vrij hebben om uitgebreid te kunnen lappen.

Helemaal links een zeer kleurige Marijke

Helemaal links een zeer kleurige Marijke

Vrijwel direct na de verfrissingspost werden we gelukkig weer het bos in gestuurd. Want zo durf ik het deel van het Gaasperpark tussen de plas en het gelijknamige metrostation wel te noemen. Dat betekende vooral rennen over beschaduwde asfaltpaden, maar daardoor wel steeds uit de koelte-brengende bries. Hier had ik het korte onderhoud met de mannelijke renner die na afloop in de kleedkamer impliciet naar mijn leeftijd vroeg (voor de minder aandachtige lezer: zeer onlangs heb ik de zes kruisjes mogen bereiken). Hij had zijn spons half onder het shirt in zijn nek gestoken, bij wijze van continue koeling. Ik vroeg of hij niet bang was het koelelementje op die manier te verliezen. Daar maakte hij zich echter totaal geen zorgen over. Hij complimenteerde mij door te zeggen dat ik regelmatiger liep dan hij, want eerder was hij mij in het gezelschap van een paar maten voorbijgestoken. Ik zag op dat moment dat ik nauwelijks 10 per uur ging en kon dus repliceren dat ik ook wat langzamer vooruitkwam dan eerder op de route.

Het parcours van de Gaasperdammertunnelrun

Het parcours van de Gaasperdammertunnelrun

Vooraf had ik de routekaart wel goed bestudeerd om nauwkeurig vast te stellen waar het parcours van deze eenmalige tunnelrun de route van de gebruikelijke 10 km verliet. Dat was na exact 7 km, toen er net weer even zicht was op de waterplas. Hier begon voor mij het avontuur, want ik kwam om te beginnen in een deel van het park waar ik niet vaak vertoefd had. En daarna volgde uiteraard het spannende tunnelgedeelte. Het park was hier zo mogelijk nog bosachtiger en daardoor mooier dan het zuidelijker gedeelte waar ik daarvoor had gerend. Ik hoop maar dat de bestuurders van dit stadsdeel het niet in hun hoofd gaan halen hier een zelfde kaalslag te gaan plegen als in het voormalige Bijlmerpark, dat in mijn tijd net zo begroeid was als deze vroegere Floriade-locatie. Mijn snelheid was, zoals ik net al vermeldde, teruggelopen naar iets onder de 10/uur, maar ik had dan ook inmiddels meer dan de helft erop zitten. Wel was het daar dus prachtig en mede daardoor heel prettig lopen. Alleen de zachte ondergrond van een echt bospad ontbrak eigenlijk. Was mij tijdens die kilometers ook bezighield, was waar en hoe wij het nieuwe snelweg- en tunneldeel zouden gaan bereiken. Dat bleek eigenlijk heel simpel: om de plaatselijke camping (was niet heel druk bezet) heen en onder de evenwijdig aan de A9 lopende Langbroekdreef door. Dan direct scherp naar rechts en via een smal voetpad omhoog naar het niveau van de dreef. Die volgden wij tot aan het einde bij het er haaks opstaande water genaamd de Gaasp (naamgever van de Plas en het stadsdeel Gaasperdam). Linksom ging het enkele tientallen meters langs de Provinciale Weg en onder de snelweg door. Daar stond een man bij een motorfiets met klingelende belletjes aan te moedigen. Dit moest, gezien hun intieme omgang, wel de partner zijn van een AV Aalsmeerloopster die mij al meerdere keren voorbijgegaan was. Nogmaals linksaf werkten wij ons verder omhoog via een werk-oprit naar het stuk snelweg A9 dat ‘Gaasperdammerweg’ genoemd wordt.

De tunnel dus!

De tunnel dus!

Bovenaan stonden wat dikbuikige wegwerkers getooid met veiligheidshelmen en fluorescerende vesten te surveilleren en aan te moedigen. Er diende eerst een open stuk asfalt overbrugd te worden, alvorens de ingang van de gloednieuwe tunnel bereikt zou worden. Dit bleek echt verreweg het heetste stuk van de route, in de volle zon en volledig uit de wind achter de betonnen wand van het naastgelegen tunnelgedeelte. Daadwerkelijk een bakoven derhalve, opgetrokken uit asfalt en beton. Als je hier lang moest vertoeven zou je zo een zonnesteek kunnen oplopen. In mijn beleving was het daar echt flink afzien. Het bereiken van de schaduw van de naastgelegen tunnelwand zorgde bij mij voor het slaken van een bescheiden kreet van opluchting richting de renster naast mij. Een vrouw, eveneens in veiligheidsvest, stond aan de rechterkant in de volle zon aan te moedigen. Zij was zo enthousiast bezig dat ik haar wel een high-five wilde geven. Daarvoor zou ik echter flink van mijn lijn moeten afwijken, terug de volle zon in en dat vond ik, gezien de warmte, net weer iets te veel van het goede. Dus beperkte ik mij tot het in haar richting uitstrekken van mijn arm. ‘O, wil jij een high-five’ riep de enthousiastelinge en kwam direct aansprinten om de handjeklapactie ten uitvoer te brengen. Die spontane actie zorgde er bij mij voor dat de aankomende zonnesteek niet kon doorzetten.

Een vuurrood hoofd: toch een zonnesteek?

Een vuurrood hoofd: toch een zonnesteek?

Om de paar-honderd meter stonden er mensen in oranje vest ons aan te moedigen, de een nog fanatieker dan de andere. Het was helemaal niet eng om de tunnel in te gaan, nee, het was zelfs wel prettig na de bakoven even daarvoor. Het wegdek ging ook niet steil naar beneden, zoals bijvoorbeeld bij de IJtunnel, en je kon bij de ingang al het licht aan het einde zien. Ook scheelde het ongetwijfeld dat de circa 500 deelnemers allang over het gehele parcours waren uitgesmeerd. Sterker nog, op het moment dat ik de tunnel inschoof, waren de eerste twee renners al gefinisht. Het was er derhalve niet afgeladen druk. Reeds de dag tevoren, bij het afhalen van het startnummer, had ik al gehoord dat het tunneldeel uit twee stukken bestond. Dat betekende in de praktijk dat er ergens onderweg een hellinkje genomen moest worden en daarna in de open lucht een stukje weg dat nog geen weg was, maar een zooitje van steenslag en andere ongerechtigheden. De eerder genoemde blotevoetenrenner, die ik na afloop op de baan nog kort sprak, had hier moeten wandelen omdat de ondergrond zelfs voor zijn getrainde voetzolen te ruig was. Toevallig kwam ik samen met twee jonge vrouwen het eerste tunnelstuk uit. Bij de voorste riep de smartphone-hardloopapp net op dat moment dat er 11 km waren afgelegd. Ik zag ongeveer tegelijkertijd op mijn Garmin 10,65 km staan. Ik kon dus roepen dat we de 11 km nog niet hadden bereikt en nog precies 3 km hadden af te leggen. Want ik was er zeker van dat mijn Forerunner 235 met GPS én GLONASS nauwkeuriger is dan eender welke slimme telefoon ook.

De uitgang

De uitgang

De twee stukken tunnel, die aan de rijbanen te zien in- en uitvoeggedeeltes gaan worden, maten bij elkaar, zoals eerder vermeld, 3 heuse kilometers. Aan het einde van het tweede deel was bij de uitgang een drinkpost. Ik pakte dankbaar een bekertje water aan om dit vervolgens op mijn al aardig uitgeknepen spons leeg te kieperen. Nu kon ik tenminste weer lekker mijn hoofd en nek dweilen. We waren juist onder de gecombineerde spoorweg- en metrolijn boven gekomen. Een venijnig klimmetje terzijde van dat talud leidde ons richting metrostation Bullewijk. Een vrouw die al een tijdje om mij heen draaide, ging wandelend omhoog en een man was dan weer aan het wandelen, dan weer aan het rennen. Voor mij was die aanblik niet erg inspirerend. Precies 12 warme km’s hadden wij lopers op dat moment in de benen. Het was mijn eer uiteraard wel te na om ook te stoppen met rennen, maar het ging echt niet meer van harte. De eerste 2 km in de tunnel had ik nog wel boven de 10/uur en dus onder de 6 minuten weten te verhapstukken, daarna zakte ik definitief eronder en erboven, al was het maar een fractie met 9,99/uur en 6:01 minuten. Ik zat er onderhand een beetje doorheen en verlangde naar de eindstreep. Het klimmetje deed mij, in ieder geval gevoelsmatig, dus mijn laatste beetje snelheid verliezen. Langs de ingang van het genoemde metrostation ging het door een stukje van de Bijlmer waar ik eigenlijk nooit kwam of kom, de H-buurt. Toch wel leuk om daar al rennende eens een kijkje te nemen, al ging ik niet sneller meer dan 9,62 per uur.

Zware laatste klim

Zware laatste klim

In min of meer rechte lijn liepen we naar het Nelson Mandelapark en dus terug naar waar wij allen begonnen waren aan deze lange voettocht. Er wandelden ons al wat renners met medailles om de nek tegemoet en eentje was zelfs aan het uithollen. Die hadden hun inspanning er reeds opzitten en ik voelde een klein beetje jaloezie bij mij naar boven komen. In het park was er een laatste net-niet-haakse bocht waar een vrijwilligster voor piet-snot stond omdat ook hier iedereen over het gras afsneed. Alsof ik een duidelijk gebaar wilde maken, liep ik wel helemaal over het asfalt en vlak langs de dame met het blauwe hesje. Die keek echter niet op of om en zag derhalve niet mijn opgestoken duim. Pal bij de ingang van de atletiekbaan stond een saxofonist zich de longen uit het lijf te blazen. Ook hem gaf ik mijn gecombineerde teken van begroeting, aanmoediging en enthousiasme. En ik had de indruk dat hij het wél zag. Een paar keer achteromkijkend constateerde ik met tevredenheid dat er zich geen concurrentie in mijn kielzog bevond en dat ik dus niet verder hoefde aan te zetten dan de 10/uur die ik weer gevonden had, om een eventueel sprintende achteropkomer voor te blijven. In 1:21:06 uur, kon ik er een punt achter zetten.

De laatste loodjes door de H-buurt

De laatste loodjes door de H-buurt

Voorbij de meet liep ik (bevangen door de hitte?) aanvankelijk naar de verkeerde medailleverstrekster omdat die blijkbaar allen de plakken voor de 10-km-deelnemers had. Die vergissing was echter met enkele stappen gecorrigeerd en na tevens een flesje water te hebben ontvangen, kon ik koers zetten naar het nu vrijwel verlaten deel van de blauwe atletiekbaan om uit te wandelen en na te hijgen. Daar liep even later de man die blootsvoets het hele traject had afgelegd. Ik sprak naar hem mijn bewondering ervoor uit. Zelf loop ik in huis nog niet eens op blote voeten. Hij wist nog te vermelden dat het asfalt in de tunnel niet schoongeveegd was en dat het daar om die reden voor hem ook niet echt lekker lopen was. Op dergelijke momenten ben ik altijd weer extra blij met mijn fijne Asics Gel Cumulus-schoenen (ik heb net weer een vers paar aangeschaft, trouwens). In de vochtig-warme kleedkamer sprak ik een paar woorden met een relatief jonge man, die vertelde dat hij meewerkte aan de beveiligingssystemen van de Gaasperdammertunnel en dat er zo’n veertig tunnelbouwers aan de loop hadden deelgenomen. Ook hoorde ik het verhaal aan van een (naar eigen zeggen) 62-jarige loper die opbiechtte dat hij er niet tegen kon als hij door een vrouw gepasseerd werd. ‘Ik denk dat ik maar eens naar de psychiater ga’, voegde hij er half-schertsend aan toe.

Misschien wel het absolute hoogtepunt van mijn dag was de renner die mij herkende als ‘schrijver van lezenswaardige blogs’ (zijn woorden of iets van die strekking !!). Waarbij hij met name verwees naar mijn verhaal over de Vechtloop van vorig jaar. Een kort gesprek, ook over mijn vaste loopmaatje en privéhaas Peter, ontspon zich. Niet toevallig is de volgende trimloop op mijn programma die bewuste loop in het naburige Weesp. Ondanks dat ik mij deze keer niet kon optrekken aan Sylvia, die ik helemaal niet heb gezien, maar later wel terugvond in de uitslagen als zijnde ruim 3 minuten vóór mij gefinisht, en de opnieuw warme omstandigheden, heb ik toch veel renplezier beleefd. Niet in het minst door de variatie in- en uitbreiding van het parcours. De na afloop door de vrouwelijke speaker gebezigde oproep ‘volgend jaar weer door die tunnel !!’, kan dan ook alleen maar door mij ondersteund worden. En de organisatie zal dat vast ook een goed idee vinden, want de tunnelloop leverde nu naar verluid zo’n 200 extra deelnemers op.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Sublieme samenwerking met Sylvia

Geinloop 2018 was alweer de tweede trimloop na mijn plotselinge operatie eind maart. Nu had ik het wel aangedurfd op te gaan voor een (hopelijk) lekkere 15 km. En ik werd, zoals je hieronder kunt lezen, op mijn wenken bediend! Met de weersomstandigheden kon het vriezen of dooien, meer specifiek: regen en onweer of drup. Traditioneel ga ik op de fiets langs het kanaal naar Driemond, omdat dit de kortste klap is. Deze keer waren onweers- en/ of stortbuien zoals gezegd een reële mogelijkheid, dus ik hield de diverse regenradars goed in de gaten. Zoals altijd gaven die verschillende voorspellingen en wisselden de getoonde beelden ook nog van uur tot uur. Uiteindelijk werd de soep wéér eens lang niet zo heet gegeten als hij werd opgediend. Sterker nog, hij was gelukkig maar lauw-warm. Op de heenweg had ik slechts wat gespetter te verwerken. Ik was zo verstandig geweest om vooraf (tegen meerprijs) mijn startnummer te laten opsturen. Dat kon ik derhalve thuis al opspelden. Ik wil altijd graag dat het stukje papier zo recht mogelijk op het betreffende kledingstuk komt te zitten en dat wilde ditmaal absoluut niet lukken. Na vier of vijf keer herplaatsen, heb ik het maar opgegeven om de perfecte positionering te bereiken. Ik arriveerde vrij laat bij de start, maar had net genoeg tijd om een beetje de benen te prepareren voor de lange tocht langs de korte rivier.

Geinloop: het parcours van de 15 km

Parcours 15 km, lopen in het groen aan de rand van Amsterdam

Ik ging achteraan in het rennerspak gaat staan en begon in een gevoelsmatig laag tempo. Dat alles is relatief, want de eerste kilometer ging ik toch al 10,47 km per uur. Die eerste ‘ronde’ is ook slechts een inleidende beschieting, want hij dient om de lopers de dorpskern van Driemond door en naar de boorden van de Gein te brengen. Nog op Zandpad Driemond, dus hartje centrum, schoof ik voorbij Marijke, die zich voor mijn gevoel wel op een erg lage snelheid voortbewoog. Ik heb haar die dag niet meer teruggezien. Later zag ik de uitslagenlijst dat zij de halve marathon (die ik hier eigenlijk ook gepland had) had gelopen en daarvoor ruimschoots de tijd had genomen. Grappig was dat de praatgrage spreekstalmeester bij de start de Gein het mooiste stukje Amsterdam noemde, terwijl het riviertje in zijn geheel in de provincie Utrecht ligt en de huizen volgens hun adressering tot de gemeente Abcoude behoren. Daar waar het gehucht Driemond daadwerkelijk onderdeel van de gemeente Amsterdam is, maakt Abcoude deel uit van de grotere bestuurlijke eenheid Ronde Venen. Abcoude ligt dus in de provincie Utrecht, maar (triviaal feitje) heeft door grenswijzigingen eerder tot zowel Noord- als Zuid-Holland behoord. Feitelijk liepen wij hier in een letterlijke uithoek van de provincie Utrecht, want zowel het aangrenzende Amsterdam-Zuidoost een de ene kant, als het land aan gene zijde van het kanaal aan de andere kant zijn onderdeel van Noord-Holland.

Het was zoals gebruikelijk een genot om te mogen rennen in het prachtige decor van meanderend riviertje, boerderijen, woonhuizen en omliggende weilanden en akkers. Lopend op Gein-Noord richting Abcoude, zag ik al snel in een weiland een ooievaar staan. Even later kwam er een grasperceel geheel gevuld met zwart- en roodbonte koeien voorbij. Alle mij bekende herkenningspunten, zoals twee molens (waaronder de Broekzijdermolen op Gein-Noord) en een voormalig op een kapel gelijkend zondagsschooltje genaamd Eben Haezer, waren ook weer van de partij. Mooie tuinen en uitdragerijen wisselden elkaar af, net als de doorkijkjes naar Amsterdam-Zuidoost aan de noordwestkant en de bomenrij langs het Amsterdam-Rijnkanaal aan de zuidoostzijde. De B&B-etablissementen, de theetuin, de kaasboerderij, de pluktuin en de vergaderlocatie annex paardenstal leken allen nog steeds in bedrijf.

Zondagsschool Eben Haezer (foto: Marcel-Mulder)

Zondagsschool Eben Haezer (foto: Marcel-Mulder)

Machteld kwam voorbij schuiven en ik had vlot geconstateerd dat ik die niet zou kunnen bijsloffen. Waar zijn toch de tijden dat ik deze AV ’23-loopster makkelijk mijn hielen liet zien? Na een paar kilometer kwam een andere dame in beeld en toen ik zag dat zij niet rechtsaf naar Gaasperdam ging voor de halve marathon, maar net als ik rechtdoor voor de 15 km, besloot ik mij op haar te richten. Temeer omdat zij niet van mij wegliep, maar het gat tussen ons, zij het langzaam, steeds kleiner werd. Ergens tussen de 4e en 5e kilometer heb ik haar bijgehaald en ben ik iets vóór haar gaan lopen. Met de bedoeling haar op sleeptouw te nemen. Eerst leek het of zij niet zo enthousiast was over mijn nabijheid, want zij hield vrij angstvallig de andere rand van het asfalt aan. Na ruim 6 km kwam Abcoude in zicht en werd het tijd om via een brug (eerder in de race had ik een vrouw achter mij horen vertellen dat deze wateroverspanning daar in de volksmond de ‘Kippetjesbrug’ genoemd wordt, officiële naam: Jan Swinkelsbrug) de andere kant van het water op te zoeken en de tocht in omgekeerde richting op Gein-Zuid voort te zetten. Mijn metgezellin, die Sylvia bleek te heten, ging heel kort door de bocht over het gras, mij daarmee voorbij en nam een metertje of wat afstand. Zonder veel moeite slofte ik dat gaatje weer dicht en kwam in haar slipstream terecht. Na korte tijd nam ik opnieuw de leiding op mij, maar de dame verkoos toch weer de gene zijde van de weg. Een eind verderop, ongeveer bij de molen Delphine (meerdere malen door Piet Mondriaan vereeuwigd en nu in gebruik als overnachtingsaccommodatie), werd het drukker op de route want wij liepen de deelnemers aan de 10 km tegemoet. Zij hadden hier tevens hun keerpunt, wat er voor zorgde dat ze ook weer onze kant opgingen.

De Jan Swinkelsbrug in Abcoude-(foto: Waternet)

De Jan Swinkelsbrug in Abcoude-(foto: Waternet)

Er was intussen ons een motorfiets gepasseerd met achterop een cameraman met werkend apparaat. Daar ter plaatse en later nog een paar keer werden wij duidelijk op het digitale celluloid vastgelegd. Want die motor passeerde ons zeker drie keer. Het was, ondanks de bewolking en de enkele spetter, onderhand aardig warm geworden. Ik had het eerder al nodig gevonden mijn hoofd te voorzien van een zweetband, teneinde de druppels uit mijn ogen te houden. Erg blij was ik dan ook dat op de splitsing naar de Velterslaan de tweede verzorgingspost zich aandiende. Drinkbaar vocht had ik niet nodig, met de fles sportdrank aan mijn riem, maar ik wist niet hoe snel ik een natte spons moest bemachtigen. Mijn gehele hoofd snakte naar een flinke opfrisbeurt. Dat daarbij de glazen van mijn renbril onder de druppels kwamen te zitten, nam ik daarbij graag even voor lief. Mijn compagnon had wel behoefte aan een paar slokken water en nam een beker water mee. Om de 15 km vol te krijgen, dienden wij een uitstapje te maken richting het Fort bij Nigtevecht en het Amsterdam-Rijnkanaal. Helaas voor mij was ons keerpunt niet, zoals wel voor de halve marathonsafstand, op de kanaaldijk langs het water, maar eerder bij de ingang van het fort. Gelukkig had ik vooraf de parcourskaart bestudeerd en was ik geestelijk voorbereid op het ontberen van direct contact met mijn favoriete waterweg.

Piet Mondriaan -  Oostzijdse molen bij avond

Piet Mondriaan – Oostzijdse molen (Delphine) bij avond

De Velterslaan is een stukje smaller dan de wegen aan weerszijden van de rivier Gein. Dat gegeven en de lopers die hun keerpunt al hadden gemaakt en terugkwamen, zorgden ervoor dat Sylvia en ik dichter bij elkaar kwamen te lopen. Al een kilometer of vijf in elkaars kielzog hadden wij trouwens nog geen blik of woord gewisseld. Dat was er eenvoudigweg nog niet van gekomen en in ieder geval had ik al mijn adem nodig om in het strakke tempo van rond de 10,5 per uur te kunnen volharden. Er was onderhand wel een soort van samenwerking aan het ontstaan en die ging, naar mate de kilometers onder onze voeten wegtikten, steeds beter. Wij haalden wat lopers en loopsters in, maar werden ook opgeraapt door een druk keuvelend drietal, bestaande uit twee mannen en een vrouw. In het weiland aan een kant van de laan zag ik wederom een ooievaar. Zou dat dezelfde zijn als eerder op de middag? Geen idee, maar ik vond het wel bijzonder en overwoog of ik mijn loopmaatje erop zou wijzen. De vogel was best lastig te zien tussen de bomen door en dit zou tevens een wat aparte openingszin van mijn kant zijn. Dus gebruikte ik mijn mond zoals de hele tijd om goed uit te ademen.

Nabij de Velterslaan, Gein-Zuid

Nabij de Velterslaan, Gein-Zuid

Wij liepen nog steeds een zeer regelmatig tempo, zo rond de 10,5 per uur. Toen we de Velterslaan heen-en-terug hadden afgewerkt en bij de verzorgingspost rechtsaf gingen, terug Gein-Zuid op, gooide met name Sylvia er een kleine schep bovenop. En ik kon zowaar makkelijk volgen, of liever gezegd, naast haar voortgaan. Het geluid van haar voetstappen was zeer regelmatig. Vaak heb ik last van de geluiden van andere renners, maar nu absoluut niet. Er ontstond, in ieder geval in mijn beleving, een ideaal ritme van naast elkaar voortbewegende voeten en eraan gekoppelde benen. Wij gingen nu harder dan tijdens de eerste 10 km, en dat liep als een trein. Na afloop vertelde Sylvia dat zij altijd langzaam op gang komt en dus blijkbaar een imitatie van een diesel doet. Nog steeds hadden wij geen woord gewisseld, maar de samenloop voelde voor mijn gevoel als perfect aan. En ik had ook geen enkele twijfel dat ik in dit relatief snelle tempo nog wel een tijdje kon volharden. Ik kan mij nog goed herinneren dat ik vorig jaar, toen ik op hetzelfde parcoursgedeelte in mijn eentje liep, onderhand gevoelsmatig wel naar de eindstreep verlangde. Nu kon deze loop mij vooralsnog niet lang genoeg duren.

Eerste kilometers op Gein-Noord (foto: Weesper Nieuws)

Eerste kilometers op Gein-Noord (foto: Weesper Nieuws)

Langs de zuidoever van die machtige Gein (grapje, hij ziet er meer uit als een breed uitgevallen sloot) gingen wij zo voort. En de tred zat er nog immer prima in. Kilometer 12 ging in 5:37 minuten, nummer 13 in 5:34 en ronde 14 met een te verwaarlozen verval in 5:39. Als een geoliede machine snelden wij richting Driemond. Ook aan een fijne lopersroes komt echter een einde, als je zoals ik voorkennis hebt van de nog af te leggen route. Ik zag namelijk een beetje op tegen het de brug aan het einde van Gein-Zuid ‘beklimmen’ en het stuk dat daarna nog door downtown-Driemond diende te worden verhapstukt. Een minder fijn wegdek, een paar drempels, bochten en een brug kunnen als de psychische vermoeidheid zich begint aan te dienen, in je hoofd worden opgeblazen tot grote obstakels. Die brug op viel nog wel mee, maar in de bebouwde kom kon ik Sylvia slechts nog volgen. Echter wel met steeds grotere moeite. Het leek alsof ik langzaam aan het instorten was, maar als ik kijk naar de tijd over de laatste kilometer is dat beslist bezijden de waarheid. Rondje nummer 15 deed ik namelijk in 5:29 minuten bij 11,04 per uur. En de 35 meter die ik volgens mijn Garmin extra liep, haalde ik een snelheid van 11,79 per uur.

Helemaal links: Sylvia (foto: Gerrit Jan van Kampen)

Helemaal links: Sylvia (foto: Gerrit Jan van Kampen)

Het was gewoon zo dat diesel Sylvia steeds harder ging lopen en ik kon die versnelling op een gegeven moment eenvoudigweg niet meer volgen. Op de Lange Stammerdijk waren er wat gaten in de weg en daarop concentreerde ik mij. Hier viel er echt een gaatje tussen ons tweeën. Even later draaide de dame zich om en riep naar mij dat ik wel moest bijblijven. Het eerste echte contact was hiermee een feit. Ik riep terug dat zij ineens wel erg voortvarend was en mij nu echt te hard ging. Intussen ploegde ik zo goed mogelijk voort. In 1:25:09 kwam ik een aantal meters na mijn loopmaatje van die dag over de finish. Daarachter stond zij op mij te wachten en nam direct het woord om mij uitvoerig te bedanken. ‘Jij hebt mij erdoorheen gesleept’. Ik had het andersom exact hetzelfde beleefd en kom de dankbaarheid en complimenten dan ook direct retourneren. We hebben de buit ook eerlijk verdeeld, want zij mocht de tweestrijd in haar voordeel beslissen en ik bleek later een netto-eindtijd te hebben gescoord die precies 1 seconde sneller was dan die van mijn metgezel. Sylvia was 11 seconden eerder binnen dan ik, waar ik dus 12 tellen later van start moet zijn gegaan. Ik had voor mijn gevoel in tijden niet meer zo goed en zo snel gelopen. Met 5:41 minuten per km bij 10,59 per uur over deze loop was ik maar nauwelijks langzamer dan mijn langjarige gemiddelde over 15 km- of langere lopen. En de laatste keer dat ik sneller was, is al ruim een jaar geleden. Het geeft mij tevens het vertrouwen dat ik op een goede dag best nog wel een redelijke snelheid kan halen, ook al is een tijd als 1:16:07 (Nescioloop 6 jaar geleden) wel echt ‘Andere Tijden Sport’, zoals mijn maatje Peter dat immer zo plastisch weet te verwoorden.

Moi (foto: Gerrit Jan van Kampen)

Moi (foto: Gerrit Jan van Kampen)

Na onze binnenkomst was er eindelijk tijd om getweeën uit te blazen en wat te kletsen. Dat het onderwerp vooral hardlopen was, zal niemand verbazen. Zo kon ik haar wat tips geven over even leuke loopjes in de directe omgeving als deze die wij zojuist voltooid hadden. Gezamenlijk wandelden wij terug naar de plaatselijke sporthal en daar namen wij hartelijk afscheid. Hoe Sylvia erover denkt weet ik uiteraard niet, maar ik kan terugkijken op een meer dan geslaagde Geinloop: prima weersomstandigheden, zoals altijd een adembenemend mooi, afwisselend parcours en vanzelfsprekend die sublieme samenwerking met de dame die ik nog nooit eerder bewust gezien had. In je achterhoofd weet je uiteraard wel dat twee mentaal sterker en lichamelijk sneller zijn dan één. Maar als je, zoals ik, in 98 van de 100 gevallen je loopjes solo afwerkt, wil je dat nog weleens vergeten. Bij deze samenloop haalden wij in mijn beleving het allerbeste in elkaar naar boven, in ieder geval wist zij dat bij mij te bewerkstelligen. Mijn zondag kon hoe dan ook niet meer stuk en, ondanks de regen op de terugweg, de 7 km die ik nog naar huis moest fietsen leek echt een peulenschilletje. Hopelijk vind ik bij de eerstvolgende trimloop, de Gaasperplasrun, weer zo’n fijn loopmaatje.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Over rozen bij de Roze(n) Loop

Exact een maand na mijn blindedarmoperatie stond ik weer aan de start van een georganiseerde loop. Ik had door het medische akkevietje gelukkig alleen de Nescioloop moeten overslaan en tweeënhalve week training. Nu deed ik mee aan de kleine buur van die trimloop, tevens de kleinschaligste run op mijn vaste programma. Wanneer in goede doen en vorm, attaqueer ik steevast de maximale drie rondjes van 5 km om het water van het Benedendiep. Nu hield ik het vanwege die medische interventie 31 dagen ervoor bij twee omlopen. Want ik was ook pas weer tweeënhalve week in training, zijnde 4 duurlopen van respectievelijk 6, 8, 11 en 10 km. Om die reden leek het mij iets te gortig en ook onverstandig om de ‘herstart’ van mijn trimloopcarriere meteen met 15 km te beginnen. Ik was al verheugd genoeg dat ik weer georganiseerd kon gaan lopen, en daarom was ik tevreden met ‘slechts’ 10 km.

Zoals gebruikelijk een 'tweedehands' startnummer

Zoals gebruikelijk een ‘tweedehands’ startnummer

Deze keer stonden er voor mijn gevoel relatief veel lopers en loopsters aan de start, pal voor de ingang van het Flevoparkbad in Amsterdam-Zeeburg. Het was dan ook een aardige stoet die vóór mij het Flevopark in snelde. Ik had met opzet achterin de startopstelling plaatsgenomen, zodat ik mij niet te veel zou laten opjagen door snellere lopers. Iedere eindtijd binnen het uur zou gelden als een goed resultaat, zeker ook als ik die kleine 10 km (want niet gecertificeerd) zou kunnen afleggen zonder wandelstukken. Iets waarin ik overigens alle vertrouwen had. De weersomstandigheden waren nu eens een keer zoals ze voorspeld waren, regenachtig en koel. Dat laatste is voor de meeste renners, mijzelf incluis, trouwens absoluut geen onoverkomelijk gegeven. Wel had ik tijdens mijn wandeling naar de plaats van handeling mijn tijdens de loop te dragen renschoenen onder een viaduct tijdelijk weer verwisseld voor de veel meer waterdichte, stokoude Reeboks. En mijn regenjack en dito pet kwamen nu erg goed van pas. Net voorafgaand aan de starttijd was het trouwens gelukkig wel droog.

Het parcours

Het parcours

Omdat het inmiddels ruim drie weken geleden is en ik daarna alweer een volgende loop heb verhapstukt, moet ik wat dieper in mijn geheugen graven en zijn er tevens wat details mij ontschoten. Ik ben tenslotte ook geen 18 jaar meer. De bekende taferelen ontrolden zich, ik stak wat mededeelnemers voorbij, anderen raapten mij op. En ik ging uiteraard op zoek naar collega’s met wie ik gelijk-op zou kunnen lopen. Eerst viel mijn oog op een tweetal dames, maar al snel constateerde ik dat die voor mijn maatstaven te rap gingen. Daarna kwam ik in het kielzog van een groepje jonge vrouwen terecht. Maar na precies 1 km koers en net het park uit en de Valentijnkade direct erlangs op, liet ik ze reeds mijn hielen zien. Als het park en de ernaast gelegen, historische Joodse begraafplaats gepasseerd zijn, volgt steevast het minst aantrekkelijke deeltje van het parcours: het bewoonde deel van de Valentijnkade, dat tot aan de Molukkenstraat afgelegd dient te worden. Bij de 10 km moet dat dus twee keer en bij de 15 km zelfs driemaal. Zo rap mogelijk linksaf de brug over en nogmaals links de Oosterringdijk op, die tot vrijwel het einde afgelegd dient te worden. Vaak heb je hier de wind in de rug, maar soms zit het tegen, zoals vorig jaar, en moet je tegen een oost- of noordooster optornen. Nu was er van enige wind van betekenis geen sprake.

In de achtervolging

In de achtervolging

Overigens was er recent een extra brug over het water aangelegd, die de loodrecht op de Valentijnkade staande Kramatweg direct verbindt met het aan de andere kant gelegen Science Park. Het verleggen van de route over deze fiets- en voetgangersbrug, zou het eerder genoemde, minder prettige stukje Valentijnkade uit het parcours hebben gesneden. Iets wat ik persoonlijk wel toegejuicht zou hebben. Het zou echter ook het totale rondje pak-hem-beet 500 meter te kort maken. Om die reden lieten de lopers de nieuwe aanwinst links en rechts (al naar gelang hun positie in de race) liggen tijdens hun sportieve inspanningen. Ik zal er eens op studeren of die halve kilometer middels een extra lus in het park gecompenseerd zou kunnen worden en dan eventueel een routewijziging aan de organisatie voorstellen.

Links de Oosterringdijk en rechts de Valentijnkade

Links de Oosterringdijk en rechts de Valentijnkade

Nog rennend over de kade langs het parkgedeelte, zag ik de snellere lopers reeds aan de andere kant van het water voortbewegen, waaronder Cor, die ik bij deze loop altijd tegenkom en Marleen, de voorzitter van de organiserende vereniging. Zij is een bekende en vakgenoot van mijn vrouw. Deze laatste stond, ondanks eerdere aankondigingen dat zij vanwege de weersomstandigheden geen acte-de-présence zou geven, toch aan het einde van de Oosterringdijk om mij een hart onder de riem te steken en wat plaatjes te schieten. Tijdens de eerste helft van de loop liep ik keurig net iets sneller dan 10 km per uur, met kilometertijden stabiel tussen 5:50 en 5:59 minuten en lag ik derhalve netjes op schema voor de gewenste eindtijd binnen de 60 minuten. Ergens tijdens de loop vielen er nog wat spetters, maar die stelden bitter weinig voor. En mijn gok om regenjas en -pet niet aan te trekken, pakte om die reden goed uit. Want dat spul is fijn bij plensbuien of gestage regen, maar zorgt bij drogere omstandigheden al snel voor de productie van nog extra lichaamsvocht.

De twee hazen nog niet bereikt

De twee hazen nog niet bereikt

Zoals gebruikelijk ging aan het einde van de kanaaldijk menig renner rechtdoor naar huis en kantoor, oftewel naar de eindstreep. Ik ging naar beneden de dijk af en langs de ingang van het zwembad het park weer in. Daar vond ik halverwege aansluiting bij een gemêleerd groepje, aangevoerd door veteraan Lesley in zijn Surinaamse-vlag-shirt en een man met rubber sokken (Vibrams) aan de voeten en een lichtgroene hoofddoek op de schedel. Die twee mannen had ik tijdens de eerst ronde al steeds in het vizier gehad. De reden dat ik op dit groepje kon neerstrijken, werd mij duidelijk bij een blik op mijn renhorloge. Op het scherm van mijn Garmin zag ik een snelheid van 9,7 per uur. De twee heren waren wat betreft hun tempo duidelijk even wat ingezakt. Die eerste kilometer van de tweede helft van de loop ging daardoor als enige met 6:11 minuten een eindje boven de door mij gestelde grens. Gelukkig had ik bij alle kilometers daarvoor reeds een kleine tijdbuffer opgebouwd en als ik de laatste 4 km mijn snelheid weer zou kunnen hernemen, was mijn missie volledig geslaagd.

Einde van de Oosterringdijk, eerste omloop

Einde van de Oosterringdijk, eerste omloop

Ik ging verder mee in het spoor van Lesley en Jos, zoals de Vibram-loper bleek te heten. Weer het stukje bewoonde wereld over de Valentijnkade, waar het altijd goed opletten is op de overige weggebruikers. Korte tijd liep ik naast een jonge vrouw met een paar tatoeages op haar schouders en wij beiden direct achter de twee gangmakers. Jos riep een paar woorden naar achteren en het viel mij op dat alleen ik erop reageerde. Nog voor we de kaap van de 7 km hadden bereikt, stopte de vrouw ineens. Al eerder tijdens de koers had ik haar zien wandelen en stilstaan. Jos gaf even later zijn inzichten over deze jongedame. Hij dacht haar zoiets als ‘I’m dying’ te hebben horen zeggen, voor zijn gevoel met een Pools accent. Dat verklaart in ieder geval het feit dat zij niet met woorden reageerde op zijn eerdere vragen om informatie. In de uitslagenlijst staat als een-na-laatste een dame met buitenlands klinkende naam, als tweede en laatste vrouwelijke deelnemer aan de 15 km (om maar weer even de grootte van deze loop te benadrukken) en als voorlaatste van alle binnengekomen participanten.

Lesley nog ruim vóór mij en de dame een eindje achter mij

Lesley nog ruim vóór mij en de dame een eindje achter mij

Intussen bleef ik dankbaar in het kielzog van mijn twee mannelijke hazen. Echter, waar zij op het laatste stukje in het park hun snelheid tot onder de 10/uur hadden laten zakken, gooiden zij het gas op de Oosterringdijk steeds iets verder open. En wel zodanig dat ik eerst kwam te zwemmen en van lieverlee moest afhaken. Dus moest ik het, voor de tweede keer bij het Amsterdam-Rijnkanaal gekomen (de derde keer als ik mijn wandeling vooraf meetel), het nu helemaal alleen doen. Waar ik geruime tijd direct of wat verder achter Lesley en Jos liep, zie ik op de foto’s die mijn vrouw na ruim 3 km schoot een loopster niet ver achter mij voortgaan. Deze dame schoof op de Westelijke Merwedekanaaldijk, na bijna 9 km, langs mij heen. Na een achtervolging die dus in ieder geval bijna 6 kilometer geduurd had. Ik probeerde wel bij haar aan te pikken, maar het beste was er inmiddels wel af en ik moest de dame laten gaan. Zij werd al snel opgepikt door een kleine loper van Marokkaanse origine, die van de andere kant kwam. Deze man had ik hier tijdens mijn wandeling vooraf al zien joggen. De winnaar van de 10 km bij de mannen was ene Abdelhamid, die de twee rondjes in 35 minuten had afgeraffeld. Ik vermoed dat dit de collega-loper was die tijdens het uitlopen besloten had de betreffende dame naar de finish te begeleiden. Overigens na mijn eerst enkele woorden van aanmoediging toe te spreken. Ik vroeg mij uiteraard af of er een band tussen deze twee deelnemers was, maar de namen en verdere gegevens in de lijst duiden daar niet op.

Het Nieuwe diep (Deel Benedendiep) met rechts de Oostelijk Merwedekanaaldijk

Het Nieuwe diep (Deel Benedendiep) met rechts de Oostelijk Merwedekanaaldijk

Nog een laatste kilometer scheidde mij van het volbrengen van wederom een trimloop, inmiddels mijn 75ste. In mijn pogingen Lesley en Jos zo lang mogelijk bij te benen, had ik mooie kilometertijden van 5:53, 5:50 en 5:50 geproduceerd. Het laatste stuk langs het kanaal en over de Flevoparkweg naar de meet ging ik niet meer zo heel soepel en over de 835 meter die ik volgens Garmin aflegde (want zoals eerder vermeld: dit is uiteraard geen door de bond gecertificeerde ren) deed ik 5:52 minuten. Ik zou bij een volledige kilometer ten tweeden male de kaap van de 6 minuten te boven zijn gegaan. Ik wist dat er geen kaper op de kust direct in mijn nabijheid voorhanden was, want het is toch niet fijn om pal vóór of op de finish nog overlopen te worden. Geheel solo voltooide ik het karwei. Mijn eindtijd was (volgens mijn eigen waarneming en die houd ik hier aan*) 58:28 minuten. Daarmee werd ik 29ste en laatste bij de mannen op de 10 km, net na de eerder genoemde hazen Lesley en Jos. Blij dat lichamelijk alles goed was gegaan, dat er tijdens de loop weinig neerslag gevallen was en dat ik, na die korte onderbreking, weer terug was op de trimloopbaan.

Medaille Roze Loop 2018

‘Foutje, bedankt’

Na het over de finish komen, liep ik, zoals gebruikelijk, een paar stappen door. Dit leverde achter mijn rug het commentaar ‘Oh, hij loopt gewoon door’ op. Alsof ik iets heel erg buitenissigs deed! Dus keerde ik maar snel op mijn schreden terug om de welverdiende medaille omgehangen te krijgen. En zo zag ik tevens de eerste mannelijke binnenkomers op de 15 km arriveren. Die hadden er maar een paar minuten langer over gedaan dan ik, maar wel een ronde van 5 km meer afgelegd. Terug in de sporthal sprak ik kort met Cor, aan wie ik vooral al verteld had dat ik een maand eerder op de operatietafel lag om van mijn blindedarm ontdaan te worden. Hij was verbaasd en enthousiast dat ik het er zo goed vanaf had gebracht. Een andere loper in zijn gezelschap vroeg of er op mijn medaille-exemplaar ook ‘Rozen Loop’ stond, i.p.v. ‘Roze Loop’. Dat bleek inderdaad het geval, al had ik dat zelf nog niet geconstateerd. Klein foutje van de leverancier, wat meteen een spellingfout opleverde, want dan had er Rozenloop (dus zonder spatie) moeten staan. De organisatoren zullen er niet direct enthousiast over geweest zijn, maar geen plakken uitreiken is uiteraard nog vervelender. In mijn geval was deze onvolkomenheid eigenlijk wel toepasselijk omdat deze terugkeer voor mijn gevoel redelijk over rozen gegaan was. Na afgekoeld en omgekleed te zijn liep ik wel weer in de regen (daarom met regenjack en -pet weer aan en op) naar huis. Met in mijn gedachten reeds de volgende loop op het programma. Precies twee weken later ging ik bij de Geinloop wél de 15 km aanvallen. Daarover binnenkort een uitgebreid verslag.

* Bij deze loop wordt er handmatig door enkele vrijwilligers geklokt en om die reden alleen met bruto eindtijden gewerkt. Ik schat mijn eigen tijdsregistratie daarom als nauwkeuriger en betrouwbaarder in.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Zandvoort, zee en ziekenboeg

Vooraf:
Eigenlijk besefte ik pas na de Spiegelplasloop dat het wel handig zou zijn als ik, in verband met het strandgedeelte van de Zandvoort Circuitrun, vooraf wat meters op zand gemaakt zou hebben. Om dat te doen had ik nog precies één mogelijkheid, mijn midweekse training op de woensdag voorafgaande aan de Circuitrun. Daarom toog ik, net als vorig jaar, naar het verlaten recreatiestrandje in het Diemerpark en besloot daar minimaal tien rondjes over en door het zand te gaan ploeteren. Uiteindelijk werden het er twaalf van bijna 300 meter en met die circa 3,5 km had ik meer trainingsmeters in de benen dan het stuk over het Zandvoortse strand (ongeveer 2,3 km) lang zou zijn. Uiteindelijk liep ik die woensdag met 12,46 km zelfs bijna een halve kilometer langer dan ik ‘s-zondags aan de Noordzeekust zou doen. De volgende dag had ik een pijn in mijn buik die ik niet herkende en dus waarschijnlijk niet eerder ondergaan had. Gelukkig nam deze pijn de dagen erna steeds wat af en was hij zondagochtend eigenlijk compleet verdwenen. Op naar het Circuit van Zandvoort!

Ruimte genoeg om op te warmen

Ruimte genoeg om op te warmen

Zandvoort:
In de trein richting Amsterdam werd er voor de hardlopers al verwezen naar de boemel naar Zandvoort. In die tweede trein vroeg een jonge vrouw naast mij wat er aan de hand was, omdat de wagons zo druk bevolkt waren. Ik antwoordde dat wij allemaal naar Zandvoort gingen om te gaan hardlopen op het Circuit en omgeving. Verder was het gezellig druk in de trein, die zich uiteraard steeds verder vulde met deelnemers. Ik had mij wat luchtiger gekleed dan de zondag ervoor, want de temperatuur zou hoger zijn en thuis deed de zon al zijn uiterste best om door te breken. Aan de kust aangekomen, bespeurde ik direct een koude wind en het zag het er ook enigszins heiig tot licht mistig uit. ‘Oh ja, een beetje te optimistisch gedacht, want direct bij zee kon het weer altijd heel anders zijn dan meer landinwaarts. Na bij het station van NS-promotiemedewerkers een leuk, geel rugtasje met inhoud te hebben aangenomen, beende ik snel naar het racecentrum. Daar was het zoals te doen gebruikelijk een drukte van belang. Er kwamen al lopers met medailles omgehangen het terrein aflopen en op de omloop zelf werd druk gerend. Na even de toiletvoorzieningen te hebben bezocht en een paar eerste plaatjes te hebben geschoten, ging ik fluks naar de pitbox waar ons team zich kon omkleden en de tas achterlaten. Omdat een afspraak vorig jaar in het honderd was gelopen, had onze teamcoördinator nu maar geen poging gewaagd om iedereen voor een teamfoto bij een raceauto tezamen te krijgen. Er lag trouwens overal op het omzomende terrein nieuw asfalt. Sterker nog, het zag er her en der uit alsof deze herbestratingswerkzaamheden nog niet waren afgerond. Vanwege de starttijd precies op mijn lunchuur, 13:00 uur, kon er van een echte middagmaaltijd nog even geen sprake zijn. Ik moest het doen met een muesli-chocoladereep, twee bananen en een pakje lang houdbare melk. Toen ik dat alles naar binnen had gewerkt, mijn drankfles voor onderweg aan mijn riem had gegord en mijn tas veilig onder het bankje had gezet, was het tijd om aan de opwarming te gaan beginnen. Daar was, op het terrein naast de hoofdtribune waaronder ik zojuist vandaan kwam, ruimte en vers asfalt genoeg om mijn strekkingen en rondjes te doen. Daarna kon ik, met uiteraard ontelbare anderen, via een pitbox het startvak in.

Het startvak

Het startvak

Circuit:
Het begin is bij deze loop altijd lastig. Je stelt je vooraf voor dat je op het brede wegdek van deze voormalige Formule-1-piste lekker kunt lopen, maar dat valt in de praktijk telkens weer vies tegen. Het ding is namelijk ooit (kort na WO-II) neergeplant op een stelletje duintoppen en -dalen. De weg golft dus als een gek op-en-neer en is op meerdere plekken ook nog eens behoorlijk scheef. Dus dat loopt af-en-toe voor geen meter. Na het doorslaande succes van het weekeinde ervoor, toen ik uiterst rustig vertrok, zette ik deze strijdwijze uiteraard direct weer in. Met een snelheid van rond de 10 per uur en kilometers net op of onder de 6 minuten, banjerde ik over de rechte stukken en door alle bochten. Terwijl het asfalt ter plaatse toch vele meters breed is, was er zo-nu-en-dan een enkele onverlaat die desnoods over het gras aan de binnenkant een ander voorbij meende te moeten lopen. Ook waren er her-en-der figuren met geluidsinstallaties en microfoons neergepoot, die ervan overtuigd waren dat zij de leukste thuis zouden zijn. En dat lieten ze maar al te graag horen. Vooruit, ieder zijn eigen pleziertje! Tijdens de 4e km kwam ik iets meer op stoom en liet ik een tijd van 5:47 minuten noteren. De volgende 1000 meter gingen het circuitterrein af, de dijk die de boulevard herbergt op en naar het strand toe. Vooral het laatste stukje omhoog was weer even een gemeen klimmetje en het zou niet het laatste zijn. Heel Zandvoort ligt boven op een stelletje duinen en dat ondervind tijdens deze run bij-tijd-en-wijle op niet mis-te-verstane wijze.

Doorkomst 8 km

Doorkomst 8 km

Strand en zee:
Hoewel het gehele stuk over het strand maar een zesde deel van de hele loop beslaat, is dit waar ik voor gekomen was. Het vergt wel even een omschakeling: hard de steile, bestraatte strandafgang naar beneden, dan nog wat betonblokken over en vervolgens het mulle zand in. Daar moet je echt getemporiseerd met kleine pasjes doorheen teneinde de veel hardere en gladdere waterkant te bereiken. Van te voren had ik al op internet opgezocht wat de getijdenstand zou zijn en die was aardig gunstig. Ik kon derhalve lekker hollen op het zand en probeerde hierbij waar het kon de stukjes met minder lopers op te zoeken. Dat lukte zowaar nog aardig ook. Na een tijdje hoorde ik de zee aan mijn rechterkant en besefte ik dat ik die grote vriendin nog geen blik waardig had gegund, druk als ik het had met rennen. Ik maakte dat gemis direct goed door een paar keer over het grijze, zilte nat te turen en het eeuwige spektakel goed in mij op te nemen. Heerlijk was het daar, zoals altijd. De zon deed zijn uiterste best om door het wolkendek te breken en met de wind in de rug, voelde het al snel warmer aan. Tijd om de jas uit te doen en om het middel te knopen. Dat had ik een uur of wat eerder nog niet voor mogelijk gehouden! De ondergrond voelde ideaal aan en ik liep prima, maar toch kon ik niet sneller dan ongeveer 9,7 per uur en dat verbaasde mij. Ik wilde namelijk heel graag de 10 per uur vasthouden en dat lukte even niet meer. Wel veel te vroeg naar mijn zin zag ik de renners vóór mij linksaf buigen om door het mulle zand naar de opgang te sturen. Met dit lage tij zou het een feest zijn geweest de halve marathonsafstand te verhapstukken, want dan mag je 8 km langs de rustgevende zee hollen. Nu kon ik niet anders doen, dan in een heel rustig tempo mijn weg naar boven te zoeken. Op het laatste, verharde stuk ging ik echt compleet stuk.

Halverwege het strand

Halverwege het strand

Centrum:
Eenmaal terug op de boulevard moest ik wel, met een bijna slakkengang, uitblazen. Ik zat er even totaal doorheen. Teruglezend zie ik dat mij dat bij de vorige editie ook al overkwam. Achteraf gezien is het verbazingwekkend dat ik mijzelf nog kon voortbewegen middels iets dat (zij het slechts) een slap aftreksel van hardlopen was. Daar waar ik, ook op het harde zand, keurig in de buurt van de 10/uur en 6:00/km gebleven was, moest ik tijdens deze 8ste kilometer (het laatste stukje strand, de opgang en de boulevard) met 9,18 per uur en 6:32 minuten flink inleveren op mijn vooraf bedachte schema. Pal na de 180-gradenbocht die de lopers terug brengt in de richting van Zandvoort-Centrum en het erachter liggende circuit, staat traditioneel de drinkpost opgesteld. Een oudere man had kennelijk zo’n sterke behoefte aan vocht dat hij zonder om zich heen te kijken naar rechts afweek om een bekertje te bemachtigen. Daarbij sneed hij een andere loper, die om hem te ontwijken eveneens naar rechts kwam en mij daarbij met zijn schouder beroerde. Wij bleven gelukkig beiden op de been en deelden met elkaar onze verontwaardiging over het hoge oogkleppengehalte van de mannelijke veteraan. Ik zag snel daarna wel ineens weer een snelheid van 10,5 per uur op mijn horloge, dus dit drinkpost-akkevietje nam uiteindelijk een positieve wending. Nummer 9 deed ik in 6 minuten precies en de volgende 2 km door het dorp bleef ik netjes een paar seconden daaronder. Niet genoeg om die langzame 8ste km te compenseren, maar daarover later meer. Ondanks het feit dat er redelijk wat klinkerweg verhapstukt moest worden, had ik de gang er weer goed in. En trouwe lezers weten dat klinkers zeker niet mijn favoriete ondergrond zijn.

Gefinisht !

Gefinisht!

Het spoor leidde door het centrum eerst naar beneden, wat uiteraard makkelijker lopen is. Maar na een paar zeer drukke winkelstraten moet je net zo hard weer ophoog en terug die duinenrij of wat het is, op. Terwijl ik tijdens deze klim zo goed mogelijk mijn snelheid probeerde vast te houden, zag ik een bekend vrouwelijk duo mij met hoge snelheid voorbijstreven. Deze AV’23-dames had ik in het verleden vaak al tijdens de eerste kilometers van een loop te pakken, maar nu waren de rollen duidelijk omgekeerd. Ik deed nog een vruchteloze poging om in hun spoor mee te gaan, maar zag al heel fluks dat dit onbegonnen werk was. Spoedig waren de vrouwen al opgeslokt door het loperspeloton waar ik op uitkeek. Tot aan het circuit wist ik met gemak in mijn snelheid te volharden, mede door de prettig vlakke asfaltweg ernaartoe. Toen werd het even goed oppassen voor struikelingen of valpartijen. Want waar we door de hoofdingang het snelheidsduivelsterrein hadden verlaten, werden we nu via een achterdeurtje er weer terug op geloodst. Een parkeergebied met steenslag (en hier en daar veel grotere exemplaren) als ondergrond leidde naar een poortje. De weg erachter deed ons op het rechte eind en tussen de tribunes belanden. Nog enkele honderden meters en de inspanning zat erop. Ik hield goed vol en de laatste hele kilometer ging zowaar in 5:35 minuten, ergo ik had nog een ultieme versnelling in huis. Ook nu registreerde mijn Forerunner een grotere afstand dan de geafficheerde 12 km. Deze middelgrote loop is tenslotte ook niet door de bond gecertificeerd. Tijdens die laatste 212 meters haalde ik een snelheid van op een haar na 12 per uur. De hoop binnen de 1:12 uur te finishen had ik eerder al opgegeven. Omdat ik bij het verlaten van het strand en het stuk erna te veel tijd had verloren en ervoor een te kleine buffer opgebouwd om die extra tijd te compenseren. Mijn 1:12:45 was echter prima naar mijn zin en maar een ruime halve minuut langzamer dan mijn beste tijd van vorig jaar. En volgens Garmin deed ik over exact 12 km 1 minuut en 4 seconden minder, dus 1:11:41. Daarmee bleek ik later de op-een-na-snelste van het 8 lopers sterke team waarvan ik deel uitmaakte. Het bijbehorende herinneringsshirt en de medaille waren dus dubbel-en-dwars verdiend.

Ziekenboeg:
Ergens tijdens het eerste deel op het circuit had ik, als ik het mij goed herinner, één keer een steekje in mijn buik gevoeld, maar verder helemaal geen last gehad. Ook niet slepende met een best zware tas op de reis ernaartoe of weer huiswaarts met twee overstappen en een sprintje in Amsterdam om de laatste aansluiting te halen. ‘s-Nachts werd ik echter wakker met een druk hoofd (door de enerverende dag die achter mij lag) en met een pijnlijk gevoel in mijn buik. Niet gek dat ik de rest van die nacht slecht sliep. Op maandag had ik relatief weinig klachten en heb ik nog met boodschappen gesjouwd, maar de volgende ochtend ging ik voor de zekerheid toch naar de huisarts. Die liet mij een dag later, na bloed- en urine-onderzoek, terugkomen en stuurde mij toen direct door naar de Spoedeisende Hulp in het ziekenhuis. Ik ging daar naartoe in de overtuiging dat er alleen een echo of scan van mijn buik gemaakt zou worden. Zelf had ik eerst nog gedacht aan de mogelijkheid van overbelaste buikspieren door de incidentele zwaardere belasting bij het heffen van de benen in het mulle zand, zowel midweeks ervoor als op zondag. In de loop van de middag werd echter het vermoeden van de huisarts bevestigd dat het ging om een ontstoken blindedarm. Nog vóór de avond viel werd ik de operatiekamer ingereden en ging de vrouwelijke chirurg aan de slag om het opspelende wormvormig aanhangsel verwijderen. Na een slechte nachtrust in het ziekenhuis, waarbij ik o.a. midden in de nacht verhuisd werd naar een andere kamer, mocht ik de volgende ochtend weer naar huis.

Vóór en na de operatie

Vóór- (met jongste dochter) en na de operatie

Renpauze:
Achteraf gezien is het uiteraard verbazingwekkend dat ik deze kwaal mij zo weinig last bezorgd heeft en dat ik nog zo goed heb kunnen functioneren en presteren tijdens de Zandvoortloop. Op het moment van schrijven van deze alinea’s ben ik bijna anderhalve week verder. De gevoeligheid aan de drie wondjes die bij de kijkoperatie gemaakt zijn, begint behoorlijk af te nemen. Van anderen had ik berichten gehoord dat zij na een blindedarmoperatie drie maanden niet mochten sporten. Voor een fanatiek hardloper als ik een regelrecht doemscenario! Gelukkig heb ik ook op dit vlak mazzel, want gisteren vernam ik telefonisch van de behandelende chirurg dat ik tot twee weken na de operatie geen zware inspanningen (waaronder tillen) mag doen en dan weer voorzichtig kan gaan opbouwen. Dat betekent wel dat ik deelname aan de Nescioloop dit jaar kan vergeten. En dat mijn plan om half mei bij de Geinloop de halve marathon te lopen ook de koelkast in kan. 2018 zal zeker niet het jaar worden waarin ik mijn recordaantal trainingen, kilometers en trimlopen ga verbeteren, maar ik ben allang blij dat ik verlost ben van die roet-in-het eten-gooiende appendicitis. En dat het leed wat betreft niet kunnen hardlopen qua tijd te overzien lijkt te zijn. Ik ben zelfs al heel voorzichtig aan het denken of ik er aan het eind van de maand bij de Roze loop een 5 km of 10 km uit zou kunnen gooien. Nu eerst maar de dagen tot mijn eerste, hernieuwde renmeters (volgend weekeinde?) door zien te komen.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Met lichtvoetige pas langs de Spiegelplas

Dit epistel had ook ‘Een goede dag in Nederhorst den Berg’ of ‘Impressies van een winderige dag’ kunnen heten, maar dat geheel terzijde.

Bij het ontbijt had ik o.a. het klassieke muziekstuk ‘Hoedown’ uit ‘ Rodeo’ van de Amerikaanse componist Aaron Copland ‘gedraaid’. Dat was een lekker vlotte en inspirerende ouverture voor mijn loop. Warm aangekleed vanwege de snijdend koude wind en voor het eerst met mijn jongste paar Cumulussen aan de voeten, ging ik op weg naar Nederhorst den Berg voor mijn tweede Spiegelplasloop. Want vorig jaar was deze loop mij goed bevallen. Onderweg draaide ik o.a. de flinke orkestwerken ‘Blue Cathedral’ van Jennifer Higdon (het was tenslotte zondag, nietwaar) en ‘Deep Summer Music’ van Libby Larsen (tijd dat het een beetje gaat zomeren). De auto heb ik wat dichter bij de sporthal geparkeerd, omdat ik beducht was voor de koude tegenwind op de terugweg. Het meeste last van drukte had ik in de ‘kantine’ van de sporthal, waar ik mijzelf een weg moest banen door de menigte van renners en aanhang om bij de uitgifte van de startnummers te komen. De meeste lopers bleven dus vanwege de kou zolang mogelijk daar hangen. Na de gewoonlijke rituelen binnen (startnummer bevestigen, toiletgang, brandstof naar binnen werken), ging ik in het parkje (ingeklemd tussen de sporthal en de Plas) en in de dichtstbijzijnde straat een beetje lopen opwarmen. Pal vóór de start rekte ik de benen nog wat en te elfder ure bracht ik mijn Garmin in gereedheid. Dat zou ik door alle voorbereidingen bijna nog vergeten zijn. Gelukkig had het klokje weer bliksemsnel de gps-satelliet te pakken. Met opzet ben ik helemaal achteraan in de startopstelling gaan staan, wat ook het makkelijkste was omdat ik mijzelf hierdoor niet door het rennerspak heen naar voren hoefde te persen. Ook ging ik bewust heel kalm van start, net iets boven de 10 per uur. Het was mijn plan om in ieder geval binnen het uur de 10 km af te leggen. Iedere seconde die ik sneller zou zijn, was meegenomen. Dat rustige tempo liep eigenlijk prima en het minder leuke eerste stukje door de bebouwde kom was zo voorbij. Het duurde veel korter dan ik in mijn herinnering had.

Spiegelplasroute met windpijlen

Spiegelplasroute met windpijlen

Mijn horloge stond op het verkeerde scherm, ontdekte ik op een gegeven moment. Hierdoor had ik tot dan toe gekeken naar mijn snelheid over de hele loop en niet die over de kilometer van dat moment. De tweede kilometer ging dan ook iets te langzaam met een tijd van net boven de 6 minuten. Dit kwam mede door het lopen op het smalste deel van het parcours, in combinatie met de dichtheid aan deelnemers er nog op. Mijn eerste kilometer ging, ondanks de in mijn beleving kalme tred, in 5:46. Daarmee had ik vooraf die iets te langzame tweede al gecompenseerd, concludeerde ik direct na het zien van de tijd van nummer 2. Nu de rest gewoon ook onder de 6 minuten houden en ik zou mijn doelstelling halen. Ik zat direct achter en klein en gemêleerd clubje dat de doorgang enigszins versperde. Op zich beviel het lopen daar mij wel, maar ik kon sneller en daarom ging ik bij de eerste echte gelegenheid eroverheen. Hierdoor kwam ik meteen op een leeg stukje en dat gaf mij de mogelijkheid mijn eigen ideale snelheid te ontwikkelen. Echt last van de koude tegenwind was er eigenlijk alleen hier tussen de 2e en 3e kilometer en de eerste helft van de 4e. Toch kon ik één-voor-één renners gaan oprapen en dat werkte mentaal gezien erg prettig. Dan ging ik weer eens een loslopend iemand voorbij, dan weer een klein groepje. Een eenzame wandelaarster liep helemaal weggedoken in haar jas op het pad. Ik stak mijn duim naar haar op in het voorbijgaan. Naar of zij die heeft waargenomen, kan ik slechts raden.

Na ruim 3 km stond er een man in de wei aan de rechterkant van het pad met iets in zijn handen, Eerst dacht ik dat het een tablet was, maar bij nadere inspectie leek het meer op een kastje waarmee je een vliegtuigje of drone kunt besturen. Ik had echter al de tijd dat ik daar voortging geen vliegend apparaat gehoord of gezien. Intussen was ik neergestreken op een (wederom gemengd) groepje renners met opschriften op hun rug. Later bleek mij dat dit de namen van sponsors van de loop, tevens bedrijventeams, waren. Van de twee achterste mannen, ging er plotseling één in de berm aan de linkerkant lopen, terwijl hij tegen zijn metgezel zei: ‘loop jij maar door’. Hij sloot echter vlug weer aan, dus wat er aan de hand was, is mij niet duidelijk geworden. Al iets eerder hadden wij de rand van de open weilanden verlaten en er was nu veel meer begroeiing aan de zijde waarvan de wind kwam. Ergo, wij liepen nu in de luwte. Dat was duidelijk te merken en uiteraard erg prettig. Ergens op dit stuk deed ik ook mijn handschoenen uit, want die had ik nu echt niet meer nodig als handenwarmertjes.

Spiegelplas-zuidelijk deel

Spiegelplas-zuidelijk deel

Na ruim 4 km maakte het Googpad een haakse bocht naar links en liepen wij korte tijd recht op het water af. Hier stond een fotograaf zijn plaatjes te schieten. Ik ging zo veel mogelijk aan de linkerkant lopen teneinde op zijn voordeligst in beeld te komen. Helaas heb ik achteraf online geen plaatjes van deze paparazzo kunnen vinden. Vanaf iets verder ging de route 2 km pal langs de plas. Dit was voor mij het ‘echte’ Spiegelplasloopgedeelte dus, want verder was dat grote water eigenlijk nauwelijks in beeld. Ik sloot bij een volgend groepje aan, dat zo breeduit liep dat het feitelijk het pad voor mij versperde. Ik ging met mijn nieuwe schoenen liever niet door de berm, omdat ik niet zeker wist of die stevig genoeg zou zijn. Zonder om te kijken, hadden een paar loopsters toch in de smiezen dat ik erlangs wilde, want zij schoven wat op naar rechts. Tegelijkertijd zei een van hen: ‘er komt er eentje aan’. Heel makkelijk glipte ik erlangs en ging op weg naar het volgende slachtoffer. Dat was een renner die een Looptijdenjasje droeg met de naam Otto erop. Korte tijd ging deze man met mij mee en ik kreeg de neiging een praatje met hem beginnen over de hardloopsite waarvan de naam op zijn rug prijkte. Maar ik spaarde wijselijk mijn adem, ik was tenslotte pas halverwege het parcours. Bovendien de man viel al snel wat terug. Er waren nog genoeg deelnemers in zicht die ik kon opvegen en dat deed ik stukje bij beetje. Door al die opraap-activiteiten en door het wegvallen van de remmende invloed van de wind, was mijn snelheid vanaf de 5e km al wat omhoog gegaan van 10 per uur naar 10,5.

Pad langs de woonwijk bij Sporthal De Blijk

Pad langs de woonwijk bij Sporthal De Blijk

Hoewel er wat bomen langs het water stonden, was de Spiegel- en Blijkpolderplas, zoals deze officieel heet, ertussendoor goed te zien. Over die flinke sloot water heen kon je Nederhorst den Berg goed zien liggen. Ik had eigenlijk best zin om even te stoppen en een paar plaatjes te schieten van het zonovergoten tafereel. Maar ik was ook erg lekker aan het rennen en de mededeelnemers vóór mij nodigden onweerstaanbaar uit om in te rekenen. Er stonden wat volwassenen met kinderen langs de kant en vanzelfsprekend was ik niet te beroerd om een paar lage vijven uit te delen. Het Googpad maakte bij een paar huisjes een scherpe bocht naar rechts. Over een stukje slecht en rommelig asfalt, alwaar ik goed moest kijken waar de voeten neer te platen, ging het van het water af en naar de weg toe. Aan het einde stonden drie heel stoere vrouwen in de volle wind bekertjes water uit te delen. Een van hen spurtte zelfs achter een deelneemster aan die blijkbaar geen water had kunnen aanpakken. Deze vrouwen verdienen uiteraard een flinke schouderklop voor het afzien op die tochtige plaats.

Blik op Nederhorst den Berg over de Spiegelplas

Blik op Nederhorst den Berg over de Spiegelplas

Een man die net in de scherpe bocht naar links stond, riep dat we de wind nu in de rug kregen. En dat klopte als een bus. De wind duwde mij als het ware voort en mijn snelheid ging als vanzelf verder omhoog. Een renster die ik al een tijdje als richtpunt vóór mij had gezien en van wie ik eigenlijk zeker wist dat ik haar nog wel zou gaan achterhalen, kwam nu heel dichtbij. Al snel had ik haar opgeraapt. Zij liep een eindje achter een paar mannen en ik probeerde haar op sleeptouw te nemen zodat zij aansluiting zou vinden bij deze heren. Dat lukte haar echter niet, waardoor zij al spoedig uit mijn vizier verdween. Ik sloot wel bij de mannen aan en het het was op dit rechte stuk fietspad langs de toegangsweg naar Nederhorst den Berg heerlijk rennen met die harde oost-noordoostenwind in de rug. Op een bepaald moment zag ik 10,9 per uur op mijn horloge staan. Wow, dat ging ineens wel heel voorspoedig! Die zevende kilometer was ik dan ook met 5:32 minuten 15 seconden sneller dan die ervoor. Ergens halverwege kwam een oudere vrouw met noordse wandelstokken tegen de wind optornen. Toen wij bijna bij haar waren, stapte zij van het pad af en wachtte in de berm tot wij gepasseerd waren. In het voorbijgaan riep ik iets naar haar over respect voor het tegen deze forse en koude wapper inwandelen. Dit pad naast de weg tussen de weilanden was net iets meer dan een kilometer langs. Aan het einde ervan, een stukje vóór de eerste bebouwing en daar waar de weg een flauwe bocht naar links maakte, stonden twee mannen de lopers aan te moedigen.

Start en finishgebied

Start en finishgebied

‘De bocht om en dan met wind in de rug rechtdoor naar de finish’, riep één van hen. Omdat wij nu naar het zuiden gingen, de wind door de huizen werd tegengehouden en de ondergrond plots een klinkerweg was, liep ik iets minder makkelijk. De twee mannen namen dan ook langzaam een beetje afstand. Na circa 500 meter staken we de weg over en kwamen gelukkig weer op asfalt te lopen. En er waren weer enkele renners of rensters die ik kon oprapen. Door de looprichting scheen de zon vol van voren in mijn gezicht. Ik had geen pet met klep bij mij, omdat ik ‘s-ochtends geoordeeld had dat die te koud zou zijn en wellicht zou afwaaien. Van die beslissing had ik nu een beetje spijt, want ondanks de zonnebril moest ik extra mijn best doen om alles goed in de gaten te kunnen houden. Al eerder had ik trouwens mijn muts omhoog gevouwen, zodat mijn oren vrijkwamen. En ik had de rits van mijn jas geregeld een stukje naar beneden. Het was inde volle zon dus beslist niet koud. Ergens aan de rechterkant stonden drie in opvallend roze geklede jongedametjes die een lage vijf verwachtten. Ik week er graag voor van mijn lijn af om ze te bedienen. Grappig dat jonge kinderen dit vaak leuk vinden. Het geeft mij in ieder geval steevast extra energie.

De eindspurt

De eindspurt

Het bruisende centrum van de plaats kwam nu binnen voetbereik. Pal voor de ingang van de plaatselijke supermarkt waren er nieuwe klinkers gelegd. Dat voelde, zoals altijd, weer even minder lekker onder mijn voeten en ik moest hier extra goed letten op eventuele oneffenheden. Met de felle zon in het gezicht als extra handicap. Wonder boven wonder kon ik het een paar kilometer eerder ingezette tempo makkelijk vasthouden en ik bleef even boven de 5:30 minuten per km voortgaan. De finish kwam nu aan de linkerkant van de weg in zicht. Maar aan de rechterkant, waar wij liepen, moest het fietspad tot het einde toe gevolgd worden. Uiteindelijk bracht, bij het piepkleine stukje van de rivier de Vecht dat tot het decor behoorde, een ruime 180-gradenbocht ons dan naar het laatste rechte eind. Ik passeerde op het nogal oneffen fietspad eerst nog o.a. een stel lopers dat ik ergens in het eerste stuk aan mij voorbij had zien schuiven. Ik verlangde nu wel naar het einde van de rit, mede vanwege die tegenzon, maar kon nog immer in mijn prima tempo volharden. Gelukkig bleek er geen harde tegenwind te staan op de laatste 500 meter naar de finish toe. Iets dat ik wel vooraf verwacht en gevreesd had. Ook nu waren er nog lopers die ik kon voorbijstreven, waaronder een dame en vrijwel op de eindstreep twee oudere mannen. Volgens mijn eigen tijdwaarneming haalde ik in de laatste volle kilometer een snelheid van 11 per uur (5:27 minuten) en tijdens de ultieme sprint op de 23 meter die ik volgens Garmin extra zou hebben afgelegd, was dat zelfs 17 per uur. Op 57:26 zette ik mijn horloge stil. In de officiële uitslag werden daar nog 4 seconden van afgeknabbeld. Weliswaar zo’n 45 seconden langzamer dan vorig jaar, maar ik was heel ruim binnen de 60 minuten gebleven. Dus ik mocht dik tevreden zijn.

Kasteel Nederhorst vanaf de openbare weg

Kasteel Nederhorst vanaf de openbare weg

Ik moest pal na de tweede mat pardoes halt houden om de dame die de medailles en flesjes water uitdeelde niet voorbij te vliegen. Na wat uitwandelen, het thuisfront berichten dat ik geland was en het maken van een enkele foto, zocht ik snel de warme sporthal op. De kleedkamer aldaar was erg warm vergeleken bij de verhoudingsgewijs ijzige koude in de wind buiten. Toch nam ik, zoveel mogelijk ontdaan van alle lagen natte renkleding, ruim de tijd om bij te komen. Terwijl ik daar zat, kwam er een relatief jonge man binnen. Nadat hij zijn winterbovenkleding had uitgedaan, droeg hij alleen nog een singletje met startnummer en een korte renbroek. Mijn vraag of hij in alleen die kledij had gelopen, beantwoordde hij met de wedervraag of ik Engels dan wel Duits sprak. Toen ik mijn vraag in het Engels had herhaald kwam de (vrij vertaalde) reactie: ‘hierin loop je harder omdat het eigenlijk te koud is. Deze Oosterbuur bleek met een tijd van 32:54 net naast het podium beland te zijn en had inderdaad dus in die zomerse outfit zijn rondje om de Spiegelplas voltooid. Tegen mijn Nederlandse buurman ter rechterzijde zei ik even later dat ik maar niet zou vertellen hoeveel lagen ik zojuist had afgepeld. En ik moet zeggen dat ik tijdens de koers bij de renners om mij heen alleen maar lange winterkleding had waargenomen.

Sporthal De Blijk

Sporthal De Blijk (links)

Gedurende het eerste deel van de loop had ik al het gevoel dat ik die dag op een negatieve split kon gaan uitkomen. En zo geschiedde het, mede dankzij de gunstige wind. Deed ik over de eerste 5 km nog 29:26 minuten, het tweede deel ‘raffelde’ ik in 27:56 af. Daarbij speelden alle collega’s die bereid waren geweest om zich te laten inrekenen, uiteraard ook een niet te verwaarlozen rol. Want dat is toch echt het grote voordeel van een georganiseerde loop ten opzichte van een solotraining. Zeker als je een goede dag hebt en er zoveel lopers voor je zijn die je met stoffer-en-blik kunt verwerken. Mocht je trouwens op zoek zijn naar een geschikte loop om jouw pr op de 10 km te verbeteren, dan is de Spiegelplasloop een heuse aanrader. Het is een echte, gecertificeerde 10 km met een snel parcours. Met nog geen 500 deelnemers op alle afstanden, waarvan deze keer precies 250 op de 10, is hij kleinschalig te noemen. En de voor-inschrijfprijs van € 6,50 kan ook al geen al te groot beletsel vormen, dunkt mij. Toen ik na afloop nog wat rondliep in het finishgebied, vernam ik van de speaker dat er een recordaantal lopers (4XX personen) had deelgenomen en dat er door een deelnemer (uit mijn voormalige woonplaats Heemstede) een nieuw parcoursrecord (30:50) was neergezet. Alles bij elkaar redenen genoeg voor mij om hier volgend jaar, ijs en weder dienende, weer aan de start te verschijnen.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Over Twiskedieren, elastiek en reddingsboeien

Het is een bekend feit dat de tijd veel sneller gaat dan je denkt. Toch had ik pas afgelopen week in de gaten dat mijn laatste trimloop alweer 3,5 maanden geleden plaatsvond. En mijn laatste blog heb ik ook reeds ruim 60 dagen terug online gezet. De allerhoogste tijd dus voor de primeurs van dit jaar. Die eerstelingen hadden al in de eerste helft van februari het levenslicht moeten zien, maar een forse verkoudheid annex lichte griep verhinderde mijn deelname aan aflevering nummer vier van deze serie Twiskemolenlopen. Nadat eerder in december overvloedige sneeuwval de rit naar Landsmeer eveneens onmogelijk gemaakt had. De afsluitende vijfde loop van de reeks zou een bijzondere worden. Niet alleen zou collegablogger Jan voor het eerst sinds lange tijd acte de présence geven, ook Looptijdenvriend Jaco had zijn komst vanuit het verre Zeeland naar Het Twiske aangekondigd. Hij ging de halve marathon attaqueren, terwijl Jan en ik het één tandje minder deden met de 10 Engelse mijlen, ook wel 16,1 km genoemd.

Drie bloggers

Drie bloggers

Even leek het, aan het einde van een week met pittige vorst en lage gevoelstemperaturen, dat een uit het zuiden naderend dooifront nog voor gladheid in de ochtend zou kunnen gaan zorgen. Maar die voorspellingen waren in de loop van zaterdag al uit de weerberichten verdwenen. We konden derhalve allemaal probleemloos naar Landsmeer afreizen. Het was mijn streven om redelijk vroeg ter plekke te zijn, zodat ik ruim de tijd zou hebben om met Jaco, die ik alleen van online contact kende, kennis te maken en van gedachten te wisselen over ons beider passie, het hardlopen. Omdat ik al wat vaker bij de halve marathon aan de start verschenen was, kon ik hem tevens wijzen op een paar aandachtspunten in het parcours. Zoals bij mij wel vaker het geval is, lukte het vroegtijdig afreizen niet en mijn telefoon rinkelde toen ik Landsmeer net binnenreed. Jaco, die van het verste weg kwam, was als allereerste ter plaatse en wilde mij dat melden. Zodra ik uit de auto was gestapt belde ik hem kort terug.

Drukte vooraf (foto: Peter Karman)

Ongeveer ter hoogte van de toegangspoort tot het AC Waterlandterrein, had ik in de gaten dat Jan met zijn loopmaat Arthur en diens dochter Sterre, vlak voor mij liepen. Ik schudde hen de hand en zag meteen dat Jaco zich een paar meter verderop strategisch had opgesteld, teneinde ons niet over het hoofd te kunnen zien. Een hartelijke kennismaking volgde, die later werd voortgezet in de kleedkamer en op de atletiekbaan. Eigenlijk heel vreemd om iemand met wie je al jaren contact hebt, voor het eerst in levenden lijve te ontmoeten. Maar het was direct ook heel vertrouwd. Na alle plichtplegingen en voorbereidingen in die zich met steeds meer lopers vullende kleedruimte, was er nog net tijd voor een paar opwarmrondjes op de baan. Althans voor Jaco en mij, want Jan prepareerde zich op zijn eigen wijze op het middenterrein. Mijn traditionele rondje over het sportpark schoot er deze keer derhalve bij in, maar dat kon mij totaal niet deren. Jaco mocht als eerste aan de bak voor zijn halve en Jan en ik konden hem zien vertrekken, hem aanmoedigen en een paar plaatjes schieten. Ook Arthur en Sterre gingen onderweg voor de langste route door de polder, maar deden het veel rustiger aan dan onze snelle man uit Zeeland.

Rondje inlopen

Rondje inlopen

Het was mijn plan om met 10 km per uur kilometers van rond de 6 minuten te gaan draaien, en Jan vond dat een prima strijdplan. Tijdens de eerste meters, zag ik 9,5 per uur op mijn horloge. Maar het volgende moment was die snelheid ineens opgelopen naar 11 per uur. We gingen dus voor mijn gevoel veel te snel van start. Ik maakte dat aan Jan duidelijk, maar hij bleef voortdoen in het zelfde tempo. en ik achtte het niet gepast om mij nu al te laten terugzakken. We hadden tenslotte afgesproken samen deze 10EM te verhapstukken en ik vond het in ieder geval een heel prettig idee om een medestrijder naast, dan wel kort vóór mij te hebben. Zo renden wij het sportpark af en via het Luyendijkje Het Twiske in. De plassen aan weerszijde van de dijk waren nog wel stijf bevroren, maar de zon was al ruim vóór de start volledig doorgebroken. Het rendecor zou dus op zijn mooist zijn en ik sprak hardop de hoop uit dat Jaco er ook van zou kunnen genieten tijdens zijn inspanningen. Want hij had vooraf aangegeven een aanval te willen doen op zijn persoonlijke record en doorgaans gaat hij geheel en al op in het rennen. De dunne handschoenen die ik tijdens het opwarmen nog droeg, had ik inmiddels in mijn jaszak gelaten en ook de muts op mijn hoofd werd al spoedig te warm voor mijn bol. Deze verwisselde ik voor een hoofdband, zodat het zweet van mijn voorhoofd niet in mijn ogen terecht zou komen.

Sterre en Arthur gaan onderweg

Sterre en Arthur gaan onderweg (foto: Peter Karman)

De vrijwilligster die op 1,5 km na de start op een wat bredere toegangsweg geposteerd was, had er duidelijk zin in. Met een brede, zonnige lach op haar gezicht wenste zij ons een heel fijne loop toe. Dat zou onder deze eigenlijk ideale hardloopomstandigheden ongetwijfeld gaan lukken. Ik besloot het fraaie, zonovergoten Twiskelandschap weer eens goed in mij op te nemen. Mijn ogen vielen na ongeveer 2,5 km op een grote groep ganzen in het weiland ter rechterzijde. En ik zag er ook nog wat af- of aanvliegen in de lucht erboven. Een eindje verder kon ik zowaar mijn vrienden en/ of vriendinnen de Schotse hooglanders signaleren in hun vertrouwde wei. Ik telde zes volwassen dieren en een jonkie. De eerste drie kilometers gingen met 5:29, 5:29 en 5:41 minuten gewoonweg te voortvarend. Ik wist diep in mijn hart dat dit gegeven mij later in de koers zou gaan opbreken. Weliswaar is het bekend dat je tijdens een wedstrijd doorgaans veel meer kunt dan als je traint, maar ik weet dat ik al tijdenlang tijdens mijn duurloopjes de 10 per uur meestal niet eens meer haal. Enfin, voorlopig kon ik Jan bijbenen en ik zou wel merken wanneer ik moest afhaken. Niet lang na de runderwei kwamen we langs het centrale punt van de Twiskepolder, de Stootersplas. Op het water in het midden bivakkeerden ontelbare watervogels en dat was een fraaie aanblik in de vroege voorjaarszon.

Een winters Luyendijkje

Een winters Luyendijkje (foto: Peter Karman)

Toen wij de drinkpost naderden vroeg ik aan Jan of hij daar halt ging houden. Na zijn bevestigende antwoord minderde ik een weinig vaart. Zo kon ik doorlopen en Jan mij na zijn vochtinname gemakkelijk weer achterhalen. Zelf nam ik een eindje verder wat slokken van mijn sportdrank. Het was niet zo erg dat ik er oprispingen van kreeg, maar mijn maag gaf korte tijd later wel het duidelijke signaal dat er even niets meer bij moest. De banaan, het pakje melk en de slokken sportdrank waren voorlopig dus ruim voldoende brandstof. Ik begon intussen al meer moeite te krijgen om in Jan’s kielzog te blijven en de kop overnemen was er al helemaal niet meer bij. Af en toe moest ik zelfs een klein gaatje laten vallen. Reeds geruime tijd liep er een vrouw met een dikke wollen muts een eindje vóór ons. Tussen de twee veeroosters, gelegen op ongeveer 6,5 km stond zij ineens stil bij een vrouw met een heel klein en jong hondje. Waarschijnlijk was het hondje uit puur jeugdig enthousiasme tegen haar opgesprongen. Want nadat de bazin het diertje had aangelijnd maakte het ook een sprong richting een volgende, passerende loper. Mijn moeite om Jan te volgen werd nu alsmaar groter en er ontstond een semi-permanent gat tussen ons. Die ruimte bleef echter zeer constante afmetingen vertonen, waardoor het leek alsof wij met een stevig, maar onzichtbaar elastiek met elkaar verbonden waren.

Jan en ik zijn vertrokken

Jan en ik zijn vertrokken (foto: Peter Karman)

Omdat de tussenruimte constant bleef, meende ik een paar keer dat ik het gaatje wel weer kon dichten en dat deed ik dan ook. Toch slaagde ik er maar niet in om bij Jan te blijven, hetzelfde gat ontstond telkens opnieuw. Ik had eenvoudigweg niet de macht in de benen vandaag om zijn tempo te blijven volgen. Kilometers 4 en 5 waren iets langzamer gegaan, de laatste mede door de door Jan’s drinkpauze. De volgende vier duizend meters liepen we toch weer ruim onder de 6 minuten. Een prettig psychologisch gegeven was het feit we af en toe andere lopers opraapten. Tussen de 8 en 9 km was dat een groepje van drie Run2Forty2-rensters. Toen ik vlak achter ze was aanbeland, waren er net twee van hen het kledingstuk met de groepsnaam aan het uittrekken. De voorste dame had daardoor alleen nog maar een t-shirt aan en ik maakte de opmerking dat ik dat toch wel heel dapper vond, ondanks het mildere weer. ‘Wij doen 30 km’, reageerde een andere dame. Waarop ik vroeg hoelang ze nog moesten. Eigenlijk wilde ik het aantal kilometers dat zij nog moesten afleggen weten, maar logischerwijze kreeg ik een tijdsduur als antwoord. Ik was zelf al een tijdje met spelletje ‘ritsje omlaag, ritsje omhoog’ aan het spelen, al naar gelang de zuidoostenwind wel of geen verkoeling bracht. Want uit de wind in de zon was het inmiddels best warm te noemen. Jan had het eerder al over ‘korte-mouwen-weer’.

Het Twiske nog in wintertooi

Het Twiske nog in wintertooi (foto: Peter Karman)

In de weides ter linkerzijde van het pad dat wij volgden, vertoefden meerdere plukjes koeien en ik vroeg mij af of die er de hele winter gestaan hadden of dat ze er onlangs waren neergezet. Nog immer hing ik aan een elastiek van een paar meter bij mijn loopmaat. Toen wij het einde van het lange, rechte eind (dat overigens nog geen 2 km meet) aan de noordwestkant van het water kwamen, riep hij ineens: ‘Arthur’, ‘en Sterre’. Na enig turen ontwaarde ik die twee HM-lopers ook, Sterre aan net zo’n elastiek bij Arthur als ik bij Jan. Het schoot door mij heen dat er nog wel enige kilometers overheen zouden gaan, voor wij dat duo konden bijhalen. Als het überhaupt al ging lukken. Ik was blij het 10-kmbord te zien, het bewijs dat wij ruim over de helft van onze lange tocht waren. Een oudere loper die ik al geruime tijd achter mij wist, begon nu echt te naderen. Toen ik bij de volgende drankpost gelukkig even gas terug kon nemen, omdat mijn loopmaat weer een beker pakte, kwam de man langszij. Jan kwam sneller dan gedacht weer over ons heen, maar de aanwezigheid van de derde loper zorgde ervoor dat ik wat makkelijker achter hem aan kon gaan. Ook het feit dat de afstand naar Arthur en Sterre langzamerhand minder werd, was een stimulans. Die drankpost staat trouwens steevast op dezelfde plek en ik kwam hier al voor de elfde keer langs. Toch viel het mij nu voor het eerst op dat hij precies ter hoogte van een recreatiestrandje gesitueerd is. Had ik alle vorige keren mijn blik zo strak naar voren gericht of was het van de Stootersplas afgeschermde stuk zwemwater nu veel duidelijker in beeld omdat er veel struweel gekapt was?

Jaco komt over de eindstreep

Jaco komt over de eindstreep (foto: Peter Karman)

Meters verderop deed ik nog een ontdekking. Achter een houten hek, op wat later een soort kleine landtong bleek te zijn, zag ik zowaar opnieuw een paar hooglandrunderen. Waren die daar nieuw? Na exact 12 km kwamen wij weer terug bij de wei waar hun collega’s huisden en voor zeer korte tijd op eenzelfde stukje pad waarop wij in het begin ook al hadden gelopen. Op dat deel kwamen deelnemers aan de langste afstand ons tegemoet. Al eerder had ik, daar waar het uitzicht dat toeliet, in de verte getuurd of ik Jaco zag rennen. Ook nu speurde ik naar onze collegablogger maar ik kon hem niet ontdekken. Zou hij dit punt al gepasseerd zijn? Gezien zijn pr-plannen achtte ik dat niet ondenkbaar. Rechtsaf ging het weer eens een bruggetje over. Dat was al nummer acht van deze rit en er zouden er nog vijf stuks volgen, waarvan het allerlaatste op het Luyendijkje ook het eerste was geweest. Een telspelletje met bruggen doen onderweg verzet de zinnen altijd wel enigszins. Inmiddels naderden wij het punt waar de paden van de HM-lopers en die van de 10EM zich zouden scheiden. De conclusie dat noch Jan, die het elastiek al iets verder had uitgerekt, noch ik Sterre en Arthur nog zouden inrekenen vóór het zover was, had ik eerder getrokken. Jan was wel binnen gehoorsafstand van de twee gekomen en schreeuwde dan ook een luide aanmoediging in hun richting. Die werd door Arthur beantwoord.

Ook voor Jan zit het erop

Ook voor Jan zit het erop (foto: Peter Karman)

De beide kilometers rond de drinkposten duurden door de Jan’s stops en mijn gasterugname net wat langer dan 6 minuten. Nummertjes 12 en 13 haalde ik wel weer keurig in of binnen die tijd. Net vóór die laatste kaap waren er opnieuw ganzen in het belendende weiland te bewonderen en vloog er van alles aan gevogelte (o.a. een paar zwanen) door de lucht. Gedurende de laatste drie km betaalde ik, zoals ik al had voorzien, echt de tol voor het te rappe begin. Het elastiek rekte steeds verder op en raakte op een gegeven moment helemaal los. Ik ging niet meer sneller dan 9,68, 9,57 en 9,45 per uur, wat de tijden 6:12, 6:16 en 6:21 opleverde. Ik probeerde wel van alles om de bakens nog te verzetten, zoals extra op mijn techniek letten, meer met mijn armen zwaaien en zorgvuldiger ademen. Ook hield ik mijzelf voor dat ik nog helemaal niet moe was, maar mijn lichaam en snelheid bewezen het tegendeel. Snellere HM-lopers, waaronder de latere winnaar bij de vrouwen liepen mij aan alle kanten voorbij. Nog altijd geen spoor van Jaco en ik ging er vanuit dat hij al verder vooruit zou zijn. De opmerking van de vrijwilliger op 14,5 km dat ik alles door een oranje bril bekeek (naar de kleur van mijn glazen), kon ik wel waarderen, maar bracht mij geen extra energie. Ik was verheugd het bruggetje op het dijkje genomen te hebben en de bocht door en linksaf het sportpark weer op te kunnen hobbelen. Tot mijn grote verbazing schoof mijn Looptijdenmaat uit Zeeland ineens langs, mij daarbij luid aanmoedigend. Later vertelde hij dat ik voor hem een reddingsboei was geweest, iemand die hij in de laatste volle kilometer nog even met gemak kon oprapen. Op de baan zag hij een tweede boei in de persoon van Jan en ook die kon hij te elfder ure voorbijsteken.

Mijn laatste meters

Mijn laatste meters

Jaco’s komst zorgde bij mij voor een heel korte opleving, maar ik wilde echt dat ik dat de meet snel kon passeren. Voor de vierentwintigste keer hoorde ik bij het opkomen van de baan de mededeling: ‘nog één rondje op de baan, meneer’. Ik snap best dat die fantastische mensen die deze geweldige loop iedere keer mogelijk maken, niet aan mijn voorhoofd kunnen zien dat ik hier onderhand bij het meubilair behoor. Maar op een dergelijk moment, moe en het lopen allang zat, ben ik toch nog wel zodanig bij mijn positieven dat ik weet welke weg en hoe ver ik nog te gaan heb. Ik keek op mijn horloge en constateerde dat ik nog onder de 1:36 uur zat. dus probeerde ik mijn snelheid zo veel mogelijk te verhogen (10,88 per uur over de finale 278 meter volgens Garmin) om ook onder die tijd over de streep te komen. In de laatste bocht zag ik echter al dat ik dat niet meer ging redden en ik was tevreden met de 13 tellen die ik meer nodig had. Met 5:59 minuten per km gemiddeld en 10:04 per uur over de hele loop, had ik mijn plannen keurig kunnen verwezenlijken. Misschien was dat wel dankzij die snelle eerste 3 kilometers, daar ben ik nog niet over uit. En ook niet of ik mij, bij een volgende gelegenheid als mijn haas te snel vertrekt, direct moet laten terugzakken naar de snelheid die ik zelf denk lang genoeg te kunnen volhouden.

TML-loperslint

TML-loperslint

Jaco en Jan wachtten mij op en de laatste legde mijn finish vast op de gevoelige plaat. Na het noodzakelijke uithijgen, was het napraten en uitwandelen. Ik stond nog een weinig te mijmeren toen ik zag dat ik mij pal voor het loket bevond waar seizoenskaarthouders zoals ik hun herinneringsshirt konden afhalen. Daar had ik door alle inspanningen even niet meer aan gedacht. Ik trok direct mijn kaart tevoorschijn en scoorde mijn vijfde opeenvolgende shirt. Jaco had het, vanwege een korte verkoudheid eerder in de week, zwaar gehad en was absoluut niet in de buurt van een nieuw pr gekomen. Hij was ruim 7 minuten langzamer dan zijn gedroomde eindtijd, maar hij had naar eigen zeggen wel genoten van hardlopen in Het Twiske. Jan vond Jaco’s lange tocht naar het noorden en zijn renprestatie wel een medaille waard en die had hij dan ook voor hem aangeschaft. Bij deze loop worden namelijk standaard bij de volwassenen geen plakken uitgereikt. Ook Jan had het zwaar gehad tijdens de laatste kilometers, maar hij had mij er uiteindelijk toch met 46 seconden klop gegeven. Nu moesten alleen Arthur en Sterre nog binnenkomen. De oudste en meest geroutineerde kwam eerst. Ik begreep zijn verhaal dat Sterre na 15 km was gaan versnellen niet helemaal, want zij kwam precies 43 seconden achter hem aan. Ook zij kreeg van de gulle Jan een medaille omgehangen en dat was in mijn ogen zeer terecht. Als je als 18-jarige al zo sterk in je hardloopschoenen staat dat je een halve marathon voltooit zonder volledig kapot over de meet te komen, en daarbij in het laatste deel klaarblijkelijk ook nog kunt accelereren, dan ben je uit het goede hout gesneden. Ik zie niet zoveel jongelieden van die leeftijd datzelfde kunstje flikken.

Herinneringsshirt met slagzin

Herinneringsshirt met slagzin (foto: Peter Karman)

Een beker lekker hete thee ging er bij mij nog wel prima in, evenals de terugtocht over het sportpark naar de voiture in het gezelschap van Jaco. Wij kletsten honderduit over …. hardlopen uiteraard en namen terug op straat hartelijk afscheid. Die avond las ik in het gebruikelijke verslagje op de TML-website tot mijn grote verbazing het volgende: ‘ Na een winterse week met sneeuw en ijs was het nog spannend of de loop door kon gaan. Tot en met de dag zelf waren de waterleidingen en verwarming van het clubgebouw bevroren. “Een koude kantine, geen douches, geen koffie of thee, dat kun je de lopers én de vrijwilligers niet aandoen” aldus organisator Nico Hemelaar. “Zaterdag is er met man en macht gewerkt om het allemaal weer in orde te maken” ‘. Dat is al die kanjers dus prima gelukt, want van enige technische problemen was op de dag zelf helemaal niets te merken. Mijn complimenten voor weer een fantastisch georganiseerde Twiskemolenloop. Ik kan bijna niet wachten tot begin oktober, als de volgende cyclus begint!!

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl