Nescioloop 2014: hazende pacers en natmakende neerslag

De 9e editie van de loop met het uitdagende parcours werd gekenmerkt door twee opvallende zaken. Bij mijn weten werden er voor het eerst lopers ingezet die heel goed een vlak schema voor een bepaalde eindtijd kunnen lopen waaraan andere lopers zich figuurlijk kunnen vastklampen. In het hardloopjargon worden deze mensen pacers genoemd, van “pace”, de Engelse term voor tempo. Volgens de Engelstalige Wikipedia is de officiële benaming trouwens “pacemaker” of “pace-setter” en soms ook wel “rabbit” genoemd.

Voor mij heeft de benaming “pacers” overigens ook een heel andere lading. De Amerikaanse profbasketballploeg Indiana Pacers is al heel lang mijn favoriet in de NBA, de hoogste Noordamerikaanse basketballcompetitie. Nadat zij het hele seizoen bovenaan hebben gestaan in hun afdeling, zijn zij momenteel compleet ineengestort en lijden ze de ene na de andere nederlaag. Hierdoor zijn zij druk bezig het in de playoffs uiterst belangrijke thuisvoordeel weg te geven aan hun grootste concurrent. Dit allemaal terzijde.

Over het fenomeen van de pacers had ik alleen gelezen in verband met de marathon, maar het nog nooit van dichtbij meegemaakt. Naar mijn idee is een “haas” ongeveer hetzelfde, of zit ik er dan helemaal naast? Een haas is tenslotte ook een tempomaker, iemand die andere lopers op sleeptouw neemt om een bepaald tempo mogelijk te maken en die lopers zo naar een specifieke (meestal snelle) eindtijd te leiden. Alleen stapt een haas meestal voortijdig uit om het laatste deel van de wedstrijd aan de “echte” lopers over te laten.

Er was een principe-afspraak om Looptijdenvriend Jan Bakker naar een tijd in de buurt van de 1:20 te hazen. Het verschijnen van de pacers, die werden ingezet op eindtijden van 1:05, 1:10, 1:15, 1:20 en 1:25, gaf mij echter de unieke mogelijkheid om zelf achter die van 1:15 aan te gaan en Jan over te laten aan de persoon die op een schema van 1:20 ging lopen. Als ik in de buurt van de 1:15 kon uitkomen zou ik mijn pr op deze afstand kunnen verbeteren. Omdat dit een te aanlokkelijk idee was om te laten lopen, besloot ik, met Jan’s instemming, ervoor te gaan. DtD-loopmaatje Janine en haar compane Gertien hadden hetzelfde plan opgevat, kon ik misschien ook eens een keer bij hen in de buurt blijven.

De dag ervoor was het, vooral ’s middags, nog prachtig zonnig weer bij een prima temperatuur en een lekker windje. Looptijden.nl gaf dit weer zelf de hoogst mogelijke score, een 10. Helaas was het vandaag bewolkt en was er regen voorspeld, precies op het moment dat de 15 km-loop van start zou gaan. Het beeld dat de buienradar liet zien, klopte ook helemaal. Al ruim voor het aanvangstijdstip begon het te spetteren en daarna vielen er allengs meer en grotere druppels. Als Frans er was geweest had hij kunnen zien dat ik ook bij minder goed weer, zelfs bij regen, de hardloopschoenen aantrek en op pad ga. Zijn partner en mijn collega Elvira, die had aangegeven misschien ook van de partij te zullen zijn, was helaas in geen velden of wegen te bekennen.

De pacers waren bij de start behoorlijk lastig te vinden. Ik heb weleens gelezen dat ze soms zijn uitgerust met vlaggen of ballonnen die hoog boven hen uitsteken, waardoor ze duidelijk opvallen. Hier onderscheidden zij zich nauwelijks van de andere lopers omdat ze slechts van die felgele veiligheidsvesten droegen met op de rug de beoogde eindtijd. Aangezien er veel renners zijn met deze kleur kleding (waaronder ikzelf), helpt dat niet echt veel om ze te doen opvallen. De man van 1:15 zou zich bevinden bij de groene ballon die aan de binnenkant van de baan aan de reling bevestigd was. Daar stonden vele renners, waaronder Janine en Gertien, maar geen pacer. Er direct achter zag ik wel de 1:20-loper. Dan moest de man even verder naar voren met het gele hesje de 1:15-voorganger zijn. Nee, dat bleek de 1:10-pacer te wezen.

Even later had Janine de juiste persoon dan eindelijk ontdekt. Jan stond overigens vlak achter mij bij de 1:20-groep. Al meteen na de start merkte ik dat het best lastig is om bij zo’n haas in de buurt te blijven, als je niet vlak achter of naast de bewuste renner loopt. Ik zag ook direct dat deze jongeman heel ontspannen het tempo van 12 per uur liep, net alsof hij op zijn gemak aan het joggen was. Ik moest toch subiet vrij vol aan de bak om in zijn nabijheid te blijven en keek met enige jaloezie naar zijn soepele tred.

Onder het spoorviaduct raakte mijn gps-horloge even het contact met de satelliet kwijt. Dat is niet zo verwonderlijk, gezien het feit dat we niet alleen onder de spoorlijn Amsterdam-Amersfoort door moesten maar ook onder het rangeerterrein Watergraafsmeer. Dat is het inmiddels overbekende spoorwegemplacement waar nog steeds een deel van die lelijke Italiaanse ramptreinen staat te wachten om naar huis teruggestuurd te worden.

Direct erna ging het parcours rechtsaf om een boog rond de grootste gebouweneenheid van het Sciencepark te maken. Dit nieuwe stuk van de route had ik de dag ervoor wandelend (bij heerlijk zonnig weer dus) alvast verkend, omdat ik liever niet voor verrassingen kom te lopen. Ik had het contact met de 1:15-groep al enigszins verloren maar bij de tweede bocht kon ik toch weer, zij het voor korte tijd, aansluiten. Bij de ingang van een vrijwel lege parkeerplaats stond een verkeersregelaarster ons enthousiast aan te moedigen. Die bleek later bij een andere loop te horen.

Op het venijnige opritje naar de Oosterringdijk zette ik even flink aan en passeerde ik een aantal lopers. Ondanks die versnelling raakte ik daar definitief de aansluiting met die makkelijk lopende pacer kwijt. Ik moest het dus voorlopig weer in mijn eentje doen. Tijdens het opgaan van de Nesciobrug zag ik de 1:15-horde al bijna helemaal bovenop de brug voortgaan. Ik bevond mij nu wel op mijn eigen jachtterrein (daar komt Christopher MacDougall toch weer om de hoek kijken). Ik bestijg deze brug zo geregeld dat het mij weinig moeite kost om in een aardig tempo naar boven te dansen, waarbij ik dan makkelijk anderen kan oprapen.

Al bij 5 km zakte mijn gemiddelde snelheid van 12 terug naar 11,9 per uur. Vorig jaar gebeurde dat ongeveer op dezelfde plek maar dan pas op de terugweg na 11 km. Dit was geen goed voorteken, ondanks het feit dat de cijfers van mijn startnummer opgeteld mijn geluksgetal vormden. Ik liep nu af en toe samen met andere renners maar meestal liepen zij weer bij mij vandaan. Intussen regende het vrij gestaag en moest ik geregeld mijn pet uitschudden omdat de druppels telkens van de klep afliepen. Ook was het raadzaam om zo af en toe tussen de plasjes door te laveren.

In dit park ken ik iedere meter asfalt. Je moet die meters wel telkens zelf rennen en dat valt lang niet altijd mee. De eerste 7 km’s zat mijn km-tijd steeds net onder of boven de 5-minutengrens. De bocht om naar het lange, rechte stuk langs het kanaal zag ik dat km 8 in 5:13 minuten gegaan was. Dat was voor mij het signaal om te constateren dat een pr vandaag niet tot de mogelijkheden behoorde. Ik wilde dus ook juist mijn snelheid wat laten zakken toen een andere loper pal naast mij kwam lopen. Hoe het kwam weet ik niet maar hij bleef even naast mij lopen en ik kon in zijn pasritme meegaan. Het ging daardoor plotsklaps weer even heel lekker en ik had het idee dat ik daardoor toch wat sneller liep.

De twee km’s die volgden gingen met 5:10 en 5:04 dan ook wat rapper dan die ene ervoor. Toen we een paar lopers voor ons dicht genaderd waren, versnelde mijn compagnon enigszins, waardoor ik uiteindelijk moest passen. Maar er was vrijwel direct een volgende loper die mij kon vergezellen. Had de man van de ruim 2 km ervoor helemaal niets gezegd, deze man begon een paar woorden met mij te wisselen. “Dat lange, rechte stuk hebben we tenminste gehad”, zei hij. Waarop ik kon reageren met de constatering dat we “eenmaal de brug over het zwaarste wel gehad zouden hebben”. “Ja, dan kunnen aan de koffie gaan denken”, was zijn antwoord.

Het steile stukje omhoog weer de Diemerzeedijk op en meteen daarna terug de Nesciobrug over, versnelde ik zo goed als maar kon. Die loopwijze zit er aldaar bij mij zo ingebakken dat het bijna als vanzelf gebeurt. Daardoor kon ik op de brug ook nu een aantal “collega’s’ voorbijlopen. Gelukkig was het intussen gestopt met regenen.

Terug op de Oosterringdijk zag ik links van mij, iets lager en alweer in het Sciencepark, de 1:15-groep met een aantal meters ervoor Janine en Gertien lopen. Die hadden het juiste tempo dus wel goed kunnen volhouden. Toen ik zelf op die plek liep en naar links op de dijk keek zag ik de 1:20-pacer lopen. Ik speurde driftig of ik Jan in zijn buurt zag lopen maar vlak voor of enigszins achter hem, kon ik hem niet waarnemen. Dus trok ik de (naar later bleek) onterechte conclusie dat Jan uit die groep had moeten lossen. Dat oordeel was gebaseerd op Jan’s eigen mededeling vooraf dat hij betwijfelde of hij in het spoor van deze pacer zou kunnen blijven.

Halverwege het Sciencepark was ik bij de 14e km aangeland en ik had het nu best moeilijk. Voor mijn gevoel al harkend en zeker wel zuchtend ging ik richting de finish. Gelukkig had ik nog net fut genoeg om te salueren naar één van de vaste verkeersregelaarsters. Mijn beloning was een brede glimlach terug. Natuurlijk kreeg ik van mijn horloge opnieuw de melding dat de verbinding met de satelliet was verbroken toen ik onder het spoor door liep. Vrijwel direct daarna kwam de km-tijd 5:46 op het schermpje te staan. Dat was toch wel een kleine domper en een redelijke terugval in tijd te noemen.

Doorharken naar de eindstreep dan maar. Bij het overgaan van de Dick van Dijckbrug, vlak bij de atletiekbaan, zag ik organisator Kees voor de vierde keer die ochtend langsfietsen. Er kwamen, niet voor het eerst, wat lopers over mij heen. De laatste 100 meter had ik niemand direct voor of achter mij. Ik zag wel een loper op 10,15 meter achter mij en ik zette zo goed mogelijk aan om ervoor te zorgen dat ik niet, evenals vorig jaar, op de eindstreep voorbij gestreefd zou worden. Dat lukte zonder problemen. Helaas slaagde ik er net niet in om onder de 1:17 te blijven. Gezien die langzame 14e km was 1:17:04 toch een mooie eindtijd te noemen. En maar 42 seconden langzamer dan mijn tijd van vorig jaar.

Direct na de finish kreeg ik van een mij bekend lid van AV ’23 een leuk en nuttig presentje in de handen gedrukt: een ballpoint met styluspunt aan het andere uiteinde. Zowel geschikt om analoog alsook digitaal blogs mee te schrijven, derhalve. De speaker kondigde nu de binnenkomst van de 1:20-pacer aan en ik was net genoeg op mijn quivive om Jan te zien finishen en hem te feliciteren en complimenteren met zijn prima race en prachtige, nieuwe pr van 1:19:35. Na uitgepuft, bijgepraat, opgedroogd en omgekleed te zijn, wandelde ik over het parcours richting huis. Het eerste stukje samen met een aantal 7,5 km-lopers die op weg waren naar hun start. Bij de startlijn moest ik tussen de renners door laveren.

Dit deel van de hoofdstad was die dag echt even het middelpunt van de Amsterdamse hardloopwereld. Bij de hoofdingang van het universitair sportcentrum Universum op Sciencepark was men namelijk bezig met de opbouw van de tijdsregistratievoorzieningen voor de Rokjesdagloop. Dit vrolijke vrouwenhardloopevenement met een serieuze achtergrond (geld ophalen voor onderzoek naar MS), dat geïnspireerd is door het verhaal “Rokjesdag” van de schrijver Martin Bril, zou ’s middags plaatsvinden. Later las ik op de website dat er ongeveer 1200 dames, verdeeld over een 5 km- en een 10 kmloop, hadden deelgenomen. Die kleurige menigte had ik wel willen gadeslaan. Je kunt evenwel niet alles hebben.

Nauwelijks was ik door de startopstelling aldaar gelopen of er kwam een snelle renner voorbij. Nu is dat niets iets bijzonders want er wordt veel gejogd op dit stuk fiets- en voetpad vlak bij het Flevopark, de Oosterringdijk en het Amsterdam-Rijnkanaal. Er kwam echter al snel een tweede renner voorbij flitsen, en nog één, en nog één. Toen ik achterom keek zag ik het hele pak van de 7,5 km Nescioloop achter mij aan komen. Ik was verbaasd omdat ik er op gerekend had dat dit onderdeel dezelfde route zou volgen als mijn 15 kmloop, dus de eerder genoemde wijde boog achterom de universiteitsgebouwen.

Terwijl ik Sciencepark afliep, de dijk besteeg en richting de Nesciobrug liep, kwam het hele loopcircus aan mij voorbij. Van de snelsten, via het peloton tot en met de allerlangzaamsten. Een erg leuk gezicht om zo’n hele stoet aan je voorbij te zien trekken. Één vrouw riep in het langslopen naar mij: “waarom loop je niet lekker mee?”. Mijn antwoord daarop was luid en hopelijk duidelijk: “ik heb er net 15 gedaan, is dat ook goed?”. Bij de brug aangekomen, kwamen de snelste lopers alweer terug. Zij hoefden ook alleen maar de brug over om direct te keren en naar de baan terug te lopen. Hier heb ik nog even staan kijken. Ik sprak kort met oud-clubgenoot Nils die nu een rennende dame aan het coachen was en ben daarna verder naar huis gewandeld.

De 8 km die ik er gelopen had, leverde mij net genoeg punten op om op de tegel Amsterdam IJburg wederom voor korte tijd op de troon plaats te nemen. Midweeks komen daar nog hooguit 4 km bij maar het weekeinde erna zal ik hier niet scoren omdat ik dan meedoe aan de Geinloop. Dat heeft wel als voordeel dat ik mijn tegelkoninkrijk met weer een nieuwe tegel kan uitbreiden.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports

%d bloggers liken dit: