Loopmaatjes voor een moment

Hij was op die zondag vrij vroeg opgestaan en op tijd vertrokken naar Landsmeer. Uit de stereo-installatie van zijn pas aangeschafte tweedehands auto klonk Gordon Lightfoot met zijn lied “Wherefore and why”:

“When I woke this mornin’, something inside of me told me this would be my day
I heard the morning train, I felt the wind change, too many times I’m on my way”.

Eindelijk was hij weer op weg naar Het Twiske, dus was hij goedgemutst. En daar hoorde een dergelijk positief lied bij. Omdat hij geen van de vijf lopen, die daar tussen september en maart altijd georganiseerd worden, wilde missen had hij natuurlijk weer een seizoenskaart aangeschaft. “Het mooiste parcours van Nederland, althans dat vinden wij”, hoorde hij de vaste speaker van dienst wat later op de atletiekbaan zeggen. Of het echt het mooiste van het land is, kon hij natuurlijk niet bevestigen maar het was zeker het mooiste en fijnste parcours dat hij kende.

Er waren geen grote volksoplopen of overvolle openbaar vervoersfaciliteiten, zoals een week eerder bij de Dam tot Damloop. Hij kon gewoon met zijn eigen vervoersmiddel het op zondagochtend nog slaperig en verlaten ogende plaatsje binnenrijden en op loopafstand van het plaatselijke sportpark parkeren. Er was in die nabij gelegen straat nog niets te merken van het naderende hardloopevenement en op het sportpark zelf leek het ook nog uitgestorven. De voetballers waren in ieder geval nog niet gearriveerd en ook op de tennisbaan heerste nog volledige rust. Pas verderop, bij de atletiekvereniging, was er sprake van enige reuring.

Het aantal deelnemers was voorlopig heel bescheiden en hij had zijn seizoenskaart en het startnummer van de 10 kilometerloop van die dag snel te pakken. In de mannenkleedkamer zag hij drie lopers die er altijd waren en, inmiddels ook vertrouwd, met elkaar het hoogste woord voerden. Na de sanitaire tussenstop, het opspelden van het startnummer, het aantrekken van de hardloopschoenen en het bijeengaren van de voor onderweg noodzakelijke of gewenste spullen, ging hij weer naar buiten. Blij toe, want zoals meestal was het in die kleedruimte wat aan de warme en vochtige kant. Hij droeg voor deze gelegenheid het renshirt dat hij aan het einde van de vorige jaargang op vertoon van zijn seizoenskaart had ontvangen.

Net van start en nog op de baan
Net van start en nog op de baan (foto Jeroen Otten)

Op en rond de baan keek hij enige tijd uit naar loopmaatje Jan. Deze virtuele hardloopvriend kwam hij een paar maal per jaar in levenden lijve tegen en dan vooral hier in Landsmeer. Zijn informatie was dat Jan ook weer voor een seizoenskaart had ingeschreven maar voorlopig was er van hem geen spoor te bekennen. Later zou hij zijn ogen nog wel eens goed de kost geven, nu ging hij maar eerst zijn vaste opwarmrondjes over het kleine, groene sportpark draven. Toen hij daaraan begon, had hij een nieuwe maar iets minder prettige gewaarwording. De spieren rond zijn rechter heupgewricht gingen licht opspelen. Dit had hij nog niet eerder meegemaakt en hij vroeg zich wat angstig af of hier een nieuwe traditie zou gaan ontstaan. Voorlopig ging hij er maar vanuit dat hij wat te gespannen in zijn nieuwe auto had gezeten of dat de stand van de bestuurdersstoel ten opzichte van het gaspedaal niet helemaal ideaal was geweest.

Terug op de atletiekbaan keek hij tot aan de start van de 10 km tevergeefs goed rond of hij zijn loopmaatje kon ontdekken. Zijn inspanningen waren voor niets want van Jan was geen spoor te bekennen. Hij zag alleen een oud-collega die hij al eens vaker hier had kunnen begroeten. De opkomst leek niet zo groot als hij al eens had meegemaakt. Zelfs met de voor de septembereditie traditionele extra afstand van 31,6 km, was de totale deelname met 437 lopers bescheiden. Dit ondanks het lekkere weer en het feit dat er uit totaal zeven verschillende afstanden gekozen kon worden. De 10 km was zoals gebruikelijk het meest in trek en werd weggeschoten nadat de lopers voor de 31,6, 21,1 en 16,1 km al waren vertrokken. Na deze afstand zouden nog de 5, 3 en 1,5 km (voor de jeugd) volgen.

In de rij voor de 10 km-start
In de rij voor de 10 km-start (foto Jeroen Otten)

Omdat het slechts 7 dagen na de inspannende Dam tot Damloop was, wilde hij er een kalme loop van maken. Daarom vertrok hij met een voor zijn gevoel bescheiden snelheid. Hierdoor had hij  adem genoeg om  in de eerste kilometer met een wat oudere man te kletsen over het weer en de temperatuur. Hijzelf vond het nog wat aan de frisse kant. Dat gevoel was verklaarbaar door het feit dat het redelijk vochtig aanvoelde en de zon zich nog niet had laten zien. Deze man en een nog oudere man liepen langzaam van hem weg, en hij liet het zonder zich erover druk te maken  gebeuren. Daarvoor hadden zij al wat andere lopers opgeraapt, zoals dat in het hardloopjargon wel wordt aangeduid. En ondanks zijn bescheiden tempo, gingen er nadien meer lopers en loopsters voor de bijl.

Na ongeveer 2,5 km kwam hij langszij bij een vrouw die hij al een tijdje voor zich had gezien. Zij klampte bij hem aan en gezamenlijk liepen zij verder. Het eerste stuk was dit volkomen zwijgend. Pas na ruim 4 km werden de eerste woorden gewisseld. Een andere loopster liep precies in het midden van het pad. De vrouw ging er aan de linkerkant naast lopen en hij aan de rechterkant. Op dat moment verbrak hij de stilte met de woorden “omsingeling !”. Dat was voor de vrouw blijkbaar het sein om zich ook vocaal te gaan roeren en er ontstond af en toe een kleine conversatie.

Vlak voor de drinkpost, die zich na ongeveer 4,75 km aandiende, liepen de twee even in elkaars vaarwater omdat de vrouw van links naar rechts wilde teneinde een bekertje water te kunnen pakken en hij aan die rechterkant rende en plaats wilde maken door naar links uit te wijken. Hij  had genoeg aan zijn eigen watervoorraad. Na ruim 5 km, juist beland op het lange rechte stuk pad evenwijdig aan de Ringvaart, ging zij ineens versnellen en moest hij even wat zeilen bijzetten en op zijn tanden bijten om aan te klampen. De snelheid was inmiddels sowieso omhooggegaan en hij wilde zich natuurlijk niet laten kennen. Gelukkig kom hij dat iets hogere tempo al snel goed volhouden.

Zij gaf kort daarna aan: “zullen we zoveel mogelijk samen lopen?”. Hij zei: “dat is prima, maar jij ging wel versnellen waardoor ik het heel even wat lastig had”. Zij: “ja, ik ben voorzichtig begonnen omdat ik een beetje last van mij knie had, maar nu loop ik lekker”. Na bijna 7 km passeerden zij een jonge jongen die zich in wandelpas voortbewoog. Wellicht had hij een blessure opgelopen of zichzelf opgeblazen, dat was niet zo duidelijk waar te nemen. De vrouw sprak iets verderop twee fietsers aan die in de berm op een loper stonden te wachten: “hij komt er zo aan hoor”. Blijkbaar wist zij op welke renner deze wielrenners het gemunt hadden.

De snelheid bleef er goed in zitten en de kilometertijden lagen nu zo’n 15 tot 20 seconden lager dan in de eerste helft van de loop. De zon kwam eindelijk door en het werd warm. Al eerder in de race had hij gemerkt de neiging te hebben om helemaal op te gaan in het lopen. Hij moest mijzelf meerdere keren dwingen om rond te kijken naar het mooie natuurgebied. Naar aanleiding van het piepen van zijn horloge bij iedere afgelegde kilometer en het door hem op een gegeven moment  melden van de gemiddelde snelheid en de rondetijden, kwam het gesprek op de gps-horloges. Die had zij nu nog niet maar zodra haar huidige stopwatch met hartslagmeterfunctie de geest  zou geven, ging zij zichzelf trakteren op een echt rennersklokje. “Een beetje goede is wel aardig aan de prijs, hoor”, zei hij. Dat was volgens haar echter geen probleem.

Op het punt waar de route weer terugkwam op het pad dat ook de eerste kilometers van het parcours vormde, kreeg de vrouw wat moeite om de snelheid vol te houden. Daarom hield hij iets in om haar de aansluiting niet te laten verliezen. In de bocht bij de Twiskemolen op 9 km sneed zij  af door het gras. Hij riep half plagend: “niet afsnijden hoor”. Kort daarna, net nadat zij getweeën op de foto waren gezet, hoorde hij haar achter zich roepen: “ga jij maar, ik zit er doorheen en ben wel tevreden zo. Bedankt voor het samen lopen”.

Loopmaatjes voor het moment
Loopmaatjes voor het moment (foto Jeroen Otten)

Hij bedankte haar ook, zette aan en achterhaalde na het laatste bruggetje twee vrouwen. Bij het punt, vlak voor de terugkeer op het sportpark, waar de lopers traditiegetrouw aan de rechterkant over een halfverhard hazenpaadje naast het fietspad werden geleid, riep hij schertsend naar de vrouwelijke wegwijzer van dienst: “ik ben een fietser, mag ik dan rechtdoor?”. De tweede vrouw die hij passeerde had op die woorden een aardig commentaar en ging vervolgens in het gras naast het paadje lopen om hem door te laten.

Op het pad voor de huizenrij die tegen het sportpark aanlag, riep de tegemoetkomende 31,6 km-voorfietser “graag opzij voor de eerste loper”. Onze hoofdpersoon antwoordde; “ja hoor, het is goed met je”, omdat hij al geheel aan de rechterkant van het pad liep, en van mening was dat hij daar wel mocht lopen. Achteraf bedacht hij dat de opmerking misschien wel bedoeld was voor de fietsers achter hem, die hem, nadat voorfietser en loper verdwenen waren, passeerden. Zijn oud-collega, die blijkbaar al klaar was met zijn afstand, kwam aanwandelen. Hij vroeg zich af welke afstand deze man gedaan zou hebben. “Zeker de 5 km?, dacht hij. Later bleek de oud-collega de 10 km in 48 minuten te hebben verhapstukt. Voorwaar geen slechte prestatie.

Hij gaf in het laatste stuk naar de baan en op de baan zelf nog eens flink gas en kon daarbij een man die hij eerder voor zich gezien had, voorbijsteken. Ondanks deze fikse eindsprint lukte het hem niet om de oudste van de twee mannen uit de eerste kilometers ook nog voor de finish op te peuzelen. Hij kwam vlak na deze supersenior over de eindstreep en zette zijn eigen tijdmeting stil. Hij had gehoopt onder de 55 minuten te blijven maar dat streven was ruimschoots mislukt, getuige de driekwart minuut die hij erbij moest tellen.

Direct na het passeren van de meet wandelde hij door op het gras aan de binnenrand van de atletiekbaan. Hij miste volledig het binnenkomen en het finishen van de vrouwelijke loper, met wie hij het leeuwendeel van deze loop was opgetrokken. Toen hij eenmaal gezien had dat zij ook binnen was, brak hij zijn wandelrondje op de baan af om haar nogmaals te bedanken voor de prettige samenwerking. Na aanvankelijk zijn wandeling hervat te hebben, ging hij voor de tweede keer terug richting het clubhuis. Hij wist dat de vrouw exact hetzelfde Twiskemolenloopshirt droeg als hij maar nu zag hij dat haar startnummer maar twee nummertjes lager was dan het zijne. Kort praatte hij nog na met zijn loopmaatje voor een moment en belde daarna naar huis om te melden dat het hem weer gelukt was om te finishen.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports

%d bloggers liken dit: