Koningsdagvreugde

Met aan vrijwel ieder kledingstuk iets van oranje en met mijn grotendeels oranje loopschoenen ga ik erop uit. Officieel is Koningsdag dan al half voorbij omdat ik niet vroeg ben opgestaan en voor, tijdens en na het ontbijt rustig aan heb gedaan.

Vrijmarkten en ander feestgedruis zijn aan mij niet besteed, ik kies ook op deze dag voor de rust en de natuur. Voor het eerst in lange tijd heb ik geen van te voren geplande route in mijn hoofd. Ik wil het laten afhangen van de gevoelstemperatuur en van mijn linkerkuit waar en hoe lang ik ga struinen. Tijdens het inwandelen voelen mijn benen al direct warmer en soepeler aan dan tijdens de aanloop naar de training ervoor. Ik kuier de volledige 20 minuten en besteed extra aandacht aan het stretchen van kuitspieren en achillespezen. Later als ik al aan het rennen ben bedenk ik dat ik vergeten ben om de hamstrengen op te rekken. Als die maar niet gaan zeuren straks.

Het dribbelen naar het kanaal gaat prima en ik besluit de oversteek naar het Diemerpark te wagen. Op de Nesciobrug is het zoals altijd druk en nu hebben de meeste mensen natuurlijk iets van oranje om, aan of in. Op de Diemerzeedijk pak ik direct de grasberm naast het pad. Dit doe ik vaker om de ledematen een beetje minder te belasten. Zo loop ik dan een ruime 2 km te trailen over het gras voor ik weer moet overgaan op het asfalt omdat de brede berm eindigt. Er springen een paar konijntjes weg tussen het hogere gras en een jongeman in een scootmobiel roept iets onverstaanbaars naar mij. Ik zwaai naar hem als antwoord. Hier zijn maar weinig mensen waar te nemen en slechts een enkele hardloper. Omdat de kuit het prima doet en helemaal geen sjoege geeft, besluit ik het fietspad richting Fort Diemerdam te volgen om eventueel mijn plaatselijke 15 km-route te volbrengen.

De hier smalle dijk is aan beide zijden compleet begroeid met fluitenkruid. Het gras is helemaal niet te zien, behalve een gemaaide strook van ongeveer 50 centimeter aan weerszijden van het pad. In het water ernaast ligt een fuut stil in het zilverkleurige, spiegelgladde oppervlak. Er passeren wat fietsers, waaronder een lint wielrijders met fietstassen en rugzakken. De fietsers waarschuwen elkaar één voor één dat ik eraan kom en wijken allen keurig uit naar links. Duidelijk geen doorsnee wielrennerspak.

De ronding van het fort wordt een test voor de kuitspieren van het linkerbeen, waar ik even tegenop zie. Vooral het naar beneden afdalen legt extra druk en gewicht op de benen. Het gaat, zowel neer als op, wonderwel goed. De kuit geeft geen krimp. Het is hier heerlijk stil. Als ik aan de achterzijde van het voormalige verdedigingswerk weer omhoog ren, let ik extra goed op de hoogte van mijn hartslag. Bij een vorige passage van dit steile punt had ik een plotselinge extreme piek in mijn frequentie, net nadat ik het hoogste punt gepasseerd was. Toen ging ik weliswaar veel sneller omhoog dan nu maar die enorme piek was opvallend. Deze keer blijft hij gelukkig uit.

Tot dan toe heb ik weinig hardlopers gezien maar nu ineens zie ik er drie achter elkaar. De bocht naar het kanaal bij de Derde Diem heb ik in beide richtingen al ontelbare keren gelopen. Onwillekeurig kijk ik nu bewust naar links en zie ik de hier bredere watermassa liggen baden in de zon. Een paar honderd meter voor mij zie ik iets dat lijkt op een fiets of een persoon op een fiets. Als ik dichterbij kom zie ik een vrouw uit de hoge begroeiing aan het water te voorschijn komen, gevolgd door een man. Bij het langslopen staat de man op zijn mobiel te turen en iets in te tikken. De twee fietsen even later langs mij en herhalen hetzelfde ritueel nog een paar keer. Met name de vrouw lijkt iets te onderzoeken langs de waterkant. Zoiets intrigeert natuurlijk. Ze zijn beiden gekleed in korte broek en ik denk dat ze moeten oppassen voor teken.

Ik loop door een erehaag van zeker twee kilometer lengte, gevormd door hoog opgeschoten fluitenkruid vermengd met koolzaad. Ook hier vormt een smalle strook gemaaid gras de afscheiding aan beide zijden van het pad. Vele vogels kwinkeleren in de bomen maar alleen kraaien en een enkele merel laten zich zien. Kikkers kwaken er lustig op los in de slootjes. Een koekoek roept zijn eigen naam. Ganzen zijn er niet te bekennen, die zijn zeker al vertrokken naar andere streken. Over het water komen geluiden van pratende wielrenners van de andere kant van het kanaal. Er verschijnen nu meer wolken aan de zuidelijke hemel en de zon gaat af en toe schuil. Op de momenten dat hij weer tevoorschijn komt, schijnt hij fel op alle begroeiing. Ook op de bleke, hoge grasstengels van vorig jaar en op het dito riet.

Halverwege dit stuk voel ik twee keer kort achter elkaar een steekje bij mijn linkerachillespees. Ik besluit even te stoppen om de pees wat te rekken en om te controleren of het niet gaat om zo’n bijtspinnetje dat zich door mijn sok heeft vastgehecht aan mijn onderbeen. Dat is natuurlijk niet het geval. Ik maak van de gelegenheid gebruik om een paar slokken water te drinken en ga weer verder. De Nesciobrug verderop ligt niet meer in de zon. Als ik weer omhoog de Diemerzeedijk oploop, krijg ik een prettig verkoelende wind over mij heen, die van over het brede water tussen IJburg en de dijk komt aanwaaien.

In maart heb ik zeker drie keer een 15-km parcours hier in het park afgelegd en het lopen gaat vandaag zo lekker dat ik die afstand nu ook wel wil verhapstukken. Ik heb de exacte route echter niet meer in mijn hoofd zitten omdat het één van vele is, die ik ook nog eens in beide richtingen afwerk. Wat ik denk dat de juiste weg is volg ik voorlopig, daarbij waar het kan de berm naast het pad opzoekend. Op plekken waar het te hobbelig is, spring ik weer terug op het asfalt. De zuidkant van IJburg ligt nog heel even lekker te bakken in het zonnetje. Een moeder op de fiets met kind achterop schenkt mij een brede glimlach bij het passeren.

Het lopen in de berm begint mij door de vele hobbels en gaten een beetje te ongemakkelijk te worden. Ik spring van de ene kant van het pad naar de andere omdat het spoor in het gras daar vlakker lijkt. Dat is niet echt het geval. Dus geef ik het maar op en houd het bij de geplaveide paden. Een jongen en een meisje van onder de 10 lopen door het gras naast het pad. De jongen draagt een lange broek, het meisje heeft een mooie witte jurk aan met daaronder blote benen. Ik heb de neiging om naar de vaders, die er vlakbij staan te praten, te roepen dat ze haar goed moeten controleren op teken. Ik moet mij niet met alles en iedereen bemoeien dus ik loop zwijgend door.

Mijn gps-horloge geeft inmiddels elf afgelegde kilometers aan en een tijd ruim na de lunch. Die 15 km gaan niet meer lukken, anders wordt het wel erg laat voor ik mijn twaalfuurtje naar binnen kan werken. Nu ik daar zo over nadenk, begint mijn maag direct te knorren en pak ik mijn banaan. Die kan de eerste trek wel even stillen. De zon is nu echt verdwenen achter het wolkendek.

Ik ben onhandig bezig met mijn pisang en mep een stuk ervan op het asfalt. Ik stop direct om het gevallen deel op te rapen en spoel het af met water uit mijn drinkfles. In de verte voor mij loopt of rent een persoon. De afstand is nog te groot om dat te zien en ook of het gaat om een vrouw of een man. Waarschijnlijk dezelfde koekoek meldt zich weer en de kikkers in de slootjes laten hier duidelijk van zich horen. Ineens komt de loper veel dichterbij. Het blijkt om een vrouw te gaan die zich voor hardloopbegrippen langzaam voortbeweegt. Ik zal haar niet gaan inhalen want ik mag nog een keer rechtsaf om schuin het park over te steken naar de IJburgse kant. Als ik een beetje doorloop kruisen onze paden misschien nog bij de Nesciobrug.

Bij het afslaan valt mijn oog op een nieuw verkeersbord. “Fietsen toegestaan” en op een geel onderbord “Verboden voor snorfietsers”, valt er te lezen. Het voelt hier een beetje warm en benauwd aan omdat er bijna geen wind meer is. Op een heuveltje zit een groepje bakvissen te giechelen en te gillen. Langs het pad ligt een verkeerspaal met fietspadbord op zijn kant. Daar vlakbij staat een vierkantje van hekken om een grijze kast. Op het plastic bord dat aan het hek is bevestigd, staat te lezen: “Amsterdam maakt hier het Diemerpark nog mooier”. Door het plaatsen van die hekken op het gras, zeker? Een oudere man met grijze bovenlipbedekking en een ziekenfondsbrilletje draait op zijn snorfiets het brede pad op. Mijn protesten in woord en gebaar om aan te geven dat hij daar niet mag rijden, lijken volledig langs hem heen te gaan. De man heeft zeker een Koningsdagontheffing gescoord.

In het laatste stuk naar de brug komen meerdere groepjes fietsers voorbij. Een man zegt in het voorbijrijden met licht spottende toon “Dan gaan we daarna toch lekker hardlopen”. “Dat moet je zeker doen, jongen en pak dan ook maar een kilometer of 14, net als ik”, gaat er door mijn hoofd. Net voor de brug komt inderdaad de donkere jonge vrouw, die ik eerder voor mij had gezien, heel langzaam en op nogal koddige wijze aanjoggen. Ze heeft een tamelijk mollig figuur. Ik wil haar wel willen aanmoedigen om vooral door te gaan en zich niets aan te trekken van mogelijke blikken of opmerkingen van omstanders. Het heeft echter zelfs geen zin om een duim naar haar omhoog te steken want ze is volledig in zichzelf gekeerd.

De brug op en over gaat het rennen nog steeds makkelijk. Aan het einde ervan zit ik nog niet helemaal aan 14 km en dus besluit ik even door te gaan op het fietspad langs het kanaal. Hier laat ik voor korte tijd mijn feestvreugde bederven. Er komen naast elkaar twee met jongelui volgepakte scooters mij tegemoet rijden. Ze rijden niet hard maar wel breeduit en het is duidelijk dat ze niet van plan zijn ruimte voor mij te maken. Ik ga met opzet iets van de kant lopen en maak mij zo breed mogelijk om aan te geven dat ik niet opzij zal gaan. Het passeren gaat goed maar ik ben wat gebelgd door het gebrek aan verkeersbeleefdheid van de jongeren. Halfluid maak ik dit vocaal duidelijk. Daarvan heb ik direct spijt want ze zijn wel met zijn vieren. Ze hebben het gelukkig niet gehoord en rijden door.

Ik maak mijn loopje af en terugwandelend naar huis geniet ik alweer van het uitbundig groeiende fluitenkruid aan beide kanten van de slootjes die de laan flankeren. Het besef dat alle beenspieren hun werk weer voorbeeldig gedaan hebben, maakt de vreugde alleen maar groter. Er is voor een hardloper namelijk bijna niets erger dan het besef om pas-op-de-plaats te moeten maken vanwege lichamelijk ongemakken.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

2 gedachten over “Koningsdagvreugde

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports

%d bloggers liken dit: