John Keats en de verademing van Het Twiske

“To one who has been long in city pent,
‘Tis very sweet to look into the fair
And open face of heaven,—to breathe a prayer
Full in the smile of the blue firmament ….”

Onwillekeurig schoten deze regels van de beroemde Engelse dichter ’s middags na de jongste editie van de Twiskemolenloop in mijn gedachten. Niet dat ik de illusie heb dat mijn hardloopprestaties en mijn schrijfsels daarover hetzelfde niveau hebben als de poezie van Keats. Het ging mij meer om de herkenning die ik vond in zijn woorden. De “city” stond in mijn geval voor Amsterdam en Zaandam, een weekeinde eerder plaats van handeling van de Dam tot Damloop. Over deze loop en de bijbehorende excessieve drukte heb ik uitvoerig bericht in mijn vorige blog. “The fair and open face of heaven” en “the smile of the blue firmament” verbeeldden hier de mooie luchten boven en de prachtige natuur en rust in natuurgebied Het Twiske. Hoewel de parcoursen van beide lopen hemelsbreed op een bepaald punt maar 1,4 km van elkaar verwijderd zijn, kan het contrast tussen de twee bijna niet groter zijn. De grote stad versus het platteland, de drukte tegenover de rust, het lawaai contra de stilte, de ruimte als tegenpool van de krappe straten. Jullie hebben hopelijk onderhand wel door aan welk van de twee ik de voorkeur geef.

De DtD was lichamelijk zwaar geweest en misschien daardoor was ik wat verkouden geworden, met vooral last van een vervelende keel. Omdat ik het er zo mooi vind en omdat ik voor de Twiskeloop een seizoenskaart had aangeschaft, wilde ik de eerste loop van de serie van vijf niet laten schieten. Voor het eerst in mijn carriere ging ik dus twee weekeinden achter elkaar meedoen aan een georganiseerde loop. Waarbij ik moet vermelden dat ik inmiddels weinig last van het koutje ondervond.

Op naar Landsmeer dus. Door toedoen van collega-blogger Jan Bakker is een redelijk groot deel van mijn verhaal al bekend  Vanwege wat de mindere lichamelijke gesteldheid had ik bedacht om er maar een eerste training voor de halve marathon van te maken. Ik wilde gaan lopen in het rustige tempo dat ik mij voor die halve heb voorgenomen. En ik wilde vooral ook gaan genieten van de mooie natuur om mij heen. Jan wilde zo hard als mogelijk er vandoor en het had derhalve bij de start geen nut om hem te gaan bijsloffen. Het is echter bij een georganiseerde loop helemaal niet zo makkelijk om direct te beginnen met een vooraf bepaald tempo. Je hebt tenslotte allerlei andere lopers om je heen en je gaat als vanzelf in het tempo van degenen voor jou mee. Wilde ik 10.6 km per uur gaan lopen, ik zat al direct dik boven de 11 per uur. En je hebt natuurlijk ook geen zin om zodanig af te remmen dat Jan en alleman jou voorbij streeft.

Tijdens het rondje op de baan dat aan de gang het natuurgebied in voorafging, zag ik Jan nog redelijk dicht voor mij zitten. “Even aanzetten en dan heb ik hem zo te pakken”, ging er door mij heen. Toen dat toch tegen bleek te vallen, hield ik weer enigszins in. Intussen bleef ik maar op mijn horloge kijken om te zien of ik de gewenste snelheid al had bereikt. Ik had namelijk niet echt het gevoel dat ik heel hard aan het lopen was. Het leek alsof ik er een rustig gangetje in had maar mijn Garmin gaf toch aan dat ik nog een eindje boven mijn streefsnelheid liep. Ik liep best lekker maar het lukte maar niet om terug te zakken naar die 10.6 per uur. Ik moest mijzelf ook steeds voorhouden om mij heen te kijken en te genieten van waar ik liep. En ik zag Jan steeds een eindje voor mij lopen. Aanvankelijk liep hij wat verder weg maar na een paar kilometer kwam hij voor mijn gevoel weer een beetje dichterbij. Op een gegeven moment leken wij ongeveer hetzelfde tempo te lopen want de afstand werd niet groter of kleiner. “Als dat zo is”, dacht ik, “kan ik net zo goed versnellen en met hem samen de loop afmaken”.

Ergens na 4.5 km zette ik aan en hoorde ik achter mij een loper met wie ik al een paar keer stuivertje had gewisseld zeggen: “oh, hij gaat versnellen”. Ik zag Jan rap dichterbij komen en tot mijn verwondering en vreugde halt houden bij de drinkpost even verderop. Dat scheelde mij weer het een en ander aan inspanning. Nog even doortrekken en niet ver na het 5-kmpunt had ik hem in de kladden. Blijkens zijn blog was hij wel even verbaasd maar naderhand ook verheugd om een metgezel naast zich te hebben gekregen. Zo gingen wij gezamenlijk al kletsend de 2e helft van de loop in. Voor mij een tamelijk uniek gegeven want doorgaans loop ik solo en heb ik al mijn adem en aandacht nodig om op tempo te kunnen blijven. Nu had ik een heel ontspannen gevoel en liep ik, ondanks de tussensprint van even daarvoor, naar mijn idee heel makkelijk. Zo makkelijk dat ik de tijd en de adem had om naar een jongedame, die aan het uiteinde van een brug net over de railing aan het klimmen was, te roepen: “Niet doen, niet doen”. Zei begreep de kwinkslag onmiddellijk, lachte en deed alsof zij het water in wilde duiken.

Wij liepen intussen lekker door, haalden af en toe lopers in en werden zelf ook zo nu en dan ingehaald door anderen die mij al eens eerder voorbij waren gegaan maar die ik bij mijn tussensprint de hielen had laten zien. We werden nog een keer naast elkaar lopend door een dame op de foto gezet terwijl we net één van de vele bruggetjes over kwamen en eigenlijk eer ik het in de gaten had kwam de Twiskemolen alweer in zicht. Dit was het teken dat we in de laatste kilometers zaten en dat de eindstreep begon te naderen. Eigenlijk was ik daar redelijk verbaasd over, de loop was voor mijn gevoel dus omgevlogen. Dat gevoegd bij het feit dat ik nog helemaal geen vermoeidheid voelde, nog zo’n contrast met de DtD de week ervoor. In alle opzichten was hier in mijn beleving sprake van een verademing. Snel waren wij weer terug op de baan voor de laatste ronde aldaar. Ik perste er, nadat ik bij Jan geïnformeerd had of hij nog wat over had, een sprintje uit teneinde binnen de grens van de 55 minuten te finishen. Volgens mijn tijdwaarneming lukte dat precies en had ik nog 1 seconde over en dat scheelde maar weer 1 tel met de officiële netto uitslag, die dus nog 1 tikkie gunstiger bleek te zijn uitgevallen.

Jan ging zich snel na afloop omkleden en, naar ik later las, wijden aan zijn taak van geestelijk begeleider en verzorger. Ik tapte een gratis bakkie warme thee en wandelde een paar rondjes over het gras van de baan bij wijze van uitlopen. Na het aantrekken van droge kleding wandelde ik over het mooie Landsmeerse sportpark naar de auto.

“Returning home at evening, …………….,
He mourns that day so soon has glided by …..”

Het was nog geen avond maar net aan het begin van de middag en ik rouwde ook zeker niet. Wel verwonderde ik mijzelf erover en vond ik het erg jammer dat deze fijne loop zo snel, veel te snel, aan mij voorbij was gegleden, bijna zonder dat ik het in de gaten had. Gelukkig heb ik nog vier open plekken op mijn seizoenskaart en kan ik volgende maand meer dan twee keer zo lang hier rondbanjeren. Ik kan bijna niet wachten tot het zover is.

Oorspronkelijk gepubliceerd op 5 oktober 2013 op Looptijden.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports