En dat is zeven

Mijn eerste Dam tot Damloop staat mij nog helder voor de geest. En ook hoe het zover kwam dat ik eraan ging deelnemen. Het was in het jaar 2010 en ik was toen nog actief basketballer. Ik had helemaal nog geen plannen om daarmee te stoppen en deed het hardlopen erbij om mijn conditie op peil te houden. Wel was ik het stadium van het lopen van slechts een vast rondje van ongeveer 4 á 5 km al voorbij. Mijn directe collega was een fanatiek hardloper die drie keer per week trainde en startte tijdens grote evenementen als de DtD en de City-Pier-Cityloop in Den Haag. Dat jaar deed hij als vanzelfsprekend in het loopteam van onze werkgever mee aan de Dam tot Dam. Op een maandag in september had ik een vrije dag en ging ik trainen. In de vaste overtuiging dat de dag ervoor die grote loop was geweest, besloot ik langs het kanaal tot Driemond te lopen en terug, bij elkaar ruim 14 km. Zo leefde ik mij enigszins in, in wat mijn collega en mijn direct-leidinggevende de dag ervoor hadden verhapstukt. Een kleine solidariteitsverklaring mijnerzijds. Dit was de grootste afstand die ik tot dan toe had afgelegd. 10 Engelse mijlen had ik nog nooit voltooid en ook geen vastomlijnde plannen dat ooit te gaan doen.

DtD-2010

Toen ik daags daarna aan mijn collega’s vertelde dat ik die 14 kilometer en een beetje had weggetikt, zei mijn baas dat ik dan ook makkelijk de Dam tot Damloop zou kunnen voltooien. Het bleek tevens dat ik mij vergist had en dat dit mega-loopfeest pas het in weekeinde dat nog moest komen, ging plaatsvinden. Toen op vrijdagochtend degene die het loopteam coördineert een mail rondstuurde waarin zij aangaf dat er nog startnummers beschikbaar waren en of er mensen waren die het aandurfden, trok ik na overleg met mijn vrouw de stoute renschoenen aan. Zo stond ik op zondag ineens met een aantal collega’s in het startvak op de Prins Hendrikkade in Amsterdam om voor het eerst ooit aan een georganiseerde loop te gaan deelnemen. En dat was niet de kleinste die je jezelf kunt voorstellen. Ik had de adviezen van mijn collega’s heel goed in mijn hoofd geprent. ‘Vooral heel rustig beginnen want het is een lange weg die je te gaan hebt’. En: ‘als je iets gaat eten of drinken, kun je beter even gaan wandelen omdat jij niet getraind bent in het al hardlopend dingen naar binnen werken’. Heel kalm ging ik daarom door de IJ-tunnel en bij meerdere drinkposten hield ik halt om een versnapering aan te nemen of te pakken om vervolgens een stukje te wandelen. Ik kan mij herinneren dat ik redelijk fris Zaandam binnenliep en de drukte daar zelfs wel leuk vond. Mijn collega’s hadden bewondering voor mijn debuuttijd van net onder de 1:36 uur. Ik had in hun ogen een knappe prestatie geleverd.

DtD-2010

Zo was mijn officiële trimloopcarriëre begonnen, maar het vervolg liet een jaar op zich wachten. Want in dezelfde septembermaand had mijn 30ste, en naar later bleek, laatste seizoen competitiebasketball eveneens een aanvang genomen. Mijn tweede trimloop werd zodoende de Dam tot Damloop van 2011. Van die editie herinner ik mij vooral de start en wat daar aan voorafging. Het weer was wisselend bewolkt met af en toe een bui. Dat heb ik geweten. Al ruim voor het startschot had ik met vele anderen staan schuilen onder een groot afdak van een hotel langs de spoorbaan. Eenmaal in het startvak gingen de hemelsluizen pas echt open en kletterde de regen met bakken naar beneden. Ik was zo verstandig geweest om een oude, half kapotte paraplu mee te nemen en die kwam toen erg goed van pas. Ik ben ook nooit zo populair geweest bij mijn collega’s als op dat moment, want iedereen wilde bij mij onder dat regenscherm om enigszins die stortbui te ontlopen. Ik wist mij dus ineens innig omringd door een stuk of vier teamgenoten. Toen het startschot eenmaal viel, goot nog steeds uit de lucht en rende ik met de kapotte paraplu in de hand en boven mijn hoofd richting het overdekte stuk in de tunnel. Het asfalt waarop wij voortgingen leek meer op een waterweg dan op een straat. Dat maakte echter niet veel meer uit, want het regenscherm had weliswaar mijn lichaam aardig droog gehouden maar niet mijn schoenen. Die waren in het startvak al ‘zeik-doorwater-nat’ geworden, zoals mijn zus altijd pleegt te zeggen. De paraplu gooide ik aan het begin van de tunnel aan de kant en verder bleef ik wat betreft hemelwater geloof ik redelijk gespaard. Ik bereikte die andere Dam in één keer rennend, dus zonder wandel- of andere pauzes en een minuut sneller dan het jaar ervoor. Dat ging wel redelijk moeizaam, want mijn benen hadden te lijden gehad van het lange wachten en de lagere temperatuur tijdens de regenbuien vooraf.

Tot zover mijn blogloze DtD-tijdperk. Vanaf 2012 heb ik namelijk ieder jaar een uitgebreid verhaal gepubliceerd op deze site. 2012 en 2013 waren, qua eindtijd mijn beste twee jaren. Vooral 2012, omdat ik mij toen een deel van de race kon optrekken aan mijn loopmaatje van toen, Janine. Dat was ook het gezelligste jaar omdat zij behalve een sterke loopster ook een zeer symphatieke en continu keuvelende metgezel is. Mijn 1:26:59 uit 2012 is nog steeds mijn DtD-toptijd. Ik hield mij toen niet aan het collegiale advies van twee jaar eerder en ging om Janine bij te houden eigenlijk veel te snel van start. Het gevolg was dat ik haar ergens op de helft van het traject moest laten gaan. Maar ik hield een goed tempo vol, met het eerdergenoemde prima eindresultaat. Het jaar daarop kon ik al niet meer in de buurt van die eindtijd komen maar scoorde ik met 1:31:44 wel mijn tweede tijd ooit. Ik moest het nu weer helemaal alleen doen, want Janine was vanaf de start spoorslags met 12 per uur vertrokken en uit het zicht verdwenen. Wel stond zij na de finish op mij te wachten en reisden wij samen terug naar onze woonplaats.

DtD-2012

In 2014 was ik ervan overtuigd dat deze vijfde DtD mijn laatste zou zijn. Maar na afloop, op de weg terug naar huis, begon ik daarover al te twijfelen. Het is namelijk echt een heel bijzondere loop, iets dat ik in mijn vijf verhalen erover tot nu toe hopelijk duidelijk heb kunnen maken. En de editie van 2015, vorig jaar dus, was ook nog eens het grootste sportevenement ter wereld ooit. Op dat moment in ieder geval, want ik weet niet of die rond de 90.000 deelnemers inmiddels overtroffen zijn. Daar ben ik toch maar mooi deelgenoot aan geweest. Dit jaar kwam ik op het station in mijn woonplaats onverwachts weer Janine tegen. Zij ging onder de vlag van haar eigen werkgever ook deelnemen, haar eerste loop na ellenlang blessureleed. Wij gingen samen in de trein richting Amsterdam Centrum en dat is altijd gezellig, want Janine is zoals gezegd een makkelijke prater, die ook nog eens met Jan en alleman gesprekken aanknoopt. Zij zou een kwartier na mij starten en ik vermoedde dat zij mij ergens onderweg wel zou bijhalen, want zij loopt veel sneller dat ik. Janine beloofde mij te zullen aanspreken als zij mij zou zien. Op het station namen wij afscheid maar ik zag haar nog een keer op weg naar het startvak. Dat kun je rustig een klein wondertje noemen, gezien de enorme mensenmassa die zich die kant op beweegt. Lees over het massale aspect van de Dam tot Damloop mijn blog uit 2013 nog maar eens na.

DtD-2013

Zo stond ik derhalve voor de zevende keer op de prins Hendrikkade in het shirt van de HBO-instelling waarvoor ik zo lang gewerkt heb. Ik zag er deze keer behoorlijk tegenop. Hoewel ik vanaf begin augustus in de gelegenheid was geweest om meerdere keren te trainen en dat ook consequent had gedaan, ging het tijdens die voorbereiding verre van ideaal. Was het de eerste twee weken nog goed loopweer omdat de temperaturen aan de lage kant waren, vanaf half augustus werd het flink warm en dat bleef het zeker vier weken lang. Nu heb ik het voordeel dat ik in de schaduw langs het Amsterdam-Rijnkanaal relatief koel kan lopen, toch viel het mij geregeld behoorlijk zwaar bij deze late, hoogzomerse omstandigheden. Ik had een paar keer een 15-plus kilometertraining gepland en uitgevoerd, maar het lukte mij geen enkele keer om die zonder bijkompauzes te voltooien. Gelukkig was het daags voor de grote dag enigermate afgekoeld. Toch was de verwachting dat het een loop onder warme omstandigheden worden. Gecombineerd met de wetenschap dat de DtD verreweg de zwaarste loop is op mijn programma, beloofde het daarom een flink zwaar gebeuren te worden, waarvan ik niet zeker wist of ik het aankon. Het was al een klus om het startvak te betreden, want dat was reeds bomvol. Ik moest helemaal achteraan tegen het hek plaatsnemen. Wederom had ik overigens vooraf al bedacht dat deze zevende editie mijn laatste zou zijn. Dat ik het na deze gedane looparbeid nu echt welletjes zou vinden. En ik was wat betreft mijn voornemens voor onderweg eigenlijk terug bij de allereerste editie. Ook nu was mijn doel alleen maar om de 16,1 km te voltooien en als ik daarbij moest gaan wandelen of stilstaan om tussendoor een beetje uit te rusten, dan was dat dan maar zo. Sowieso had ik bij de fruitpost na ruim 8 km een wandelpauze geprogrammeerd. Dat leek mij met de hoge temperaturen geen slecht idee en wellicht zou het er voor zorgen dat ik niet de laatste kilometers op mijn tandvlees naar de eindstreep moest. Ook wat het wedstrijdplan aangaat, wat de cirkel voor mij eigenlijk rond.

In de IJtunnel was het behoorlijk warm en benauwd. Ik merkte dat mijn ogen wat moeite hadden met scherpstellen in het spaarzame licht. Maar ik vond met lage snelheid gelukkig goed mijn weg tussen de medelopers door. Helaas heb ik daardoor deze keer niet het prachtige golveneffect dat zo’n zee aan renners in de beperkte ruimte doorgaans veroorzaakt, kunnen waarnemen. Bij het verlaten van de onderdoorgang onder het IJ voelde het in de buitenlucht zelfs even een beetje koud aan. Dat zegt wel iets over de temperatuur in de tunnel. Wat verderop schreeuwde een loopster dat zij over een aantal weken in New York de marathon zou lopen. In het voorbijgaan merkte ik op dat ze eerst deze klus maar eens moest klaren. Dat zou volgens haar geen enkel probleem zijn. In de linkerberm liepen een man en een vrouw richting de tunnel. Die dachten zo zeker makkelijk en snel van de noordkant van het IJ naar het centrum te komen. Ik vraag mij af of zij wel tegen de stroom lopers op hebben kunnen tornen. De eerste 3 kilometer en een beetje vind ik altijd wel prettig omdat het ruim lopen is op het asfalt van de Nieuwe Leeuwarderweg en er relatief weinig lawaai aan muziek geproduceerd wordt. Zodra deze weg verlaten wordt, gaat het dan smallere parcours kilometers lange tijd door woonwijken. Dat is wel eens even doorbijten, hoewel het voor de bewoners altijd een groot feest is, getuige de grote belangstelling en het enorme enthousiasme langs de route. Op het fietspad van de Buiksloterdijk zag ik een gezin met kinderwagen een eindje voor mij oversteken. Ineens zag ik op de grond tussen alle rennersbenen en -voeten een knuffel opduiken. Oversteken bij deze loop is op een heleboel punten al een lastige klus, laat staan op je schreden terugkeren om een knuffelbeest voor al die aanstormende renners weg te pakken. Dus bedacht ik mij geen moment toen ik het beestje direct voor mij wist. Ik boog in de loop voorover, graaide het ding van de grond en wierp het in één beweging recht in de handen van de verbouwereerd kijkende moeder. Of zij iets riep als uiting van dank heb ik niet meegekregen, want ik was alweer verder op mijn pad. Het was naast het voltooien van deze monstertocht wel mijn grootste heldendaad van de dag.

DtD-2015

Dit festijn wordt altijd in goede banen geleid door vele (ongeveer 1300) vrijwilligers, die daamee de 60000 lopers en de naar schatting 250000 toeschouwers een onvergetelijke gebeurtenis bezorgen. Maar er zijn altijd personen die de zaak te ver doordrijven. Zoals de vrijwilliger die op zijn strepen wilde blijven staan toen een man met hond een poging deed het parcours over te steken. Het klonk alsof de functionaris zich helemaal in de hondenuitlater ging vastbijten op dat omhooglopende stuk fietspad bij het verlaten van de wijk Buiksloot. Ik maak vaker zulke kleine dictatoren mee en het is jammer dat die op die manier pogen om de goede sfeer te verpesten. Beslist niet nodig naar mijn idee. Er liepen wat vrouwen met in grote tekens K3 op hun shirt. Dit ontlokte een dj de opmerking dat er al twee dames van de groep K3 voorbij waren gekomen en dat de derde eraan kwam. Van de vele muzikale geluiden langs de route vond ik de verschillende drum- en trommelslagersbands nog het leukste om te horen. Die waren tenminste niet elektrisch versterkt en daardoor deed hun geluidsproductie geen pijn aan mijn overgevoelige oren. Een groot contrast vormden trouwens de ontelbare renners die zich tot het uiterste inspanden om het einddoel te bereiken en de vele toeschouwers die daar op soms zeer luie strandstoelen naar zaten of lagen te kijken. Zeer vermakelijk vond ik de twee oudere dames met een thee dan wel koffieservies op een tafeltje op een inrit, ergens in Amsterdam-Noord.

Het was op deze zondag dus een behoorlijk benauwde warmte en vele mensen stonden met tuinslangen als douches langs de kant om de lopers verkoeling aan te bieden. Daar werd door menigeen dankbaar gebruik van gemaakt, maar ik ging er steevast omheen als dat kon, want het zorgde alleen maar voor spetters of erger op mijn zonnebril. Ik wachtte liever tot de natte sponzen in beeld kwamen, die mij in staat zouden stellen zelf zeer plaatselijk en gedoseerd verkoelend vocht aan te brengen. Ik had wel voor de zekerheid een liter water aan mijn riem hangen, verdeeld over twee drinkflessen. Aan dorst zou ik derhalve zeker niet ten ondergaan. Het stuk tussen kilometers 4 en 9 in Amsterdam-Noord lijkt altijd eindeloos lang te duren. Ik heb mij na zeven keer inmiddels verzoend met het feit dat ik wel de individuele stukken hier herken maar dat ik waarschijnlijk nooit zal weten in welke volgorde ik die achter elkaar moet zetten. Het voordeel daarvan is dat het parcours toch iedere keer weer een beetje nieuw en spannend lijkt. Ik zag al een tijdje uit naar de eerder genoemde fruitpost na ruim 8 km. Het lopen ging, hoewel met een tempo van onder de 10 per uur niet snel, nog best wel redelijk goed. Maar als voorzorg besloot ik mijn eerder bedachte optie ten uitvoer te brengen en wandelend mijn derde banaan van die dag te eten. Door het ietwat onpraktische tijdstip van starten (13:45 uur in mijn geval) en de tijd die er nodig was om aan te reizen, de tas af te geven en met het team op de foto te gaan, had ik geen gelegenheid om een echte lunch te verorberen. Dus waren bananen en muesli-repen die middag mijn brandstof.

DtD-2016

Waar bleven die verkoeling brengende sponzen nou? O ja, een stukje verderop na ongeveer 9 km. Ik was nu echt wel toe aan zo’n compacte natte dweil. Toen ik dat kleinood eenmaal stevig beet had, heb ik mijn hoofd en nek er flink mee gekoeld en al het zweet dat in mijn ogen dreigde te lopen weggewist. Janine kwam ineens langs na ongeveer 9,5 km. Wij vroegen aan elkaar hoe het ging en wederzijdse succeswensen werden er uitgewisseld voor zij met gezwinde spoed weer verdween. Later zag ik in de uitslag dat zij ergens in de 1:21 was geëindigd. Hoezo lang geblesseerd geweest en weinig getraind. Dat maakt bij haar dus blijkbaar geen verschil !! Even daarna ontving ik een persoonlijke aanmoediging van iemand die de naam van mijn voormalige werkgever op mijn shirt zag staan. Ik bedankte hem met een armgebaar. Op een smal stukje net voor het opgaan van de Noorder IJ- en Zeedijk wurmde een loper zich tussen mij en een ander door op een plaats waar dat dus eigenlijk net even niet kon. Ik gaf hem een zet in zijn rug na als uiting van mijn ongenoegen voor deze actie. Even verderop was er namelijk een zee aan ruimte om mensen voorbij te steken. Daarvoor had ik een man een vrouw behoorlijk zien snijden. De vrouw had hem terecht de huid vol gescholden. Meestal geeft dit type wegpiraten geen enkele sjoege en dat was bij deze twee akkevietjes eveneens het geval. De Noorder IJ- en Zeedijk leek deze keer wel extra-extra lang te zijn. Er kwam geen eind aan. Ondanks het feit dat ik na het 12 km-punt voor de tweede keer in korte tijd overging tot wandelpas. Telkens keek ik ver vooruit in de verwachting dat het einde van dat deel van het parcours in zicht zou komen. Er lag een man uitgeteld op de stenen voor een bedrijfspand omringd door Rode Kruismensen. Ik hoop dat er niet iets ernstigs met hem aan de hand was.

Gauw maar weer een spons aangepakt bij de verzorgingspost in de bocht die daarop volgde. Ik riep naar de uitreikster dat ik wel 10 van die natte dingen wilde meenemen. Maar dat leek mij toch wat onhandig, dus ik weigerde haar aanbod om er nog een extra aan te pakken en hield ik het bij eentje. Die ik ook als psychologisch hulpmiddel goed kon gebruiken omdat de door mij gevreesde Zuiddijk naderde. Deze klinkerstraat van iets meer dan 1 km lang is in mijn beleving dubbel zo druk en lawaaierig als de drukste stukken eerder op de route in Noord. Dit is uiteraard een volkomen subjectieve beleving omdat na 14 km bij mij qua fitheid het beste er echt wel af is. Dus was ik blij dat ik nog een derde spons kon aanpakken van een jong meisje en hernieuwd koel vocht over mijn hoofd kon uitspreiden.Twee keer heb ik een vinger in mijn oor gestoken vanwege het exorbitante lawaai uit luidsprekers langs de weg. Hiermee wilde ik voorkomen dat ik een gehoorbeschadiging zou oplopen. Ik vrees echter voor het gehoor van de vele toeschouwers die er dichtbij in de buurt stonden en swingden op de ‘muziek’. Ja, zo hard stond dat lawaai echt uit die boxen te schetteren. Ook hier keek ik telkens vooruit in de hoop en verwachting dat het einde van deze straat spoedig zou arriveren en ik aan de laatste kilometer kon beginnen. Ik liep nog meerdere mensen voorbij in deze fase, dat geeft altijd een extra stimulans om het tot het bittere einde toe vol te houden. Op de Burcht, het pleinachtige straatgedeelte dat volgt op de Zuiddijk, liep ik een oud-collega voorbij. Ik was op dat moment zijn naam even vergeten, maar hij was zodanig geconcentreerd en in zichzelf gekeerd bezig met het voortgaan dat hij mij niet leek op te merken. Om die reden spaarde ik mijn adem en sprak ik hem niet aan. Op de Dam heb ik deze keer heel bewust om mij heen gekeken naar het rijendik achter de hekken staande publiek. Ik zag vooral veel vrouwen en die stimuleren mij altijd. Op de laatste honderd meter kon ik zowaar nog even aanzetten en ik kwam over de streep net onder de 1:41 uur: 1:40:57 heb ik zelf geklokt. Mijn officiële eindtijd bleek later echter 1:41:17, maar zo slecht heb ik volgens mij niet getimed. Een verschil van 20 seconden in mijn nadeel is naar mijn idee echt te groot. Daarom houd ik mijn eigenhandig geregistreerde Garmintijd aan als mijn feitelijke eindtijd. Ik had het voor de zevende keer in successie geflikt, ik had de Dam tot Damloop voltooid !!! Dat dit mijn langzaamste tijd ooit was, kan mij absoluut niet boeien. Ik heb een fraaie, zevende medaille binnengesleept.

DtD-2016-10EM-medaille

Bij die medaille krijgt iedere loper een flesje sportdrank en een zoete Sultana uitgereikt. Ik heb na een dergelijke inspanning echter veel meer behoefte aan hartig voedsel. Dus spoedde ik mij, na het eerste bijkomen in de finishstraat, zo goed en zo kwaad als het kon door de drukte naar mijn tas met spullen. Zodra ik die veroverd had, werkte ik een paar van de hartige varianten van de net genoemde versnapering naar binnen. Dat smaakte prima. Een oase van rust vond ik daarna in de kleine mannenkleedkamer in de al even uitgestorven sporthal De Struyk. Daar waren slechts twee andere renners present, waarvan er één al snel opstapte. Ik had er dus alle ruimte om mijn spullen even uit te hangen en op mijn gemak droge kleren aan te trekken. Mijn benen protesteerden hevig tijdens de lange wandeling naar het station. Maar ik moest toch die maken om naar huis te komen, dus kon het niet anders dan dat ik ze nog even moest pijnigen. Na een klein half uur zitten in de trein, voelden mijn onderdanen overigens alweer een stuk prettiger aan.

Al met al waren mijn bedenkingen vooraf niet echt nodig. Hoewel het warm en vermoeiend was, ging het lopen toch makkelijker dan verwacht. Ik ben alweer aan het twijfelen geslagen over mijn voorgenomen besluit om dit nu echt de laatste Damloop te laten zijn. Het is en blijft per slot van rekening een zeer uitzonderlijk en indrukwekkend hardloopfeest. Ik vraag mij af of ik dat al aan mij voorbij kan laten gaan. De tijd zal het leren. Om te illustreren hoe indrukwekkend, wil ik jullie tenslotte het bericht niet onthouden dat ik na het online zetten van mijn resultaten kreeg van het Hardloopspel. Let hierbij vooral ook op de buitengewoon hoge stijgingen die ik gerealiseerd heb en dito klasseringen die ik hierdoor nu op de ranglijst van iedere tegel inneem:

Beste Arranraja,

Je bent met je training van 18-9-2016 13:50 over 5 tegels gekomen in het Hardloopspel.
* Zaandam-Zuidoost: 6 km, 371 posities gestegen naar # 271
* Amsterdam Centrum: 6 km, 330 posities gestegen naar # 231
* Landsmeer: 1 km, 344 posities gestegen naar # 154
* Zaandam: 1 km, 201 posities gestegen naar # 451
* Zaandam-Zuidwest: 1 km, 425 posities gestegen naar # 208

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports

%d bloggers liken dit: