Voor de vijfde keer naar Landsmeer


Kun je met goed fatsoen voor de vijfde keer een blog schrijven over dezelfde loop en al helemaal als jouw incidentele loopmaatje en collega-blogger voor de tweede keer in successie een hoop groen voor jouw voeten heeft weggeschoren? En ook nog eens een keer vergelijkbare avonturen heeft beleefd onderweg! Natuurlijk wel, ik vertel gewoon mijn eigen verhaal op mijn manier. Het is trouwens de bedoeling dat er nog meer Twiske-episodes op zullen volgen.

Na mijn avontuur hier een maand eerder, waarbij ik de halve marathon bedwong, was het nu voor de eerste keer de beurt aan de 10 Engelse mijlen, oftewel exact 16,093 km. Ik arriveerde een beetje laat op de baan van AC Waterland ten gevolge van een wegafzetting in mijn eigen woonplaats die toch net iets eerder begon dan ik gedacht had. Daardoor moest ik via een omweg de snelweg bereiken. Het was dan ook een stukje drukker bij de inschrijving. Er stond een redelijk lang lint tot buiten de loods waar het startnummer moest worden afgehaald. Een vrijwilliger van de organisatie, die mij met mijn seizoenskaart in de lijn zag staan, verwees mij vriendelijk naar een ander loket. “Dan hoef je niet zo lang in de rij te staan”, voegde hij eraan toe. Ik had dus snel het benodigde papiertje te pakken en kon door naar de kleedkamer, waar het ook al aardig afgeladen was. “Dat komt door al die Meeuwen, die waren er de vorige keren niet bij”, zei een bekend gezicht. Inderdaad viel het grote aantal mannen op met gele kledij waarop “De Meeuwen” en “Volendam” te lezen stond. Mijn startnummer begon deze keer heel toevallig met cijfer 16 en dat kan natuurlijk nooit verkeerd zijn.

Omdat ik laat was, had ik wat minder tijd voor mijn gebruikelijke opwarming, maar het inlopen op mijn bekende rondje lukte nog net. Evenals het naar binnen werken van een banaan. Ik zag weer wat bekende gezichten, waaronder de oudcollega die ik na afloop van de Middenmeerloop ook had getroffen. Maar vooralsnog geen spoor van collega-blogger Jan Bakker, op wiens komst ik wel had gerekend. Al die tijd was ik aan het twijfelen of ik met Jan zou oplopen of dat ik zou proberen voor een snelle- of misschien wel pr-tijd te gaan. Als Jan niet zou verschijnen was dat dilemma direct van de baan. Maar kijk, vlak voor de start kwam hij ineens aanwandelen in één van zijn karakteristieke en fraaie hardloopshirts. Ik heb hem naar zijn plannen gevraagd, bleef nog even twijfelen maar besloot uiteindelijk voor het snelle pad te kiezen. We wensten elkaar succes en gingen van start, waarbij ik wat meer naar voren stond dan hij. In tegenstelling tot wat ik verwacht had, zat Jan al snel weer naast mij en liepen wij de eerste ongeveer 3,5 km gelijk op. We gingen al snel in een best wel pittig tempo van ruim boven de 11 per uur. Toen dat tempo een beetje begon te zakken, vroeg ik aan hem of hij het nog kon volhouden. Als ik op, pak hem beet, 11,4 gemiddeld kon uitkomen, had ik de kans om in de buurt van mijn pr te gaan komen. “Nee”, zei Jan, “ga jij er maar van tussen”, of iets in die geest. Dus draaide ik de gaskraan ietsjes open. We waren net de plek gepasseerd waar altijd de grote runderen stonden. Stonden, want nu zag ik ze nergens. Die waren zeker al naar hun winterstalling verhuisd. Ik wist nu wel weer precies waar in het parcours ik die weide moest lokaliseren. Bij het schrijven van mijn vorige blog kon ik mij de exacte plaats even niet meer voor de geest halen.

De Twiskemolen. Foto: Jan Bakker
Het Twiske met de Twiskemolen. Foto: Jan Bakker

Terwijl ik met Jan samen liep was het mij al opgevallen dat er wat lopers achter ons hingen. Één daarvan toucheerde even heel licht mijn achterste voet. Gelukkig raakte ik daardoor niet uit mijn evenwicht, althans niet lichamelijk. Niet lang nadat ik weer wat versneld had liep één man mij voorbij en kwam een ander naast mij lopen. De man liep dus hetzelfde tempo als ik en dit zou het begin zijn van een samenloop van ruim 10 km. Er waren intussen al wat snelle 10 km-lopers gepasseerd en nu kwamen er achter elkaar Volendamse Meeuwen voorbij. De voorste loper op deze afstand, degene dus die voorafgegaan werd door een officiële fietser, droeg ook al zo’n felgeel shirt. Op een gegeven moment, net gearriveerd bij de Stootersplas, zag ik weer een Meeuw vrij snel naderen. Ik besloot daarop helemaal rechts te houden en mijn metgezel sloot ter linkerzijde bij mij aan. Ik keek weer links achterom en zag daardoor bijna niet dat de Volendammer ervoor had gekozen om rechts door het gras in te halen. Dit ontlokte mij de opmerking “gaat hij er aan die kant langs”, waarmee ik meteen het eerste vocale contact met mijn nieuwe compaan gelegd had. Hij reageerde met zoiets als “ja inderdaad”. Er waren ook al geen duikers te bespeuren in of bij de plas, dus wat dat betreft was het een beetje saai gebeuren deze keer 😉

Bij de eerste drinkpost op 5 km, nam mijn metgezel een bekertje drinken. Ik doe dat nooit omdat ik niet wil stoppen, het drinken uit zo’n bekertje onhandig vind en het water altijd te koud. Wel nam ik een paar slokken uit mijn eigen fles met lauw water. Mijn medeloper liep geen noemenswaardige vertraging op en we liepen lekker in het zelfde tempo door. Heel af en toe vielen er een paar spetters maar echte regen kon je dat niet noemen. Nu en dan wisselden we een paar woorden en we gingen broederlijk naast elkaar voort, waarbij we nog maar door weinig lopers ingehaald werden. Op de gedeeltes met bomen rond de paden lagen nog steeds veel bladeren en takken. En omdat het vochtige omstandigheden waren, was het oppassen geblazen om niet uit- of weg te glijden. Toen we, na bijna 6,5 km, het bos-uit bereikt hadden kwamen de twee veeroosters weer in zicht. Ook die waren niet van glijgevaar ontbloot. Mijn looppartner ging er wat vlotter overheen dan ik maar ik kon eenvoudig bijblijven. Linksaf gingen we Bob Segerland in, “Against the wind” dus. Eerst kwam de wind schuin van links en kon ik lekker profiteren van de persoon die aan mijn linkerkant liep. Na ruim 7 km draaiden we echter vol de wind in en werd het hard werken om onze snelheid vast te houden. Die was van 11,3 langzamerhand al wat teruggelopen richting de 11 per uur. Er kwamen wel wat voorlopers in zicht en die kwamen steeds wat dichterbij. Ongeveer midden op dit windpad kon ik roepen dat we over de helft van de loop waren. Op precies dezelfde plek waar ik de vorige keer een eenzame brommer had zien staan, ontwaarde ik nu een persoon met een fiets vlak bij zich in de buurt. Misschien was deze man wel aan het vissen.

Toen we na dik 9 km eindelijk het einde van het winderige stuk bereikten en linksaf sloegen naar meer beschutte paden, constateerde ik dat de vorige kilometer in 5:54 minuten was gegaan. Daarvoor lagen de tijden steeds onder de 5:30. Door de harde bries hadden we dus ineens aardig moeten inleveren. Ik raakte even iets los van mijn metgezel maar ik zag dat hij een beetje inhield en dat vond ik wel symphatiek. Daardoor was ik met een paar flinke passen weer bij en konden wij ons gaan concentreren op het vele vochtige boomafval dat ook hier op de paden lag. We raapten hier nog een enkele 16,1-loper op en gingen door de barriere van de 10 km. Een klein stukje verderop was de tweede drinkpost en ook hier pakte mijn medeloper een bekertje water. Dat drinken bekwam hem helemaal niet goed, want ik hoorde hem achter mij flink hoesten en proesten. Nog een reden waarom ik die bekertjes altijd vriendelijk doch beslist afwijs en ook nu dus doorgelopen was. Uiteraard drukte ik nu op mijn beurt een beetje mijn snelheid opdat mijn metgezel weer in mijn spoor kon komen. Op bruggetjes en kleine hellinkjes versnelde ik steeds wat en hij ging iedere keer automatisch met mij mee. Het was nog net geen synchroonlopen. Eerder op het parcours dan tijdens mijn halve marathon vorige maand kwam de eerste halve marathonloper ons tegemoet en niet lang daarna nog een paar. De beboomde gedeeltes hier zagen er deze keer lang niet zo mooi uit omdat de zon en de blauwe lucht ontbraken. Ieder nadeel heeft zijn voordeel want nu kon ik mij volledig op het lopen en op het consolideren van het tempo richten. De kilometers tegen de wind in hadden overigens wel het een en ander aan kracht gekost en ik begon allengs wat vermoeid te raken.

Voor de tweede keer liepen we het stuk langs de lege runderwei en gingen we daarna rechtsaf weer eens een bruggetje over. Tevreden konden we constateren dat er nog maar 4 km te gaan was. En we konden zowaar een paar halve marathonlopers inrekenen. Volgens mij waren dat de eersten van die dag en ook bijna de laatsten. Net ervoor liep een dame met halflange grijze lokken en haar hadden we een paar honderd meter verderop te pakken. Zij liet zich er echter niet aflopen maar sloot zich bij ons aan. Halverwege langs het water van de plaatselijke Ringvaart kwam de klad er bij mij echt in. De vrouw had een klein gaatje laten vallen met mijn mannelijke compagnon en ik kon wel bij haar blijven maar ik moest hem laten gaan. Toen ik de man na afloop kort sprak vertelde hij dat hij wat versneld had toen hij zag dat ik bij de grijze dame kon aanpikken. Langzaam maar gestaag liep hij van ons weg. Hij had voor zich een gele vlek gezien, dus het shirt van een andere loper, en daar wilde hij naartoe lopen. Voor hij daar in slaagde was deze persoon rechtsaf geslagen voor de laatste 7 km van de halve. Intussen waren de vrouw en ik ook weer vol in de wind komen te zitten en dat viel in deze fase van de strijd absoluut niet mee. Bij de bewuste t-splitsing gekomen moest ook de vrouw naar rechts, iets dat ik al gezien had aan de kleur sticker op haar startnummer.

De Twiskemolen.  Foto: Jan Bakker
De Twiskemolen met renner en km-bordjes. Foto: Jan Bakker

Ik mocht gelukkig linksaf voor de laatste pakweg 1,3 km naar de finish. Het pad liep nu iets omhoog en ik kreeg ook hier de wind vol op mijn snufferd. Het was echt doorbijten om nog een beetje behoorlijk vooruit te komen. Het stuk dat volgde had ik natuurlijk al vier keer eerder afgelegd, dus ik kon bij wijze van spreken rustig mijn ogen sluiten. Het laatste (en dus ook het eerste) bruggetje weer over, een stukje over een grindpad langs de geasfalteerde weg, heel even door het gras linksaf en langs de huizenrij terug naar de baan. Op dit stuk kwam nog een makkelijk lopende man voorbij gesneld. Ik was alleen maar bezig de eindstreep te gaan halen. Sneller dan gedacht was ik in de buurt van mijn doel en kon ik mijn horloge een scherm terug zetten zodat ik duidelijk mijn tijd kon zien. Alles onder de 1:30 kon mijn goedkeuring wegdragen en dat zou zeker gaan lukken. Ik slaagde er zelfs nog in om op de baan wat te versnellen zodat ik de persoon die achter mij probeerde om er nog voorbij te komen, op afstand kon houden. Op 1:27:42 ging ik over de finish. Daarmee had ik mijn op één na snelste tijd tijdens een georganiseerde loop te pakken en zat ik slechts een kleine 1,5 minuten boven mijn pr.

Aan even flink uitblazen was ik wel toe. Daarna heb ik een kop thee getapt en ben ik op de baan gaan uitwandelen. Halverwege een rondje zag ik Jan binnenkomen. Ik heb hem op die plek aangemoedigd en daarna ben ik dwars het middenterrein overgestoken om hem bij de eindstreep nogmaals toe te roepen. In tegenstelling tot de mijne werd zijn naam wel door de speaker van dienst genoemd bij het passeren van de eindlijn. Hadden we dus, afgezien van onze eindtijden, toch nog een noemenswaardig verschil die dag. Wij spraken kort met elkaar maar Jan moest meteen alweer het parcours op om poolshoogte te gaan nemen bij zijn vriend Arthur. Ik nam nog een bekertje thee, liep nog een paar rondjes op de baan en ging daarna snel naar binnen. Met natte kleren aan voelde ik mijzelf door de harde wind namelijk snel afkoelen. In de volle kleedkamer was het door het douchen vochtig warm en benauwd. Ik was echter niet meer in staat om heel snel de spullen van mijn lijf te stropen. Dat had weer als voordeel dat ik kon meeluisteren met de altijd interessante verhalen van collega-lopers.

Het sportpark uitlopend besefte ik voor het eerst dat ik tijdens de loop helemaal niets meer gemerkt had van de kleine pijntjes aan scheen en voet die ik al een tijdje voelde aan het begin van iedere loop. Ongetwijfeld de positieve keerzijde van het feit dat ik een gedwongen midweekse winterstop houd. Dat nog niet bedacht hebbende, begon het aan de binnenzijde van mijn linkerbeen ter hoogte van mijn knie ineens bij vlagen pijnlijk te steken. Weer wat nieuws dus. Die steken verdwenen gelukkig weer even snel als ze kwamen. Wat bleef was de tevredenheid over de prestatie en het vooruitzicht van weer een Twiskemolenloop begin februari volgend jaar. Ik loop erover te prakkizeren om dan misschien wel wat geks te doen en de 5 km te pakken. Dat zou dan voor het eerst in mijn carriëre zijn dat ik aan een georganiseerde loop van minder dan 10 km ga deelnemen. Maar eigenlijk vind ik die afstand veel te kort en trekt het parcours mij niet zo. Je loopt dan namelijk slechts ongeveer 3,5 km in Het Twiske zelf en niet in het spannendste deel. Maar goed dat is pas volgend jaar en “komt tijd, komt raad”.

Ook gepubliceerd op: Looptijden.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports