Hardlopers zijn rare mensen

Ik heb onderstaand relaas al een tijdje geleden geschreven maar toen niet geplaatst omdat ik twijfelde of het wel voor plaatsing geschikt zou zijn. Ik doe dat nu alsnog omdat ik het toch jammer zou vinden om het niet te publiceren. Hierbij wil ik benadrukken dat het niet mijn bedoeling is om iemand persoonlijk aan te vallen of te kwetsen. Ik probeer slechts om ons hardlopers (dus ook mijzelf) eens een spiegel voor te houden, even de hardloopcabaretier te spelen, laten we zeggen voor een moment in de huid van Dolf Jansen of Hans Sibbel te kruipen. Ik hoop dus ook dat jullie er om kunnen lachen. En zoniet, maak je je er dan alsjeblieft niet druk om maar vergeet de inhoud zo snel mogelijk.

Hardlopers zijn rare mensen. Ze proberen hetgeen ze het liefst doen of in ieder geval graag tot heel graag doen, zo snel mogelijk af te handelen en te beëindigen. Sterker nog, ze proberen de tijd dat ze met hun hobby bezig zijn iedere keer weer (een beetje) korter te maken. Dus, in plaats van dat ze, door steeds langzamer te gaan lopen, de bezigheidsduur van hun favoriete tijdverdrijf verlengen maken ze die steeds maar korter. En ze verlengen de bezigheidsduur alleen door de afstand die ze lopen alsmaar groter te maken. Groter en groter maken ze de te lopen afstand totdat deze op een gegeven moment lengtes bereikt waarvan iemand die niet dezelfde bezigheid heeft zich afvraagt of het nog wel normaal en/ of gezond is.

Wat ook gebeurt is dat hardlopers zo snel klaar willen zijn met hun favoriete hobby dat zij hun lichaam geweld aandoen en ervan over hun nek gaan. Hoe kun je nu gaan kotsen van iets dat je heel erg leuk vindt? Veel lopers roepen ook geregeld dat ze zo moesten afzien, dat het zo zwaar was en eigenlijk niet leuk meer. Hoe kun je het zover laten komen dat je gaat balen van jouw favoriete bezigheid?

Hoe komt het toch dat hardlopers tijdens een loop of direct erna nog wel eens denken of roepen dat dit toch echt de laatste keer was dat ze zo’n afstand gelopen hebben. Of dat ze aan die ene loop toch echt niet meer zullen deelnemen. En waarom komen ze binnen de kortste keren weer op dat voornemen terug en zijn ze bij de eerstvolgende editie toch weer van de partij? Waarom gaan ze onder extreme weersomstandigheden toch deelnemen aan een georganiseerde loop of hun trainingsrondjes doen terwijl ze in dergelijke gevallen zelfs niet eens naar buiten zouden stappen als het niet om hardlopen ging?

Of hardlopers raken, al dan niet tijdens het lopen omdat ze teveel van hun lichaam eisen, geblesseerd en blijven dan toch doorlopen. Ze gaat door op het moment dat de blessure voor het eerst optreedt omdat die pijnen en pijntjes nu eenmaal bij het lopen horen of omdat ze denken dat het allemaal wel meevalt. Of ze gunnen zichzelf geen of te weinig tijd om het lichaam zich te laten herstellen en gaan bij de eerstvolgende geplande training of loop toch gewoon weer van start alsof er niets aan de hand is. Hoe kan het dat hardlopers zichzelf zo overschatten en de mogelijke ernst van hun kwetsuren zo onderschatten.

Tot zover de zaken die renners alleen zichzelf aandoen en waar een ander geen last van heeft. Of het moet de partner, huisgenoot of het familielid zijn dat de geblesseerde moet (helpen) verzorgen. Of de gezondheidszorger die de sportgeblesseerde beroepsmatig dient bij te staan.

Er zijn ook ongemakken of erger waar hardlopers derden mee opzadelen of het slachtoffer van laten zijn. Renners beweren nogal eens dat zij het zo heerlijk vinden om onderweg te zijn, te genieten van waar ze lopen en van wat ze onderweg zien en tegenkomen en verder nergens aan te denken. Waarom zijn ze dan alleen maar bezig om anderen in te halen, voorbij te streven, eruit te lopen, op hun plaats te zetten en hun het licht in de ogen, laat staan hun plaats op de weg, niet te gunnen? Waarom proberen ze met geweld zich tussen andere lopers door te persen, anderen voor de voeten te lopen of van het parcours af te duwen? Waarom blijven ze tot vervelens toe achter andere lopers plakken zodanig dat ze die bijna op de hielen trappen of proberen ze op het allerlaatste moment de ander nog voorbij te gaan? Waarom passeren ze aan de rechterkant terwijl er links op de weg een zee van ruimte is? Waarom blijven lopers op smalle paden doelbewust naast elkaar lopen en versperren ze andere lopers zo de doorgang?

Ik denk dat de mogelijkheden aan antwoorden op al deze vragen legio zijn en dat wij ze allemaal wel kunnen bedenken omdat ze over onszelf gaan. Maar misschien kunnen we het gros van de vragen al beantwoorden door de titel van dit epistel te nemen en daaruit het woord “rare” weg te laten.

Oorspronkelijk gepubliceerd op 24 juli 2013 op Looptijden.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports

%d bloggers liken dit: