De Nescioloop, voor de tweede keer volbracht

Op zondag 14 april was heel Rotterdam in de ban van de marathon aldaar. En heel Amsterdam-Oost/ Watergraafsmeer, althans de selecte menigte die zich op en om de atletiekbaan van AV ’23 bevond, was gefocust op de Nescioloop. Deze “panoramische” loop door het Sciencepark, over de Nesciobrug, langs het Amsterdam-Rijnkanaal en door het Diemerpark stond alweer voor de achtste keer op de rol.

Vorig jaar maakte ik hier mijn debuut en nu ging ik voor de eerste keer op herhaling. Mijn voorbereiding was zeker niet slecht geweest maar lang niet zo goed als vorig jaar. Toen had ik vrijwel continu kunnen doortrainen en had ik ook nog eens de speciale Nescioclinic bij de organiserende vereniging gevolgd. Nu had ik door twee griepperiodes bij elkaar ruim 7 weken training gemist en had ik mijzelf helemaal solo geprepareerd. De voor mijn doen uitstekende tijd van vorig jaar (iets boven de 1:16 uur) zou ik dan ook vrijwel zeker niet gaan evenaren, ondanks de optimistische 1:15 die ik al die tijd in mijn planning op deze site had staan. Met alles in de buurt van of onder de 1:20 zou ik al tevreden zijn.

Mijn preparatie op de dag zelf was ook niet ideaal. Natuurlijk ging ik later van huis dan de bedoeling was, moest ik nog in de rij voor het startnummer en de tijdsregistratiechip en was ik ook niet helemaal tevreden over wat ik aan renkleding had aangetrokken. De chip moest nog aan een schoen bevestigd worden met de bijgeleverde tie-wraps en het startnummer moest natuurlijk op borsthoogte aan de kleding gefrutseld m.b.v. de klassieke veiligheidsspelden. Gelukkig hebben de chips bevestigd aan het startnummer tegenwoordig al de overhand maar zeker voor het vastmaken van het startnummer zouden ze toch eens iets moderners en vooral handigers moeten verzinnen. Ook mijn drinkfles wilde niet meewerken want hij viel in de kleedkamer al twee keer uit mijn zelfgemaakte foudraal. Dus stopte ik hem maar terug in mijn tas. Na nog een paar keer in rij gestaan te hebben voor het toilet was het al tijd om aan de start te verschijnen en kwam er niets meer van een beetje inlopen. Gelukkig had ik die ochtend al fiks gewandeld, dus de benen waren reeds voldoende opgewarmd.

Door al die bezigheden was ik er niet meer aan toegekomen om nog uit te kijken naar collega blogger Jan Bakker, die bij deze loop ook acte de presence zou geven. Dus begaf ik mij maar direct naar het vertrekpunt, waar vrijwel iedereen al klaarstond. Achteraan wilde ik niet staan want dan kom je in het begin toch niet lekker in je eigen looptempo met de complete menigte voor je en derhalve begaf ik mij langs het loperspak wat meer naar voren. Ergens net achter de voorste gelederen zag ik middenin nog een gaatje en daar wist ik mij makkelijk te positioneren. De laatste loper waar ik bij voorlangs moest om de plek te bereiken bleek een mij van de foto bekend gezicht, namelijk Jan Bakker de veelloper en -schrijver. Ik had hem dus niet kunnen zoeken maar toch gevonden. Wij spraken even kort over onze verwachtingen en wensten elkaar succes.

Al direct toen het startschot viel was ik Jan kwijt, al zag ik later op foto’s dat hij in de eerste kilometers vlak achter mij liep. Maar wel zag ik een paar meter voor mij loopmaatje Janine lopen, die mij er tijdens de laatste Dam tot Damloop schaamteloos had uitgelopen. Even overwoog ik of ik aansluiting bij haar zou zoeken maar op mijn horloge kijkend zag ik dat mijn tempo alweer boven de 12 per uur lag. Het was dus maar beter om niet nog verder te versnellen want er waren tenslotte nog een dikke 14,5 km te gaan. En al snel zag ik dat het een verstandige beslissing was geweest want Janine liep steeds verder bij mij weg. Die zou ik nooit lang kunnen bijbenen en dan kun je beter de eer aan jezelf houden. Niet lang daarna trapte er iemand licht tegen mijn voetzool aan, waardoor ik korte tijd (vooral geestelijk) enigszins uit balans raakte. Verder had ik deze loop weinig last van ergerlijk gedrag van medelopers, behalve de man die mij, op het pad langs het Amsterdam-Rijnkanaal, persé aan de rechterkant moest passeren terwijl ik al helemaal aan die kant liep. Natuurlijk was er de terloopse snijder, die direct na het inhalen ineens weer naar links of naar rechts van zijn lijn afweek. En in de laatste kilometer nog de man die, met alle ruimte aan weerskanten, alvast ging “voorsorteren” voor de bocht die er verderop aan kwam en daardoor ineens pal voor mij terechtkwam. Of ik zelf anderen heb ontriefd weet ik niet, ik heb in ieder geval geen geluiden in die richting gehoord en ik probeer ook altijd het principe “wat u niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet” toe te passen.

Sportpark Middenmeer uit ging het onder de treinbaan en het spoorweg-emplacement door naar Sciencepark, het domein van de Universiteit van Amsterdam. Over een breed fietspad liepen we o.a. langs het prachtige Universum zijnde het kolossale indoorsportcomplex van de UVA. Het eerste klimmetje de Oosterringdijk op, nog voor het 2 km -punt, was prima te doen omdat we als het goed is allemaal nog fris in de benen waren. De volgende bestijging, de eerste keer de Nesciobrug op, was zeer waarschijnlijk voor velen van een andere orde. Want hier moeten over een lengte van 400 meter een kleine 20 hoogtemeters worden overbrugd. Mij persoonlijk kost dat niet zoveel moeite want ik heb het voorrecht om deze fraaie fietsbrug regelmatig en vanaf beide kanten op en over te rennen. Als je al hardlopend de brug nadert is het reeds een prachtig gezicht om het lange lint van lopers over de brug te zien bewegen. En eenmaal bovenop de brug zie je het lint voor je bij de afdaling die ook ongeveer 400 meter lang is. Nadat we via nog een kleine maar vrij steile afdaling onder de brug door waren gedraaid begonnen we aan het langste rechte stuk, een ietwat verlopen fietspad langs het kanaal. De meeste lopers die in een groep liepen zullen er niet veel van gemerkt hebben dat dit pad van ongeveer 2,6 km lang ongeveer in het midden een kleine knik maakt. Die knik nu lijkt vanuit de verte het einde van het pad aan te geven. Als je er vlakbij loopt zie je pas dat je dus nog zo’n lang recht stuk te gaan hebt en deze gewaarwording kan best even vervelend zijn. Af en toe zag je op dit stuk een enkele trimmer of wandelaar zich tegen de stroom van Nesciolopers inworstelen.

Het eindeloos lijkende pad moet op een gegeven moment wel eindigen omdat dit deel van het Diemerpark hier ophoudt en plaats maakt voor het derde stuk van De Diem, een water dat het midden houdt tussen een groot uitgevallen plas en een breed uitwaaierend riviertje en dat door de snelweg A1 en door het kanaal in drie delen gesneden is. Dus gaat het parcours naar links over het enige stukje halfverhard spoor dat deze loop kent. Even later rechtsaf liepen we onderaan een stukje van de Diemerzeedijk naar de weg rondom Fort Diemerdam, die het keerpunt van de loop vormt. Als je hier omhoog kijkt zie je de snellere lopers die al op de weg terug zijn bovenop de dijk. Was er in het begin, met name langs het kanaal en op de Nesciobrug nog wel een frisse wind, aan de achterkant van het fort was geen zuchtje wind te bekennen en kon je het al best warm en zelfs een beetje benauwd noemen. Hier moet je een kort venijnig hellinkje beklimmen met aan het einde nog een onprettige verrassing. Als je denkt dat je boven bent en linksaf slaat, stijgt de weg gewoon nog even licht door. En dat geheel kun je gerust een benenbreker noemen. Toen ik op dat punt was aangeland deed zich nog een kleine bijna-opstopping voor. We draaiden hier weer terug de Diemerzeedijk op en dit gedeelte is, vooral op een mooie zondag als deze dag, een druk gebruikte fietsroute tussen Amsterdam en Muiden. Aangezien de Nescioloop een te kleine loop is om het parcours voor andere weg- en padgebruikers af te sluiten liepen we dus tussen al het andere verkeer door. En hier wilde net een groepje wielrenners het Diemerpark verlaten richting Muiden. De ongeplande samenkomst liep gelukkig met wat gemopper van een mede-loopster en met een sisser af.

Al die tijd gaf mijn horloge een gemiddelde snelheid van 12 km per uur aan, dus dat ging prima en dit gegeven was waarschijnlijk mede te danken aan mijn tijdens deze loop vorig jaar ingezette gewoonte om bij iedere stijging in het parcours even te versnellen. Ik kwam nu, lopend op een smal stuk fietspad bovenop de dijk van waaraf je naar beneden kunt kijken naar de lopers die nog op weg zijn naar de “rotonde” rond het fort, dichter bij een langbenige jongedame met dito paardenstaart. Deze dame had ik eerder ook al een eindje voor mij ontwaard en zij vormde voor mij nu een prettig richtpunt. Het hele stuk keek ik trouwens naar beneden of ik Jan nog zag lopen maar die zat waarschijnlijk ergens achter mij want ik kon zijn opvallend groene loopshirt niet ontdekken.

De langbenige paardenstaart kwam nu snel naderbij en nog geen kilometer laten moest ik haar helaas passeren. Daarvan nog nauwelijks bekomen hoorde ik iemand met een wel heel apart klinkende ademtechniek achter mij naderen. Bij iedere uitademing leek het alsof hij een oosterse vechtsport aan het beoefenen was: van die korte krachtbijzettende kreten die karateka’s, taekwondo-beoefenaren en tegenwoordig ook tennissers slaken als ze een mep uitdelen. Ik werd toch best wel een beetje onrustig van dit verbale geweld vlak achter mij. Toen deze loper mij voorbijsnelde was ik niet verbaasd dat hij een oosters uiterlijk had en ik was blij dat hij even daarna, waar wij Nesciolopers het enige verharde voetpad dat het Diemerpark rijk is oprenden, rechtsaf zijn weg vervolgde. Ook de twee loopsters achter mij waren, aan hun reactie te horen, blij dat de man niet meedeed aan de loop en zich van ons verwijderde. Het genoemde voetpad liep een stukje omhoog, dus ik zette weer een versnelling in en liep bij de genoemde dames weg. Dit was echter uitstel van executie want rond het 10-km punt even verderop hadden zij mij al te pakken, hoewel ik nog steeds 12 per uur gemiddeld liep. Direct na dit punt ging de route scherp linksaf en volgde alweer een klein maar zeer venijnig omhoogje dat dus wederom een serieuze test voor de fitheid van de benen vormde. De twee vrouwen liepen hierna verder bij mij vandaan en ook het feit dat de ene, die niet helemaal een ideaal hardlopersvoorkomen had, een shirt droeg met “Urban cow” op de rug maakte mij op dat moment ook al niet echt vrolijk. We zullen het er maar op houden dat de dames een stuk jongere benen hebben dan ondergetekende

Vorig jaar wist ik de 12 per uur 10 km lang vol te houden en die afstand wilde ik nu natuurlijk zoveel mogelijk verlengen. Er kwam dit jaar net een kilometer bij, want nauwelijks was ik het 11-km punt gepasseerd of mijn horloge gaf 11,9 gemiddeld aan. Natuurlijk had ik het nog wat langer willen uitzingen maar je kunt geen ijzer met handen breken en ik had toch alweer een kilometertje erbij gesprokkeld. Volgende keer doe ik er gewoon nog een paar schepjes bovenop. De Nesciobrug kwam alweer in zicht en het werd tijd om het Diemerpark te verlaten en nogmaals over het kanaal heen te klimmen. Voor mijn gevoel versnelde ik wel de brug op maar de “Grootsteedse koe” en haar metgezellin kwamen voor mij helaas niet dichterbij. Ik heb ze niet meer teruggezien maar ik kreeg wel gezelschap van een andere jongedame die mij achterop kwam en daar bleef plakken. Even kwam ik van haar los toen ik met grote passen de Oosterringdijk afsnelde maar al rap was zij er weer. Op het Scienceparkgedeelte hield ik haar uit de wind en daarna onder het stuk spoorwegviaduct nam zij mij op sleeptouw. Tegen de onderdoorgang van de treinenloop had ik, zo aan het einde van de rit, wel opgezien omdat ik het hier altijd een beetje benauwdmakend vind. Nu bleek de tunnel een door het vocht koel gebleven oase temidden van de al warmer wordende Amsterdamse “woestijn”.

Het laatste km-punt voor de finish bracht ons weer terug op Sportpark Middenmeer. Om de in het begin genoemde van zijn lijn afwijkende loper kwijt te raken zette ik nog eens aan en daarmee nam ik voor mijn gevoel ook afscheid van mijn compane van de afgelopen kilometers. Een bocht om, scherp linksaf een bruggetje over, een stuk fiets-voetpad gelegen tussen de atletiekbaan en het ernaast gelegen voetbalterrein over, nog een bocht naar rechts, door een openstaand hek in de omheining rond de baan en ik zette een flauwe eindsprint in. Harder kon ik niet meer en ik dacht dat dat ook niet nodig was omdat ik geen directe belagers achter mij vermoedde. Verkeerd vermoed dus want vrijwel op de finish kwam mijn medeloopster van even daarvoor met een luid “Ja” nog over mij heen. Ik schrok zodanig dat ik vergat om mijn horloge stil te zetten en kon niets anders uitbrengen dan “wat gemeen van jou”. De jongedame verontschuldigde zich, ik besefte dat ik nog op een knop moest drukken en kon niet meer te berde brengen dat ik haar die overwinning op de meet van harte gunde omdat zij mij door de laatste kilometers gesleept had. Ik had tijd nodig om flink uit te hijgen en mijn vrouw en tevens trouwste supporter te begroeten. Zij had maar liefst 29 foto’s van mij geschoten. De eindsprintster was intussen verdwenen.

Ik kwam loopmaatje Janine tegen, die ruim 4 minuten voor mij gefinisht was en dus weer een waanzinnig goede tijd gelopen had en daarbij zelfs haar vaste trainingspartner en co-loopster Gertien op een paar minuten had gezet. Zij had zoveel gegeven dat ze met een op punt van omkeren staande maag over de eindstreep kwam. Zo diep zou ik niet willen gaan om een goed resultaat neer te zetten. Tegen dergelijk hardloopgeweld valt er voor mij geen eer meer te behalen om die reden zie ik maar af van een poging haar tijdens de komende DtD achter mij te houden. Beide dames hadden trouwens hun pr verbeterd. Ook blogger Jan, die ik even daarna nog sprak, had zeer goede zaken gedaan door een kleine 2 minuten van zijn pr af te snoepen. En ik? Mijn officiële tijd was 11 seconden langzamer dan die van vorig jaar. Maar mijn horloge gaf andere metingen aan. Volgens dit uurwerk waren vele tussentijden en de 15 km-tijd sneller dan die van vorig jaar. De 10 km-tijd zou met 50:00 exact mijn snelste tijd bij een officiële loop ooit zijn en de 12 km-tijd zou zelfs een pr zijn. Saillant punt daarbij is wel dat waar mijn Garmin meestal de kilometerpunten tijdens trimlopen later registreert dan de bordjes aangeven, bij deze loop de bordjes zich altijd op een verder gelegen punt bevinden. Dus bij 15 Garmin-kilometers was ik nog niet aan de finish. Als ik de meertijd van de officiële uitslag en de winst volgens mijn gps-horloge tegen elkaar wegstreep kom ik ongeveer op een resultaat uit dat gelijk is aan dat van vorig jaar. En derhalve, ook gezien hetgeen ik in het begin van dit verhaal aangaf, mag ik dus absoluut niet ontevreden zijn en met een voldaan gevoel ging ik dan ook huiswaarts en in mijn gedachten al op naar de Wallenloop in Naarden volgende maand. Op die loop ben ik mij, na een weekje welverdiende en voor de benen broodnodige rust, alweer geestelijk en lichamelijk aan het voorbereiden.

Oorspronkelijk gepubliceerd op 23 april 2013 op Looptijden.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Klein, dapper en snel

Froukje haalt de finish wel!

Runningbenno

Belevingen van een enthousiaste hardloper

Tobatleet

Beleefsels van een Goudse Runner

sportlifecrisis

"Sport, ik wil er veel voor doen maar niets voor laten"

Mari Durieux // Alles over hardlopen

hardloper - hardloopblogger - running junkie - reviews en racereports