Gelukkig weer (en weer gelukkig) op pad en goed onderweg

Na 5 weken gedwongen rust vanwege de lage temperaturen, het gebrek aan daglicht en vooral vanwege een flinke griep heb ik intussen al weer 7 keer de hardloopschoenen kunnen gebruiken. Half februari ben ik rustig herbegonnen met een 6 km-loopje in een kalm tempo en daarna heb ik de zaak via 8 km weer opgebouwd naar 10 km. Wel waren de (gevoels-)temperaturen de eerste keren niet altijd even prettig. Bij mijn eerste 10 km-loop heb ik zelfs het dichtsbijzijnde park opgezocht om nog enigszins beschut te kunnen lopen. Je kunt een renpaard nu eenmaal niet te lang op stal houden en de eerste georganiseerde loop waaraan ik wilde deelnemen kwam ook alweer dichterbij.

Vooral de eerste keren kon ik best wel merken dat ik een tijd had stilgezeten maar als je weer fit genoeg bent en 2 keer per week op pad gaat, komt het oude ritme toch al snel weer om de hoek kijken. Ondanks dat ik mijzelf nog wel in acht nam door niet te snel te hard te willen en ook qua afstand niet meteen het onderste uit de kan te halen, ging ik toch vrij snel makkelijker lopen. Of misschien was dat juist omdat ik het walletje bij het schuurtje hield.

Afgelopen weekeinde was het weer tijd voor de loop waar ik inmiddels een liefhebber van ben geworden, de Twiskemolenloop. In een vorige blog heb ik al verhaald hoe mooi het natuurgebied Het Twiske is en hoe fijn ik het vind om daar mee te doen met deze niet al te grootschalige loop. Ook collega-blogger Jan Bakker heeft aan dit evenement onlangs al een verhaal gewijd. Jan, ik heb je daar zien rondlopen maar ik had niet de gelegenheid om jou aan te spreken. Waar blijft jouw relaas over de uitstekende tijd die je hebt gelopen? Hier wil ik mijn eerste (en wellicht enige) georganiseerde halve marathon lopen. Maar gezien de korte voorbereidingstijd en mijn gebrek aan training kon ik niet anders doen dan de 10 km kiezen. De 16.1 was namelijk ook nog veel te lang op dat moment en de 5 km is voor mij simpelweg te kort. Als ik net zo ongeveer ben warmgedraaid is hij alweer afgelopen

De 10 km dus maar weer. Een evenaring of verbetering van mijn vorige prestatie hier (een paar tellen boven de 50 minuten) zat er nu natuurlijk niet in. Daarvoor was de tijd om de conditie weer op te bouwen en mijn goede loopritme te hervinden veel te kort geweest. Dus zette ik in op een tijd van rond de 55 minuten en alles daaronder zou meeval betekenen. Ik had met mijzelf na enige discussie afgesproken dat ik rustig zou beginnen. Dat zou sowieso een goede oefening zijn want als ik terugkijk op mijn vorige “wedstrijden” dan laat ik mij meestal verleiden om mee te gaan met de lopers voor mij en daardoor te snel van start te gaan. Dat moet ik dan doorgaans bekopen met een lichte of wat zwaardere terugval in de 2e helft van de loop. Een “positieve split” dus. Ik heb intussen vaak genoeg gelezen dat een “negatieve split”, een ren met een relatief sneller 2e deel, de beste garantie is voor een goede tijd. Hoe je het ook bekijkt, het is prettiger als je aan het einde van de race wat energie over hebt, zodat je er nog een versnelling uit kunt gooien of je eerder gekozen tempo kunt volhouden.

Toen het startschot gevallen was lette ik van begin af aan heel goed op mijn horloge. Ik wilde beslist niet harder dan met 11 km per uur openen. Al snel zat ik daar toch een paar tienden boven maar verder liet ik het niet komen. In de 4e kilometer nam ik zelfs een beetje gas terug en liep ik “maar” 10.8 per uur. Intussen had ik ook weer eens mijn kennis over de nadelen van georganiseerde lopen opgefrist. Trainingslopen doe ik vrijwel altijd alleen en dan kan ik mij helemaal concentreren op het vaste ritme van mijn ademhaling in combinatie met mijn passen. Er kwam een man naast mij lopen die nogal “vocaal” bezig was, hij maakte namelijk voortdurend minder prettige keel- en rochelgeluiden. Van zo iemand kan ik aardig uit mijn ritme en concentratie raken. Toen hij pal voor mij ging lopen op een moment dat ik aan de linkerkant van het pad liep en er rechts dicht naast mij ook iemand liep, ben ik er met een kleine versnelling “op-en-overheen” gegaan zodat ik de man even kwijt was en uit de gevoelsmatige omsingeling vrijkwam. Ook kreeg ik op hetzelfde stuk te maken met een vrouw die zich zo nodig tussen mij en een naast mij lopende persoon door moest wringen, terwijl er aan weerszijden van ons ruimte genoeg was. Bij grote lopen zoals de DtD en de CPC is dit soort praktijken natuurlijk schering en inslag en juist daarom geef ik de voorkeur aan kleinere lopen in de vrije ruimte, zoals deze Twiskemolenloop.

Vlak voor het 4 km-punt achterhaalde ik een strak in het renpak gezeten jongedame die ik al een tijdje voor mij uit had zien lopen. Ik kon echter niet meer doen dan aanhaken en ik liep een aantal kilometers in haar kielzog. Dat vond ik geen straf en ik hoop maar dat zij niet teveel het gevoel heeft gehad dat ik haar voortdurend in de nek hijgde. Ik was al blij dat ik in haar spoor kon blijven en zodoende passeerde ik ook nog wat lopers die mij eerder voorbij waren gesneld. Bij een voor mij gebruikelijke versnelling bij het opgaan van een bruggetje ging ik de jongedame uiteindelijk toch voorbij en liep ik alleen verder. Zo’n 1,5 km verder kwam de rochelaar toch weer bij mij langszij maar gelukkig was het pad hier wat breder en had ik geen last van zijn vocale bijdragen. In dit geval vond ik het ook niet erg dat hij nu van mij wegliep.

Even later, na ruim 8 km, kwam ook de goedgeklede dame ineens voorbijschieten. Zij moet haar tempo behoorlijk verhoogd hebben want ik liep al die tijd heel constant. Helaas liep zij bij mij weg alsof ik stilstond en ik had er met geen mogelijkheid voor een tweede keer kunnen achterhalen. “Je kunt niet alles hebben”, zullen we maar zeggen. Niet lang daarna kwam er een voorfietser langs die zoiets riep als: “nummer één 21 km achter !!”. En inderdaad kwam er een atleet voorbijsnellen die 10 minuten eerder was gestart en er inmiddels al ruim 14 km op had zitten. Of deze persoon de halve marathon gewonnen heeft weet ik niet, maar hardlopen kon hij wel. De 16.1 en 21.1 km lopen voor een deel over dezelfde route als de 10 km. Op dat moment vond ik het beslist prettig dat ik linksaf mijn route kon vervolgen met nog maar ongeveer 1,25 km te gaan en niet rechtsaf hoefde voor nog eens een x-aantal kilometers.

De vorige editie had ik mij vergist in het laatste stuk dat naar de finish moest worden afgelegd. Daarvan geleerd hebbende, bleef ik nu in het zelfde tempo volharden en wachtte ik met mijn eindschot. Eenmaal op de baan terug keek ik mijn horloge en zag ik dat ik nog in de 54-ste minuut bezig was. Omdat ik binnen de 55 minuten wilde finishen zette ik nu flink aan. Tijdens deze fantastische eindsprint passeerde ik een loper die ik eerder had moeten laten gaan. Op het moment dat ik vlak achter hem zat, wist ik dat hij gezien zou zijn en dat geeft toch wel een prettig gevoel. Om maar niet te zeggen, een kleine kick.  Na de finish bleek dat ik mijn horloge had ingedrukt op 53.59 minuten. Mijn laatste rush had mij dus zelfs net onder de 54 minuten gebracht. Daarmee mocht ik voorwaar tevreden zijn en had ik het gratis kopje thee, dat er geschonken werd, wel verdiend.

Hoewel ik bijna 4 minuten langzamer was dan bij mijn vorige optreden, was de hernieuwde kennismaking met Het Twiske zeker niet tegengevallen en als een tevreden loper ging ik naar huis om de teloorgegane calorieën te vervangen door nieuwe. En ik ben vast van plan om in november hier terug te keren en mijn tanden te gaan zetten in de 21.1 km.

Afgelopen woensdag kon ik met vertrouwen de volgende stap gaan zetten, een 12 km-loop gecombineerd met wat licht interval-, of zo je wilt, versnellingenwerk. Bij het warmwandelen voelden de beenspieren nog niet helemaal soepel, dus ik startte voorzichtig en rustig aan. Na 2 km begon ik met regelmatige versnellingen en die gingen goed. Ik kon ze zelfs tot aan het einde van de loop blijven herhalen. Ook ging mijn tempo eerder omhoog dan omlaag, had ik niet het gevoel dat ik erg verzuurde of moe werd en kreeg ik zelfs het idee dat ik in een kleine lopersroes terecht was gekomen. De vraag is of dat wel het geval is, als je jezelf ervan bewust bent. Laten we het er in ieder geval op houden dat ik vrij makkelijk en prettig liep. Zelfs kon ik het laatste stukje brug-op nog een keer versnellen

Al met al heb ik het gevoel dat ik in vrij korte tijd flink vooruit ben gegaan en weer terug ben op de goede weg. Ik heb nog precies 10 trainingen de tijd om mijn conditie en ritme verder op te bouwen voor de volgende (15 km-)loop. Daarbij hoop ik om te beginnen dat de weersomstandigheden dit komende weekeinde goed genoeg zullen zijn om een lekker stukje te gaan draven.

Oorspronkelijk gepubliceerd op 8 maart 2013 op Looptijden.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports