Ze hebben hem al !!

Mijn eerste bijdrage als gastblogger op RunningPlus:

Lees hem op RunningPlus

Advertenties

De korte terugkeer na de lange absentie

​Pal vóór de eindstreep zag hij dat zijn chronometer nog luttele tikken van de 29-minutenkaap verwijderd was. Onbewust zette hij aan, terwijl hij besefte dat binnen die tijd finishen geen haalbare kaart meer was. 2 seconden erover was hij klaar. Dat was tóch een stukje vlotter gegaan dan hij vóóraf had gedacht. Hij hoopte zelfs nog dat de officiële tijdwaarneming die 2 seconden er vanaf zou halen om op een mooie, ronde tijd uit te komen. Uithijgen was wel even nodig maar hij was niet écht moe. De gebruikelijke drie uitwandelrondjes over de baan, kostten hem dan ook absoluut geen moeite. Voldaan over het feit dat hij de eerste seizoensaflevering van zijn favoriete loop niet had hoeven missen, zocht hij de herenkleedkamer weer op.

Foto: Jan Horstman

Hoe anders had het er eerder in de week voor hem uitgezien. De dag ná een doorweekte Dam tot Damloop, had hij, traditiegetrouw, via het web zijn seizoenskaart aangeschaft en doelbewust de 16,1 km aangevinkt. Met het oogmerk minimaal in die modus te blijven en daarna zijn afstanden verder op te schalen. Zijn vijfde halve marathon lopen bij de volgende aflevering op 4 november, uiteraard ook in het Twiske, was het ultieme doel. Niets was er aan de hand in de dagen nadat hij met duizenden anderen een nat pak had gehaald tussen Amsterdam en Zaandam. Op zijn gebruikelijke midweekse loopdag direct aansluitend, was het prachtig, zonnig weer met een alleszins redelijke temperatuur. Dus deed hij een fijn, rustig duurloopje van 11 km. Een dag later kreeg hij ineens pijn onder zijn linkerhiel en in het weekeinde begonnen de griepverschijnselen in de vorm van hoofdpijn en pijnlijke, slappe benen.

De spreekwoordelijke bui hing dus plotsklaps in de lucht! Dat werd niet trainen en zijn deelname aan de eerste editie van de nieuwe reeks Twiskemolenlopen een ruime week later, kwam in gevaar. Echt ziek werd hij niet, alleen zijn hoofd protesteerde dagelijks heftig tegen actieve zaken. In de tweede helft van de volgende week zakte de pijn in de hiel weg en werkte het hoofd ook langzaam maar zeker beter mee. De dag vóór de TML was hij toe aan een kleine test, bond een paar droge renschoenen onder en draafde een superlangzame kilometer langs het kanaal. Hij wandelde nog wat en voeten, benen en hoofd hielden zich goed. Test geslaagd, derhalve! Het enorme voordeel bij de Twiskemolenloop: een groot aantal te rennen afstanden en de mogelijkheid op het laatste moment alsnog een andere keuze te maken. Voor de zekerheid deed hij via e-mail navraag bij de organisatie en kreeg als antwoord dat aanpassen inderdaad geen probleem zou zijn.

Met een beetje hartzeer maar wel verheugd dat hij in ieder geval niet verstek hoefde te laten gaan, ruilde hij op de wedstrijddag zijn geplande 10 Engelse mijlen in voor de in zijn beleving kortst denkbare afstand, de 5 km. Een rondgang van 3 kilometer zou ook nog mogelijk zijn geweest, maar die afstand heeft geen plek in zijn portfolio. Één keer eerder, alweer ruim 4,5 jaar geleden had hij, eveneens in een periode van lichamelijke malaise, deze opwarmafstand al eens verhapstukt. Toen had hij het rondje om de Twiskemolen nog in 24,5 minuten afgeraffeld en met 12,27 per uur zijn hoogste snelheid ooit bij een trimloop gescoord. ‘Times were when, times were when, times that won’t be back again’, zong een vijftal katten uit het bekende palingdorp een eindje verder naar het noorden ooit. Nu ging hij ervan uit dat hij tot 35 minuten nodig zou hebben om van start tot finish te gaan. Kalm aan, dan zou het lijntje niet breken! Hij mocht van zichzelf dus desnoods 7 minuten over een kilometer doen, als hij maar deelnam.

De deelnemers aan de langste twee afstanden waren al vertrokken. Alleen de zich tergend langzaam voortbewegende oudere man, die hij tijdens zijn inlooprondje op het sportpark toevallig ook was gepasseerd, was nog bezig aan de laatste meters op de baan alvorens hij het Twiske zou inschuifelen. Deze man was later niet terug te vinden in de uitslag. Waarschijnlijk was hij pas binnengekomen nadat de tijdregistratie-apparatuur al was opgeruimd. Of hij had de 16,1 km waarvoor hij had ingeschreven, niet kunnen voltooien. De startplek voor de 5 km was nog even een verrassing. Niet daar waar de matten lagen onder de opblaasboog met Start / Finish erop, maar een eind naar achteren bij de verste bocht. Rond de startplaats bevonden zich nog erg veel renners, waaronder talloze Volendamse Meeuwen in gele kledij. Een hele zwerm was dat. Onze man dacht dat ze allemaal op ‘zijn’ start aan het wachten waren, maar het gros ging staan voor de 10 km. Logisch eigenlijk, want dat is hier steevast de verreweg populairste afstand. Een schier eindeloze rij bewoog zich vervolgens over de baan en het sportpark af. Het aantal lopers voor de 5 km stak daar in zijn ogen maar schril bij af.

De Zuidwestplas (foto: Jan Horstman)

Aan de lange zijde, vlak naast de wagen met de registratie-apparatuur stond een fotograaf met apparaat in de aanslag. Geroutineerd als hij was, bewoog hij zich, eenmaal gestart, tijdig zo ver mogelijk die kant op om vol in beeld te komen. En op die manier optimaal op de korrel te kunnen worden genomen. Op het moment-suprême schoof er aan die kant echter een troepje jeugdige renners langs dat daardoor precies hinderlijk in de weg liep. Groot was zijn verbazing diezelfde jeugdige delinquenten even later op het gras naast het pad dat naar de Twiskepolder leidde, stil te zien staan. Ze waren allemaal rek- en strekoefeningen aan het doen. ‘Haastige spoed is zelden goed’, ging er door zijn hoofd. Hadden ze maar vóór de start de spieren moeten losmaken. Op bijna dezelfde plek werd hij op de terugweg trouwens door twee van deze jonge lieden, een jongen en een meisje, weer ingehaald. Het lukte hem nu zowaar eens een keer om niet te snel van stapel te lopen. Rond de 10 per uur gaf zijn horloge aan, precies zoals hij vooraf had begroot. En van het begin af aan ging het rennen best lekker soepel. Hij was blij verheugd na een veel te lange afwezigheid weer zijn geliefde Twiske in te kunnen stiefelen.

Foto: Jan Horstman

Ieder nadeel heeft zijn voordeel, een waarheid als een koe! Daar waar je bij de langste drie afstanden in het begin de Twiskemolen steevast links en bijna aan het einde rechts laat liggen, gaat het parcours bij de 3 en 5 km pal voorbij aan en om deze naamgever en blikvanger van de onderhavige trimloop heen. Bij zijn laatste ren, ruim zeven maanden geleden, had de molen nog in onthoofde staat verkeerd. Maar nu waren kap en wieken gelukkig weer in volle glorie hersteld en in actie! De molenaar had voor deze gelegenheid de wieken zelfs voorzien van fraaie TML-banieren. Voor de geïnteresseerden: de molen staat op een stukje van Het Luijendijkje tussen het water van de Zuidwestplas en De Kleine Braak. Mooi om een keer daar voorlangs en omheen te mogen rennen. Pal vóór de molen was een vrouw met haar slimme telefoon een filmpje van het eenzame, hoge bouwwerk aan het maken. Een meisjespeuter drentelde om haar heen. Een van de hoffotografen had hier ook plaatsgenomen en liet zich overduidelijk inspireren door de fraaie aanblik. Een eindje verderop leidde de route rechtsaf. Zoals gebruikelijk had hij mensen opgeraapt en was hij zelf door anderen weer voorbijgestreefd. Achter hem klonk wat geroep en zich omdraaiend zag hij juist hoe een voorfietsster de snelste loper van de 3 km een smal, halfverhard wandelpad op leidde. Hij was toch wel verbaasd om te zien dat het ging om een vrij jonge maar wel volwassen man. De 3 km was toch meer een afstand voor jeugdige lopers die de kidsrun al ontgroeid waren? Enfin, ieder zijn meug zullen we maar zeggen

De Kerkebreek (foto: Jan Horstman)

Een krap half uur is snel voorbij en er valt uiteraard minder te zien en te beleven dan bij de dubbele of nog grotere afstanden. Even voor de lange houten brug in de Pikpotweg, die voorheen ook onderdeel was van het halve marathonparcours, liepen wat wandelaars. Waaronder een vrouw met Aziatisch uiterlijk die van die kant de molen met haar smartphone vereeuwigde. Daar waar de route aansloot op die van de langere afstanden stond een vrijwilligster in hardloopkleding iedereen luidkeels goedemorgen te wensen en linksaf een ander deel van Het Luijendijkje op te dirigeren. Hier bevond hij zich weer op vertrouwd terrein. Hij kwam er later thuis achter dat deze keer zijn vijfentwintigste deelname aan deze loop was. Minstens even zovele malen had hij daar dus al eens gerend. En nog steeds sloeg de verveling bij hem niet toe! De eerste twee kilometers gingen in 5:48 en 5:45 minuten. Nummer drie was met 5:46 nauwelijks langzamer dan die ervoor. De cadans was prima en hij had niet het gevoel te zullen verslappen of moe te worden. Daarom bleef hij in dezelfde snelheid volharden.

Foto: Jan Horstman

Net vóór hij drie-vijfde van zijn ren had voltooid, werd hij bijgehaald en overlopen door een jongeman van hooguit 12 of 13 jaar. Ook dat kan gebeuren en hij raakte er niet van uit zijn evenwicht. Sterker nog, het inspireerde hem er nog een kleine schep bovenop te doen. Hij bleef dan ook redelijk in de buurt van de jongeling. Iets voor hem liep al geruime tijd een dame en hij zag dat hij langzaam maar zeker op haar in liep. Op pak-hem-beet 3,75 km, waar Het Luijendijkje andermaal gereikt werd, kon hij haar inrekenen. Korte tijd liepen ze gelijk-op, maar de dame moest al spoedig passen en bleef wat achter. Kilometer nummer 4 ging met 5:44 minuten bij 10,46 per uur een fractie sneller dan zijn voorganger en ondanks dat hij liever nog veel langer in Het Twiske was gebleven, gaf het zicht van de haven hem toch vleugels. Na de vier luttele kilometertjes was hij gewoon nog lang niet moe, ook niet na de korte kwakkelperiode die er direct aan voorafging. Volgens Garmin raffelde hij de laatste volle 1000 meter af in 5:34 bij 10,76/uur. En aangezien GPS staat voor Geen Precies Systeem, registreerde zijn Forerunner 88 additionele meters, tijdens welke hij zelfs een snelheid van 12,72 km per uur zou hebben gehaald. Noem dat maar niet netjes na een ruime week van zwakte, ziekte en misselijkheid!

Kort vóór het weer bereiken van de baan had hij de jongeling vrijwel weer teruggepakt. Die keek echter net om, gaf wat gas bij zoals jeugdigen dat nog zo makkelijk kunnen en beende opnieuw bij hem weg. Zijn officiële eindtijd van organisatiewege was 4 seconden minder gunstig dan zijn eigen registratie: 29:06 minuten. Een kniesoor die daarop let, maar toch vertrouwde hij in dit geval zijn eigen tijdmeting beter dan die van RaceTimer. En dat vooral omdat hij altijd conservatief meet en er geen matten lagen op de plaats waar zij van start gingen. In de kleedkamer was de voertaal Volendams, maar gelukkig beter verstaanbaar dan hij in het verleden bij andere sporten weleens had meegemaakt. De puur Volendamse tongval is voor de buitenstaander echt niet te volgen. Op een tijdstip waarop hij normaal gesproken zich nog ergens in de polder bevond, had hij nu al droge spullen aangetrokken, zijn natte renkleding in de tas gepropt en was hij klaar om huiswaarts te keren. Want ook een klein half uur rennen maakt hongerig en dorstig, wat op de atletiekbaan blijven hangen duidelijk in de weg staat. En hij was voldaan, want hij had, als was het kort, toch maar mooi gelopen in het Twiske en de inspanningen glansrijk doorstaan.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Zeik-, doorwaternat

​Pas toen ik in de kleine kleedkamer van het oude, aftandse sporthalletje luisterend naar de naam ‘De Struijck,’ mijn regenjasje weer van het haakje pakte, had ik het door. Omdat er een straaltje water uit een mouw naar de grond liep. Zelfs de speciale regenkleding had de stortvloed die eroverheen was gegaan, dus niet aangekund. Alles wat ik aan renkleding zojuist had uitgetrokken en afgepeld was kletsnat. ‘Zeik-, doorwaternat’, zoals mijn zus altijd zo treffend weet uit te drukken. Daarmee is meteen de titel en de inleiding die ik voor dit relaas van te voren al had bedacht in het water gevallen. Ik meende, met de titel van zo ongeveer het meest buitenissige nummer dat de Beatles ooit aan het vinyl hebben toevertrouwd, een aardig beginnetje klaar te hebben voor deze blog over mijn negende, achtereenvolgende deelname aan de Dam tot Damloop. Naspeuringen in Wikipedia maakten mij duidelijk dat ik er wat betreft de titel redelijk naast zat, dus ik zal jullie niet verder vermoeien met details. En ik kan inmiddels niet anders dan de hierboven opgevoerde vlag, de lading van dit schrijven te laten dekken.

Inmiddels hebben jullie wel begrepen dat deze editie van ’s lands grootste, verreweg de meest verregende was die ik heb meegemaakt. En na afloop bevestigden meerdere lopers deze lezing. Was het maandenlang mooi, warm en vooral droog geweest, precies het DtD-weekeinde moest verregenen! Want vanaf zaterdagmiddag was het al behoorlijk aan het plenzen, met alleen een korte onderbreking op zondagochtend. Tijdens de wedstrijd, die ik ‘s-morgens thuis op de televisie gedeeltelijk volgde, viel er al de nodige neerslag en er waren tevens vele waterplassen te zien op het parcours. Ik wist genoeg, de kleding die ik de vorige dag al had klaargelegd zou het meest geschikt zijn om de onafgebroken waterstroom die er ook des middags, volgens de regenradars, zou gaan vallen, zo goed mogelijk te verwerken. Mijn normale gang van zaken bij deze super-ren is te voet naar een van de twee treinstations gaan die zich redelijk in de buurt van onze woning bevinden. Daar zag ik deze keer maar van af, anders zou ik al in mijn renschoenen hebben lopen te soppen vooraleer ik mijn woonplaats had verlaten. Ze bleven nu dus min-of-meer droog tot het moment dat ik, samen met Rina, een collega van mijn vrouw die ik een startnummer had kunnen bezorgen, het Centraal station in Amsterdam verliet. Het regende op dat uur pijpenstelen en het ging alleen maar harder hoe dichter ik bij het aangewezen startvak kwam. Het leek echt meer op een waterballet dan op een hardloopevenement. Rina was ik toen inmiddels al uit het oog verloren. En oudcollega Elvira, met wie ik een principe-afspraak had om samen te gaan lopen, was reeds daags tevoren afgehaakt vanwege griep.

Mijn schoenen en dikke sokken waren derhalve al doorweekt op het moment dat ik over de startmatten ging. En waar wij direct daarna voortgingen, leek het meer op een sloot of vaart dan op een asfaltweg. Zodra ik echter begon met, in kalm tempo, rennen voelde ik dat vocht eigenlijk niet meer. Tijdens vrijwel de gehele race had ik er dan ook nauwelijks hinder van. Mijn regenpet, dito jas en de lange renbroek met waterdichte stukken op de bovenbenen, leken het goed te houden. Ik had zelfs nog een wegwerpponcho en oude regen-overschoenen meegenomen. Maar de poncho, waar ik vele mededeelnemers onder schuil zag gaan, meende ik niet nodig te hebben en hij leek mij tevens iets te warm en te verstikkend. En de overschoenen waren niet geschikt om in te wandelen. Bovendien waren mijn voeten, zoals ik net schreef, allang ondergedompeld in het overvloedige hemelwater. In de tunnel lag het aan beide zijden bezaaid met wegwerp-poncho’s. Het deed mij even denken aan de plastic soep die de wereldzeeën verontreinigen, maar dat uiteraard geheel terzijde. Hier produceerde ik met 6:35 minuten verreweg mijn langzaamste kilometer van de dag, en wisselde ik een paar woorden met een jeugdig duo dat ik net voorafgaand aan het startschot ook even gesproken had: ‘Bent u zenuwachtig?’, ‘Nee hoor dit is al mijn negende DtD!’. Het leek mij wel wat om samen met deze jongelieden op te lopen maar daarin slaagde ik niet erg lang. Ik hoorde de jongeman nog een korte conversatie voeren met een vrouw, die tijdens die eerste kilometers ook steeds in mijn buurt liep, over het volbrengen van ‘ironman’-triatlons. Daarna zag ik ze langzaam maar zeker uit het zicht verdwijnen.

Het lopen ging vanaf het begin best makkelijk en soepel en ik hoopte dat ik dat heel lang zou kunnen volhouden. Na de eerste 4 km op de ruime Prins Hendrikkade en de nog bredere IJtunnelweg, volgt steevast een (uiteraard veel smaller!) fietspad langs de Buiksloterdijk. Hier was ik net een paar langzamere lopers aan het oprapen, toen ik achter mij een gebiedend ‘langzame lopers rechts’ hoorde schetteren. Direct daarop kwam er een manspersoon voorbijvliegen. Deze terechtwijzing maakte mij enigszins geïrriteerd. Het is inderdaad gebruik dat de langzameren zoveel mogelijk rechts houden en de snelleren links passeren. Maar als er één loop is waar te veel deelnemers zich niet aan die regel houden, is het wel de DtD. Zo werd ik op de eerste meters, toen ik toch echt dicht langs het hek aan bakboord liep, al rechts ingehaald door de een of andere onverlaat. En ja, mensen dus ook hardlopers hebben nu eenmaal geen ogen in hun achterhoofd, noch zijn zij voorzien van achteruitkijkspiegels. En er zijn altijd momenten en situaties, ook in het normale verkeer, dat de snellere even moet inhouden omdat er simpelweg geen ruimte is om erlangs te gaan. Ik brulde dan ook iets in de trant van ‘snelle lopers links’ terug en ook de dame die op dat moment rechts naast mij liep, liet zich vocaal niet onbetuigd. Tijdens de hele afstand waren de overal-tussendoor-flitsers bijna niet te tellen, waarbij mij opviel dat het vooral jongere mannen waren.

Goed, het was dus ​klets​nat, zowel met de neerslag die viel als met plassen overal op de wegen en paden. Waarbij ik moet aantekenen dat er gelukkig niet meer van die stortbuien kwamen zoals kort voor de start. Over de eerste 5 km deed ik net iets meer dan een half uur, met km-tijden juist iets boven de 6 minuten. Dat ging derhalve prima. Op de tweede 5 km was ik zelfs 46 seconden sneller dan over de eerste 5. Dan vergeet ik gemakshalve maar dat ik aan het begin van die 6e kilometer voor een korte wijle moest afbuigen naar een toiletgebied (waar het opvallend druk was, met name bij de heren), om de overvolle blaas te ledigen. Dat leverde uiteindelijk een verschil op van exact 52 seconden tussen mijn eigen tijdsregistratie en die van de organisatie. Mijn Garmin Forerunner 235, die dankzij GPS- en GLONASS-connectie geen enkele moeite heeft het satellietsignaal zelfs in de IJtunnel vast te houden, pauzeert namelijk ook keurig de meting spoedig nadat ik tot stilstand ben gekomen. Dit stuk tussen 5 en 10 km, is een van mijn minder favoriete. Vooral de gang over de klinkers van de Landsmeerderdijk en Oostzanerdijk, direct na een venijnig klimmetje aan het einde van de Stoombootweg, is in mijn beleving een regelrechte bezoeking. Mijn dieet van twee bananen ruim en juist voorafgaand aan de loop en nog een extra exemplaar bij de fruitpost na ruim 8 km, heeft dus duidelijk zijn vruchten afgeworpen. Nog steeds liep ik namelijk lekker en kon ik de gang er simpel in houden. Sterker nog, op dat eerder genoemde klinkerstuk dook ik ineens onder de 6 minuten: 5:54 !! En verder bleef ik gewoon lage 6-minuters produceren.

Des ochtends was via de televisie tot mijn verbazing het bericht ​doorgekomen dat er een wijziging in het parcours was aangebracht. Dat was al jaren niet gebeurd! Ik had geprobeerd te aanschouwen op welk punt in de route die aanpassing precies inging, maar door het schakelen tussen de kop bij de vrouwen en die van de mannen, werd het niet lekker in beeld gebracht. Dus was ik mij onderweg aan het afvragen hoe de nieuwe situatie eruit zou zien. ​E​n ik had pas door dat ik mij op het nieuwe gedeelte bevond, toen ik er al even liep. Je bent tenslotte druk bezig met rennen en zeker bij deze loop moet je heel goed op alle collega-deelnemers direct in de nabijheid letten. Dit nieuwe stuk van naar schatting een kleine twee kilometer was zeker geen verslechtering, want lekker breed asfalt. ​Waar wel opvallend veel renners waren overgegaan tot wandelpas. En het zorgde er wel even voor dat ik de bekende weg kwijt was. Pas toen we weer aansloten op de vertrouwde Oostzanerdijk, overgaand in de Noorder IJ- en Zeedijk, was er het moment van blije herkenning. Hier zou spoedig de volgende verzorgingspost komen, waar vorig jaar een andere oudcollega zich nuttig had gemaakt met het uitreiken van versnaperingen. Ik keek heel secuur naar alle vrijwilligers bezig aldaar, maar Bernadette kon ik er dit jaar helaas niet tussen ontdekken.

Het voordeel van de relatief lage temperatuur en de overvloedige regenval (hoewel die tijdens de loop dus eigenlijk een heel eind meeviel) was het feit dat een verkwikkende natte spons absoluut niet nodig was. En de slok water uit mijn eigen fles, die ik eerder al had genuttigd, was ​wat aan de koude kant, waardoor deze niet tot meer​ drinken​ uitnodigde. Nog steeds liep ik aardig makkelijk en waar deze dijk​​ net vóór het binnengaan van Zaandam​,​ de laatste jaren nogal eens eindeloos had geleken (ik heb er zelfs een keer een stukje gewandeld), was ik er nu in mijn beleving vlot overheen. Al eerder op het lange deel in Amsterdam-Noord, bleek voor mij een ander belangrijk voordeel: het was relatief rustig met toeschouwers en daardoor ook minder lawaaiig. Zeker als de vermoeidheid begint toe te slaan, prefereer ik rust aan mijn hoofd, zodat ik mij zo goed mogelijk kan concentreren op het lopen. Bij de entree van Zaandam, bevond ik mij in het kielzog van een jongedame, die ik al een aantal keer eerder had opgemerkt. Het was voor mij een uitgemaakte zaak dat ik in haar voetsporen naar de finish ruim 2 kilometer verderop zou gaan. En ik kon nu zeker wel een goede haas gebruiken, want we liepen reeds in de straat waar ik altijd het meeste tegenop zie, de Zuiddijk. Tot mijn grote genoegen was het ook hier relatief rustig vanwege de plens- en regenbuien. Heerlijk!

Ik begon onderhand wel mijn benen te voelen, dientengevolge waarvan het ​lopen allengs minder soepel en naar ik dacht ook minder vlot ging. Dat laatste bleek later, bij een blik op de tabel met kilometertijden​,​ niet te kloppen. Want nummers 15 en 16 gingen met 5:50 bij zo’n 10,3 per uur​,​ 10 seconden sneller dan nummer 14 en zelfs 16 tot 18 tellen sneller dan kilometers 11 t/m 13. Het met de genoemde dame meegaan bleek zeker geen sinecure, want dan liep zij een stukje van mij weg en dan liet zij het tempo weer wat zakken en stiefelde ik haar voorbij. Enfin, tegen het einde van d​i​e relatief smalle winkelstraat met de lastige klinkerbestrating, moest ik haar toch definitief laten lopen. Het vasthouden aan mijn eigen cadans was voor mij belangrijker dan het coûte-que-coûte volgen van deze renster. Had ik tot dan niets gevoeld van de emmers water die zich in mijn schoenen moesten bevinden, nu bemerkte ik ineens wat irritatie ergens aan de tenen van mijn linkervoet. Het gevoel verdween gelukkig ook weer rap. Dat laatste stuk kwam ik in mijn beleving nog slechts matig vooruit en ik zag als een berg op tegen de twee bruggen over de rivier de Zaan, die kort na elkaar in de laatste volledige kilometer nog bestegen dienden te worden. Precies ná die eerste col van de buitencategorie, gaat de route over de echte Zaanse Dam en daar staat het normaliter minstens vier rijen dik met enthousiast aanmoedigend publiek. Nu was het daar logischerwijs ook veel dunner bevolkt en dat vond ik dan wel weer even heel jammer.

Ook de tweede heuvel kwam ik zonder kleerscheuren over en dan is het nog slechts een kwestie van een paar honderd meter doortrekken en je bent over de eindstreep. Ik keek op mijn horloge en zag dat ik mijn streeftijd (tussen 1:40 en 1:45 uur) makkelijk ging halen. Hoewel ik niet het gevoel had dat ik nog versnelde, ging ik in dat laatste stuk naar de meet toch weer wat sneller dan ervoor, zowaar nog 10,4 per uur. Mede door deze ultieme acceleratie, zou mijn tijdmeting ruim binnen de 1:40 gestopt worden​, op 1:38:48​. Want Garmin had mijn plaspauze uiteraard niet meegerekend. Ook de officiële eindtijd van organisatiewege was met 1:39:41 mooi onder die kaap gebleven. Ik bleef zo kort mogelijk hangen in het finishgebied, want het regende nog immer, zij het niet hard. Na het toucheren van mijn negende DtD-medaille en een flesje sportdrank van een bekend merk, zette ik zo rap als mijn vermoeide en verstijfde benen mij konden dragen, koers richting de plastic zak met droge kleding. Dat was nadat ik eerst, onder de luifel van een waterkraam, mijn vrouw telefonisch op de hoogte bracht van het feit dat ik er het wederom in geslaagd was deze monsterloop succesvol te beëindigen.

Wat volgde was mijn, en naar ik aanneem van de meeste deelnemers, minst prettige stukje van de middag. Met ontelbare andere finishers moest ik mij een alsmaar smaller wordende weg banen richting de ligplaats van de spullen. Vanwege het gegeven dat ik geen droge draad meer aan mijn lijf had en ook geen extra jasje om tijdelijk aan te trekken, kreeg ik het nu heel snel behoorlijk koud. Het tassen-afhaalterrein is steevast een drama. Daar heb ik ongetwijfeld al eens eerder over bericht. Ik had mazzel, want ik had mijn knapzak vlot te pakken. In de krant las ik een dag later dat er lopers waren die in regen en koude langere tijd op hun spullen moesten wachten dan dat ze gedaan hadden over de 10 EM zelf. Bijna rapper dan de snelheid waarmee ik mij over het parcours had voortbewogen, beende ik naar de eerder genoemde sporthal. Onderweg, zowel naar die plek als later naar het station, zag ik collega’s zich in de open lucht van hun natte boeltje ontdoen. Moedig, maar ik moet daar echt niet aan denken! Binnen, in het kleedhok, was het droog, relatief warm en met o.a. drie mannen van een Amsterdams lyceum, zowaar ook nog gezellig. Ik wreef vooral mijn voeten zo goed mogelijk droog, waarbij ik geen enkele ongerechtigheid voelde. Pas thuis, na het douchen, bleek dat zich op een plekje tussen de twee kleinste linkertenen, waar om duistere redenen altijd overmatige wrijving plaatsvindt, een flinke bloedblaar gevormd te hebben. Als dat alles is dat ik in negatieve zin aan deze zompige DtD heb overgehouden, ben ik behoorlijk spekkoper.

Daags tevoren had ik met mijn loopmaatje Peter een voorzichtige afspraak gemaakt na de race naar elkaar uit te zien. Ik was echter zodanig veel eerder gestart dat bleek dat dit akkoord in de praktijk geen stand kon houden. Dus appte hem dat ik mij reeds op weg naar het NS-station begaf. Op het stuk over de laatste Zaanbrug gekomen, gaf ik mijn ogen evenwel goed de kost om te zien of ik hem heel toevallig toch zag langskomen. Hoe ik ook tuurde, geen Peter op het parcours.​ Afgemeten aan zijn eindtijd, moet ik hem aldaar op een paar minuten gemist hebben.​ Ik vervolgde met behoorlijk stijve ledematen mijn weg naar de Koffiezaak ​(ja, zo heet dit leuke tentje) ​even verderop. Want ik was van oordeel dat ik na al die inspannende verrichtingen zeker wel een flinke tas koffie verdiend had. Ik liet mij de grote mocchacino onderweg naar tante NS goed smaken en was blij dat ik in de intercity, die uiteindelijk helemaal naar Limbabwe zou rijden, kon neerploffen op een stoel. Tijdens het naar huis wandelen (het was nu nota bene gewoon droog !!), voelden mijn onderdanen gelukkig al wat soepeler. Op naar de jubileum-editie (mijn 10e dus !!) van volgend jaar!!

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Mijn 15 van Amsterdam-Noord

In de week voorafgaand aan de Vechtloop eind juni, had ik wat last gekregen van het gebied rond mijn rechter-achillespees. Toen ik zo onverstandig was om drie dagen na de Vechtloop weer de renschoenen onder te binden voor een duurloop, schoot het er echt in en moest ik na nauwelijks 4 km stoppen. Dat werd dus een paar loopjes overslaan en ook de hitte van de afgelopen zomer zorgde voor een stagnatie in mijn trainingen. Ruim twee weken later voelde het weer niet helemaal lekker na bijna 9 km gelopen te hebben. Pas begin augustus, op vakantie in Duitsland, kon ik mijn gewone renritme weer opstarten en langzaam het aantal kilometers uitbouwen. Aan het einde van die maand durfde ik de Gooise Heideloop niet aan vanwege de oneffenheden in het terrein. Niet dat ik bang was om wederom te vallen, zoals vorig jaar, maar wel dat de net genezen blessure zou terugkeren. Ik wilde echter toch graag vóór de Dam tot Damloop op 23 september een trimloop doen als training. Ik dacht dat ik alle georganiseerde lopen in de omgeving wel had ontdekt, maar bij de Gaasperplasrun zag ik een pamflet liggen van de ’30 van Amsterdam-Noord’. Na de bestudering van het parcours (vooral door het landelijke gebied net ten noorden van de Ring rond de hoofdstad) leek het mij wel wat om deze trimloop aan mijn repertoire toe te voegen. Zeker nadat ik mij ervan had vergewist dat ik aldaar voldoende parkeermogelijkheden had. Want ik houd er niet van om direct vooraf aan een loop nog te moeten gaan zoeken naar een plek voor mijn voiture. Ik kom nu eenmaal het liefst in een gespreid bedje wat het aanreizen betreft.

Die reis ging dus gewoon goed en op gevoel liep ik de juiste weg naar de atletiekbaan van de organiserende vereniging AV Atos. In de ernaast gelegen sporthal had ik fluks mijn startnummer te pakken, ik werkte een banaan naar binnen en dronk een pakje melk leeg. Daarna maakte ik wat ruimte in mijn waterhuishouding door een bezoek aan een klaarstaande krul en ging op de baan warmlopen en wat oefeningen doen. Ergens midden in het pak vertrok ik, zoals altijd eigenlijk iets te rap. Korte tijd liep ik achter Cor en een metgezel. De eerstgenoemde kom ik geregeld tegen bij loopjes in de regio en hij heeft ongeveer het tempo dat ik, in ieder geval in het verleden, ook haalde. De twee mannen gingen op dat moment exact 10 per uur maar ik had al snel het gevoel dat ik moest inhouden. Dus glipte ik er langs en ging iets vóór hen verder. Wel hoorde ik ze de hele tijd juist achter mij samen praten. Ik zat mooi net boven de 10 per uur en besloot te kijken hoe lang ik in die snelheid kon volharden. Wat minder enthousiasme bij mij losmaakte, was het klinkerwegdek aan de buitenkant van de bomenring rond de AV Atosbaan. Daar moesten we ook nog eens een extra ronde over maken alvorens we richting het noorden konden gaan. Vrij aan het begin van dat stuk, zag ik iets verderop een leuke jongedame met een lange staart. Ik had het idee dat ik haar wel kon bijhouden. Dat lukte slechts zeer korte tijd en ook Cor en zijn kompaan kwamen spoedig over mij heen. Het was intussen, door de doorgekomen zon en de niet-lage luchtvochtigheid aan de warme kant geworden. De verfrissende wind die af en toe om mij heen blies, was dan ook meer dan welkom. Ik had wel wat blikken op de routekaart geworpen maar aangezien ik in die contreien nog nooit eerder was geweest, laat staan had gelopen, was het allemaal nieuw voor mij. Daarom volgde ik gedwee de mederenners en -rensters die mij voorafgingen of voorbijliepen.

Mooi weer al vóór de start

Mooi weer al vóór aanvang

Na 3 km waren we onder de ringweg door gegaan en kwamen we in het open terrein terecht. Om te beginnen langs de plaatselijke golfbaan, waar reeds aardig wat volk op de been was. Ook werd er om ons heen frequent gewandeld en gefietst. Niet verwonderlijk op zo’n mooie zonnige zondag. Wat ik wel jammer vond, was het feit dat de route tot 7 km evenwijdig aan- en niet ver verwijderd van de snelweg voortging. Met derhalve voortdurend het geluid van het verkeer aldaar op de achtergrond. Exact op het 7 km-punt sloegen we linksaf het polderland in. De naam van het dorp dat ik wat verderop aan de einder zag liggen en waarvan vooral de kerktoren opviel, bleek Ransdorp te zijn. Op de kaart te zien, net zo’n metropool als Zunderdorp, waar wij doorheen zouden komen. Intussen had ik al een tijd twee lopers direct achter mij. Een vrouw en een man liepen lekker keuvelend bijna op mijn hielen en gebruikten mij als haas. Misbruikten mij, was een beetje mijn gevoel. Niet vreemd derhalve dat ik dat als minder prettig ervoer. Zij moeten zo ongeveer bij Golfbaan Waterland zijn aangesloten, na 4,5 of 5 km. Ik hoorde de man op een gegeven moment zeggen dat, als hij het wat moeilijk had tijdens het rennen, versnellen voor hem een beter medicijn was dan gas terugnemen. Daar zit eigenlijk wel wat in maar dat moet je ook maar net kunnen op zo’n moment. Bij het scherp afslaan na exact 7 km, stond een klein meisje op een houten muurtje aan te moedigen. Die verdiende naar mijn stellige overtuiging een hoge vijf en die diende ik haar in het voorbijgaan dan ook toe. ‘Klats’, hoorde ik de meeliftende dame achter mij zeggen. Nu ging de route dus eindelijk echt het open land in, op weg naar Zunderdorp dat al een tijd ter linkerzijde vrij dichtbij te zien was. In de weides stonden en lagen wat koeien en op het fietspad dat wij gebruikten werd enthousiast gefietst. Ik herinner mij een oudere man op een elektrische fiets die maar even stopte omdat er wel wat veel renners hem tegemoet kwamen.

Klaar-voor-de-start

Klaar-voor-de-start

Aan het einde van dit fietspad ging het nogmaals linksaf en direct na de bocht stond de drinkpost. Ik had mijn eigen watervoorraad en hoefde derhalve niet te stoppen voor een beker koel nat. De twee achter mij leken dat wel te doen. Onbewust hield ik een beetje in, alsof ik op ze wilde wachten. Ik zag dat ook aan de snelheidsaanduiding op mijn horloge en bedacht toen pas dat dit dé gelegenheid was om ze af te schudden. Direct zette ik zo goed mogelijk aan teneinde een substantieel gat te slaan. Had ik al die tijd zonder veel moeite op of net boven de 10 per uur gelopen, nu kwam bij mij ineens de klad erin. Precies bij het binnengaan van Zunderdorp lag het punt van de 9 km en deze kilometer zat ik al iets onder de 10 per uur. Of het door deze plaats kwam of door het feit dat ik tot dan toe boven mijn stand gelopen had, weet ik niet. Feit is wel dat ik in het derde deel van deze loop, zijnde de laatste 5 km, heel langzaam maar zeker leegliep. Als een fietsband waarin een minuscuul gaatje is geprikt dat zorgt voor een telkens een beetje spanningsverlies. Was het de verbazing over het doorkruisen van de metropool Zunderdorp (grapje, want ongeveer 5 straten, enkele tientallen huizen, een paar andere gebouwen en 463 inwoners!) of had ik al die tijd boven mijn stand gelopen? Om in de vervoersmiddelenterminologie te blijven: de brandstoftank begon zoetjes-aan leeg te raken.

Parcours van de 15 km

Parcours van de 15 km

In de buurtschap ’t Nopeind kwamen er lopers van de 21 en 30 km zich bij ons voegen. De meesten liepen mij voorbij. Ik troostte mij met de gedachte dat dit allemaal de snellere lopers waren. Tussen km’s 10 en 11 kwam er ook een vrouw langs die ik toch echt herkende van een eerdere opraapactie mijnerzijds. Ik poogde bij haar aan te haken maar dat lukte van geen kanten. Langs een paar boerderijen, waaronder een zorgboerderij, hobbelde ik terug richting de golfbaan en naar het deel van het traject waar ik de eerste 5 km ook op had voortbewogen. Mijn snelheid liep steeds meer achteruit en de kilometertijden derhalve steeds meer op. 6:01 minuten over de 9e en vervolgens 6:16, 6:18, 6:25 en 6:31 over de volgende 4 km. Aangezien ik deze loop als een training voor de Dam tot Damloop beschouwde, maakte ik mij daar niet zo heel erg druk over. Mijn doel was slechts om het parcours van 15 km zonder wandelen af te leggen. Was het psychologisch gezien prettig dat er steeds lopers langs mij snelden? Nee, uiteraard niet, andersom is veel prettiger! Helaas ik kon bij geen enkele mededeelnemer aanhaken. Alleen de dame die ik op het lange stuk naast een vaart in het gedeelte binnen de ring helemaal aan de rechterkant van de weg langzaam zag voortgaan, gaf mij een mentale oppepper. Eerst dacht ik namelijk dat zij gewoon lekker voor zichzelf aan het joggen was maar toen ik haar voorbijging zag ik een startnummer aan de voorzijde. Had ik op dat stuk waar maar geen einde aan leek te komen, toch nog één deelnemer weten op te rapen!!

De prachtig gelegen en tot verdwijnen gedoemde AV Atosbaan

De prachtig gelegen en tot verdwijnen gedoemde AV Atosbaan

Zoals eerder vermeld had ik de routekaart wel globaal bestudeerd maar uiteraard niet alle details helder in het hoofd. Tijdens die zware laatste kilometers was ik mij aan het afvragen of we linksom of rechtsom de atletiekbaan en de eindstreep zouden bereiken. De laatste mogelijkheid had mijn voorkeur omdat die korter was en in tegenstelling tot de tweede optie vrijwel geen klinkerbestrating meer had. Het werd uiteraard linksom! Dus weer enkele honderden meters over die vermaledijde kasseien. Op dat stuk kwam een dame langs, die zo te zien niet meer echt soepel vooruit kwam. Ook nu wilde ik aanhaken om met haar de finish te bereiken maar wederom had ik slechts het nakijken. Wel aanvaardde ik dat gegeven direct. Met eenvoudigweg stug doorzetten kwam ik toch spoedig op de baan en over de meet. Net daarvoor had ik, bij een blik op mijn horloge, verbaasd geconstateerd dat ik binnen de 1:30 uur kon eindigen. En dat lukte mij makkelijk: 1:29:37 was mijn officiële eindtijd, met zowaar een snelheid van 9,82 per uur over de slotkilometer. Ik had mijn doel bereikt, kreeg luttele meters na de eindstreep een leuke medaille overhandigd en kon gaan bijkomen van de inspanningen. Van Cor was, zoals ook tijdens het leeuwendeel van de loop, geen spoor meer te bekennen. Noch van andere lopers die ik onderweg bewust had waargenomen. De zon scheen volop en de atletiekbaan van AV Atos lag er prachtig bij in die groene oase in Amsterdam-Noord. Ik had daar op dat moment geen oog voor, want ik was moe. Later bedacht ik pas in het pamflet over de loop gelezen te hebben dat de club over een jaar moet verhuizen omdat de gemeente Amsterdam op die plek woningen wil gaan bouwen. Wat mij betreft doodzonde van deze prachtige locatie tussen het groen en om die reden hoogst waarschijnlijk de eerste en de laatste keer dat ik er als hardloper heb kunnen vertoeven.

Gewoontegetrouw wandelde ik wat uit naar het stille deel van de baan in de andere bocht. Daar kon ik de verleiding niet weerstaan om even te gaan zitten, toen een geschikte plek daarvoor zich aandiende in de vorm van een hindernisbalk bij een droogstaande waterbak. De kwalificatie ‘nooit’ is misschien bezijden de waarheid, maar ik kan mij niet herinneren vaak te zijn neergeploft direct na een ren. Na een paar minuten stond ik weer op om mijn uitwandelrondje, over de piste in de richting van de finish te vervolgen. Ik zag een renster met ‘Running Junkies’ op haar shirt en moest direct denken aan collegablogger Mari Durieux, die geregeld melding maakt van het feit dat hij ook lid is van die bonte verzameling fanatieke renners. Ik bedacht dat het leuk zou zijn als ik hem hier nu tegen het lijf zou lopen. Zoals vaker werden er door de omroeper van dienst namen van binnenkomende renners genoemd en luttele tellen na mijn gedachtestroom over Mari, die er dus niet was, hoorde ik ineens de naam Hedwig noemen. Wie schetst mijn verbazing dat die andere collegablogger tussen twee mannelijke lopers in, de meet naderde. Precies een jaar geleden had ik vlak achter haar gestaan bij de start van de Gooise Heideloop maar haar niet aangesproken omdat ik ging twijfelen of zij het echt wel was (ik kende haar tenslotte alleen digitaal). Nu was die twijfel er duidelijk niet en ik liep zo rap als mogelijk door naar het stuk achter de eindstreep. Zodra het kon ging ik naast haar lopen en sprak haar aan. Een kort gesprek volgde, waarbij Hedwig, nog buiten adem, vertelde dat zij onlangs gevallen was, waardoor haar bekken scheef was komen te staan. Zij had daardoor de 30 km die zij zojuist voltooid had, niet kunnen lopen zoals zij wilde. Een kleine maand later zou zij in Chicago aan de start staan voor haar volgende internationale marathon. Ik wenste haar heel veel succes bij het herstel en ging verder mijns weegs. Nog een paar rondjes wandelen over de baan, tas ophalen, omkleden en huiswaarts keren, waren de volgende items op mijn programma. Ik zag Hedwig nog een paar keer op het kunststof en in de sporthal, maar wilde haar niet verder lastigvallen, ook omdat zij zich in het gezelschap van anderen bevond.

Bijkomen en vocht aanvullen

Bijkomen en vocht aanvullen

In Sporthal Elzenhagen, waar ik vroeger ooit eens een keer een basketbalwedstrijd gespeeld moet hebben, wachtten mij twee verrassingen. Een onverwachte en een onaangename! Ineens voelde ik mijn horloge trillen en zag ik op het scherm een mededeling over in een ‘spaarstand gaan’. Ik was bij het passeren van de meet nog wel zo alert geweest om mijn tijdmeting te stoppen maar had er vervolgens in het geheel niet meer aan gedacht die registratie op te slaan en mijn Garmin in zijn gewone modus terug te zetten. Dat deed ik alsnog. Nu viel mij ook pas op dat er 14,82 afgelegde kilometers op het scherm stonden. En ik meende toch ergens gelezen te hebben dat het bij deze loop om door de atletiekbond gecertificeerde parcoursen ging. ‘s-Avonds kwam het verlossende woord over deze kwestie in de vorm van een mail van de organisatie. Door een onvolkomenheid had men ons verkeerd laten starten: in plaats van een volledige ronde over de baan met de klok mee, gingen we net als de twee langere afstanden tegen de klok in na driekwart ronde van de baan af en de weg op. Die 220 meters die ik tekort had gelopen zorgden er wel voor dat ik binnen de 1:30 uur kon finishen. Ieder nadeel heb zijn voordeel!

Velen al gefinisht

Velen al gefinisht

De onaangename verrassing betrof de beschikbaarheid van kleedruimte. In een mail stond te lezen dat de kleedkamers in het clubhuis van AV Atos voor de dames gereserveerd waren en die in de sporthal voor de heren. De dameskleedruimte waar ik langsliep in dat laatste bouwwerk werd echter gewoon bevolkt door vrouwen en er bleek slechts één klein kleedhok voor de heren open te zijn. Daar was het niet alleen propvol met dampende renners maar er werd ook nog eens flink gedoucht. Gevolg: huizenhoge temperaturen en een luchtvochtigheidsgraad die door het dak heen schoot. Nauwelijks had ik daar een voet binnen gezet, of ik begon, vooral op mijn voorhoofd, hevig te zweten. En die bijtende substantie stroomde tijdens het omkleden mijn arme ogen in. De piepkleine handdoek die ik bij mij had, kon de veelvuldige lapwerkzaamheden nauwelijks aan. Ik vertelde de man naast mij dat het, gezien het overmatige vochtafscheiden, geen enkele zin had om nu te douchen. Hetgeen ik overigens ook niet van plan was geweest. Ik wist niet hoe snel ik daar weg moest komen en de relatief koele buitenlucht opzoeken. Op weg naar auto, huis, koffie en eigen, ruime relatief koele badkamer.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Eigen haas is goud waard!

Het was inmiddels een traditie geworden, want hij zou voor de vijfde opeenvolgende keer de eerste helft van het trimloopjaar afsluiten aan de boorden van de Vecht in- en om het oude vestingstadje Weesp. En voor het derde jaar in successie zou Loop(tijden)-maatje Peter hem daarbij vergezellen. Ze hadden vooraf via de sociale media al uitgebreid contact gehad over de te volgen strategie, de einddoelen en over het op elkaar afstemmen van het aanreisschema. Peter zou voor een lange OV-reis al vroeg zijn woonstede verlaten en hij zou later op de ochtend, door luttele minuten te treinen vanuit het naburige dorp, Weesp bereiken. Haas van dienst Peter had in het (zoals altijd) gloedvolle verhaal over zijn laatste verrichtingen blijk gegeven van een uitstekende vorm. Zijn kompaan had daarop als volgend gereageerd: ‘toen ik las dat jij rustig moest beginnen, was ik verheugd. Maar toen dat rustige tempo rond de 11 per uur bleek te liggen, verdween die blijdschap als sneeuw voor de zon. Ik zal al verheugd zijn als ik zondag de 10,5/uur zal kunnen halen en volhouden. Dus als jij jouw motor daarop kunt afstellen, dan heeeel graag’. Een haas moet zich tenslotte richten naar de wensen van de volger, nietwaar? Die volger zag de figuurlijke bui al hangen, een freewheelende tempomaker waar hij zich met hangen en wurgen achteraan wist te slepen.

Wanneer in Weesp

Wanneer in Weesp

Eenmaal in de plaats van handeling gearriveerd, hadden ze het daar niet over. Er waren genoeg andere zaken te bespreken, zoals hun afgelopen, bewogen jaar, de weersomstandigheden en wat en wie ze onderweg naar de start tegenkwamen. Omdat ze relatief matineus waren, was het nog rustig op het manegeterrein en hadden ze alle tijd om de noodzakelijke plichtplegingen uit te voeren. Bij de tasseninname, waar een jonge jongedame met prachtig lang rossig haar heel gedreven met de bagage aan het slepen was, stond ook al geen rij. Net zo min als bij de kamer-100 voor heren. De aanloop naar de loop verliep dus erg soepel. Ze waren heel even van slag toen bleek dat op het buitenterrein de doorgang naar het voormalige 15- en 21,1 km-parcours versperd was door een nieuwe paardenkraal. Plotsklaps moest er daarom even geïmproviseerd worden. Want na wat rekken en strekken diende er toch op zijn minst een klein stukje ingelopen te worden. Onze hoofdpersoon nam hier het voortouw omdat hij op deze wegen beter bekend was en omdat voorop lopen hem tijdens de echte loop hoogstwaarschijnlijk niet of nauwelijks meer zou lukken. Hij grapte dat hij zo in ieder geval één keer de kar had getrokken. Maar hij wist drommels goed dat de kop nemen tijdens de echte actie een erg lastig verhaal voor hem zou gaan worden.

Op de klinkers van de Middenstraat

Op de klinkers

Het duurde nog best een tijd voor ze eindelijk op weg konden voor hun trimloop, terwijl ze voor het gevoel al geruime tijd stonden te trappelen van ongeduld in het startvak. De opkomst leek trouwens een stukje kleiner dan in voorgaande jaren. Zou het schrappen van de 15- en 21 km vorig jaar toch zijn tol hebben geëist? Naspeuring achteraf bleek dat vermoeden te bevestigen: een dikke 200 lopers minder dan 3 en 4 jaar geleden en 100 minder dan vorig jaar! Nadat de 5 km was weggeschoten duurde het nog bijna 10 minuten alvorens zij aan de beurt waren. En waarom eigenlijk? Want de route van de kortere afstand leidde de poort uit direct linksaf naar het tracé langs de Vecht, terwijl de 10 km-lopers eerst een stadstoer door hartje Weesp gingen maken. Zoals wel vaker gebeurt, lag hun tempo in die eerste fase een stukje hoger dan afgesproken: tussen de 10,8 en 10,9 per uur. Dat leidde voor de oudste van de twee loopmaatjes al direct tot problemen, in die zin dat hij naar zijn idee niet echt makkelijk vooruit kwam. Voor het eerst in al die jaren dat hij daar liep had hij in de smiezen dat vrijwel de gehele route door de bebouwde kom van het vestingstadje uit klinkerwegen bestond. En daar liep hij nou niet bepaald graag op. Als je het gevoel hebt te vliegen, valt dat je helemaal niet op, maar nu duidelijk wel.

Anton, de superveteraan

Anton, de superveteraan

Hij liep dus voor de derde keer samen met Peter en ondanks de inspanningen had hij in het begin nog wel adem genoeg om met zijn kompaan te praten. Zat dat gevoel van niet lekker soepel lopen dan tussen zijn oren? Hij had het idee dat hij zijn privéhaas nu al moeizaam kon volgen. Hier en daar maakte hij een opmerking over wat hij om zich heen zag. Om niet weer, net als vorig jaar, de sportwinkel te noemen waar hij daags tevoren de startnummers had opgevist, zei hij maar iets over de verandering ten opzichte van die eerdere dag aan de gevel van de pizzeria ertegenover. De benaming ‘De Kringloper’ van een onderneming wat verder op die (gedempte) Achtergracht vond hij uiteraard zeer toepasselijk. Hij verbaasde zich erover dat er toch wel het een-en-ander aan bekende winkelketenfilialen te bezichtigen was hier in het kleine centrum van Weesp. In ieder geval meer dan hij zich gerealiseerd had. Ze passeerden een heel nauw zijstraatje met de fraaie naam ‘Korte Elleboogsteeg’. Dat leek hem meer een naam voor in de hoofdstad, niet ver hier vandaan. ‘O ja, Weesp ging later in het jaar bestuurlijk ook onder Mokum vallen dus het was toch wel en toepasselijke naam’, bedacht hij even later.

Losgebroken haas

Losgebroken haas

Het rennen voelde voor hem eigenlijk steeds hetzelfde: het ging niet geheel vanzelf en hij moest zich behoorlijk inspannen. Niet heel vreemd als je bedenkt dat de snelheid een aardig tandje hoger lag dan wat hij de laatste jaren doorgaans gewoon was. ‘Enfin zo lang mogelijk proberen vol te houden maar’, ging er door hem heen. De bekende buitenlander die hij vorig jaar ineens had gespot, stond wederom in zijn deuropening. Zo zag hij nu al van veraf. Deze keer hield hij in het voorbijgaan zijn lippen stijf op elkaar om de man niet te laten schrikken en rustig te laten genieten van de optocht aan renners die aan hem voorbijtrok. Had hij bij de vorige gelegenheid niet ook een opmerking gemaakt over het wel bij de omgeving passende maar niet prettig aanvoelende type wegdek? Dat zou zomaar kunnen, maar hij wist het niet meer zo zeker. De temperatuur was niet al te hoog, maar zeker in de nauwe straten in het centrum, voelde het behoorlijk warm aan. Ook al weinig ideaal als het lopen niet supersoepel gaat. Hij moest zich er maar doorheen zien te slepen en vond het om die reden helemaal niet erg dat de bebouwde kom verlaten werd om de oostelijke oever van de Vecht op te zoeken. Daar lag tenminste asfalt!

Laatste kilometer

Laatste kilometer

Een opmerking over de aanwezige fotografen van een loopster direct achter hem, bracht even afleiding. Hij mengde zich direct in de conversatie door te roepen dat het handig was om zoveel mogelijk aan de kant waar de plaatjespersoon stond opgesteld, te gaan lopen en zoveel als mogelijk apart van de collega’s om vol in beeld te komen. Ja, hij kende het klappen van de zweep inmiddels behoorlijk goed met alle trimlopen die hij al in zijn hardloopbagage had zitten. En deze Vechtloop spande altijd de kroon wat betreft het aantal mensen met fototoestellen langs de route. Hij had thuis één van de bij andere lopen buitgemaakte sponzen in zijn renjas gestoken en die kwam nu erg goed van pas. Bij de eerste drinkpost, na precies 4 kilometer, kieperde hij het aangepakte bekertje water direct over het schoonmaakattribuut om vervolgens stante pede zijn hoofd en nek ermee te gaan bewerken. Dat zorgde korte tijd voor een welkome verkoeling. Hier in het open gebied, langs het water bracht de wind wel af en toe wat verfrissing maar als de zon even door de bewolking brak, werd het direct bloedheet. Peter had uiteraard ook wat water gepakt maar deed daarna weer even onverdroten en stoïcijns voort als altijd. Wel moest hij voortdurend omkijken om te zien waar zijn volger toch bleef.

Groene panterdame met vader (?)

Groene panterdame met vader (?)

Die werd door iets anders een tijdje beziggehouden. Ze renden een tijdlang voor, naast of achter een vrouw, waarvan hij zeker wist dat hij die regelmatig zag hollen in zijn eigen woonplaats. Waarom begroette die persoon dan zo’n beetje alle toeschouwers langs de weg alsof zij ze persoonlijk heel goed kende? Met andere woorden, alsof zij een thuiswedstrijd aan het lopen was? De dame had muziekdopjes in haar oren en hij had alle adem nodig voor het rennen. Dus het kwam er niet van haar aan te spreken en een verklaring te eisen. Latere naspeuringen overtuigden hem ervan dat hij het bij het rechte eind had gehad. De loopster in kwestie stond althans in het verleden geregistreerd als woonachtig in dezelfde plaats! De kilometers waren in zijn beleving lang. Voor het gevoel wel twee keer zo lang als op andere dagen. In ieder geval duurde het eindeloos eer er weer een volgend bord met de reeds gelopen afstand opdook langs de weg. En alles wat hij heen liep, moest hij straks weer even zo hard terug na het keerpunt ter hoogte van Fort Uitermeer. Hij keek hoopvol vooruit of hij dat onderdeel van de voormalige verdedigingsring om Amsterdam al in beeld kreeg, maar hij zag er nog niets van. Dat viel dus niet mee. De onwillige kuitspier, die hem genoopt had zijn laatste training voorafgaand aan dit evenement voortijdig te beëindigen, deed een beetje vervelend. En de hamstrengen van hetzelfde been voelden ietwat stijf. ‘Dat kon hij er nog wel bij hebben’. Intussen waren ze het oude landhuis, met de overblijfselen van plaatselijke industriële activiteit in de grote achtertuin, reeds gepasseerd. Bij het hek prijkte nog immer het bord met de aankondiging dat de eerste appartementen in de verkoop zouden gaan. Maar van enige bouwkundige aanpassing was nog altijd niets te zien. Sterker nog, een van de ruiten op de begane grond vertoonde duidelijke sporen van pogingen tot vernieling. Je zou toch denken dat zelfs deze woningen in deze periode van gekte op de huizenmarkt als broodjes over de toonbank zouden moeten gaan. Maar niets is blijkbaar minder waar.

Sterk eindschot

Sterk eindschot (foto’s: Robin Voorhamm)

Hij zag het bord met de 7 km-aanduiding en was blij verheugd dat er nog slechts 3 kilometers te verhapstukken waren. Hij had de niet-kletsnatte spons half onder zijn shirt in de nek gestoken, zoals hij bij zijn vorige loop ook iemand had zien doen. In de vaste overtuiging dat er bij het keerpunt een ander, doornat exemplaar zou worden aangereikt, maakte het hem niet uit dat het ding over zijn rug naar beneden gleed en daar bleef hangen. Toen er bij het keerpunt alleen bekers water in de aanbieding bleken, had hij wederom even een lastig moment. Want hij wilde per se de inhoud van het aangereikte bekertje op de spons deponeren. Dus moest hij het stuk schoonmaakgereedschap onderaan zijn bovenkleding vandaan vissen. Om dit te kunnen doen besloot hij even te wandelen en daardoor verloor hij nu echt de aansluiting met zijn privé-pacer. Deze trouwe makker had dat even later door, nam zichtbaar gas terug en wachtte geduldig tot hij weer in zijn kielzog terug was. Daar zag hij verdorie toch weer het bord met 7 km erop! Hoe was dat nu mogelijk? Een heel vervelend foutje van de organisatie of had hij eerder een fata morgana gezien? Het hakte er hoe dan ook mentaal weer even flink bij hem in. Kilometers 4 t/m 9 bleken allen in rond de 5:45 minuten te zijn gegaan. Ondanks alle moeite die hij had, hield hij het hoge tempo toch maar mooi steeds vol. Alleen de zevende kilometer duurde, mede door het ronden van het keerpunt en het wandelen met het bekertje 5:58 minuten.

Na gedane arbeid

Na gedane inspanningen

Een loper getooid met donkere zonnebril, die op een gegeven moment langszij kwam, vroeg hoe het ging. Hij antwoordde dat het beter kon en dat zijn haas hem iets te hard liep. Die laatste moest bij voortduring achterom kijken en temporiseren om hem de aansluiting niet te doen verliezen. Een lange, ranke jongedame, gekleed in een van veraf opvallend zichtbare, nauwsluitende lange, groene renbroek met panterprint, liep vrijwel de gehele koers een eindje voor hen. Zij kwamen wel steeds wat dichter bij haar en haar mannelijke metgezel, maar verloren ook net zo hard weer terrein. Na 9 km kon Peter zich niet langer inhouden en ging er plotsklaps als een haas vandoor. Naar het idee van onze hoofdpersoon om in het kielzog van de groene luipaarddame te geraken. Maar nee, hij stoof er gewoon langs en zette zijn wilde demarrage voort. De volger had geen enkel moment het gevoel bij te kunnen blijven, maar zette onbewust toch wel aan en raapte zowaar een behoorlijk aantal stilgevallen lopers op. Een man in een groengeel shirt liep zich eerst voorbijlopen, om vervolgens zelf weer over onze loper heen te gaan. Die laatste dacht: ‘je doet je best maar, ik ga zo hard genoeg’. En dat gevoel was juist, aangezien hij zijn laatste volle kilometer in 5:22 minuten, bij 11,18 per uur wist af te werken. Had hij, ondanks alle gevoelde moeite gedurende de hele race, even zo goed een tweede adem en zelfs een versnelling weten te vinden. Met 11,44/uur ‘stormde’ hij over het manageterrein op de eindstreep af. Een kilometer of wat eerder was hij een jonge man in witte kledij gepasseerd die zijn voeten steeds stampend op de grond zette en zwalkte alsof hij helemaal op, dan wel dronken was. Toen hij op dat laatste rechte eind omkeek, kwam dezelfde jongeling met een gang van minstens 20 per uur bijna letterlijk langsvliegen. Alsof hij door een gevaarlijk wezen op de hielen gezeten werd. De eindtijd van onze loper was 57:10 minuten en daarmee kon hij niet anders dan uiterst content zijn. Hij had dan wel niet echt lekker en ontspannen gelopen, die tijd vergoedde heel veel. En hij wist maar al te goed dat hij dit resultaat volledig te danken had aan Peter, zijn te elfder ure ontsnapte privéhaas.

Bijkomen na afloop

Bijkomen en kijken na afloop

Na heel veel uithijgen van zijn kant, was het prettig om nog wat rond te hangen bij de finish. Daar zagen ze de oude krijger Anton binnenkomen. Die had hij kort na de start in het voorbijgaan al op de schouder geklopt en ergens onderweg langs de rivier nog eens aanmoedigend toegeroepen toen de oudste nog heen en de jongere alweer terug richting eindstreep ging. Het grappige was dat Peter deze supersenior onlangs ook bij een van de trimlopen in zijn eigen regio was tegengekomen. Twee jonge rensters die vlak naast hen stonden, vroegen of zij een paar plaatjes van ze wilden schieten. Toen de dames beloofd hadden daarna ook de twee jongere-oudere heren op de gevoelige plaat vast te willen leggen, gaven zij hun jawoord. Zij waren de allerlaatsten die hun tas kwamen ophalen en de geïmproviseerde mannenkleedkamer werd al afgebroken toen zij maar net klaar waren met omkleden. Dat mocht allemaal niet deren, want hun Weespse samenloop was weer eens zeer succesvol gebleken. Op de weg terug naar het treinstation lieten zij de race nogmaals de revue passeren en maakten ze half-en-half plannen voor een volgende gelegenheid. Het afscheid was vanzelfsprekend allerhartelijkst en met een uiterst goed gevoel keerden beiden huiswaarts.

Thuisgekomen bekeek hij voor het eerst de verdiende medaille echt goed. En hij zag iets opvallends: op de achterkant zat weliswaar een plakker met de datum van die dag maar verder was er op de gehele plak geen enkele verwijzing naar de naam van de trimloop of de plaats van handeling. De voorkant vertoonde een reliëf-afbeelding van een groepje hardlopers met erachter het gebouwensilhouet van een, zo te zien, grote stad inclusief hoogbouw. ‘Zou dit soms een subtiele verwijzing zijn naar het feit dat het stadje Weesp op afzienbare termijn onderdeel wordt van de hoofdstad van ons land?’, vroeg hij zich af.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Tunnelvrees, zonnesteek of renplezier?

Voor wie, net als ik, geregeld meedoet aan een georganiseerde loop zijn het bekende mailberichten: de nieuwsbrieven van trimlopen. Soms melden ze al een half jaar van te voren dat de inschrijving voor het betreffende festijn is geopend. Dan denk ik altijd: dat is leuk, maar ‘komt tijd, komt raad’ of beter nog ‘komt tijd, komt de daad’ (van het inschrijven). Je kunt als loper namelijk zomaar ineens in het ziekenhuis liggen om bijvoorbeeld van je blindedarm af te worden geholpen. Of het weer kan zo slecht zijn dat afreizen of deelnemen onverantwoord is. Dus erg vroeg inschrijven draagt bepaalde risico’s met zich mee. De eerste aankondiging van de Gaasperplasrun kwam ook al begin februari. Het extra bericht van aanvang mei was wel echt interessant. Want ze hadden brekend nieuws, of ze wilden nieuws breken, iets in die trant:

Normaal gesproken willen we je niet storen met extra mailtjes maar we hebben groot nieuws! Dit jaar heeft de Gaasperplasrun een extra afstand van 13,65 km! In samenwerking met Rijkswaterstaat en IXAS (de aannemer) lopen we dit jaar over de A9 door de in aanbouw zijnde Gaasperdammertunnel!

Hoe leuk is dat?

Het belooft heel spectaculair te worden, in de tunnel staan veel vrijwilligers van Rijkswaterstaat en aan het eind van de tunnel een DJ met opzwepende muziek.

Omdat ik eerder dit jaar door lichamelijke ongemakken (lees mijn verhalen hierover) en door één heuglijk feit (25 jaar getrouwd) al een aantal lopen heb moeten missen. En mede daardoor bij de twee trimlopen ervoor niet de geplande langste afstand durfde te kiezen, heb ik mij direct na ontvangst van dit nieuws ingeschreven. Niet eens speciaal vanwege het unieke decor maar vooral vanwege de langere afstand dan de gebruikelijke maximale 10 km. Want eigenlijk ervaar ik 10 km als te kort om het onderste uit de kan te kunnen halen.

Foto: Hans Mooren

Bij alle onderdelen van het Rondje Mokum-circuit is er de mogelijkheid de dag voorafgaand het startnummer alvast af te halen bij het plaatselijke filiaal van de sponsorende keten hardloopwinkels. Aangezien ik bij deze loop al eens in een lange rij heb moeten wachten alvorens ik het benodigde papiertje in handen had, maakte ik graag de noodzakelijke fietstocht naar A’dam-Oost. Daar moest ik voor het eerst ooit aansluiten achter één voorganger, die net beschreven kreeg hoe het parcoursdeel in de tunnel er uitzag. Die info kon ik mooi meepakken. Ik werd geholpen door een vrouwelijke collega van de parcoursbeschrijver en zij wist te melden dat het tunneldeel een heuse 3 km lang zou zijn. Dat had ik bij een vluchtige bestudering van de routekaart niet geconstateerd. Ik wil niet zeggen dat de schrik mij om het hart sloeg, maar ik krabde mijzelf toch wel eventjes achter de oren. Ik had mij namelijk in het hoofd geprent dat er maar een deel van die 3 km ondergronds geacteerd diende te worden. En ik had nog nooit een langere afstand dan die van de IJ-tunnel in hartje Mokum (1039 meter exact) verhapstukt. Oké, die heb ik inmiddels wel al acht keer bedwongen maar ooit was deze tunnel de reden voor mij om niet te willen deelnemen aan de Dam tot Damloop. Nu heb ik niet echt last van claustrofobie maar ben zeker niet gek op ondergrondse ruimtes. Afijn, ik had mij ingeschreven, mijn startnummer opgehaald en ik zou het wel gaan meemaken.

Als toevallige passant op de foto

Als toevallige passant op de foto

‘s-Morgens en onderweg op de fiets was het bewolkt, dus ik had mijzelf niet ingesmeerd met zonnebrand. Wel had ik voor de zekerheid wat meegenomen en omdat de zon toch doorbrak, heb ik in de kleedkamer alsnog een laag UV-beschermer aangebracht op gezicht, onderarmen en knieën. Ik ging vrij laat het startvak in aangezien ik nog wat wilde opwarmen. Toen ik eenmaal in de massa was aanbeland, kwam het startschot sneller dan verwacht. De bochten werden, nog als vorige jaren, in het begin flink afgesneden. Omdat het veelal ging om bochten van minder dan 90 graden en er steeds gras aldaar lag, was dit niet eens heel vreemd. Ik deed aan die afsnijdpraktijken maar gedeeltelijk aan mee, want ik wilde mijn zelfgekozen lange ren niet onnodig inkorten. Op de baan hoorde ik een loper achter mij verkondigen dat veel renners er zo hard vandoor gingen en dat dit niet verstandig was. Dit herinnerde mij er maar weer eens aan dat niet te snel van stapel te lopen een verstandige racestrategie is. Dus zorgde ik ervoor mij niet gek te laten maken door alle renners en rensters die langs mij vlogen.

500 renners in het startvak

500 renners in het startvak

In het enige bebouwde straatje dat wij in de buurt Holendrecht aandeden, hoorde ik ineens achter mij iemand mijn naam roepen. Ik draaide mijn hoofd om en zag een mij onbekende renster die mij succes wenste. Uiteraard retourneerde ik die wens direct. Zij was de enige die onderweg gebruik maakte van het gegeven dat mijn voornaam groot op de achterkant van mijn oranje renshirt te lezen was. Dat tricot had ik 6 jaar min 8 dagen eerder van mijn oudste dochter voor mijn verjaardag cadeau gekregen. Mijn leeftijd van toen staat als rugnummer op het textiel onder mijn naam. Na afloop vroeg een man met wie ik onderweg een paar woorden had gewisseld, hoe lang geleden ik zo oud was geweest. Daarover had hij onderweg lopen prakkiseren. Vóór de start had ik al wat bekende AV ’23-gezichten ontwaard (waaronder uiteraard Marijke) en een bijna-buurman die ik nog nooit eerder bij een hardloopevenement had gezien. In het parkgedeelte tussen Holendrecht en de Gaasperplas kwam Machteld voorbijsnellen en verdween weer rap uit beeld. Ook Gilbert, de broer van een oudcollega schoof langs mij heen. Ik was tevreden met de gang en de cadans die ik had en deed derhalve geen pogingen om met iemand mee te liften. Het was heerlijk beschaduwd in dat bijna tot bos uitgegroeide stukje park, waar ik in het alweer verre verleden zo vaak doorheen was gefietst op weg naar mijn werkplek. Op het eerste stuk tussen de huizen in de buurt Reigersbos, waar ik dus ooit zelf een aantal jaren woonde, was het echt warm in de zon en uit de wind. Gelukkig kwam er weer snel een breed fietspad onder de bomen. Geregeld stonden er langs de kant mensen met hun telefoon te fotograferen of te filmen. En ook de nodige aanmoedigingen ontbraken gelukkig niet.

Ontdek je plekje

Ontdek je plekje

Na 3,5 km zat de bebouwde kom er voorlopig even op en begonnen wij aan het ronden van de plas waaraan deze loop zijn naam ontleend. Zoals ik in vorige verslagen al eens heb geschreven, het water zie je door de weelderige begroeiing rond het parcours op deze tocht (als je er al oog voor hebt) maar op enkele punten. Er kwamen twee mannen langslopen waarvan de ene, wiens gezicht ik van een andere loop herkende, druk aan het praten was. En zo te horen over zijn werk. Waar het hart van vol is, zullen we maar zeggen. Even later werd ik door een blotevoetenrenner voorbijgestreefd. Het iemand zonder enige zoolbedekking zien lopen deed mij al bijna pijn aan de voetzolen. Ik had steeds een keurige snelheid van iets boven de 10 per uur, met kilometertijden tussen de 5:45 en 6:00 minuten. Gezien de redelijk warme weersomstandigheden (hoewel de wind hier en daar wel verkoeling bracht) in mijn beleving absoluut geen beroerde cijfers. In mijn herinnering stond op 5 km de verzorgingspost. Ik moet zeggen dat ik daar absoluut naar uitkeek en dan met name naar de sponzen. Mijn hoofd verlangde hevig naar een portie natte verkoeling. Het was dan ook even slikken toen die post niet kwam opdagen op de door mij verwachte plek. Dat verwerkt hebbende, realiseerde ik mij dat de versnaperingen pas een eind verder zouden worden aangeboden. Dan nog maar even doorbijten! Ik sprak met mijzelf af dat ik mijn hoofddeksel, dat ik daar waar de verkoelende bries goed voelbaar was steevast even van mijn kop verwijderde, tijdig aan mijn riem zou hangen. Ik wilde namelijk zowel hoofd als handen vrij hebben om uitgebreid te kunnen lappen.

Helemaal links een zeer kleurige Marijke

Helemaal links een zeer kleurige Marijke

Vrijwel direct na de verfrissingspost werden we gelukkig weer het bos in gestuurd. Want zo durf ik het deel van het Gaasperpark tussen de plas en het gelijknamige metrostation wel te noemen. Dat betekende vooral rennen over beschaduwde asfaltpaden, maar daardoor wel steeds uit de koelte-brengende bries. Hier had ik het korte onderhoud met de mannelijke renner die na afloop in de kleedkamer impliciet naar mijn leeftijd vroeg (voor de minder aandachtige lezer: zeer onlangs heb ik de zes kruisjes mogen bereiken). Hij had zijn spons half onder het shirt in zijn nek gestoken, bij wijze van continue koeling. Ik vroeg of hij niet bang was het koelelementje op die manier te verliezen. Daar maakte hij zich echter totaal geen zorgen over. Hij complimenteerde mij door te zeggen dat ik regelmatiger liep dan hij, want eerder was hij mij in het gezelschap van een paar maten voorbijgestoken. Ik zag op dat moment dat ik nauwelijks 10 per uur ging en kon dus repliceren dat ik ook wat langzamer vooruitkwam dan eerder op de route.

Het parcours van de Gaasperdammertunnelrun

Het parcours van de Gaasperdammertunnelrun

Vooraf had ik de routekaart wel goed bestudeerd om nauwkeurig vast te stellen waar het parcours van deze eenmalige tunnelrun de route van de gebruikelijke 10 km verliet. Dat was na exact 7 km, toen er net weer even zicht was op de waterplas. Hier begon voor mij het avontuur, want ik kwam om te beginnen in een deel van het park waar ik niet vaak vertoefd had. En daarna volgde uiteraard het spannende tunnelgedeelte. Het park was hier zo mogelijk nog bosachtiger en daardoor mooier dan het zuidelijker gedeelte waar ik daarvoor had gerend. Ik hoop maar dat de bestuurders van dit stadsdeel het niet in hun hoofd gaan halen hier een zelfde kaalslag te gaan plegen als in het voormalige Bijlmerpark, dat in mijn tijd net zo begroeid was als deze vroegere Floriade-locatie. Mijn snelheid was, zoals ik net al vermeldde, teruggelopen naar iets onder de 10/uur, maar ik had dan ook inmiddels meer dan de helft erop zitten. Wel was het daar dus prachtig en mede daardoor heel prettig lopen. Alleen de zachte ondergrond van een echt bospad ontbrak eigenlijk. Was mij tijdens die kilometers ook bezighield, was waar en hoe wij het nieuwe snelweg- en tunneldeel zouden gaan bereiken. Dat bleek eigenlijk heel simpel: om de plaatselijke camping (was niet heel druk bezet) heen en onder de evenwijdig aan de A9 lopende Langbroekdreef door. Dan direct scherp naar rechts en via een smal voetpad omhoog naar het niveau van de dreef. Die volgden wij tot aan het einde bij het er haaks opstaande water genaamd de Gaasp (naamgever van de Plas en het stadsdeel Gaasperdam). Linksom ging het enkele tientallen meters langs de Provinciale Weg en onder de snelweg door. Daar stond een man bij een motorfiets met klingelende belletjes aan te moedigen. Dit moest, gezien hun intieme omgang, wel de partner zijn van een AV Aalsmeerloopster die mij al meerdere keren voorbijgegaan was. Nogmaals linksaf werkten wij ons verder omhoog via een werk-oprit naar het stuk snelweg A9 dat ‘Gaasperdammerweg’ genoemd wordt.

De tunnel dus!

De tunnel dus!

Bovenaan stonden wat dikbuikige wegwerkers getooid met veiligheidshelmen en fluorescerende vesten te surveilleren en aan te moedigen. Er diende eerst een open stuk asfalt overbrugd te worden, alvorens de ingang van de gloednieuwe tunnel bereikt zou worden. Dit bleek echt verreweg het heetste stuk van de route, in de volle zon en volledig uit de wind achter de betonnen wand van het naastgelegen tunnelgedeelte. Daadwerkelijk een bakoven derhalve, opgetrokken uit asfalt en beton. Als je hier lang moest vertoeven zou je zo een zonnesteek kunnen oplopen. In mijn beleving was het daar echt flink afzien. Het bereiken van de schaduw van de naastgelegen tunnelwand zorgde bij mij voor het slaken van een bescheiden kreet van opluchting richting de renster naast mij. Een vrouw, eveneens in veiligheidsvest, stond aan de rechterkant in de volle zon aan te moedigen. Zij was zo enthousiast bezig dat ik haar wel een high-five wilde geven. Daarvoor zou ik echter flink van mijn lijn moeten afwijken, terug de volle zon in en dat vond ik, gezien de warmte, net weer iets te veel van het goede. Dus beperkte ik mij tot het in haar richting uitstrekken van mijn arm. ‘O, wil jij een high-five’ riep de enthousiastelinge en kwam direct aansprinten om de handjeklapactie ten uitvoer te brengen. Die spontane actie zorgde er bij mij voor dat de aankomende zonnesteek niet kon doorzetten.

Een vuurrood hoofd: toch een zonnesteek?

Een vuurrood hoofd: toch een zonnesteek?

Om de paar-honderd meter stonden er mensen in oranje vest ons aan te moedigen, de een nog fanatieker dan de andere. Het was helemaal niet eng om de tunnel in te gaan, nee, het was zelfs wel prettig na de bakoven even daarvoor. Het wegdek ging ook niet steil naar beneden, zoals bijvoorbeeld bij de IJtunnel, en je kon bij de ingang al het licht aan het einde zien. Ook scheelde het ongetwijfeld dat de circa 500 deelnemers allang over het gehele parcours waren uitgesmeerd. Sterker nog, op het moment dat ik de tunnel inschoof, waren de eerste twee renners al gefinisht. Het was er derhalve niet afgeladen druk. Reeds de dag tevoren, bij het afhalen van het startnummer, had ik al gehoord dat het tunneldeel uit twee stukken bestond. Dat betekende in de praktijk dat er ergens onderweg een hellinkje genomen moest worden en daarna in de open lucht een stukje weg dat nog geen weg was, maar een zooitje van steenslag en andere ongerechtigheden. De eerder genoemde blotevoetenrenner, die ik na afloop op de baan nog kort sprak, had hier moeten wandelen omdat de ondergrond zelfs voor zijn getrainde voetzolen te ruig was. Toevallig kwam ik samen met twee jonge vrouwen het eerste tunnelstuk uit. Bij de voorste riep de smartphone-hardloopapp net op dat moment dat er 11 km waren afgelegd. Ik zag ongeveer tegelijkertijd op mijn Garmin 10,65 km staan. Ik kon dus roepen dat we de 11 km nog niet hadden bereikt en nog precies 3 km hadden af te leggen. Want ik was er zeker van dat mijn Forerunner 235 met GPS én GLONASS nauwkeuriger is dan eender welke slimme telefoon ook.

De uitgang

De uitgang

De twee stukken tunnel, die aan de rijbanen te zien in- en uitvoeggedeeltes gaan worden, maten bij elkaar, zoals eerder vermeld, 3 heuse kilometers. Aan het einde van het tweede deel was bij de uitgang een drinkpost. Ik pakte dankbaar een bekertje water aan om dit vervolgens op mijn al aardig uitgeknepen spons leeg te kieperen. Nu kon ik tenminste weer lekker mijn hoofd en nek dweilen. We waren juist onder de gecombineerde spoorweg- en metrolijn boven gekomen. Een venijnig klimmetje terzijde van dat talud leidde ons richting metrostation Bullewijk. Een vrouw die al een tijdje om mij heen draaide, ging wandelend omhoog en een man was dan weer aan het wandelen, dan weer aan het rennen. Voor mij was die aanblik niet erg inspirerend. Precies 12 warme km’s hadden wij lopers op dat moment in de benen. Het was mijn eer uiteraard wel te na om ook te stoppen met rennen, maar het ging echt niet meer van harte. De eerste 2 km in de tunnel had ik nog wel boven de 10/uur en dus onder de 6 minuten weten te verhapstukken, daarna zakte ik definitief eronder en erboven, al was het maar een fractie met 9,99/uur en 6:01 minuten. Ik zat er onderhand een beetje doorheen en verlangde naar de eindstreep. Het klimmetje deed mij, in ieder geval gevoelsmatig, dus mijn laatste beetje snelheid verliezen. Langs de ingang van het genoemde metrostation ging het door een stukje van de Bijlmer waar ik eigenlijk nooit kwam of kom, de H-buurt. Toch wel leuk om daar al rennende eens een kijkje te nemen, al ging ik niet sneller meer dan 9,62 per uur.

Zware laatste klim

Zware laatste klim

In min of meer rechte lijn liepen we naar het Nelson Mandelapark en dus terug naar waar wij allen begonnen waren aan deze lange voettocht. Er wandelden ons al wat renners met medailles om de nek tegemoet en eentje was zelfs aan het uithollen. Die hadden hun inspanning er reeds opzitten en ik voelde een klein beetje jaloezie bij mij naar boven komen. In het park was er een laatste net-niet-haakse bocht waar een vrijwilligster voor piet-snot stond omdat ook hier iedereen over het gras afsneed. Alsof ik een duidelijk gebaar wilde maken, liep ik wel helemaal over het asfalt en vlak langs de dame met het blauwe hesje. Die keek echter niet op of om en zag derhalve niet mijn opgestoken duim. Pal bij de ingang van de atletiekbaan stond een saxofonist zich de longen uit het lijf te blazen. Ook hem gaf ik mijn gecombineerde teken van begroeting, aanmoediging en enthousiasme. En ik had de indruk dat hij het wél zag. Een paar keer achteromkijkend constateerde ik met tevredenheid dat er zich geen concurrentie in mijn kielzog bevond en dat ik dus niet verder hoefde aan te zetten dan de 10/uur die ik weer gevonden had, om een eventueel sprintende achteropkomer voor te blijven. In 1:21:06 uur, kon ik er een punt achter zetten.

De laatste loodjes door de H-buurt

De laatste loodjes door de H-buurt

Voorbij de meet liep ik (bevangen door de hitte?) aanvankelijk naar de verkeerde medailleverstrekster omdat die blijkbaar allen de plakken voor de 10-km-deelnemers had. Die vergissing was echter met enkele stappen gecorrigeerd en na tevens een flesje water te hebben ontvangen, kon ik koers zetten naar het nu vrijwel verlaten deel van de blauwe atletiekbaan om uit te wandelen en na te hijgen. Daar liep even later de man die blootsvoets het hele traject had afgelegd. Ik sprak naar hem mijn bewondering ervoor uit. Zelf loop ik in huis nog niet eens op blote voeten. Hij wist nog te vermelden dat het asfalt in de tunnel niet schoongeveegd was en dat het daar om die reden voor hem ook niet echt lekker lopen was. Op dergelijke momenten ben ik altijd weer extra blij met mijn fijne Asics Gel Cumulus-schoenen (ik heb net weer een vers paar aangeschaft, trouwens). In de vochtig-warme kleedkamer sprak ik een paar woorden met een relatief jonge man, die vertelde dat hij meewerkte aan de beveiligingssystemen van de Gaasperdammertunnel en dat er zo’n veertig tunnelbouwers aan de loop hadden deelgenomen. Ook hoorde ik het verhaal aan van een (naar eigen zeggen) 62-jarige loper die opbiechtte dat hij er niet tegen kon als hij door een vrouw gepasseerd werd. ‘Ik denk dat ik maar eens naar de psychiater ga’, voegde hij er half-schertsend aan toe.

Misschien wel het absolute hoogtepunt van mijn dag was de renner die mij herkende als ‘schrijver van lezenswaardige blogs’ (zijn woorden of iets van die strekking !!). Waarbij hij met name verwees naar mijn verhaal over de Vechtloop van vorig jaar. Een kort gesprek, ook over mijn vaste loopmaatje en privéhaas Peter, ontspon zich. Niet toevallig is de volgende trimloop op mijn programma die bewuste loop in het naburige Weesp. Ondanks dat ik mij deze keer niet kon optrekken aan Sylvia, die ik helemaal niet heb gezien, maar later wel terugvond in de uitslagen als zijnde ruim 3 minuten vóór mij gefinisht, en de opnieuw warme omstandigheden, heb ik toch veel renplezier beleefd. Niet in het minst door de variatie in- en uitbreiding van het parcours. De na afloop door de vrouwelijke speaker gebezigde oproep ‘volgend jaar weer door die tunnel !!’, kan dan ook alleen maar door mij ondersteund worden. En de organisatie zal dat vast ook een goed idee vinden, want de tunnelloop leverde nu naar verluid zo’n 200 extra deelnemers op.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Sublieme samenwerking met Sylvia

Geinloop 2018 was alweer de tweede trimloop na mijn plotselinge operatie eind maart. Nu had ik het wel aangedurfd op te gaan voor een (hopelijk) lekkere 15 km. En ik werd, zoals je hieronder kunt lezen, op mijn wenken bediend! Met de weersomstandigheden kon het vriezen of dooien, meer specifiek: regen en onweer of drup. Traditioneel ga ik op de fiets langs het kanaal naar Driemond, omdat dit de kortste klap is. Deze keer waren onweers- en/ of stortbuien zoals gezegd een reële mogelijkheid, dus ik hield de diverse regenradars goed in de gaten. Zoals altijd gaven die verschillende voorspellingen en wisselden de getoonde beelden ook nog van uur tot uur. Uiteindelijk werd de soep wéér eens lang niet zo heet gegeten als hij werd opgediend. Sterker nog, hij was gelukkig maar lauw-warm. Op de heenweg had ik slechts wat gespetter te verwerken. Ik was zo verstandig geweest om vooraf (tegen meerprijs) mijn startnummer te laten opsturen. Dat kon ik derhalve thuis al opspelden. Ik wil altijd graag dat het stukje papier zo recht mogelijk op het betreffende kledingstuk komt te zitten en dat wilde ditmaal absoluut niet lukken. Na vier of vijf keer herplaatsen, heb ik het maar opgegeven om de perfecte positionering te bereiken. Ik arriveerde vrij laat bij de start, maar had net genoeg tijd om een beetje de benen te prepareren voor de lange tocht langs de korte rivier.

Geinloop: het parcours van de 15 km

Parcours 15 km, lopen in het groen aan de rand van Amsterdam

Ik ging achteraan in het rennerspak gaat staan en begon in een gevoelsmatig laag tempo. Dat alles is relatief, want de eerste kilometer ging ik toch al 10,47 km per uur. Die eerste ‘ronde’ is ook slechts een inleidende beschieting, want hij dient om de lopers de dorpskern van Driemond door en naar de boorden van de Gein te brengen. Nog op Zandpad Driemond, dus hartje centrum, schoof ik voorbij Marijke, die zich voor mijn gevoel wel op een erg lage snelheid voortbewoog. Ik heb haar die dag niet meer teruggezien. Later zag ik de uitslagenlijst dat zij de halve marathon (die ik hier eigenlijk ook gepland had) had gelopen en daarvoor ruimschoots de tijd had genomen. Grappig was dat de praatgrage spreekstalmeester bij de start de Gein het mooiste stukje Amsterdam noemde, terwijl het riviertje in zijn geheel in de provincie Utrecht ligt en de huizen volgens hun adressering tot de gemeente Abcoude behoren. Daar waar het gehucht Driemond daadwerkelijk onderdeel van de gemeente Amsterdam is, maakt Abcoude deel uit van de grotere bestuurlijke eenheid Ronde Venen. Abcoude ligt dus in de provincie Utrecht, maar (triviaal feitje) heeft door grenswijzigingen eerder tot zowel Noord- als Zuid-Holland behoord. Feitelijk liepen wij hier in een letterlijke uithoek van de provincie Utrecht, want zowel het aangrenzende Amsterdam-Zuidoost een de ene kant, als het land aan gene zijde van het kanaal aan de andere kant zijn onderdeel van Noord-Holland.

Het was zoals gebruikelijk een genot om te mogen rennen in het prachtige decor van meanderend riviertje, boerderijen, woonhuizen en omliggende weilanden en akkers. Lopend op Gein-Noord richting Abcoude, zag ik al snel in een weiland een ooievaar staan. Even later kwam er een grasperceel geheel gevuld met zwart- en roodbonte koeien voorbij. Alle mij bekende herkenningspunten, zoals twee molens (waaronder de Broekzijdermolen op Gein-Noord) en een voormalig op een kapel gelijkend zondagsschooltje genaamd Eben Haezer, waren ook weer van de partij. Mooie tuinen en uitdragerijen wisselden elkaar af, net als de doorkijkjes naar Amsterdam-Zuidoost aan de noordwestkant en de bomenrij langs het Amsterdam-Rijnkanaal aan de zuidoostzijde. De B&B-etablissementen, de theetuin, de kaasboerderij, de pluktuin en de vergaderlocatie annex paardenstal leken allen nog steeds in bedrijf.

Zondagsschool Eben Haezer (foto: Marcel-Mulder)

Zondagsschool Eben Haezer (foto: Marcel-Mulder)

Machteld kwam voorbij schuiven en ik had vlot geconstateerd dat ik die niet zou kunnen bijsloffen. Waar zijn toch de tijden dat ik deze AV ’23-loopster makkelijk mijn hielen liet zien? Na een paar kilometer kwam een andere dame in beeld en toen ik zag dat zij niet rechtsaf naar Gaasperdam ging voor de halve marathon, maar net als ik rechtdoor voor de 15 km, besloot ik mij op haar te richten. Temeer omdat zij niet van mij wegliep, maar het gat tussen ons, zij het langzaam, steeds kleiner werd. Ergens tussen de 4e en 5e kilometer heb ik haar bijgehaald en ben ik iets vóór haar gaan lopen. Met de bedoeling haar op sleeptouw te nemen. Eerst leek het of zij niet zo enthousiast was over mijn nabijheid, want zij hield vrij angstvallig de andere rand van het asfalt aan. Na ruim 6 km kwam Abcoude in zicht en werd het tijd om via een brug (eerder in de race had ik een vrouw achter mij horen vertellen dat deze wateroverspanning daar in de volksmond de ‘Kippetjesbrug’ genoemd wordt, officiële naam: Jan Swinkelsbrug) de andere kant van het water op te zoeken en de tocht in omgekeerde richting op Gein-Zuid voort te zetten. Mijn metgezellin, die Sylvia bleek te heten, ging heel kort door de bocht over het gras, mij daarmee voorbij en nam een metertje of wat afstand. Zonder veel moeite slofte ik dat gaatje weer dicht en kwam in haar slipstream terecht. Na korte tijd nam ik opnieuw de leiding op mij, maar de dame verkoos toch weer de gene zijde van de weg. Een eind verderop, ongeveer bij de molen Delphine (meerdere malen door Piet Mondriaan vereeuwigd en nu in gebruik als overnachtingsaccommodatie), werd het drukker op de route want wij liepen de deelnemers aan de 10 km tegemoet. Zij hadden hier tevens hun keerpunt, wat er voor zorgde dat ze ook weer onze kant opgingen.

De Jan Swinkelsbrug in Abcoude-(foto: Waternet)

De Jan Swinkelsbrug in Abcoude-(foto: Waternet)

Er was intussen ons een motorfiets gepasseerd met achterop een cameraman met werkend apparaat. Daar ter plaatse en later nog een paar keer werden wij duidelijk op het digitale celluloid vastgelegd. Want die motor passeerde ons zeker drie keer. Het was, ondanks de bewolking en de enkele spetter, onderhand aardig warm geworden. Ik had het eerder al nodig gevonden mijn hoofd te voorzien van een zweetband, teneinde de druppels uit mijn ogen te houden. Erg blij was ik dan ook dat op de splitsing naar de Velterslaan de tweede verzorgingspost zich aandiende. Drinkbaar vocht had ik niet nodig, met de fles sportdrank aan mijn riem, maar ik wist niet hoe snel ik een natte spons moest bemachtigen. Mijn gehele hoofd snakte naar een flinke opfrisbeurt. Dat daarbij de glazen van mijn renbril onder de druppels kwamen te zitten, nam ik daarbij graag even voor lief. Mijn compagnon had wel behoefte aan een paar slokken water en nam een beker water mee. Om de 15 km vol te krijgen, dienden wij een uitstapje te maken richting het Fort bij Nigtevecht en het Amsterdam-Rijnkanaal. Helaas voor mij was ons keerpunt niet, zoals wel voor de halve marathonsafstand, op de kanaaldijk langs het water, maar eerder bij de ingang van het fort. Gelukkig had ik vooraf de parcourskaart bestudeerd en was ik geestelijk voorbereid op het ontberen van direct contact met mijn favoriete waterweg.

Piet Mondriaan -  Oostzijdse molen bij avond

Piet Mondriaan – Oostzijdse molen (Delphine) bij avond

De Velterslaan is een stukje smaller dan de wegen aan weerszijden van de rivier Gein. Dat gegeven en de lopers die hun keerpunt al hadden gemaakt en terugkwamen, zorgden ervoor dat Sylvia en ik dichter bij elkaar kwamen te lopen. Al een kilometer of vijf in elkaars kielzog hadden wij trouwens nog geen blik of woord gewisseld. Dat was er eenvoudigweg nog niet van gekomen en in ieder geval had ik al mijn adem nodig om in het strakke tempo van rond de 10,5 per uur te kunnen volharden. Er was onderhand wel een soort van samenwerking aan het ontstaan en die ging, naar mate de kilometers onder onze voeten wegtikten, steeds beter. Wij haalden wat lopers en loopsters in, maar werden ook opgeraapt door een druk keuvelend drietal, bestaande uit twee mannen en een vrouw. In het weiland aan een kant van de laan zag ik wederom een ooievaar. Zou dat dezelfde zijn als eerder op de middag? Geen idee, maar ik vond het wel bijzonder en overwoog of ik mijn loopmaatje erop zou wijzen. De vogel was best lastig te zien tussen de bomen door en dit zou tevens een wat aparte openingszin van mijn kant zijn. Dus gebruikte ik mijn mond zoals de hele tijd om goed uit te ademen.

Nabij de Velterslaan, Gein-Zuid

Nabij de Velterslaan, Gein-Zuid

Wij liepen nog steeds een zeer regelmatig tempo, zo rond de 10,5 per uur. Toen we de Velterslaan heen-en-terug hadden afgewerkt en bij de verzorgingspost rechtsaf gingen, terug Gein-Zuid op, gooide met name Sylvia er een kleine schep bovenop. En ik kon zowaar makkelijk volgen, of liever gezegd, naast haar voortgaan. Het geluid van haar voetstappen was zeer regelmatig. Vaak heb ik last van de geluiden van andere renners, maar nu absoluut niet. Er ontstond, in ieder geval in mijn beleving, een ideaal ritme van naast elkaar voortbewegende voeten en eraan gekoppelde benen. Wij gingen nu harder dan tijdens de eerste 10 km, en dat liep als een trein. Na afloop vertelde Sylvia dat zij altijd langzaam op gang komt en dus blijkbaar een imitatie van een diesel doet. Nog steeds hadden wij geen woord gewisseld, maar de samenloop voelde voor mijn gevoel als perfect aan. En ik had ook geen enkele twijfel dat ik in dit relatief snelle tempo nog wel een tijdje kon volharden. Ik kan mij nog goed herinneren dat ik vorig jaar, toen ik op hetzelfde parcoursgedeelte in mijn eentje liep, onderhand gevoelsmatig wel naar de eindstreep verlangde. Nu kon deze loop mij vooralsnog niet lang genoeg duren.

Eerste kilometers op Gein-Noord (foto: Weesper Nieuws)

Eerste kilometers op Gein-Noord (foto: Weesper Nieuws)

Langs de zuidoever van die machtige Gein (grapje, hij ziet er meer uit als een breed uitgevallen sloot) gingen wij zo voort. En de tred zat er nog immer prima in. Kilometer 12 ging in 5:37 minuten, nummer 13 in 5:34 en ronde 14 met een te verwaarlozen verval in 5:39. Als een geoliede machine snelden wij richting Driemond. Ook aan een fijne lopersroes komt echter een einde, als je zoals ik voorkennis hebt van de nog af te leggen route. Ik zag namelijk een beetje op tegen het de brug aan het einde van Gein-Zuid ‘beklimmen’ en het stuk dat daarna nog door downtown-Driemond diende te worden verhapstukt. Een minder fijn wegdek, een paar drempels, bochten en een brug kunnen als de psychische vermoeidheid zich begint aan te dienen, in je hoofd worden opgeblazen tot grote obstakels. Die brug op viel nog wel mee, maar in de bebouwde kom kon ik Sylvia slechts nog volgen. Echter wel met steeds grotere moeite. Het leek alsof ik langzaam aan het instorten was, maar als ik kijk naar de tijd over de laatste kilometer is dat beslist bezijden de waarheid. Rondje nummer 15 deed ik namelijk in 5:29 minuten bij 11,04 per uur. En de 35 meter die ik volgens mijn Garmin extra liep, haalde ik een snelheid van 11,79 per uur.

Helemaal links: Sylvia (foto: Gerrit Jan van Kampen)

Helemaal links: Sylvia (foto: Gerrit Jan van Kampen)

Het was gewoon zo dat diesel Sylvia steeds harder ging lopen en ik kon die versnelling op een gegeven moment eenvoudigweg niet meer volgen. Op de Lange Stammerdijk waren er wat gaten in de weg en daarop concentreerde ik mij. Hier viel er echt een gaatje tussen ons tweeën. Even later draaide de dame zich om en riep naar mij dat ik wel moest bijblijven. Het eerste echte contact was hiermee een feit. Ik riep terug dat zij ineens wel erg voortvarend was en mij nu echt te hard ging. Intussen ploegde ik zo goed mogelijk voort. In 1:25:09 kwam ik een aantal meters na mijn loopmaatje van die dag over de finish. Daarachter stond zij op mij te wachten en nam direct het woord om mij uitvoerig te bedanken. ‘Jij hebt mij erdoorheen gesleept’. Ik had het andersom exact hetzelfde beleefd en kom de dankbaarheid en complimenten dan ook direct retourneren. We hebben de buit ook eerlijk verdeeld, want zij mocht de tweestrijd in haar voordeel beslissen en ik bleek later een netto-eindtijd te hebben gescoord die precies 1 seconde sneller was dan die van mijn metgezel. Sylvia was 11 seconden eerder binnen dan ik, waar ik dus 12 tellen later van start moet zijn gegaan. Ik had voor mijn gevoel in tijden niet meer zo goed en zo snel gelopen. Met 5:41 minuten per km bij 10,59 per uur over deze loop was ik maar nauwelijks langzamer dan mijn langjarige gemiddelde over 15 km- of langere lopen. En de laatste keer dat ik sneller was, is al ruim een jaar geleden. Het geeft mij tevens het vertrouwen dat ik op een goede dag best nog wel een redelijke snelheid kan halen, ook al is een tijd als 1:16:07 (Nescioloop 6 jaar geleden) wel echt ‘Andere Tijden Sport’, zoals mijn maatje Peter dat immer zo plastisch weet te verwoorden.

Moi (foto: Gerrit Jan van Kampen)

Moi (foto: Gerrit Jan van Kampen)

Na onze binnenkomst was er eindelijk tijd om getweeën uit te blazen en wat te kletsen. Dat het onderwerp vooral hardlopen was, zal niemand verbazen. Zo kon ik haar wat tips geven over even leuke loopjes in de directe omgeving als deze die wij zojuist voltooid hadden. Gezamenlijk wandelden wij terug naar de plaatselijke sporthal en daar namen wij hartelijk afscheid. Hoe Sylvia erover denkt weet ik uiteraard niet, maar ik kan terugkijken op een meer dan geslaagde Geinloop: prima weersomstandigheden, zoals altijd een adembenemend mooi, afwisselend parcours en vanzelfsprekend die sublieme samenwerking met de dame die ik nog nooit eerder bewust gezien had. In je achterhoofd weet je uiteraard wel dat twee mentaal sterker en lichamelijk sneller zijn dan één. Maar als je, zoals ik, in 98 van de 100 gevallen je loopjes solo afwerkt, wil je dat nog weleens vergeten. Bij deze samenloop haalden wij in mijn beleving het allerbeste in elkaar naar boven, in ieder geval wist zij dat bij mij te bewerkstelligen. Mijn zondag kon hoe dan ook niet meer stuk en, ondanks de regen op de terugweg, de 7 km die ik nog naar huis moest fietsen leek echt een peulenschilletje. Hopelijk vind ik bij de eerstvolgende trimloop, de Gaasperplasrun, weer zo’n fijn loopmaatje.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl