Zon en wind, genieten en buffelen

Ik heb heel lang getwijfeld welke afstand ik deze keer zou gaan rennen in het Twiske. Dan kan het voordeel dat je uit veel verschillende afstanden kunt kiezen, zomaar omslaan in een nadeel. Aanvankelijk had ik wat gespeeld met het idee om eens een keer de 5 km te gaan doen. Ik heb nog nooit aan een georganiseerde loop korter dan 10 km meegedaan. Maar daar is een reden voor, een geringere afstand vind ik gewoon te kort. Ook omdat de 5 km in Het Twiske nogal aan het begin van het gebied blijft en daarbij niet in de mooiste gedeeltes komt, had ik dat plan al laten varen. De 10 km heb ik al drie keer gelopen, dus die kwam ook niet als eerste in aanmerking. Bleven over de 16,1 en de 21,1 km. In mijn planning op Looptijden.nl had ik al maanden geleden de 16,1 km als te lopen afstand genoteerd. Maar omdat collegablogger en Twiskeloopmaatje Jan Bakker had laten doorschemeren dat hij erover dacht om de halve marathon te gaan lopen, leek mij dat ineens ook wel een goed idee. Bovendien waren de weersvooruitzichten erg goed: een droge en zonnige dag met zeer redelijke temperaturen. Ideaal dus voor het lopen van deze langste afstand.

Het thuisfront drong erop aan vooral niet de halve te kiezen omdat ik daar helemaal niet voor getraind had. En dit laatste was dan ook de voornaamste reden om voor de 16,1 km te kiezen. Het besluit nam ik uiteindelijk toen ik al in de rij stond om mijn startnummer af te halen. Tot het allerlaatst had ik getwijfeld en zelfs bij het thuis invullen van het aanmeldingsformulier de te lopen afstand leeg gelaten. In de rij staande zag ik zowaar mijn DtD-loopmaatje Janine even verderop. Zij was met haar vaste loopcollega meegekomen om voor het eerst in Het Twiske van start te gaan en een, zoals zij dat zelf noemde, “nulmeting” op de 10 km te gaan doen. Haar loopmaatje ging voor de halve, evenals Jan Bakker die ik vlak daarna in de kleedkamer tegenkwam. Daar sprak ik ook nog even kort de “iedere-dag-loper” die ik eerder vorig jaar mei in Naarden had ontmoet. Deze veteraan ging met de 25 km mee, die op deze dag ook nog eens werd georganiseerd in het kader van de speciale training in de aanloop naar de marathon van Rotterdam. Verder zag ik nog Marijke van AV’23, de “mysterieuze donkere dame in het zwart” waarover Jan in een vorig verhaal over de Twiskemolenloop had gerept. Zij is in Landsmeer vrijwel altijd van de partij. Een collegaloper was tenslotte bereid om Jan en mij even vast te leggen op de gevoelige plaat.

Met loopmaatje Jan voor de start
Met loopmaatje Jan voor de start

De 10 Engelse mijlen dus, hier in het Twiske voor mij de 2e keer. Na het opspelden van het startnummer, het toiletteren, het nuttigen van een banaan en het inlopen van mijn vaste rondjes was ik er zover klaar voor als ik die dag maar kon zijn. En ik was net op tijd terplekke om Jan en Arthur bij de eerste ronde op de baan nog even aan te moedigen. Het startpistool weigerde dienst toen de 16,1 km-lopers moesten worden weggeschoten maar de speaker van dienst was aan het aftellen naar het startmoment en dus zetten wij ons in beweging. Mijn strategie was om ongeveer 11 km per uur te gaan lopen maar ik ging natuurlijk weer eens veel te snel weg. Ik zat meteen al op 11,8 terwijl ik helemaal niet het gevoel had dat ik erg hard liep. Misschien hadden de vijf trainingen hiervoor, waarbij ik steeds een flinke portie intervallen had afgewerkt, wel zijn vruchten afgeworpen en liep ik daarom zo makkelijk. Wij hadden ook lekker de flinke wind achter op de eerste kilometers, dus dat ging prima. Ik besloot om dat tempo maar aan te houden en te gaan meemaken wanneer mijn schip zou stranden. Nog maar net in het natuurgebied, hoorde ik het startschot van de 10 km, die vijf minuten later van start ging. Dat had ik nog nooit eerder zo bewust waargenomen en het betekende dat de eerste en dus rapste lopers van die afstand redelijk snel op mij zouden neerstrijken.

Het eerste rondje op de baan Foto: Jeroen Otten
Het eerste rondje op de baan
Foto: Jeroen Otten

Intussen liep ik gewoon prima met die wind in de rug en haalde ik af en toe collegalopers in. Dit eerste stuk van de route kon ik inmiddels wel bijna dromen, aangezien ik het al voor de zesde keer liep. Ik was dan ook met mijn gedachten een beetje weggesukkeld toen ik ineens zag dat de grote schotse hooglanders, die ik de vorige keer gemist had, gewoon in hun bekende wei stonden. Het drong pas tot mij door toen ik al halverwege dat stuk graasland was. Niet lang daarna kwam daadwerkelijk de 10 km-voorfietser langszij met de mededeling dat de snelle mannen eraan kwamen. Het waren er niet zoveel deze keer en ze konden zonder problemen passeren. Ik zag helaas een graafmachine staan en een stapel gerooide bomen en struiken direct ernaast. Dat hoort er natuurlijk ook bij in zo’n door mensenhand aangelegd stukje seminatuur. In mijn beleving blijft dat wel jammer. Ik had mijzelf er al een keer aan herinnerd dat ik vooral om mij heen moest kijken en genieten. Dat kostte geen enkele moeite toen ik langs de grote Stootersplas liep en het water, ondanks de flinke golfslag, prachtig blauw zag oplichten in de zon en onder de nauwelijks bewolkte hemel. In het midden was het water bezaaid met witte watervogels. Dat was een indrukwekkende aanblik en als ik voor iedere vogel 1 Euro had mogen incasseren, zou ik mijn seizoenskaart er ruimschoots hebben uitgehaald. Even verderop stond een grote witte hond mooi te poseren op een stuk steiger precies tussen twee stukken waterriet. Het was hier zoals gewoonlijk weer heerlijk rondrennen.

De eerste drinkpost kwam al rap in zicht. Dat was voor mij het teken om mijn nieuwe aanwinst tevoorschijn te halen. Voor een relatief laag bedrag had ik een dubbelwandige plastic drinkfles en een bijpassend, isolerend foedraal op de kop getikt. De slokken water die ik daaruit nam waren lekker op de door mij gewenste temperatuur, lauwwarm dus. Een prettig idee dat ik in het koude jaargetijde niet moeilijk hoef te gaan doen met of te stoppen voor bekertjes thee. Vrijwel direct na de drinkpost scheidden de wegen voor de 10 km- en de 16,1 km-lopers. Ik was met een medeloper al helemaal links voorgesorteerd en de splitsing vrijwel genaderd, toen een 10 km-onverlaat ons nog even ter linkerzijde over het gras wilde passeren. Meneer had dus niet op de borden gelet. Gelukkig liep dit akkevietje goed af en konden we alle drie onze tocht zonder kleerscheuren voortzetten. Intussen begon ik al te merken dat ik nogal voortvarend van start was gegaan. Ik liep wat kletsend met mijn metgezel op maar moest hem nog geen kilometer verder al laten gaan. In die tijd hadden we nog wat lopers ingerekend. Rond de 6e km lukte mij dat nog één keer bij een kleine dame maar daarna werd ik alleen maar ingehaald. Op het lange, open stuk dat kort daarna begon en dat pas weer ophield na de 9e km, had ik gedacht de wind voornamelijk mee te hebben. Dat bleek een verkeerde inschatting geweest te zijn want er stond toch vooral wind op kop. Op Twitter las ik later dat veel lopers flink last van die wind hadden gehad.

Ook hier zag Het Twiske er weer prachtig uit met het zonlicht op het gelige riet, op de waterpartijen en op het groene gras. Genieten dus en proberen te vergeten dat het lopen nu al niet zo heel soepel meer ging. In het noordelijkste gedeelte van het natuurgebied is het altijd het rustigst en ik zag dan ook maar enkele wandelaars en fietsers. Wel vogels in de lucht en op het water en net na het 9 km-punt een flink aantal koeien in een aan meerdere kanten beschutte weide. Intussen had ik al geruime tijd voor mij een man in zwarte kleding zien rennen, die steeds wat dichterbij scheen te komen. Het leek mij dat ik die nog wel kon gaan oprapen ergens in de komende kilometers. Weer terug tussen de bomen was het pad gelukkig veel schoner en droger dan de vorige keer toen het echt een beetje oppassen geblazen was. Ik had echter allang niet meer de macht om er hard overheen te hollen en ik zag later thuis dat mijn km-tijden alleen maar opliepen. Vlak na de tweede drinkpost stond de man in het zwart ineens stil en wat aan één schoen te frutselen. “Dat scheelt mij weer wat tijd en moeite bij het inlopen”, dacht ik. Tevergeefs gedacht want ik heb de man nooit kunnen achterhalen.

Zon en blauw water Foto: Jan Bakker
Zon en blauw water
Foto: Jan Bakker

In mijn hoofd kwam er kort daarna een klein venijnig bultje in het parcours. Mijn herinnering liet mij hier toch in de steek want die puist kwam maar niet. Ik liep nu aan de andere kant van de Stootersplas. Ook van die kant is die uitgestrekte watervlakte een fraai gezicht. Er was echter niets te zien van de vele watervogels die ik eerder had waargenomen. Of ze waren al opgevlogen of ze bevonden zich toch vooral aan de andere zijde van de plas. Eerder dan de vorige keer, omdat ik langzamer liep, kwam de 21,1 km-voorfietser mij tegemoet. “Op naar die finish” riep hij mij ter aanmoediging toe. Zo’n mentaal zetje kon ik wel gebruiken want het liep niet meer zo vlot bij mij. Eindelijk kwam kort daarna dan het miniheuveltje waarop ik even, zo goed en zo kwaad als het ging, kon aanzetten. Ik zag een koppeltje mooie, witte zwanen in een sloot net voor ik linksaf ging richting de tweede passage van het bekende stuk bij de grote runderen. Net voor dat moment keek ik nog even naar links naar een uitloper van de Stootersplas en ook nu trof mij weer het zonovergoten, blauw oplichtende water. Gewoonweg prachtig.

Deze tweede keer zorgde ik ervoor dat ik de fraaie schotse hooglanders heel bewust in mij opnam. De vrijwilliger na ruim 12 km bij het volgende bruggetje, waar wij nu rechtsaf overheen moesten, probeerde mij met de woorden “als je even een sprintje trekt, heb je ze zo ingehaald” wat moed in te praten. Ik kon nog slechts antwoorden: “de volgende keer, misschien”. Op dat moment had ik echt niet het gevoel dat ik nog iemand kon inrekenen. Geen kilometer verder, op een open stuk met de volle wind tegen, werd ik wel weer eens ingehaald. Toen het daarna linksaf ging, leek het alsof de man wilde wachten om mij op sleeptouw te nemen. Ik was echter niet bij machte om in zijn spoor te blijven en dus liep hij maar in zijn eigen tempo verder. Het volgende stuk, langs de plaatselijke Ringvaart tussen kilometers 13 en 14, was echt het allerzwaarste stuk van de dag. Mij bekroop het gevoel dat ik bijna niet tegen die storm in kwam. Dit werd met 6:11 minuten dan ook de langzaamste kilometer die ik hier ooit heb gelopen en ik was erg blij toen ik weer op een wat beschutter stuk aanbeland was.

Gezamenlijk richting de eindstreep Foto: Willy Maten (http://www.atletiekfoto.eu)
Gezamenlijk richting de eindstreep
Foto: Willy Maten (http://www.atletiekfoto.eu)

Nog voor kilometer 15 werd ik voor de zoveelste keer voorbijgelopen, deze keer door een vrouw. Ik bedacht dat ik nu maar eens moest proberen aan te pikken bij deze dame. Dat lukte zowaar wonderwel. Ik slaagde er zelfs in om af en toe de kop te pakken en haar wat uit de wind te houden. Op het ook zeer winderige stukje richting de Twiskemolen leek de vrouw wat terug te zakken en dus hield ik een beetje in om haar mee te slepen. Linksom de bocht door gingen we getweeën over het laatste stukje natuurgebied richting de atletiekbaan en de finish. We waren elkaar zelfs een beetje aan het opjagen en het tempo ging zowaar omhoog tot 11,5 per uur. Een mens heeft altijd nog wat meer reserve in het lijf dan hij of zij denkt. Halverwege de huizenrij vond ik de snelheid toch een beetje te gortig worden en liet ik de dame weglopen. Eenmaal op de baan keek ik op mijn uurwerk en zag ik dat een tijd onder de 1:29 uur nog haalbaar was. Dus perste ik het laatste beetje energie er nog uit en kwam ik zowaar binnen die tijd over de eindstreep, slechts 5 tellen na mijn compagnon van de laatste kilometers. Behoorlijk moe was ik, maar toch weer tevreden over een alleszins redelijke tijd.

Even verderop stond Janine mij op te wachten om naar mijn ervaringen te vragen. Die waren dus weer positief, evenals de hare. Zij kon niet anders dan beamen dat Het Twiske een prachtig decor is om in te hollen. En met een tijd onder de 50 minuten had zij bij haar debuut op dit parcours natuurlijk ook een “aardige” nulmeting neergezet. Na uitgehijgd en bijgepraat te hebben, tapte ik een paar keer een warme kop thee en wandelde ik mijn uitlooprondjes over de baan. Daarbij zag ik Arthur en het loopmaatje van Janine finishen in tijden die ik op de halve graag achter mijn naam zou willen hebben. De tijd van Arthur zou voor mij eventueel nog wel haalbaar zijn, die van de dame lijkt al aardig onbereikbaar. Ik probeerde zo goed mogelijk in de smiezen te houden of Jan al aan het arriveren was en ik dacht dat ik er redelijk het zicht in had. Toch heb ik op de een of andere manier zijn binnenkomen en rondje over de baan gemist. Ineens stond hij daar namelijk, met Arthur naast zich, uit te hijgen en trots te zijn op zijn prachtige tijd.

Deze keer was het weliswaar door de harde wind en door mijn te snelle eerste kilometers flink afzien geweest, toch kon ik weer met tevredenheid terugkijken op een prachtige loopdag in het mooie Twiske. En nu maar lange duurlopen gaan doen ter voorbereiding op mijn tweede halve marathon begin maart. Maar wie weet kies ik dan toch nog wel voor de 5 km.

Ook gepubliceerd op Looptijden.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports

%d bloggers liken dit: